Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

paternalisme : algemeen overheid - De overheid doorkruist de voorkeuren van individuen/bedrijven, omdat zij worden geacht onvoldoende oog te hebben voor wat werkelijk in hun belang is. (Schöndorff c.s.)

pay-out ratio : financiële zaken - Engels: verhoudingsgetal dat aangeeft welk deel van de nettowinst (na belastingen en reserveringen) wordt uitbetaald aan de aandeelhouders. (in de vorm van dividend). In formulevorm het dividend : de nettowinst. Bij een relatief lage payout ratio kan de vennootschap haar dividenduitkeringen in de toekomst op hetzelfde peil blijven houden. Ook van belang zijn de mogelijkheden van de onderneming om de winst een goede aanwendingsmogelijkheid te geven, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe investeringen of markten.

P-biljet : - Uitgebreid aangiftebiljet voor particulieren

penetratiepolitiek : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is een marktstrategie waarbij men bij een nieuw of verbeterd product de prijs relatief laag houdt om een zo'n groot mogelijk marktaandeel in handen te krijgen. Voorwaarde is wel dat de productiecapaciteit gemakkelijk kan worden uitgebreid en de vraag voldoende prijselastisch is.

Pensioen- & Verzekeringskamer : collectieve sector / economische orde en politiek - toezichthouder op verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. (bron: DNB)

Pensioen- en spaarbondsenwet (PSW) : collectieve sector / economische orde en politiek - wet van 15 mei 1952, met regels voor pensioen- en spaarvoorzieningen . Daarin o.a. de verplichtingen van de werkgever die voor zijn werknemers voor een pensioenregeling zorgt.

pensioenbreuk : algemeen overheid - Pensioenverlies door verandering van pensioenfonds of als gevolg van werkloosheid. (Schöndorff c.s.)

pensioengerechtigde leeftijd : collectieve sector / economische orde en politiek - leeftijd waarop een persoon met pensioen mag gaan. De ~ kan lager zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd. De ~ is 65 jaar. (2004)

pensioengrondslag : algemeen overheid - Bedrag (inkomen) dat als grondslag dient voor de berekening van de hoogte van de pensioenuitkering. (Schöndorff c.s.)

pensioenrecht : collectieve sector / economische orde en politiek - vakgebied dat overwegend samenvalt met Pensioen- en spaarfondsenwet, de Wet Bpf 2000, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding en het EU-verdrag (gelijke beloning van mannen en vrouwen); vooral m.b.t. juridische aspecten van het pensioen in het arbeidsrecht, sociaal verzekeringsrecht, verbintenissenrecht, rechtspersonenrecht, personen- en familierecht en fiscaal recht.

pensioenregeling : collectieve sector / economische orde en politiek - het geheel van zaken die een persoon heeft geregeld teneinde een (periodieke) uitkering na de pensioengerechtigde leeftijd zeker te stellen. Bijv. de lijfrentepolissen behoren tot de ~;
de verzekering die tijdens het arbeidsleven tegen premiebetaling wordt opgebouwd en tot doel heeft om, naast de AOW, de invalide of gepensioneerde of diens nabestaanden van uitkering te voorzien.

pensioenverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - levensverzekering die tegen betaling van premies vanaf het 65ste levensjaar recht geeft op een bepaalde oudedagsvoorziening.

percentage : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is het zoveelhonderdste gedeelte van iets. Een gebruikelijke manier van berekenen is: ((nieuwe waarde - oude waarde) : oude waarde) x 100%. Of zoals veel leerlingen als ezelsbruggetje gebruiken: nieuw min oud, gedeeld door oud, maal 100%.

