Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

Non-Accelerating Inflationary Rate of Unemployment (NAIRU) : groei en conjunctuur overheid - Engels: het werkloosheidspercentage dat nog gehandhaafd kan worden zonder dat de inflatie begint op te lopen.
Gaat uit van de zienswijze (o.a. mainstream economics) dat er altijd een natuurlijk werkloosheidspercentage zal zijn in een economie, dit in tegenstelling tot economen als Keynes en Tobin. Er wordt tevens een verband verondersteld tussen werkloosheid en inflatie, zoals weergegeven in de Phillips curve. Loopt de werkloosheid teveel terug, dus tot onder de NAIRU, dan zal dit o.a. door spanning op de arbeidsmarkt en door het langdurige hoge bestedingsniveau leiden tot een druk op de prijzen (= inflatoire druk). Zie ook: nadere verklaring Phillips Curve nadere verklaring inflatie nadere verklaring werkloosheid nadere verklaring

non-discriminatiebeginsel : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - heeft tot doel werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden niet op grond van het feit dat zij voor bepaalde tijd werken minder gunstig te behandelen dan vergelijkbare werknemers in vaste dienst.

non-price competition : producentengedrag - Engels: met name in een oligopolistische markt. In het gevecht om de marktpositie wordt niet de prijs als concurrentiewapen gehanteerd, maar andere instrumenten uit de marketingmix, zoals reclame, positionering, productdifferentiatie en innovatie.

non-tarifaire handelsbelemmeringen : internationaal - Protectiemaatregelen anders dan door heffing van invoerrechten. Vaak hanteren landen sluipwegen om aan de regels van de WTO, die het verhogen van invoerrechten en het instellen van invoerquota verbiedt, te ontsnappen door bijv. onder het mom van bescherming van de gezondheid van de consument de toegang van buitenlandse producten tot de eigen markt te bemoeilijken of zelfs te verbieden. (Schöndorff c.s.).

noodzakelijk of primair goed : consumentengedrag - goederen die behoren tot de eerste levensbehoeften. Bij stijging van het 0 < Ei < 1 goed wat op z'n minst in bezit moet zijn van de consument

North American Free Trade Association (NAFTA) : internationaal - Vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Het verdrag is 1 januari 1994 in werking getreden. De drie landen vormen een vrijhandelsgebied, wat inhoudt dat zij geen invoerrecht heffen op elkaars producten of de import op andere manieren (non-tarifaire protectie) belemmeren. Anders dan een douane-unie (zoals de Europese Unie) die een gemeenschappelijk buitentarief kent, hanteren de deelnemers aan een vrijhandelsgebied zoals NAFTA tegenover derde landen hun eigen nationale invoertarieven. De toetreding van Mexico tot de vrijhandelszone stuitte in de Verenigde Staten in sommige kringen op hevig verzet. De angst bestond dat het ongelimiteerd toelaten van goedkope Mexicaanse producten zou leiden tot een grotere werkloosheid in de Verenigde Staten, vooral onder laag- of niet-geschoolden. De voorstanders van vrijhandel wisten het pleit te winnen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel comparatieve kostenvoordelen

nut : algemeen - De eigenschap van goederen en diensten om in bestaande behoeften te voorzien. Omdat beoefenaren van de economie geen oordeel hebben over de aard van de menselijke behoeften, zijn ook ænutÆ en ænuttigÆ binnen de economische wetenschap neutrale termen. (Schöndorff c.s.).

objectieve methode : nationaal inkomen, nationale rekeningen - houdt in dat het nationaal product bepaald is door middel van het optellen van de toegevoegde waarde, de productiewaarde van een land in een jaar tijd.

objectsubsidie : - Wordt verstrekt op grond van de kenmerken van het gebouw en niet die van de eigenaar of gebruiker. (bron: huizenveiling. nl) bijv. bereikbaarheidstoeslag. (bron: huizenveiling. nl)

obligatiehouder : financiële zaken markten en prijzen - persoon die in het kader van een trust geld leent aan een ander (emittent), die daarvoor een overdraagbaar waardepapier aan die persoon verstrekt.

