Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

pro memorie (PM) : - Latijn: ter herinnering. Wordt vaak gebruikt bij begrotingen of kostenramingen als (nog) geen uitsluitsel bestaat over de kosten.

pro resto : financiële zaken - Latijn: wat nog resteert. De restantschuld, het deel van de oorspronkelijke lening dat nog openstaat na aftrek van alle gedane aflossingen op de hypotheekrestschuld.

procent en procentpunt : algemeen - Een stijging van 20% naa25% is een stijging van 25% (5/20 * 100%). Ten onrechte wordt soms gesteld dat dit een stijging van 5% zou zijn; het is een stijging van 5 procentpunten. (Schöndorff c.s.)

procescertificaat : - Document waarin wordt verklaard dat werkzaamheden voldoen aan bepaalde specificaties

pro-cyclisch beleid : groei en conjunctuur - Beleid dat, in tegenstelling tot het zogeheten anticyclisch beleid - de conjunctuurbeweging onbedoeld versterkt in plaats van haar af te zwakken. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling anti-cyclisch beleid

producentenvertrouwen : groei en conjunctuur - Een door het CBS samengestelde indicator die gebaseerd is op oordelen en verwachtingen van ondernemers over de orderpositie en de voorraden, het gereed product en de verwachtingen van de bedrijvigheid. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring CBS

produceren : algemeen - Het voortbrengen van goederen en diensten door ondernemingen met behulp van productiefactoren (Schöndorff c.s.).

productcertificaat : - Verklaring dat een product voldoet aan bepaalde technische specificaties. Deze zijn vaak vastgelegd in een norm (bijv. NEN, zie aldaar) of in een attest

productdifferentiatie : markten en prijzen - Het bestaan van kwaliteitsverschillen waardoor kopers voorkeur hebben voor product A in plaats van product B, ook al zouden de prijzen identiek zijn. Hierdoor worden de goederen heterogeen en de markt onvolkomen. (Schöndorff c.s.). Producenten streven ernaar (commercieel beleid) om hun producten te onderscheiden van die van de concurrenten. Hierbij is het voeren van een duidelijke merknaam onontbeerlijk. De verschillen kunnen bijv. ontstaan door verschil in kwaliteit, vormgeving of service. Ook door reclame kan de kopersvoorkeur veranderen, en neemt de heterogeniteit van een product toe. Zie ook: onderdeel onvolkomen concurrentie onderdeel heterogene goederen

productencoöperatie : groei en conjunctuur, markten en prijzen - samenwerkingsverband van personen die in dienst van dat verband werken.

productiecapaciteit : consumenten en producenten - De maximale hoeveelheid goederen en diensten die in een periode kan worden voortgebracht wanneer alle productiefactoren volledig zijn ingeschakeld (Schöndorff c.s.). De volgende factoren bepalen de hoogte van de productiecapaciteit: omvang en kwaliteit van de beroepsbevolking, de hoeveelheid en kwaliteit van de kapitaalgoederen en de technische ontwikkeling. Toename van de productiecapaciteit is mogelijk door nieuwe investeringen (meer kapitaalgoederen zoals machines en gebouwen / fabrieken), scholing (beter geschoolde werknemers leveren meer en betere prestaties) en verdere ontwikkeling van de techniek (toepassen van nieuwe / betere technieken vergroot de productiviteit).

productie-elasticiteit van kapitaal : consumentengedrag - geeft de verhouding aan van de procentuele verandering van de productie en een kleine procentuele verandering van de hoeveelheid kapitaal.

productiefactor : algemeen, groei en conjunctuur - Is een middel waarmee geproduceerd kan worden. Er worden drie productiefactoren onderscheiden: natuur, arbeid en kapitaal . De eerste twee noemt men oorspronkelijk, en kapitaal noemt men de afgeleide productiefactor. De opvatting dat er nog een vierde productiefactor zou zijn, de ondernemersactiviteit, wordt door veel economen als onjuist gezien.

productiefactor arbeid : groei en conjunctuur - Alle geestelijke en lichamelijke inspanning van mensen ten dienste van de productie (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel arbeid

productiefactor kapitaal : groei en conjunctuur - De goederen die zijn ingeschakeld bij het productieproces om er kapitaal- en consumptiegoederen mee te produceren. (Schöndorff c.s.)

productiefactor natuur : groei en conjunctuur - De grond, het water, de lucht en alles daarop en daarin voor zover niet door mensen geproduceerd. (Schöndorff c.s.)