perfecte markt : markten en prijzen - Op een perfecte of volkomen markt wordt een homogeen goed verhanĦdeld: een dollar is een dollar. De markt is transpaĦrant: alle kopers en verkopers zijn volleĦdig op de hoogte van wat er op de markt aan de hand is. Bovendien is de toetreding vrij: iedere burger kan op elk moment z`n bank bellen en dollars verkopen. Op zo`n perfect werkende markt kan op elk moment maar één dollarprijs beĦstaan. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring volkomen markt

personeelsvergadering : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - vergadering van (vertegenwoordigers van) personeel, bijv. een ondernemingsraad.

personele inkomensverdeling : algemeen overheid - De verdeling van inkomens over individuen/huishoudens (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling categoriale inkomensverdeling onderdeel inkomensverdeling

Persoonlijk Identificatie Nummer (PIN) : financiële zaken - Viercijferige code behorend bij een bankpasje. Het is alleen bekend aan de eigenaar van het bankpasje.

persoonlijk inkomen : financiële zaken, overheid - De inkomsten uit arbeid, verminderd met de reis- en beroepskosten. Bij gehuwden wordt dit inkomen gebruikt om te bepalen wie bepaalde inkomsten en aftrekposten moet aangeven. De echtgenoot met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen geeft de niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten van beide echtgenoten samen aan. (bron: huizenveiling.nl)

persoonlijke inboedel : financiële zaken consumenten en producenten - eigen spullen, zoals tafels en stoelen, die in het huurhuis of de serviceflat staan in tegenstelling tot de spullen van bijv. de eigenaar van het huis of de flat. Bijv. de brandverzekering van ~.

persoonsgebonden budget : algemeen overheid - Individuen die behoefte hebben aan thuiszorg en gehandicapten kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op een door hun ziektekostenverzekeraar beschikbaar gesteld budget waaruit zij zelf de benodigde zorg kunnen betalen terwijl zij vrij zijn zelf de zorgaanbieder te kiezen. (Schöndorff c.s.)

Phillipscurve : groei en conjunctuur - De Phillipscurve (genoemd naar de econoom A.W.H. Phillips) legt verband tussen het werkloosheidpercentage in een economie en het tempo van de inflatie. Lage inflatiecijfers zouden gepaard gaan met een hoog werkloosheidspeil, terwijl een lage werkloosheid alleen zou kunnen worden bereikt ten koste van hoge inflatie. In deze optiek bestaat er dus een ĉafruilĈ tussen inflatie en werkloosheid. Tegenwoordig overheerst onder economen de overtuiging dat een laag inflatietempo een belangrijke voorwaarde is voor productie- en werkgelegenheidsgroei. Vooral monetaristen hechten sterk aan het belang van vroegtijdige inflatiebestrijding. 	grafiek phillipscurve	grafiek phillipscurve - Zie ook: nadere verklaring monetaristen nadere verklaring inflatie

planeconomie : collectieve sector / economische orde en politiek - ~ is hetzelfde als de centraal geleide economie.

planmechanisme : groei en conjunctuur - Bureaucratisch budgetmechanisme: op centraal niveau wordt een plan vastgesteld dat wordt opgelegd aan de organisaties en individuen lager in de hiërarchie. (Schöndorff c.s.). Zie ook: niet gelijk aan centraal geleide economie tegenstelling marktmechanisme

planningcurve : consumentengedrag - is hetzelfde als de lange termijn gemiddelde kostencurve

planschade : algemeen overheid - schade die een persoon heeft geleden als gevolg van (ondermeer) een nieuw bestemmingsplan of een vrijstelling en die door de gemeente vergoed moet worden, indien de schade redelijkerwijs niet te zijnen laste behoort te blijven en niet anderszins wordt vergoed.

plenaire vergadering / plenair vergaderen / plenair vergaderd : producentengedrag - Een vergadering waarbij alle leden aanwezig. Een plenaire bestuursvergadering bijv. is een vergadering waarbij alle bestuursleden aanwezig zijn.

pluralistisch syndicalisme : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - de mogelijkheid een vakbond te kiezen volgens eigen ideologische, filosofische of religieuze overtuiging.

