Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

short gaan : financiële zaken - Verkopen van waardepapieren die de verkoper niet bezit, met de bedoeling ze op een later tijdstip goedkoper te kunnen terugkopen. (Schöndorff c.s.)

side-letter : financiële zaken - Engels: een aanvullend document waarin enkele afspraken staan die buiten het officiële contract zijn gehouden. De ~ kan vaak geheime of vertrouwelijke informatie bevatten, of informatie die in eerste instantie niet naar buiten mag komen.
De side letter kwam o.a. in het nieuws toen Ahold-topman Cees van der Hoeven via zo'n constructie dacht de aandeelhouders om de tuin te leiden. Contracten waarbij side-letters mogelijk zijn, zijn overnamecontracten, (denk aan het overnemen van personeel); personeelsovereenkomsten, en koopovereenkomsten.

slang-akkoord : internationaal - Is een monetair akkoord dat een systeem van vaste wisselkoersen (eigenlijk beperkt zwevend) inhield tussen enkele Europese landen, terwijl deze valuta gezamenlijk zweefden ten opzichte van de dollar. Het werd in 1972 gesloten, naar aanleiding van het ontstaan van een systeem van flexibele wisselkoersen in het internationale geldverkeer, doordat de VS de dollar na devaluatie in 1971 lieten zweven. In 1978/1979 ging het slang-akkoord op in het Europees Monetair Stelsel (EMS). Zie ook: onderdeel Europees Monetair Stelsel (EMS)

slaper : algemeen overheid - Werknemer die zijn deelname aan een pensioenregeling vóór de datum van pensionering beëindigt, anders dan door overlijden of het intreden van arbeidsongeschiktheid. (Schöndorff c.s.)

sleutelvaluta : internationale economische betrekkingen / integratie - internationaal goed geaccepteerde valuta. Jarenlang is dit hoofdzakelijk alleen de dollar (US) geweest. Maar tegenwoordig is ook de yen(J), de mark (D) en het pond(Eng) internationaal goed inwisselbaar. De sleutelvaluta's kan men tot de internationale liquiditeiten rekenen

sluitende begroting : algemeen overheid - Volgens voorstanders van een sluitende begroting moeten de totale uitgaven van de overheid elk jaar volledig worden gedekt door de opbrengst van belastingen en eventuele andere overheidsontvangsten. De begroting mag dus geen tekort vertonen dat de overheid via leningen moet financieren. (Schöndorff c.s.)

sluitkoop Eng.: close buy : financiële zaken - Sluitingsaankoop van een optie. (Schöndorff c.s.).

smallcaps : financiële zaken - Engels: Aandelen van bedrijven met een relatief lage marktwaarde. (market capitalization).
Deze wordt berekend door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de waarde per aandeel. Een small cap-bedrijf heeft een waarde van (vuistregel) 100 miljoen tot 1 miljard. Zie ook: niet gelijk aan market cap nadere verklaring large cap mid cap

Smith, Adam : algemeen - (1723-1790) Schots moraalfilosoof en econoom, die wordt beschouwd als de vader van de economische wetenschap. In 1776 publiceerde hij zijn Wealth of Nations, een boek dat grote invloed heeft gehad op het economisch denken. Smith pleit ervoor de mensen vrij te laten in hun handelen, waardoor - terwijl iedereen zijn eigen belang nastreeft - het gemeenschappelijk belang het beste wordt gediend: het klassiek liberalisme. Een onzichtbare hand ('invisible hand') zorgt ervoor dat het economisch systeem een zo groot mogelijke welvaart voor iedereen tot stand brengt. Beroemd is zijn voorbeeld van de speldenfabriek waarmee hij demonstreert hoe arbeidsverdeling tot een grotere arbeidproductiviteit leidt. Als één persoon alle handelingen moet verrichten - het trekken van de draad, het afknippen, het plaatsen van de kop en het scherpen van de punt - dan zou zijn productie erg laag zijn. Maar als ieder zich toelegt op één onderdeel van het productieproces kan het resultaat worden verhonderdvoudigd. (Schöndorff c.s.)