productiefunctie : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - geeft het verband tussen de hoogte van de productie en de ingezette productiefactoren. De productiefactor die uiteindelijk de hoogte van de productie bepaalt, wordt de knelpuntfactor genoemd.

productiegroei : groei en conjunctuur - Met groei wordt bedoeld de toeneming van het bruto binnenlands product. Ofwel de groei van de waarde van alle in een jaar in een land geproduceerde goederen en diensten. Er zijn jaren met snelle groei en jaren waarin de productie maar weinig toeneemt. De productie kan ook krimpen. De gemiddelde groei over een reeks van jaren heet de trendmatige groei of trend. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Bruto Binnenlands Product (BNP)

productiekartel : producentengedrag - Zie hoeveelheidskartel.

productiestructuur : groei en conjunctuur - De wijze waarop de productie is ingericht. (Schöndorff c.s.)

productievolume van bedrijven : groei en conjunctuur - De hoeveelheid goederen en diensten die elk jaar in de bedrijven wordt geproduceerd. (Schöndorff c.s.)

productiviteit : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is de productie per productiefactor per tijdseenheid. Men onderscheidt de arbeidsproductiviteit en de kapitaalproductiviteit.

productiviteitsval : groei en conjunctuur - De arbeidsproductiviteit van een (potentiële) werknemer weegt niet op tegen zijn totale arbeidskosten zodat het voor een werkgever financieel niet aantrekkelijk is de betrokkene in dienst te nemen of te houden. (Schöndorff c.s.)

productschap : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - Krachtens de wet op de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) ingesteld openbaar lichaam dat in het leven is geroepen voor behartiging van de gemeenschappelijke belangen van ondernemingen die werkzaam zijn in de verschillende fasen van het productieproces van een bepaalde productsoort. De meeste productschappen vinden we in de agrarische sector. Nationale en vooral Europese wetgeving heeft de werkingssfeer van de productschappen steeds verder ingeperkt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel bedrijfschap

proeftijd : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - aanvangsperiode van maximaal twee maanden waarbinnen werknemer en werkgever het dienstverband kunnen toetsen en zonder meer onmiddellijk kunnen beëindigen.

profijtbeginsel : algemeen overheid - De overheid laat gebruikers een bijdrage betalen voor het gebruik van een overigens gesubsidieerd goed (Schöndorff c.s.). Voorbeelden zijn de motorrijtuigenbelasting, omroepbijdrage, paspoortleges, school- en collegegeld, reinigingsrechten, etc. Zie ook: onderdeel retributies

programmahulp voor concentratielanden : internationale economische betrekkingen / integratie - is een vorm van ontwikkelingshulp, waarbij de overheid heeft gekozen voor enkele ontwikkelingsplannen. In plaats van alle ontwikkelingslanden een beetje hulp te bieden, wordt nu de hulp geconcentreerd, waardoor de kans op succes veel groter is. Wordt de hulp zoveel mogelijk aangewend voor de armste landen, dan spreekt men ook wel van concentratielanden.

progressief belastingtarief : algemeen overheid - Naarmate de grondslag van een belasting (inkomen, vermogen) hoger is dient daarvan een groter deel aan de fiscus te worden afgedragen. Het meest bekende voorbeeld is de inkomstenbelasting: naarmate het belastbaar inkomen stijgt, betaalt iemand van zijn inkomen een hoger percentage aan inkomstenbelasting. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Bentham-progressie onderdeel draagkrachtbeginsel

progressieve stijging : producentengedrag - van kosten houdt in dat de kosten meer dan evenredig stijgen met de productieomvang. Dit gedeelte van de kostencurve komt overeen met de afnemende meeropbrengsten van de Wet van de toe- en afnemende meeropbrengsten..

projectaanbieding : financiële zaken - Bij nieuwbouw bieden banken soms hypotheken aan op gunstiger condities dan normaal. Er worden dan bijv. rentekortingen verleend voor de eerste rentevaste periode, de afsluitprovisie is lager, enz.

prolongatie : financiële zaken markten en prijzen - lening op onderpand van effecten. (bron: beleggingsplein.nl)

promesse : financiële zaken - stuk papier, met daarop de belofte een bepaalde som te betalen, datum en ondertekening. Kan zijn aan order (dan synoniem met orderbriefje) of aan toonder (bijv: bankbiljet of ch`que).

promotionele acties : producentengedrag - vormen een onderdeel van de marketing mix, zoals reclame en tijdelijke aanbiedingen.