poldermodel : groei en conjunctuur - Een systeem van economische orde gekenmerkt door regelmatig en intensief overleg tussen overheid en sociale partners (overlegeconomie). Dit overleg maakt loonmatiging mogelijk, en heeft de afgelopen vijftien á twintig jaar bijgedragen aan verkleining van de collectieve sector en versterking van de marktwerking in de Nederlandse economie. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel economische orde onderdeel Rijnlandse model onderdeel Angelsaksisch model onderdeel arbeidsmarktbeleid

polis : financiële zaken consumenten en producenten - schriftelijk bewijsstuk van een verzekeringsovereenkomst tussen assuradeur en verzekeringnemer

politieke cyclus : groei en conjunctuur - Perioden waarin politici gunstige respectievelijk ongunstige maatregelen voor de burgers treffen. Een regering is geneigd zodra zij in het zadel zit harde maatregelen te nemen om de economie op orde te brengen en tegen de tijd dat de verkiezingen in zicht komen de teugels te laten vieren (bijv. de belastingen te verlagen) om zodoende de kiezers gunstig te stemmen. (Schöndorff c.s.)

polypolie : consumenten en producenten - Is een markttype met veel aanbieders en veel vragers. Het is te verdelen in de marktvormen volkomen concurrentie (= homogeen polypolie) en monopolistische concurrentie (= heterogeen polypolie). Zie ook: onderdeel volkomen concurrentie onderdeel monopolistische concurrentie

positieve externe effecten : overheid, consumenten en producenten, groei en conjunctuur - Zijn externe effecten die een positief effect hebben op de welvaart. bijv. de gezellige sfeer in een winkelcentrum door de etalages en de reclame verlichting, of de aanwezigheid van een industrieterrein bij een stad maakt het aantrekkelijker om er te wonen met het oog op werkgelegenheid. Belangrijk bij de voorbeelden is het feit, dat voor het positieve effect de producent niet betaald krijgt. De overheid kan de positieve externe effecten stimuleren door middel van subsidies.

positieve hypotheekverklaring : pand en hypotheek - de geldnemer verklaart zich bereid op eerste verzoek van de geldgever mee te werken aan de vestiging van een feitelijke hypothecaire inschrijving in het register. (bron: WfZ)

positieve schaalopbrengsten : producentengedrag - is sprake van als de fysieke opbrengst relatief meer stijgt dan de stijging van de productiefactoren, wanneer men alle productiefactoren laat toenemen. Verwar het begrip schaalopbrengst niet met het begrip meeropbrengst.

post-concurrente vorderingen : producentengedrag - vorderingen van tot het overschot gerechtigden bij vereffening van een ontbonden rechtspersoon.

potentiële beroepsbevolking : groei en conjunctuur - Alle inwoners tussen 15 en 65 jaar. Vanzelfsprekend willen of kunnen niet al deze personen betaalde arbeid verrichten: scholieren, studenten, huisvrouwen (en -mannen), arbeidsongeschikt verklaarden en vervroegd gepensioneerden. Door de potentiële beroepsbevolking met deze groepen te verminderen resteert de beroepsbevolking. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel beroepsbevolking

potentiële concurrenten : consumenten en producenten, markten en prijzen - Concurrenten die nog niet tot de markt zijn toegetreden, maar dat wel zouden kunnen doen. Bestaande producenten kunnen drempels opwerpen die het mogelijke toetreders moeilijker maken de markt te betreden. (Schöndorff c.s.). Monopolisten die een te hoge prijs vragen lopen het risico op toetreding van andere producenten. Dit is een reden dat de monopolist niet in het punt van Cournot zit, maar een lagere prijs vraagt om de potentiële concurrenten buiten de markt te houden. Daarom streeft een monopolist niet altijd naar maximale winst. Zie ook: onderdeel toetredingsdrempels onderdeel punt van Cournot

precariorechten : financiële zaken, overheid - belasting die aan de gemeente moet worden betaald voor het benutten van openbare zaken of plaatsen. Bijv. het café dat voor de consumenten tafels en stoelen op het voetpad zet, betaalt ~.