sociaal akkoord : nationaal inkomen, werkgelegenheid - overeenkomst tussen regering, werkgevers en werknemers over sociaal-economische onderwerpen (bijv. met hoeveel procent de lonen mogen stijgen).

sociaal economisch toezicht : geld, bankwezen - is gericht op het bevorderen van een evenwichtige monetaire ontwikkeling, waarbij de aandacht vooral is gericht op het beheersen van de omvang van de binnenlandse liquiditeitenmassa (en in het bijzonder van de maatschappelijke geldhoeveelheid).

sociaal economische driehoek : algemeen overheid - De ministeries van Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (Schöndorff c.s.) De minister van Sociale zaken en werkgelegenheid is nauw betrokken bij de loonvorming. Zie ook: onderdeel Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) onderdeel Centraal Economische Commissie (CEC)

Sociaal Economische Raad (SER) : algemeen, overheid - De SER adviseert de regering en het parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal-economisch beleid. Daarnaast is de SER belast met bestuurlijke en toezichthoudende taken. Zij bestaat uit 33 leden, waarvan elf door werkgevers, elf door werknemers en elf door de Kroon zijn aangewezen. De SER is ook het toporgaan van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Naast het uitbrengen van adviezen vervult de SER ook speciale opdrachten zoals het opstellen van de SER-fusiecode. Deze gedragregels houden in dat bij een fusie de aandeelhouders en de werknemers tijdig van deze plannen op de hoogte gesteld worden. Zie ook: onderdeel Kroonleden

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) : algemeen overheid - In 1973 opgerichte overheidsinstelling die wetenschappelijke verkenningen verricht om te komen tot een samenhangende beschrijving van het sociaal en cultureel welzijn in Nederland en op dit gebied te verwachten ontwikkelingen. Het SCP publiceert in even kalenderjaren het Sociaal en Cultureel Rapport. (Schöndorff c.s.).

sociaal fonds : algemeen overheid - Fondsen waaruit uitkeringen en bepaalde verstrekkingen worden gefinancierd krachtens de socialeverzekeringswetten. De financiering vindt voor het overgrote deel plaats via sociale premies en rijksbijdragen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring sociale premies nadere verklaring rijksbijdragen

sociaal jaarverslag : financiële zaken - Verslag waarin wordt gerapporteerd over de mensen die in de onderneming werken en hun belangen. In zo'n verslag staan gegevens over wisselingen in de omvang van de personeelsbezetting, het Personeelsstatuut, het arbeidsvoorwaardenoverleg, de ondernemingsraad, en de personeelssamenstelling naar fulltimers, parttimers en hulpkrachten. Tenslotte bevat het sociaal jaarverslag informatie over de beloningen van al deze categorieën, over verloop en ziekteverzuim, werkoverleg, personeelsplanning en loopbaanbegeleiding. Ook wordt gerapporteerd over verzekeringen en pensioenen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring ondernemingsraad

sociaal minimum : algemeen overheid - Inkomen waarop individuen/huishouden minimaal aanspraak kunnen maken ingevolge de Algemene bijstandswet. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Algemene bijstandswet

sociaal plan : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - overeenkomst tussen een werkgever en (een vertegenwoordiging van) werknemer(s), waarin de sociale gevolgen voor de werknemer van een reorganisatie worden geregeld.

sociaal recht / sociale zekerheidsrecht : nationaal inkomen, werkgelegenheid - vakgebied dat voornamelijk betrekking heeft de zorginspanningen en -verplichtingen van de overheid. Uitingen daarvan zijn de volksverzekeringen, zoals het wettelijk pensioen (AOW) en de bijstand (Abw), en de werknemersverzekeringen, zoals de werklozenwet (WW), ziektewet (SW) en wet op de arbeidsongeschiktheid (WAO).

sociaal-fiscaal nummer : algemeen overheid - Het unieke nummer (sofi-nummer) waaronder een natuurlijk persoon bij de Belastingdienst is geregistreerd (Schöndorff c.s.)

sociale lasten : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - financiële bijdrage die de werkgevers en werknemers betalen aan de sociale zekerheid.