obligatiekoers : financiële zaken - De beurskoers van een obligatie. Een stijging van de kapitaalmarktrente (of de verwachting dat de rente stijgt) brengt een koersdaling van obligaties teweeg. Een daling van de rente (of een verwachte rentedaling) leidt tot een koersstijging. Omdat obligaties worden afgelost tegen de nominale waarde nadert de beurskoers in de regel 100 naarmate het moment van aflossing dichterbij komt. Dit is vooral duidelijk bij obligatieleningen die in één keer worden afgelost (zogeheten bullet-lening). (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring bullet-lening

obligatielening Eng.: bond : financiële zaken - Een obligatielening is een langlopende lening verdeeld in kleine coupures, bijv. van Ç1000. Die coupures heten obligaties. Het æknippenÆ van de lening in kleine stukken gebeurt om zoveel mogelijk beleggers te kunnen bereiken. De obligatiehouder ontvangt meestal een vaste rente. Aflossing van de obligatie kan plaatsvinden via uitloting. Elk jaar wordt dan geloot welke obligaties voor aflossing in aanmerking komen. Maar het is ook denkbaar dat de lening ineens wordt afgelost. Dan is sprake van een bullet-lening. (Schöndorff c.s.).

octrooi / patent : algemeen - Beschermingsrechten die op aanvraag door het Bureau voor Industriële Eigendom worden verleend voor nieuwe uitvindingen die in de nijverheid kunnen worden toegepast. Octrooi- of patenthouders genieten octrooibescherming, hetgeen een wettelijk alleenrecht inhoudt om gedurende een bepaalde tijd (ca. 20 jaar) een product te maken.

octrooibescherming : groei en conjunctuur, markten en prijzen - recht dat de octrooihouder/aanvrager geniet om anderen te verbieden de uitvinding toe te passen. Het octrooirecht is dus een verbodsrecht, geen exploitatierecht.

octrooieerbare uitvinding : groei en conjunctuur, markten en prijzen - of octrooieerbare vindingen: nieuwe zaken die op uitvinderswerkzaamheid berusten en op het gebied van de nijverheid kunnen worden toegepast.

octrooigemachtigde : groei en conjunctuur, markten en prijzen - persoon die namens de uitvinder de octrooiaanvraag opstelt en bij het Bureau voor Industriële Eigendom indient.

octrooihouder / patenthouder : groei en conjunctuur, markten en prijzen - de persoon die het octrooi voor zijn uitvinding heeft aangevraagd en het octrooi daarop houdt.

oerproducent : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is de eerste geleding van de bedrijfskolom. Het betreft dus het allereerste productiestadium van een product, zoals (meestal) de bewerkingen/ winning van grondstoffen .

offerte / offreren : groei en conjunctuur, markten en prijzen - aanbieding, een aanbod doen.

off-floor trader : financiële zaken - Engels: Optiehandelaar die alleen voor eigen rekening handelt, maar niet zelf actief is op de beursvloer. Hij laat zijn orders uitvoeren door een floor broker. Zie ook: nadere verklaring floor broker

officiële goud- en deviezenreserve : internationaal - Onder meer de waarde van het goud en de vrij inwisselbare valuta's en de onvoorwaardelijke kredietmogelijkheden bij het IMF, waarover de centrale bank van een land kan beschikken. De valuta's waarover de Europese Centrale Bank beschikt zijn voor het overgrote deel belegd in kortlopend schuldpapier van de Amerikaanse en de Japanse overheid. Om de totale goud- en deviezenreserve van een land te kunnen bepalen moet ook nog rekening worden gehouden met het valutabezit van de particuliere banken. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring IMF nadere verklaring Europese Centrale Bank (ECB)

Officiële Prijscourant : financiële zaken - Dagelijkse publicatie van Beursnieuws BV (in bezit van de Vereniging voor de Effectenhandel) waarin onder meer de beurskoersen van obligaties en aandelen worden vermeld. (Schöndorff c.s.)

