NL
NL




    U zocht naar: economie

    Verklaring:

    aanbodeconomie: Eng.: supply side economics: groei en conjunctuur - Een stroming in de economie die economische groei vooral verklaard uit een toegenomen aanbod van goederen (en niet primair uit een groei in de vraag naar goederen). Consumenten (de vragers) profiteren in reactie daarop van meer aanbod en lagere prijzen. De ~ aanhangers wijzen op het belang van positieve prikkels (incentives) in aanbod, zoals lagere (marginale) belastingen, minder reguleringen, investeringen in infrastructuur, machines, onderwijs.

    algemene economie: algemeen - De wetenschap die de maatschappij als geheel beschouwt, en de verdeling en sturing bestudeert van schaarse productiemiddelen, die zodanig moeten worden ingezet(aanbod) om in zeer uiteenlopende behoeften van consumenten (vraag) te kunnen voorzien. In deze verdeling (allocatie) worden continu afwegingen gemaakt, waarbij het principe van vergelijken en ruil een belangrijke plaats innemen.
    De ~ wordt wel onderverdeeld in micro-economie en macro-economie. Micro-economie beschrijft de keuzes van één consument of producent. In de macro-economie worden deze (enkele of alle) individuen bij elkaar opgetelt en verwerkt tot geaggregeerde grootheden. (bijv: de vraag van één consument is micro, de vraag van een heel land is macro). - Zie ook: tegenstelling bedrijfseconomie

    bewegingstypen in de macro-economie: nationaal inkomen, werkgelegenheid - zijn de seizoenbeweging, de conjunctuurbeweging en de trend.

    centraal geleide economie: algemeen - Economie waarin de beslissingen over het gebruik van de beschikbare productiefactoren niet worden overgelaten aan het marktmechanisme, maar worden genomen door een vrij beperkte groep beslissers die hun besluiten vastleggen in een dwingend plan. Vandaar dat vaak ook de term planeconomie wordt gebruikt (Schöndorff c.s.). De voormalige Sovjet-Unie had van deze vorm de meeste kenmerken met door het politbureau bepaalde meerjarenplannen. - Zie ook: tegenstelling marktmechanisme niet gelijk aan planeconomie onderdeel georiënteerde markteconomie tegenstelling vrije ruilverkeershuishouding

    commerciële economie: algemeen, consumenten en producenten - Onderdeel van de economie dat zich toelegt op het ondernemingsbeleid dat direct of indirect in relatie staat tot de beheersing en voorziening van voor de onderneming relevante markten. Daarbij gaat het zowel om de verkoop- als om de inkoopmarkten. Een van de centrale begrippen is de marketing mix (het geheel van marketingactiviteiten), de zogeheten vier P's van de marketing: product, prijs, plaats en promotie. (Schöndorff c.s.)

    datum / data van de economie: grondbegrip - een datum is een feit dat voor een wetenschap (zoals de economie) een belangrijke factor is, maar het verklaren van dat feit wordt aan andere wetenschappen overgelaten. Concreet vormen zij de grenzen van een wetenschapsgebied. De data van de economie zijn: de behoeftenschema's, hoeveelheid en kwaliteit van de productiefactoren, economische orde, en de stand van de technische kennis.(N.B. de hoeveelheid van de productiefactor kapitaal is geen datum, immers het investeren is een economische grootheid waarover de economie als wetenschap iets over moet kunnen zeggen.)

    duurzame economie: collectieve sector / economische orde en politiek - Een economie waarin groei, versterking van de concurrentiekracht en een toename van de werkgelegenheid worden gecombineerd met een beter beheer van ruimte, natuur en een vermindering van de milieudruk.