Sociale Nota : algemeen overheid - Jaarlijkse publicatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De nota presenteert analyses en beleid op het beleidsterrein van het ministerie: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, inkomen en sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden. (Schöndorff c.s.)

sociale partners : algemeen overheid - Vertegenwoordigers van de organisaties van werkgevers en werknemers (Schöndorff c.s.).

sociale premies : algemeen overheid - Inkomensoverdrachten aan de sociale fondsen die zijn bestemd voor de financiering van sociale verzekeringen (Schöndorff c.s.).

sociale uitkering : algemeen overheid - Inkomensoverdracht via de collectieve sector uit hoofde van een sociale verzekering of sociale voorziening (Schöndorff c.s.).

sociale verzekering : algemeen overheid - Wettelijke regeling die werknemers (werknemersverzekering) dan wel alle ingezetenen (volksverzekering) beschermt tegen inkomensverlies en die wordt gefinancierd uit de opbrengst van sociale premies. (Schöndorff c.s.).

sociale voorziening : algemeen overheid - Wettelijke regeling van een inkomensoverdracht die wordt gefinancierd uit de algemene middelen en die bepaalde groepen financiële ondersteuning biedt; de bekendste sociale voorzieningen zijn de bijstand en de kinderbijslag. (Schöndorff c.s.).

sociale zekerheidssector : algemeen overheid - Wordt gevormd door alle instellingen die de sociale wetgeving uitvoeren.

socialisme Eng.: socialism : markten en prijzen - Economische orde waarbij de productiemiddelen eigendom zijn van de gemeenschap; de economische beslissingen worden genomen door een centraal gezag dat ze in de vorm van een dwingend plan oplegt aan bedrijven en gezinnen. De klassiek-socialisten zagen het budgetmechanisme als het geschikte instrument om de allocatie van de productiemiddelen te organiseren. In zijn democratische gedaante gaat het om allocatie van middelen via parlementaire besluitvorming. Neo-socialisten erkennen een aantal tekortkomingen van overheidsproductie. Daarnaast erkennen zij de betekenis van het marktmechanisme als allocatie-instrument. Maar zij hebben ook oog voor de tekortkomingen van de markt. Zij wijzen bijv. op de scheve verdeling van inkomen en vermogen die ontstaat als de markt onbelemmerd zijn gang mag gaan. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel communisme onderdeel budgetmechanisme onderdeel marktfalen onderdeel overheidsfalen

soft loan soft loans : groei en conjunctuur - Engels: een lening tegen soepele voorwaarden. Met een rente lager dan de marktrente, of bijv. aangepaste aflossingsvoorwaarden.
Een ~ kan verstrekt worden aan bedrijven of instellingen die men wil ondersteunen. De wereldbank verstrekt veel ~ aan ontwikkelingslanden.

solidariteit : groei en conjunctuur, consumenten en producenten - hoofdelijkheid van schuldeisers of schuldenaren. Ieder van hen kan dan de hele schuld opvorderen resp. voor het geheel aansprakelijk worden gesteld.

solidariteitbelasting : financiële zaken, overheid - hogere inkomens worden extra belast ten behoeve van de lagere inkomens.

solidariteitsbeginsel : algemeen overheid - De premie voor een regeling is hoger naarmate de heffingsgrondslag hoger is en staat los van de hoogte van de uitkering, die voor iedereen in gelijke omstandigheden een gelijk bedrag is; hierdoor wordt inkomen herverdeeld van hoog naar laag; (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling equivalentiebeginsel