preferente aandelen : financiële zaken - Preferente aandelen geven recht op een dividenduitkering die gelijk is aan een vast percentage van de nominale waarde van het aandeel. De houders van zulke aandelen krijgen daarmee een voorkeursbehandeling boven de gewone aandeelhouders. Een bijzondere variant vormen de cumulatief preferente aandelen. (Schöndorff c.s.). Een preferent aandeel is meestal ook bevoorrecht bij liquidatie-uitkeringen. Zie ook: onderdeel cumulatief preferente aandelen

premie : financiële zaken markten en prijzen - het bedrag dat een koper van een warrant of optie betaalt bovenop de prijs van de onderliggende waarde. De warrant of optie ~ is het procentueel verschil tussen enerzijds de koers van de warrant of optie plus de uitoefenprijs en anderzijds de koers van het aandeel. (bron: beleggingsplein.nl)

Premiedepot : financiële zaken - Geblokkeerde (spaar)rekening van waaruit automatisch premies worden gestort, bijv. ten behoeve van de meeverbonden levensverzekering van een spaarhypotheek of andere levenhypotheek.

premiegrens : algemeen overheid - Het maximale inkomen waarover premie voor een sociale verzekering wordt geheven. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring sociale verzekering

Premiekoopwoning : - Ook wel: sociale koopwoning. Koopwoningen met een meerjarige subsidie. Voorheen premie A- of premiekoopwoning

premierestorno : financiële zaken consumenten en producenten - verplichting van een verzekeraar om de premie, hetzij voor het geheel, hetzij voor het gedeelte waarvoor de verzekeraar geen gevaar heeft gelopen, aan een verzekerde terug te geven, indien de overeenkomst van verzekering voor het geheel of ten dele vervalt, mits de verzekerde te goeder trouw heeft gehandeld.

premier-risque-verzekering : financiële zaken - Engels: Verzekering waarbij in geval van onderverzekering toch de volledige schade wordt vergoed, ook al overtreft de waarde van het verzekerde de verzekerde som. ~ vormt een uitzondering op het beginsel van onderverzekering. De ~ moet uitdrukkelijk in de polis zijn neergelegd, behalve wanneer uit het karakter van de verzekering blijkt. Met name wanneer de kosten vooraf niet te bepalen zijn, zoals aansprakelijkheidsverzekeringen en fraude- en berovingsverzekeringen. Zie ook: niet gelijk aan onderverzekering

premievrijmaking : - De afkoop van een lopende levensverzekering, waardoor de verplichting tot betaling van premie eindigt. Op hetzelfde moment wordt een nieuwe verzekering met dezelfde inhoud afgesloten, maar voor een lager verzekerd bedrag.

premiewoning : - Woning waarbij de koper een eenmalige belastingvrije bijdrage van de overheid ontvangt

prestatiebegroting : algemeen overheid - Maakt zichtbaar welke prestaties een overheidsorganisatie levert/van plan is te leveren in ruil voor beschikbaar gestelde middelen. Een prestatiebegroting laat bijv. zien hoeveel kilometers autoweg ten laste van de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor het beschikbare bedrag worden onderhouden. (Schöndorff c.s.)

prestatiebeloning : markten en prijzen - Beloningsvorm waarbij een verband bestaat tussen prestatie en beloning. Meestal zo vorm gegeven dat een deel van de beloning vast is en een deel variabel. De prestatie hoeft niet per se een verkoopprestatie te zijn, het kan ook gaan om sociaal gedrag of persoonlijke ontwikkeling. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel winstdeling

prestatie-eis : - Een in maten of getallen uitgedrukt voorschrift m. b. t. een eigenschap van een bouwconstructie of -onderdeel.