    economie: algemeen - 1. De economische wetenschap gaat over de wensen van mensen en hoe ze proberen die wensen te vervullen. Het gaat om de behoeften en de manier waarop daarin wordt voorzien. Daarvoor gebruiken ze schaarse, alternatief (op verschillende manieren) aanwendbare middelen. Het gaat in de economie dus om: het bestuderen van menselijk handelen; het bestaan van menselijke behoeften; de wens deze te bevredigen; de schaarste van de bevredigingsmiddelen; de verschillende gebruiksmogelijkheden van de middelen. Een voorbeeld: iemand heeft per dag 2 uur beschikbaar om of te studeren of te 'joggen'. Op dit moment doet hij beide 1 uur. Nu wil hij een uur extra studeren. Binnen de gegeven beperking moet hij nu een uur 'joggen' opofferen. Een uur extra studeren 'kost' hem een uur 'joggen'. De behoeften zijn hier studeren en 'joggen'; het alternatief aanwendbare middel is tijd gemeten in hele uren. (Schöndorff c.s.). 2. Het begrip Economie wordt ook gebruikt in de zin van 'de economie van Nederland'. Daarbij gaat het over de algemene economische situatie: de omvang van het binnenlands product, de werkgelegenheid, de ontwikkeling van lonen en prijzen, de handelsbetrekkingen met het buitenland. (Schöndorff c.s.).

    formele economie: algemeen - Het CBS kan in zijn statistieken alleen die zaken meten waarvoor een inkomen wordt ontvangen. Meestal in de vorm van geld, soms in natura. Daarbij gaat het dan over normale transacties in wat we de formele economie noemen. Maar mensen maken en doen heel wat dingen zonder dat daar een betaling tegenover staat. Het werk in de huishouding - koken, stofzuigen, wassen, boodschappen doen, kinderen verzorgen, enzovoort - is een belangrijk voorbeeld. Daarnaast zijn er allerlei doe-het-zelf activiteiten als repareren, timmeren en schilderen. Ten derde is er veel vrijwilligerswerk, in en buiten verenigingen. We hebben het dan over de informele economie. Beide situaties hebben met economie te maken: er wordt immers in beide gevallen in behoeften van mensen voorzien. De verborgen economie bestaat uit de hier opgenoemde - wettelijk toegestane - zaken, maar daarnaast zijn er ook handelingen die in strijd zijn met de wet. Een voorbeeld daarvan is zwart werken: over je verdiensten wordt geen belasting en sociale lasten betaald. Dit wordt het zwarte circuit genoemd. Hoe groot de verborgen economie is, valt moeilijk te zeggen; daar is hij 'verborgen' voor. (Schöndorff c.s.). - Zie ook: tegenstelling informele economie onderdeel verborgen economie

    georiënteerde markteconomie: algemeen - Producenten en consumenten beslissen over productie, investeringen en consumptie binnen door de overheid gestelde grenzen. (Schöndorff c.s.). Het is een mengvorm tussen de centraal geleide economie en de vrije ruilverkeershuishouding. - Zie ook: onderdeel economische orde onderdeel centraal geleide economie onderdeel vrije ruilverkeershuishouding

    gesloten economie: internationaal - Een economie die geen (of weinig) handelsrelaties heeft met het buitenland. Hoe open of gesloten een economie is kan bijv. worden gemeten met behulp van de invoerquote. In het algemeen geldt dat hoe groter een economie is, hoe minder open hij is. (Schöndorff c.s.). - Zie ook: tegenstelling open economie onderdeel imvoerquote

    grijze economie: arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is dat deel van de informele economie, dat legaal is, zoals vrijwilligers werk.

    informele economie: groei en conjunctuur - De legale economische activiteiten die niet in de officiële cijfers tot uitdrukking komen, omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek ze niet waarneemt. (Schöndorff c.s.). - Zie ook: tegenstelling formele economie onderdeel verborgen economie