solvabiliteit Eng.: solvability : financiële zaken - De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen op de balans van een onderneming. Daarbij is de vraag aan de orde of de onderneming voldoende eigen vermogen heeft om in geval van faillissement alle verschaffers van vreemd vermogen hun geld terug te betalen. Wordt het eigen vermogen te klein, of zelfs negatief - doordat met verlies wordt gewerkt-, dan zijn de vermogensverhoudingen verstoord. De solvabiliteit is dan onvoldoende om kredietverschaffers en leveranciers het nodige vertrouwen te geven. Bij de schuldeisers van de onderneming gaat het signaal op rood: zullen zij straks hun vordering wel kunnen innen? Bij producten die een langdurige 'after sales-service' vereisen, haken ook de klanten af. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling liquiditeit

solvabiliteitstoezicht : financiële zaken markten en prijzen - toezicht dat gehouden wordt door De Nederlandsche Bank op kredietinstellingen of ze wel voldoende solvabel zijn, d.w.z. ook op lange termijn in staat zijn om aan al hun verplichtingen te voldoen.

solvabiliteitsvoorschriften : geld, bankwezen - voorschriften betreffende de verhouding tussen verschillende vormen van kredietverlening door banken en het eigen vermogen.

sommatiebrief : financiële zaken consumenten en producenten - brief waarin een persoon wordt aangemaand tot nakoming van zijn contractuele of wettelijke verplichtingen; ingebrekestelling. Bijv. Derhalve verzoek ik u - en voor zover nodig sommeer u - om binnen 10 dagen na heden de tien broodmachines te leveren, bij gebreke waarvan u in verzuim zult zijn en ik mij vrij acht om rechtsmaatregelen te treffen.

sommenverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering, welke op een vooraf overeengekomen moment en bij vooraf overeengekomen gebeurtenis een geldsom of periodieke uitkering uitkeert die onafhankelijk is van de geleden schade.

soorten monopolies : producentengedrag - Indeling naar de wijze van ontstaan: het natuurlijk monopolie, het overheidsmonopolie, technologisch monopolie en het feitelijke monopolie.

Spaarbeleggingshypotheek : - In de levensverzekering van de hypotheek kan zowel worden gespaard (zoals bij een spaarhypotheek) als worden belegd (zoals bij een beleggingshypotheek). De verhouding tussen beide kan naar keuze worden bepaald. Tijdens de looptijd kan daarin nog verandering worden aangebracht. Geheel sparen (spaarvariant) of geheel beleggen (beleggingsvariant) kan ook. Voor het overhevelen van opgebouwd kapitaal van sparen naar beleggen en andersom, kunnen hoge kosten worden berekend. Zie ook: onderdeel Levenhypotheek

spaarfunctie (macro-economische) : nationaal inkomen, werkgelegenheid - beschrijft het verband tussen de voorgenomen besparingen en het nationaal inkomen. Is de consumptiefunctie bekend, dan is daaruit de spaarfunctie af te leiden.

spaarhypotheek : - De premie voor de meeverbonden levensverzekering dient voor een deel om het overlijdensrisico te verzekeren (de `risicopremie`) en voor het overige deel om de aflossing bij elkaar te sparen (de `spaarpremie`). Over de spaarpremie wordt een rente vergoed die altijd gelijk is aan de overeengekomen hypotheekrente. Er wordt een aflossingskapitaal bijeen gespaard dat op ieder moment even hoog is als de aflossing bij een vergelijkbare annuïteitenhypotheek. Op de einddatum is de beoogde aflossing gegarandeerd bijeen gespaard.

spaarloon : algemeen overheid - Deel van het loon dat werknemers sparen via een door de werk¡gever in het leven geroepen regeling. Sinds 1994 geldt voor spaarloon in Nederland een fiscale tegemoetkoming: de inleg is fiscaal onbelast (tot een maximum). (Schöndorff c.s.)

spaarparadox : nationaal inkomen, werkgelegenheid - het verschijnsel dat bij toename van de spaarneiging (grotere marginale spaarquote) achteraf blijkt dat de totale besparingen lager zijn. Dit verschijnsel kan als het volgt worden verklaard: Bij een toename van de marginale spaarquote daalt de effectieve vraag dus ook het nationaal inkomen. Hierdoor zullen de totale besparingen lager uitvallen, ook al is het spaaroffer groter geworden.

spaarquote : groei en conjunctuur - Het gedeelte van het nationaal inkomen dat wordt gespaard. De spaarquote speelt een belangrijke rol bij de productiegroei. Besparingen worden omgezet in investeringen en deze vergroten de voorraad kapitaalgoederen, waardoor in de toekomst een grotere productie kan worden gerealiseerd. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel groeitheorie

sparen : groei en conjunctuur - Het niet besteden van een deel van het inkomen (Schöndorff c.s.).