prijs- en marktmechanisme : collectieve sector / economische orde en politiek - is het ordeningsmechanisme van de vrije ruilverkeershouding. Door het vrije spel van vraag en aanbod worden de productiefactoren ingezet overeenkomstig de wensen van de consumenten. De prijzen die tot stand komen zijn de signalen waarop de individuele vragers en aanbieders hun beslissingen nemen.

prijsafzetfunctie : consumenten en producenten, markten en prijzen - Laat zien welke hoeveelheden kunnen worden verkocht bij uiteenlopende prijzen (Schöndorff c.s.).

prijsafzetfunctie / prijsafzetcurve van een monopolist : consumenten en producenten, markten en prijzen - De curve hiervan valt samen met de collectieve vraagcurve, omdat de monopolist de gehele markt beheerst.

prijscompensatie : groei en conjunctuur - Bepaling in collectieve arbeidsovereenkomsten dat de brutolonen met enige vertraging worden aangepast aan het gestegen prijspeil. Zo wordt vermeden dat de inflatie het reële loon aantast. In de jaren zeventig waren degelijke regelingen in Nederland nog vrij gebruikelijk. De slechte ervaringen die er mee zijn opgedaan (opdrijving loonkosten en versterking van de inflatie) hebben ertoe geleid dat de automatische prijscompensatie vrijwel overal is afgeschaft. (Schöndorff c.s.).

prijsdifferentiatie : consumenten en producenten, markten en prijzen - Ook: prijsdiscriminatie. Situatie waarbij een aanbieder op gescheiden deelmarkten verschillende verkoopprijzen voor hetzelfde goed hanteert. Een voorbeeld zijn de spoorwegen die senioren een lagere prijs laten betalen dan de overige reizigers. (Schöndorff c.s.).

prijsdiscriminatie : consumenten en producenten, markten en prijzen - Zie prijsdifferentiatie (Schöndorff c.s.).

prijseffect : consumentengedrag - bestaat uit het substitutie-effect en het inkomenseffect. Tengevolge van deze effecten heeft de vraagcurve een dalend verloop, d.w.z. dat bij een lagere prijs meer gevraagd wordt. Een uitzondering vormen de zogenaamde Giffengoederen.

prijselasticiteit van de vraag : markten en prijzen - Laat zien met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als de prijs met 1% verandert (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel elastische vraag onderdeel inelastische vraag

prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie : groei en conjunctuur - Verouderde term voor de consumentenprijsindex (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel consumentenprijsindex

prijsinflatie Eng.: monetary inflation : groei en conjunctuur - algehele stijging van het gemiddeld prijsniveau. Als stijgingsmaatstaf neemt men het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie; prijsinflatie kan weer onderscheiden worden naar oorzaak. Zo onderscheidt men de bestedingsinflatie (demand pull) en de kosteninflatie (cost push). Zie ook: onderdeel bestedingsinflatie onderdeel kosteninflatie

prijsinflatie (gevolgen) : groei en conjunctuur, markten en prijzen - ~ heeft tot gevolg dat sparen minder aantrekkelijk is, omdat later de koopkracht van het geld minder is. Het benadeelt dus de spaarders / geldschieters (crediteuren), maar is gunstig voor schuldenaren (debiteuren), omdat later minder koopkrachtig geld terugbetaald wordt. Het gevolg hiervan is dat de rente zal gaan stijgen, omdat de crediteuren een vergoeding voor de geldontwaarding willen ontvangen.

prijskartel : producentengedrag - is een samenwerkingsvorm tussen oligopolisten waarbij men gezamenlijk één prijs heeft afgesproken. Zo'n afspraak kan eigenlijk alleen voor min of meer homogene goederen, omdat de productiekosten niet teveel mogen verschillen. Daarom is, als het doel is de prijs te reguleren, vaak het calculatiekartel of het hoeveelheidskartel een alternatief. Zie eventueel ook andere kartelvormen.