officiële reserve : internationaal - Voorraad buitenlandse betaalmiddelen, goud en onvoorwaardelijke kredietmogelijkheden bij het IMF waarover een centrale bank beschikt. Ook: officiële goud- en deviezenreserve. (Schöndorff c.s.).

officieuze economie : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is dat deel van de economie, waar men belastingen en premies ontduikt. Het is het zogenaamde zwarte circuit.

oligarchische clausule : financiële zaken - Bepaling in de statuten van een vennootschap waarin bepaalde bijzondere bevoegdheden worden gegeven aan bijv. de raad van commissarissen van de vennootschap of aan houders van prioriteitsaandelen. Bij die bevoegdheden kan het gaan om het opstellen van een bindende voordracht bij de benoeming van directie en commissarissen. Dit soort bepalingen perkt de macht van de algemene vergadering van aandeelhouders in. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring prioriteitsaandelen nadere verklaring algemene vergadering van aandeelhouders

oligopolie : markten en prijzen, consumenten en producenten - Een marktvorm waarbij weinig aanbieders verkopen en waarbij de handelingen van elke aanbieder een merkbare invloed hebben op de afzet van de overige aanbieders. Oligopolie betekent letterlijk dat er weinig (oligos) verkopen (polein). Het is een marktvorm die erg veel voorkomt, meestal als heterogeen oligopolie: de producten zijn over het algemeen niet homogeen, maar zij vormen sterk verwante substituten. De staalindustrie, de computerindustrie, de benzinemaatschappijen, de banken, de internetproviders, de auto-industrie, het zijn allemaal bedrijfstakken waar een paar ondernemingen het aanbod helemaal of voor een groot deel beheersen. Bij een oligopolie weet elke aanbieder dat zijn handelingen, bijv. een prijsverlaging of een productverandering, een merkbare invloed hebben op de afzet van zijn concurrenten. Als Coca-Cola zijn prijs verlaagt, merkt Pepsi Cola dat door het teruglopen van zijn verkopen. Coca-Cola moet dus rekening houden met reacties van Pepsi, die voor Coca-Cola weer nadelige gevolgen kunnen hebben. De ondernemingen zouden elkaar zolang kunnen blijven onderbieden in een felle concurrentiestrijd -- cut-throat-competition -- dat allen er verlies door gaan lijden en zelfs ondernemingen te gronde gaan. De onzekerheid over deze reacties heeft nogal eens tot gevolg dat aanbieders met elkaar tot afspraken proberen te komen om op bepaalde gebieden de concurrentie te beperken. Een dergelijke overeenkomst, waarbij de ondernemingen in juridische zin zelfstandig blijven, heet een mededingingsregeling of een kartel. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel duopolie onderdeel homogeen oligopolie onderdeel heterogeen oligopolie onderdeel marktvorm

ombuiging : algemeen overheid - Beleidsmatige verlaging van de (netto-) uitgaven van de rijksoverheid ten opzichte van een eerder vastgelegd ijkpunt (Schöndorff c.s.).

omgekeerde rentestructuur : geld, bankwezen - houdt in dat de geldmarktrente hoger is dan de kapitaalmarktrente. Normaal gesproken is de geldmarktrente lager dan de kapitaalmarktrente, immers een lange termijn lening brengt voor de crediteur (geldschieter) onzekerheid mee. Op de lange termijn kan het rentepeil stijgen, of kan de inflatie toenemen. De wat hogere rente op langlopende leningen is dus een vergoeding voor dit risico.

omgekeerde sterfhuisconstructie : markten en prijzen, groei en conjunctuur - vorm van herstructurering waarbij niet (zoals bij de sterfhuisconstructie) de gezonde groepsmaatschappijen uit de holding worden gehaald, maar juist de niet-levensvatbare en ongezonde bedrijven worden afgesplitst.