Special Drawing Rights (SDR's), XDR : internationaal - Engels: kredietmogelijkheid aan landen, verstrekt door het IMF.
Deze in eind 1967 te Rio de Janeiro afgesproken rechten zijn toen gecreëerd om in de groeiende behoefte te voorzien aan een internationale liquiditeit naast de dollar. De oorspronkelijke waarde was toen uitgedrukt in een bepaalde hoeveelheid goud (men sprak toen van papiergoud), maar na de devaluatie van de dollar in 1971 en 1972, en het opheffen van de convertibiliteit (= inwisselbaarheid) van de dollar in goud nam men als waarde voor de SDR een gewogen gemiddelde van 16 sterkste valuta in de wereld (valutamandje). Thans is de SDR (meer dan vijftien jaar) uitgedrukt in een pakket van vijf sterkste/belangrijkste valuta (Dollar, Yen, britse Pond en de Euro). De SDR's zijn tegenwoordig op te vatten als een soort van giraal betaalmiddel, waarmee Centrale banken in de wereld elkaars valuta kunnen kopen.
Ook fungeert de SDR wel als rekenmiddel (currency code = XDR). Zo kunnen internationale boetes in SDR's gegeven worden. Ook zijn er landen die hun nationale munt vastpinnen aan de SDR. (Syrië, 2007)

speciale beleningen : groei en conjunctuur - Aanvullende kredietsteun van de Europese Centrale Bank (ECB) aan de particuliere banken (boven de basisherfinancieringsfaciliteit). (Schöndorff c.s.).

speciale economische zones : groei en conjunctuur - ? In 1978-79 is een eerste viertal Speciale Economische Zones (SEZ) in Zuid-China ingericht. Een soort kapitalistische eilandjes binnen het Chinese socialistisch gebied, waar buitenlandse investeerders speciale voorrechten genieten. (Schöndorff c.s.)

specialisatie : markten en prijzen, groei en conjunctuur - Een individu, onderneming of land legt zich toe op een bepaalde bekwaamheid, dienst of product (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel bedrijfskolom onderdeel differentiatie tegenstelling parallellisatie onderdeel integratie

specialiteitsbeginsel : pand en hypotheek - beginsel dat inhoudt dat een hypotheekakte een aanduiding dient te bevatten van de vordering waarvoor de hypotheek tot zekerheid strekt of van de feiten aan de hand waarvan die vordering kan worden bepaald

specifieke afdrachtkorting (SPAK) : algemeen overheid - vermindering van af te dragen premies volksverzekeringen en loonbelasting waarop werkgevers aanspraak kunnen maken wanneer zij laag betaalde werknemers in dienst nemen/hebben. (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel afdrachtkorting nadere verklaring loonbelasting nadere verklaring premies volksverzekeringen

specifieke uitkering : algemeen overheid - Uitkering van de rijksoverheid aan gemeenten en provincies waarbij de bestedingsrichting vooraf is aangegeven (Schöndorff c.s.).