proportionele stijging : producentengedrag - van kosten houdt dat de kosten evenredig stijgen met de productieomvang. In deze situatie is de TK (en de TVK ) een lineaire functie (dus een rechte lijn), en geldt dat GVK = MK (= constant).

prospectus : financiële zaken - Latijn: Brochure waarin ondernemingen informatie verschaffen over hun bedrijf en over de door hen aangeboden waardepapieren (aandelen of obligaties). Een ~ wordt uitgegeven bij een aanstaande emissie van deze waardepapieren, om (potentiële) investeerders te informeren over de inschrijvings- en stortingsdatum, het aantal en de aard van de te plaatsen securities (gaat het bijv. om gewone aandelen of preferente aandelen, om gewone of converteerbare obligaties), etc.. Ook bevat het prospectus informatie over de onderneming zelf, en uiteraard toegespitst op de plannen voor investering van het nieuw aan te trekken kapitaal. Zie ook: onderdeel emissie

protectie : internationaal - Hiervan is sprake wanneer de overheid van een land ingrijpt in het internationale handels- en/of betalingsverkeer met als doel de bescherming van de eigen producenten. Instrumenten die hiervoor kunnen worden ingezet zijn: 1. invoerquota; hierbij wordt een maximum gesteld aan de hoeveelheid die per jaar mag worden ingevoerd. 2. invoerrechten; dit is een kostprijsverhogende belasting op geïmporteerde producten. 3. uitvoersubsidies; deze subsidies moeten het de lokale producenten mogelijk maken de concurrentie aan te gaan op buitenlandse markten. 4. producentensubsidies; hierbij kan het bijv. gaan om bevoordeling van lokale producenten bij het toekennen van overheidsopdrachten. 5. overige non-tarifaire handelsbelemmeringen. Voorbeelden: het stellen van verscherpte kwaliteitseisen aan buitenlandse producten, het verbieden van bepaalde in het buitenland gebruikte grondstoffen (zoals genetisch gemanipuleerde soja). (Schöndorff c.s.).

protocol : financiële zaken markten en prijzen - overeenkomst tussen DNB en de Verzekeringskamer aangaande het toezicht op financiële conglomeraten. Op grond hiervan worden ook rapportageverplichtingen aan financiële conglomeraten opgelegd. (bron: DNB)

provinciale belastingen : financiële zaken, overheid - belasting waartoe door provinciale staten door het vaststellen van een belastingverordening besloten kan worden.

provinciefonds : internationaal - Fonds is onderdeel van de rijksbegroting waaruit jaarlijks (algemene) uitkeringen worden gedaan aan de provincies, ter dekking van een deel van hun uitgaven. De jaarlijkse groei van het fonds op basis van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accr`s genoemd. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring netto gecorrigeerde rijksuitgaven

provisie : groei en conjunctuur, markten en prijzen - het bedrag dat een handelsvertegenwoordigers boven op het (basis)salaris ontvangt en dat percentueel berekend is op hetgeen hij in een bepaalde periode heeft omgezet.

publieke sector : algemeen overheid - Collectieve sector: het totaal van de overheid en de instellingen die de sociale verzekeringen verzorgen. (Schöndorff c.s.)

publiekprivate samenwerking : markten en prijzen, overheid - Vormen van samenwerking tussen marktpartijen en de overheid waarbij gezocht wordt naar een vorm die een doelmatiger inzet van schaarse middelen mogelijk maakt (Schöndorff c.s.).

Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisatie (PBO) : markten en prijzen overheid - Organen van werkgevers en werknemers die bij wet zijn ingesteld om de belangen van bepaalde bedrijfssectoren te behartigen en die onder andere bevoegd zijn bindende verordeningen uit te vaardigen en heffingen op te leggen (om de eigen activiteiten te financieren). (Schöndorff c.s.)

publiekrechtelijke rechtspersoon : producentengedrag - de Staat, provincie, gemeente, waterschap, alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Grondwet regelgevende bevoegdheden zijn verleend.

publieksmisleiding : financiële zaken markten en prijzen - door het opzettelijk verzwijgen of verminden van ware, of voorspiegelen van valse feiten of omstandigheden trachten het publiek tot inschrijving of deelneming te bewegen. Dit is verboden voor een ieder die effecten uitgeeft of belast is met, of zijn medewerking verleent tot het plaatsen van effecten.