omgevingsfactoren : algemeen overheid - Tot de omgevingsfactoren of het ondernemingsklimaat worden in de eerste plaats de relaties gerekend tussen de participanten in de onderneming, ook wel stakeholders genoemd, ( ondernemingsleiding, de werknemers, de aandeelhouders, de banken, de leveranciers, de afnemers en de overheid ); vervolgens de concurrentieverhoudingen, de economische situatie, de betrekkingen met het buitenland en de economische orde. Er zijn ook omgevingsfactoren die niet door de economie worden verklaard. Dit zijn de data van de economie. Deze hebben wel degelijk invloed op het reilen en zeilen van de onderneming, maar de economie laat de verklaring aan andere wetenschappen over. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring participanten nadere verklaring stakeholders nadere verklaring data

omkeerregel : algemeen overheid - In afwijking van de hoofdregel zijn bij pensioenregelingen en lijfrenteverzekeringen de betaalde premies binnen zekere grenzen fiscaal aftrekbaar en wordt de belastingheffing uitgesteld totdat de uitkeringen gaan lopen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring pensioenregelingen nadere verklaring lijfrenteverzekeringen

omloopsnelheid van het geld : geld, geldschepping - is een maatstaf hoe vaak het geld van hand tot hand gaat in een bepaalde periode. Het is het symbool V in de verkeersvergelijking van Irving Fisher. De reciproque waarde (1 / V) wordt de gemiddelde rusttijd van het geld genoemd.

omslagheffing : financiële zaken, overheid - De heffing die de waterschappen opleggen aan de eigenaren van onroerende zaken om de kosten voor het kwantiteitsbeheer en de waterkering te dekken. (bron: huizenveiling.nl)

omslagstelsel : algemeen overheid - Verzekeringsstelsel waarbij de door de verzekerde premieplichtigen in een bepaald jaar bijeengebrachte premies in beginsel zijn afgestemd op het bedrag van de in dat jaar gedane uitkeringen, vermeerderd met de uitvoeringskosten (Schöndorff c.s.). De AOW is een voorbeeld van een omslagstelsel. De bedrijfspensioenen worden in het algemeen gefinancierd door het kapitaaldekkingsstelsel. Zie ook: tegenstelling kapitaaldekkingstelsel

omwegproductie : grondbegrip - is de productie met behulp van de afgeleide productiefactor kapitaal. Eerst moet het kapitaalgoed gemaakt worden, dan pas kan met de productie van het voor consumptie bestemde goed begonnen worden.

omzet Eng.: turnover : consumenten en producenten - Geldswaarde van de verkopen in een bepaalde periode. In formule vorm: TOá= p x q ; waarin TO de omzet of totale opbrengst is, p de prijs per eenheid en q de afzet (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling omzet

omzetbelasting Eng.: VAT, Value Added Tax : algemeen overheid - Algemene verbruiksbelasting die wordt geheven op basis van de toegevoegde waarde (BTW). Ondernemers brengen de belasting aan hun afnemers in rekening en dragen haar af aan de Belastingdienst. Bij de berekening van het af te dragen bedrag mogen zij de zelf betaalde BTW in mindering brengen. Wanneer een onderneming in een bepaalde maand voor euro 100.000 goederen heeft verkocht (exclusief BTW) is aan de afnemers euro 119.000 in rekening gebracht (100.000 plus 19% BTW). Stel dat deze onderneming in dezelfde maand over ingekochte goederen aan haar leveranciers euro 9000 wegens in rekening gebrachte BTW heeft betaald. Aan de Belastingdienst moet dan (per saldo) euro 10.000 worden afgedragen. Sommige ondernemingen, bijv. banken en ziekenhuizen, zijn van BTW vrijgesteld. Zij hoeven hun afnemers geen BTW in rekening te brengen, maar kunnen op hun eigen inkopen drukkende BTW ook niet met de fiscus verrekenen (zoals niet-vrijgestelde ondernemingen). Voor sommige eerste levensbehoeften geldt een verlaagd tarief (6%). Op uitgevoerde goederen is het nultarief van toepassing, waardoor de BTW alleen drukt op de binnenlandse consumptie (ondernemers die goederen invoeren moeten wel BTW afdragen). (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel BTW

omzetting van een vennootschap : producentengedrag - De omzetting van een vennootschap in een andere rechtsvorm. bijv. de omzetting van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