speculant : financiële zaken - Iemand die gebruik maakt van prijsverschillen die in de loop van de tijd optreden op een markt. De speculant vormt zich op basis van beschikbare informatie een verwachting van het toekomstige prijsverloop (gebeurt dit zonder enige relevante informatie in de besluitvorming te betrekken, dan is sprake van een casinospeculant) en besluit daarop te kopen, omdat hij uitgaat van een prijsstijging (speculatie à la hausse) of te verkopen omdat hij een prijsdaling verwacht (speculatie à la baisse). In dit laatste geval zal de speculant vaak een verkoop op termijn plegen. Hij verkoopt waardepapieren met levering in de toekomst tegen een nu vastgestelde prijs. Daarbij gaat hij ervan uit dat hij de waardepapieren op het afgesproken moment van levering goedkoper zal kunnen inkopen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: belegger

speculatief kapitaalverkeer : internationaal - Kapitaalbewegingen die ontstaan om te kunnen profiteren van bijv. renteverschillen of wisselkoersbewegingen. Ook wel: flitskapitaal, 'hot money'. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel incidentele kapitaalverkeer

speculatiemotief : geld, geldschepping - als beleggers een rentestijging en dus een koersdaling van obligaties verwachten zullen zij wachten met beleggen en hun geld in kas bewaren

speltheorie Eng.: theory of games : algemeen - theoretische analyse van twee soorten situaties. Ten eerste de toestand van zuiver conflict, waarbij de winst van de één het verlies van de ander impliceert (zero-sum game). Ten tweede een toestand tussen conflict en samenwerking in, waarbij samenwerking het gezamenlijke voordeel kan vergroten. De theorie wordt toegepast op economische, politieke en sociale vraagstukken. bijv. de wapenwedloop en het gedrag bij een oligopolie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring oligopolie

spilkoers : internationaal - Vastgestelde koersverhouding tussen valuta's binnen een systeem van stabiele wisselkoersen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel bandbreedte onderdeel pariteit onderdeel Europees Monetair Stelsel (EMS) onderdeel stabiele wisselkoersen

spill-over effecten : algemeen overheid - Economische activiteiten op een bepaald gebied hebben gevolgen voor (ælopen over naarÆ) economische activi¡teiten op een naburig gebied. Een sprekend voorbeeld zijn de sociaal-cultu¡rele voorzieningen die een centrumgemeente tot stand brengt, en waar ook inwoners van omringende forensengemeenten van profi¡teren. Vaak houdt de centrumgemeente met die uit¡stra¡lingsef¡fecten onvoldoende rekening, tenzij een hogere be¡stuurslaag coördinerend optreedt, bijv. door - in dit voorbeeld - de omrin¡gende gemeenten te dwingen mee te betalen voor de sociaal-culturele voorzieningen van de centrumgemeen¡te, dan wel door centrumgemeenten extra middelen ter beschik¡king te stellen - die deels worden opgebracht door belasting¡be¡talers in omringende gemeenten -- uit het gemeentefonds of via een specifieke uitkering, om aldus de hoge kosten van de desbetref¡fende voorzienin¡gen te dekken. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring gemeentefonds nadere verklaring specifieke uitkering

spillovers van kennis : - houdt in dat een (deel van) de baten van kennis weglekt naar derden, zonder dat degene van wie de kennis afkomstig is daarvoor wordt gecompenseerd.

spinnenwebtheorema : consumenten en producenten, markten en prijzen - De grafische beschrijving van de varkenscyclus (Schöndorff c.s.).

splitsing / splitsen / gesplitst : markten en prijzen, groei en conjunctuur - is zuivere splitsing of afsplitsing.

spoorboekje : groei en conjunctuur - Beschrijving hoe gevoelig de uitkomsten van een modelmatige analyse van de nationale economie zijn wanneer bepaalde daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen - bijv. inzake de wereldolieprijs of de groei van de wereldhandel, de loonstijging - worden gewijzigd. Uitkomsten in de vorm van æspoorboekjesÆ staan in de Macro-economische Verkenning en het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Macro-economische Verkenning nadere verklaring Centraal Economisch Plan (CEP)

spotmarkt : financiële zaken - Deel van de markt waar levering en betaling zeer kort na het afsluiten van de transactie plaatsvinden. bijv. de spotmarkt voor ruwe aardolie in Rotterdam. Tegenhanger van de spotmarkt is de termijnmarkt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling termijnmarkt