    institutionele economie: algemeen - Economische theorie die ervan uitgaat dat mensen niet alleen op grond van rationele beslissingen handelen. De traditionele neo-klassieke theorie bestudeert het gedrag van rationeel handelende subjecten, die volledig zijn geïnformeerd en die ook volkomen kennis van de toekomst hebben (perfect foresight). Op grond van dit uitgangspunt brengt het marktmechanisme onder volkomen concurrentie een optimale allocatie van de productiemiddelen tot stand. Hiervoor zijn weinig instituties vereist: voldoende zijn vaststaande en afdwingbare eigendomsrechten en een perfect functionerend marktmechanisme. De institutionele economie vindt de werkhypothese van de rationeel handelende mens te ver afstaan van de wijze waarop mensen in hun dagelijks leven handelen. Mensen zijn niet volledig geïnformeerd. Ze hebben maar een beperkte kennis van hun omgeving en van wat andere economische subjecten doen. Daarom moeten ze tijd en geld besteden aan het inwinnen van informatie. Er is sprake van begrensde rationaliteit. Een gevolg is dat ze vaak met vuistregels werken en beslissingen nemen die niet optimaal zijn. Door middel van leerprocessen kunnen mensen hun inzicht in hun omgeving en hun kennis van de toekomst verbeteren. Behalve van begrensde rationaliteit is er volgens de institutionele economie ook sprake van opportunisme. Mensen handelen opportunistisch als hun keuzen uitsluitend zijn gericht op hun eigen belang en niet worden beïnvloed door de wens sociale gedragsregels te respecteren. Opportunisme kan leiden tot misleiding en bedrog. Het bestaan van begrensde rationaliteit en van opportunisme veroorzaakt« transactiekosten. Partijen kunnen immers niet alle omstandigheden voorzien en kunnen niet uitgaan van de onkreukbaarheid van de tegenpartij. (Schöndorff c.s.) - Zie ook: nadere verklaring neoklassieke theorie nadere verklaring marktmechanisme nadere verklaring volkomen concurrentie nadere verklaring optimale allocatie

    klassieke economie: Eng.: classical economics: algemeen, markten en prijzen - Klassieke economen (zoals Adam Smith, David Ricardo, Jean Baptiste Say, Thomas Robert Malthus en in de 20ste eeuw Alfred Marshall) hanteerden twee uitgangspunten. Ten eerste stellen zij groot vertrouwen in de evenwichtherstellende werking van het marktmechanisme: markten worden automatisch geruimd. Werkloosheid is in deze optiek niet anders dan een overschot op de arbeidsmarkt dat zal leiden tot een daling van de prijs van de arbeid (het loon), waardoor de goedkoper geworden arbeid opnieuw zal worden ingeschakeld. Ook op het macro-economisch niveau bestaat geen probleem. Men baseert dit optimisme op de Wet van Say, die erop neer komt dat onder- of overproductie niet kunnen bestaan. De economie bevindt zich, afgezien van tijdelijke verstoringen, altijd in of rond het volledige werkgelegenheidsevenwicht. Keynes valt in 1936 de Klassieken aan door zijn pijlen op deze twee uitgangspunten te richten. Hij betoogt dat het prijsmechanisme helemaal niet zo soepel werkt en dat met name de lonen wel omhoog maar niet omlaag blijken te gaan. Hij ondermijnt voorts de Wet van Say door erop te wijzen dat in een depressie consumenten en producenten zulke sombere vooruitzichten hebben dat ze geneigd zijn hun aankopen uit te stellen. De koopkracht, het geld, stroomt niet door: de mensen potten het op. Zodoende komt er een kink in de kabel, waarbij producenten met onverkochte voorraden blijven zitten. Het is volgens Keynes dan de taak van de overheid de koopkrachtstroom weer op gang te brengen door de eigen bestedingen drastisch op te voeren. De laatste decennia is het Klassieke vertrouwen in de werking van het marktmechanisme (het 'marktdenken') weer sterk op de voorgrond getreden wat in de economische politiek tot uitdrukking komt. Zie ook: neoklassieke economie, Chicago School, Monetaristen (Schöndorff c.s.) - Zie ook: nadere verklaring Malthus nadere verklaring Smith nadere verklaring Say nadere verklaring Wet van Say

    ...






    Lycaeus - Veel Gestelde Vragen (FAQ) - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Disclaimer
    Lycaeus BV is gevestigd te Heelsum en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 32096253. Google Google+


    ©2001-2018 Lycaeus Juridisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden

    Al onze teksten, databanken, afbeeldingen en vormgeving (hierna: Lycaeus' data) worden beschermd door de Auteurswet, de Databankenwet en andere nationale en internationale wet- en regelgeving. Behoudens wettelijke uitzonderingen mogen Lycaeus' data niet worden verveelvoudigd ('framing' mede daaronder begrepen), gekopieerd, gereproduceerd, gedistribueerd, opnieuw gepubliceerd, ingeladen (gedownload), vertoond, verzonden in welke vorm dan ook of op welke wijze dan ook, of aan derden ter beschikking gesteld of openbaar gemaakt, zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming. Check onze Gebruiksvoorwaarden!"