punt van Cournot : producentengedrag - Punt op de prijsafzetcurve waarbij de monopolist zijn maximale winst behaalt. Omdat het punt altijd op de linkerhelft van de prijsafzetfunctie zit is de omzet niet maximaal. Bij een lagere prijs zal de omzet stijgen, omdat prijselasticiteit van de vraag in het punt van Cournot elastisch is. Een prijsdaling doet de vraag meer dan evenredig stijgen. In het midden van de vraagcurve is de omzet maximaal en prijselasticiteit -1. Zie ook: onderdeel potentiële concurrenten

punt van Lerner : producentengedrag - punt op de prijsafzetcurve waarbij voor de monopolist de prijs gelijk is aan de marginale kosten. Er is dan sprake van optimale allocatie.

quartaire sector : groei en conjunctuur - Deze sector omvat de dienstverlening zonder winstoogmerk. Daarnaast worden onderscheiden de primaire sector, de secundaire sector en de tertiaire sector. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel primaire sector onderdeel secundaire sector onderdeel tertiaire sector

quasi-collectieve goederen : algemeen overheid - Individuele goederen die door de overheid beneden de kostprijs of zelfs gratis worden verstrekt. (Schöndorff c.s.). Deze goederen heeft de overheid om maatschappelijke (of praktische) redenen zelf in productie genomen. De financiering vindt (voornamelijk) plaats via de algemene middelen. Voorbeelden zijn het onderwijs en de wegen. De quasi-collectieve goederen worden soms ook wel semi-collectieve goederen of pseudo-collectieve goederen genoemd.

quick ratio : financiële zaken - Engels: Balans-kengetal dat de liquiditeit van een onderneming aangeeft. ~ = verhouding (courante activa minus de voorraden) en het korte termijn vreemde vermogen.
Het verhoudingsgetal geeft de mate aan waarin de onderneming op korte termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Deze termijn wordt in dit geval zo kort verondersteld, dat de voorraden niet direct ten gelde kunnen worden gemaakt. Zie ook: niet gelijk aan current ratio

quitantie aan toonder : groei en conjunctuur, markten en prijzen - stuk papier, met daarop de belofte een bepaalde som te betalen, datum en ondertekening; is slechts tien dagen na de dagtekening geldig.

quorum : algemeen - Latijn: minimaal aantal aanwezigen dat vereist is om een vergadering te kunnen openen, te beraadslagen en/of te besluiten.

quotum : internationaal - Bijdrage van lidstaten aan het Internationaal Monetair Fonds (Schöndorff c.s.). Bij toetreding heeft een land 25% van het quotum in goud moeten storten en 75% in eigen valuta. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid dat het IMF allerlei leningen kan verstekken. De rechten om te lenen worden trekkingsrechten genoemd. De omvang van het quotum zal het deelnemend land laten afhangen van de (te verwachten) deelname in het handelsverkeer. Zie ook: onderdeel contingent

Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland : - Instantie die in de meeste koop-/aannemingsovereenkomsten bevoegd is verklaard om geschillen tussen de bouwondernemer en de consument te beslechten

Raad van Bestuur (RvB) Eng.: Board of management : financiële zaken - De directie van een vennootschap (Schöndorff c.s.).

Raad van Commissarissen (RvC) Eng.: Board of supervisory directors : financiële zaken - De commissarissen van een vennootschap die namens de aandeelhouders toezicht houden op het beleid van de directie en de directie adviseren (Schöndorff c.s.).

Raad van de Europese Unie : internationaal - Orgaan van de Europese Unie (EU) waarin de regeringen van elk van de lidstaten zijn vertegenwoordigd. De Raad neemt de besluiten in de EU (binnen de door de Europese Raad afgesloten algemene politieke overeenkomsten. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Europese Raad

Raad van Europa : internationaal - Deze werd in 1949 door zestien Europese staten opgericht om de eenheid en de samenwerking in Europa te bevorderen. Intussen maken 46 staten deel uit van de Raad van Europa, waarvan de zetel in Straatsburg is gevestigd. De Raad van Europa heeft zich bijzonder sterk kunnen profileren op de terreinen mensenrechten, sociale zaken, onderwijs en cultuur. Aangezien de organen van de Raad van Europa geen bindende rechtsnormen kunnen vaststellen, moeten de besluiten door de afzonderlijke lidstaten worden geratificeerd. De Europese Commissie voor de rechten van de mens en het Europese Hof voor de rechten van de mens zijn opgericht ter handhaving van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, dat in het kader van de Raad van Europa werd gesloten. (Schöndorff c.s.).