Omzettingskosten : - Ook wel: oversluitprovisie. (bron: huizenveiling. nl) Provisie die banken in rekening brengen bij het opnieuw afsluiten van een hypotheek (tegen een lagere rente). (bron: huizenveiling. nl) Als een hypotheek in een andere vorm wordt omgezet, spreekt men van omzettingskosten. (bron: huizenveiling. nl)

Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (Opta) : algemeen overheid - toezichthouder op de post- en telecommunicatiemarkt in Nederland; OPTA houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van post en elektronische communicatiediensten. Deze wet- en regelgeving is erop gericht concurrentie op deze markten te bevorderen. Hierdoor ontstaan meer keuzemogelijkheden en eerlijke prijzen voor consumenten. OPTA is een overheidsinstantie en opereert als Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) op afstand van het ministerie van Economische Zaken. Zie ook: nadere verklaring Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO)

onbehoorlijk bestuur : groei en conjunctuur, markten en prijzen - incorrect bestuur (over een onderneming); niet betamend; wat niet hoort. Bijv. de belangrijkste reden om een bestuurder aansprakelijk te stellen is ~.

onbewoonde staat : - Een huis is minder waard als het bewoond wordt dan wanneer het vrij te aanvaarden is. Dan kan de koper er immers direct zelf in gaan wonen. Vaak wordt 60% van die 'vrije verkoopwaarde' aangehouden als 'waarde in bewoonde staat'. (bron: huizenveiling. nl)

onbezoldigd : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - zonder loon.

onderbesteding : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - De bestedingen schieten te kort om voldoende werkgelegenheid te scheppen voor het gegeven arbeidsaanbod. Dit is de situatie waarin de besteders minder willen kopen dan met de gegeven productiecapaciteit kan worden geproduceerd. Anders gezegd de macrovraag schiet tekort om het macroaanbod af te nemen. (Schöndorff c.s.). Er is sprake van conjuncturele werkloosheid. Andere namen voor onderbesteding zijn: laagconjunctuur, baisse, depressie. Zie ook: onderdeel deflatie onderdeel Keynes

onderbestedingwerkloosheid : consumenten en producenten - Ook: conjunctuurwerkloosheid. Werkloosheid ten gevolge van tekortschietende bestedingen, te berekenen als het verschil tussen het gegeven arbeidsaanbod en de door de bestedingen bepaalde vraag naar arbeid. Kan met behulp van de Keynesiaanse theorie worden verklaard. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Keynesiaanse theorie

ondergeschikte : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - persoon die in dienst van een ander werkzaamheden verricht. Bijv.de werknemer is de ~ van de werkgever; personen over wie in het kader van een dienstbetrekking gezag uitgeoefend wordt of kan worden.

onderhanden werk : groei en conjunctuur, markten en prijzen - werkzaamheden die de ondernemer heeft verricht, maar nog niet gefactureerd. Het ~ behoort tot de vlottende activa van de balans.

onderhandse kapitaalmarkt : financiële zaken groei en conjunctuur - Partijen staan in contact met elkaar en onderhandelen over de voorwaarden van de lening. (Schöndorff c.s.)

onderhandse lening Eng.: private loan : financiële zaken - Lening waarbij partijen rechtstreeks met elkaar onderhandelen over de voorwaarden van het lening.

onderliggende waarde : financiële zaken - De waarde waarop een optie betrekking heeft. bijv. een aandeel, een obligatie, een valuta, een hoeveelheid edel metaal. (Schöndorff c.s.)

onderlinge leveranties : nationaal inkomen, nationale rekeningen - in de Nationale Rekeningen vallen de onderlinge leveranties weg, omdat deze zowel aan de lasten-, als aan de batenkant (zouden kunnen) worden geboekt. Daarom worden deze weggelaten.

onderlinge waarborgmaatschappij (OWM) : producentengedrag - bij notariële akte opgerichte vereniging die tot doel heeft om met haar leden bepaalde verzekeringsovereenkomsten te sluiten of haar leden in het kader van een wettelijke regeling verzekerd te houden.