prijsleider : producentengedrag - is de machtigste aanbieder op de marktvorm a-symmetrisch oligopolie, die min of meer de prijs bepaalt. bijv. Unilever op de margarinemarkt.

prijsniveau : - Het prijsniveau is in absolute zin stabiel wanneer dit (gemeĦten met het verloop van de consumentenprijsindex) niet of nagenoeg niet stijgt of daalt. Stabiliteit van de prijzen kan daarnaast ook relatief worden opgevat; dan is sprake van een stabiel prijsniveau wanneer de prijsĦontwikkeling in ons land in de pas loopt met die in de lanĦden waarmee wij handel drijven. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring consumentenprijsindex

prijsstabiliteit : financiële zaken markten en prijzen - doelstelling van De Nederlandsche Bank ter uitvoering van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; de zorg dat de prijzen niet te veel stijgen en/of dalen.

prijszetter : producentengedrag - aanbieder die zelf zijn verkoopprijs vaststelt (monopolie en oligopolie)

Prijzenwet : markten en prijzen, overheid - Wet van 1961 die de overheid in staat stelt maximumprijzen en maximum prijsverhogingen vast te stellen (Schöndorff c.s.). Prijsverlagingen kunnen op grond van deze wet worden stopgezet.

primair inkomen : algemeen overheid - Inkomen dat wordt gevormd in het productieproces, anders gezegd de beloning voor het ter beschikking stellen van de productiefactoren arbeid en kapitaal (Schöndorff c.s.). De primaire inkomensvormen zijn loon, interest, pacht en winst. Zie ook: onderdeel secundair inkomen onderdeel tertiair inkomen

primaire arbeidsvoorwaarden : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - betreft de (financiële) beloning die men ontvangt voor het verrichten van arbeid. Concreet betekent dit dus het loon (salaris) en vakantiegeld. Deze voorwaarden zijn nauwkeurig omschreven in een arbeidscontract en/of CAO. In arbeidscontract of CAO zijn ook de secundaire arbeidsvoorwaarden omschreven.

primaire bank : groei en conjunctuur - Geldscheppende bank: banken waarvan de kortlopende schulden door het publiek worden gebruikt als geld. Voor de centrale banken zijn dat de bankbiljetten (bankbiljetten zijn een schuldbewijs van de centrale bank die ze heeft geëmitteerd), voor particuliere banken gaat het hierbij om het girale geld. (Schöndorff c.s.).

primaire inkomens : nationaal inkomen, nationale rekeningen - zijn de inkomens die men ontvangt als beloning voor het ter beschikkingstellen van de productiefactoren. Concreet betekent dat loon, interest, pacht en winst.

primaire inkomensrekening : internationaal - Deelrekening van de betalingsbalans waarop voornamelijk kapitaalopbrengsten, zoals winsten en renteopbrengsten, worden geregistreerd (ook wel: kapitaalopbrengstenrekening). In de huidige monetaire statistiek spreekt men van de inkomensrekening (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Bruto Binnenlands Product onderdeel Nationale Rekeningen onderdeel Bruto Nationaal Product

primaire liquiditeiten : geld, geldschepping - geld behorend tot de maatschappelijke geldhoeveelheid. Dit zijn de munten, bankbiljetten en het girale geld.

primaire liquiditeitenmassa : groei en conjunctuur - Al het chartale en het girale geld in handen van ingezetenen (waar het om de euro gaat wordt hier bedoeld ingezetenen van Euroland), verminderd met de kassen van de banken en de centrale overheid. (Schöndorff c.s.).

primaire sector : groei en conjunctuur - Deze sector omvat mijnbouw, bosbouw, landbouw, veeteelt en visserij. Daarnaast worden onderscheiden de secundaire sector, de tertiaire sector en de quartaire sector. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel secundaire sector onderdeel tertiaire sector onderdeel quartaire sector

primaire verdeling : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - van het inkomen is de verdeling vóór aftrek van de inkomstenbelasting (en vóór bijtelling van de inkomensondersteunende subsidies). Deze verdeling kan gelijkmatiger gemaakt worden door aftoppen van de prijscompensatie, of door een loonmaatregel. Ook maatregelen die de deelname aan onderwijs bevorderen kunnen een inkomensnivellerend effect hebben, omdat hiermee de schaarste aan hoger opgeleiden minder wordt.