Raad van Ministers van de Europese Unie : internationaal - Instelling van de EU, bestaande uit de ministers van de EU-lidstaten. De samenstelling van de ~ is afhankelijk van het onderwerp (bron: DNB). De Raad bespreekt voorstellen van de Europese Commissie en neemt besluiten, die bindend zijn voor de lidstaten. Bij de besluitvorming heeft elk land het recht van veto. Doordat de besluiten bindend zijn voor de lidstaten is het een supranationaal orgaan.

Raad voor de financiële verhoudingen : algemeen overheid - Adviesorgaan op het terrein van de gemeentelijke en de provinciale belastingen. (Schöndorff c.s.)

Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) : algemeen overheid - Coördinerend orgaan op het terrein van de economische politiek dat bestaat uit leden van de Centraal Economische Commissie plus de ministers en de staatssecretarissen van de sociaal economische driehoek (Schöndorff c.s.); coördinerend orgaan op het gebied van de economische politiek. Zie ook: onderdeel sociaal economische driehoek

rapportageplicht : producentengedrag - plicht van de ambtenaar om een rapport op te maken terzake geconstateerde overtredingen van de medewerkingsplicht, financiële transparantie of concentratietoezicht.

rationeel handelen : algemeen - In de traditionele neoklassieke economische theorie wordt als werkhypothese een individu geponeerd dat volledige kennis heeft van alle omstandigheden die zijn keuzen beïnvloeden. Dit individu heeft ook volkomen kennis van de toekomst (perfect foresight). Het is in staat alle beschikbare alternatieven tegen elkaar af te wegen. Daarbij vertoont het individu logisch consistent gedrag: als het A meer waardeert dan B en B meer dan C dan waardeert het A meer dan C. Eind jaren dertig is naar voren gebracht dat deze werkhypothese wel erg ver af staat van het werkelijk gedrag van individuen . Ze zijn meestal niet volledig geïnformeerd, hebben geen volkomen kennis van de toekomst en ze kunnen niet alle alternatieven overzien. In feite is sprake van begrensde rationaliteit, een begrip dat in de institutionele economie een belangrijke rol speelt. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring institutionele economie

rayon : groei en conjunctuur, markten en prijzen - landelijk of regionaal gebied waarbinnen een onderneming handelt.

rayonkartel : producentengedrag - of marktverdelingskartel is een samenwerkingsvorm tussen oligopolisten, waarbij men de markt onderling heeft verdeeld. Zie eventueel ook andere kartelvormen.

reëel inkomen per inwoner : groei en conjunctuur - Het nominale nationale inkomen van een land of een gebied gecorrigeerd voor geldontwaarding en gedeeld door het aantal inwoners. Vaak wordt dit cijfer gehanteerd om de economische ontwikkeling van een land te meten. Maar dit cijfer kent de nodige beperkingen. Zo komt er bijv. niet in tot uitdrukking hoe het nationaal inkomen is verdeeld over de bevolking. Een ander bezwaar is dat de productie in de informele economie niet of slechts ten dele tot uitdrukking komt in de officiële cijfers. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring informele economie

reëel kapitaal : groei en conjunctuur - De kapitaalgoederen; de productiefactor kapitaal: de goederen die zijn ingeschakeld bij het productieproces om er kapitaal- en consumptiegoederen mee te produceren. (Schöndorff c.s.).

reëel loon : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - echt besteedbare beloning (in koopkracht uitgedrukt) van de productiefactor arbeid. Het reële loon kan uit het nominale loon worden berekend, door deze te delen door het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie. Deze techniek wordt defleren genoemd. Het reële loon wordt ook wel loon in constante prijzen genoemd.

reëel nationaal inkomen : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is het nationaal inkomen gecorrigeerd voor de inflatie. Deze correctie (vermindering) wordt defleren genoemd. Het reële nationaal inkomen wordt ook wel nationaal inkomen in "constante prijzen" genoemd. Dit in tegenstelling tot het nationaal inkomen in lopende prijzen.

reële rente : groei en conjunctuur - Het nominale rentepercentage verminderd met de procentuele prijsinflatie (Schöndorff c.s.).

reële waarde : geld, geldschepping - is de waarde van een munteenheid gecorrigeerd voor de prijsinflatie. Het corrigeren voor de inflatie noemt men defleren.

reïntegratie : groei en conjunctuur - Maatregelen en activiteiten met als doel uitgevallen werknemers opnieuw in het betaalde arbeidsproces op te nemen (Schöndorff c.s.).