Prinsjesdag : algemeen overheid - Derde dinsdag in september, wanneer de koningin de Troonrede voorleest en de minister van Financiën de rijksbegroting aanbiedt aan de voorzitter van de Tweede Kamer. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring rijksbegroting

prioriteit / recht van voorrang : internationale integratie en handel - diegene die als eerste van een bepaald merk het Benelux-depot heeft, kan met voorrang een internationaal depot claimen, als dat depot binnen een half jaar op het Benelux-depot is gevolgd.

prioriteitsaandelen : financiële zaken - De houders van prioriteitsĦaandelen doen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bindende voordrachten voor de benoeming van leden van de Raad van Bestuur en van de Raad van Commissarissen. Prioriteitsaandelen worden vaak als beschermingsconstructie gebruikt tegen een mogelijke vijandige overname van de vennootschap. (Schöndorff c.s.).

prisoner's dilemma : algemeen, groei en conjunctuur - Engels: voorbeeld van economische speltheorie, waarin wordt aangetoond dat economische actoren in onderhandelingen meer voor het eigenbelang gaan, waardoor het groepsbelang geschaadt wordt. Met speltheorie worden onderhandelingen, acties en reacties uit het werkelijke leven nagebootst.
In het ~ worden twee verdachten A en B afzonderlijk verhoord. Zouden beiden ontkennen, dan rest er slechts een milde straf, wat het beste is voor het groepsbelang. Echter, als A verklaart dat B schuldig is, en B ontkent, dan krijgt B een zware straf en gaat A vrijuit, en vice versa. Zouden beiden de ander verraden, dan rest er een gemiddelde straf.
Het ~ gaat ervan uit dat men elkaar niet vertrouwd, en van elkaar niet gelooft dat de ander voor het groepsbelang gaat, en derhalve kiest men zelf ook voor het eigenbelang. Dit ondanks het feit dat 2 x eigenbelang minder voor de groep is dan 2 x groepsbelang. Het niet vertrouwen van de economische partner zien we in het dagelijks leven terug in alle vormen van het economische verhoudingen. 	schema prisoners dilemma	schema prisoners dilemma

privé-bezit : - Bij ongehuwd samenwonenden is er sprake van gemeenschappelijk bezit en van privé-bezit. Privé-bezit is uitsluitend datgene dat men zelf gekocht en betaald heeft en waarvan het duidelijk is dat het niet voor gemeenschappelijk gebruik was bestemd.

privaatrechtelijk : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - betreft dat gedeelte van het recht, dat de verhouding regelt tussen particulieren (burgers, bedrijven en organisaties). Het publiekrecht regelt de verhouding tussen de overheid en particulieren.

privaatrechtelijke rechtspersoon : producentengedrag - Vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze vennootschap (NV), besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en stichting.

private eigendom : internationale integratie en handel - particuliere eigendom.

private kosten / calculatie : markten en prijzen - De kosten die een individu (ondernemer, consument) in aanmerking neemt, zonder daarbij met eventuele kosten voor de maatschappij (maatschappelijke kosten) rekening te houden. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel externe effecten

privatisering : markten en prijzen, overheid - De overheid trekt zich terug uit (de uitvoering en/of financiering van) economische activiteiten om die over te laten aan marktconform handelende bedrijven en gezinnen. (Schöndorff c.s.).