ondernemer Eng.: entrepreneur : algemeen, financiële zaken - De ondernemer brengt het eigen (risicodragend) vermogen in de onderneming in. Zijn inkomen is volledig afhankelijk van het reilen en zeilen van de onderneming. Als beloning voor het dragen van het ondernemersrisico ontvangt hij in geval van een positieve uitkomst de ondernemerswinst. In het midden- en kleinbedrijf is de ondernemer in veel gevallen ook de leidinggevende. Maar in (naamloze) vennootschappen bestaat een formele scheiding tussen leiding (de directie, de Raad van Bestuur) en de vermogensverschaffers. (Schöndorff c.s.).

ondernemersactiviteit : grondbegrip - is de opvatting dat het ondernemen, het (economisch)risico durven nemen, een aparte productiefactor is. Hier hebben niet alle economen (economisten) dezelfde opvatting over. Steeds meer economen beschouwen de ondernemersactiviteit als een vorm van arbeid. Wordt de ondernemersactiviteit als een aparte productiefactor gezien, dan kan men de winst als de beloning voor deze productiefactor beschouwen.

onderneming : groei en conjunctuur, markten en prijzen - op winst gerichte organisatie die duurzaam aan het handelsverkeer deelneemt, bereidt is de risico's van haar activiteiten te aanvaarden en is samengesteld uit vermogen en arbeid.

ondernemingskamer : groei en conjunctuur, markten en prijzen - kamer van het Amsterdamse gerechtshof die zich buigt over zaken m.b.t. (jaarrekeningen en jaarverslagen van) rechtspersonen en wetsartikelen uit de Pensioen- en spaarfondsenwet en Wet op de ondernemingsraden

ondernemingsplan Eng.: business plan : financiële zaken - Plan van aanpak van de startende onderneming of gewijzigde bedrijfsactiviteit. De meeste financiers beoordelen aan de hand van het ~ of hun investering rendabel kan zijn.

ondernemingsraad : financiële zaken - Vaak afgekort als OR. De OR is de vertegenwoordiging van de werknemers in de onderneming, een soort medezeggenschapsraad. Ondernemingen die vijftig of meer werknemers in dienst hebben zijn verplicht een OR in te stellen. (Schöndorff c.s.). De bevoegdheden van de OR zijn: initiatiefrecht, adviesrecht en instemmingsrecht.

ondernemingsrecht : groei en conjunctuur, markten en prijzen - vakgebied dat overwegend samenvalt met boeken 2, 6 en 7 Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel; vooral m.b.t. de bescherming van de rechtspositie van ondernemingen. Bijv. oprichting van ondernemingen, aandelenemissies en fusies, opstellen van contracten, rechtsbijstand in handelsconflicten, fiscale zaken, incasso en arbeidsrecht.

ondernemingsvorm : groei en conjunctuur, markten en prijzen - vorm waarin een onderneming wordt gedreven, bijv. eenmanszaak of een besloten vennootschap.

onderpand / margin / dekking : algemeen, financiële zaken - 1. Zaak of vordering die tot zekerheid strekt en aan de schuldeiser in pand wordt gegeven, zodat een schuld zal worden voldaan. 2. minimum waarborgsom die betaald wordt, voordat termijncontracten bij een broker worden afgesloten. Bijv. iemand heeft een calloptie geschreven en koopt de onderliggende aandelen als ~. (bron: beleggingsplein.nl)

onderuitputting : algemeen overheid - Het bij het opstellen van de rijksbegroting ervan uitgaan dat een deel van het per ministerie begrote bedrag niet daadwerkelijk wordt uitgegeven zodat daaraan een andere bestemming kan worden gegeven. (Schöndorff c.s.)

onderzetting : pand en hypotheek - beschikbaar stellen van een zaak als onderpand, meestal ter zekerheid van terugbetaling van geleend geld.

oneigenlijk spaargeld : financiële zaken - spaargeld met een hoge omloopsnelheid. Een deel van de spaartegoeden worden weer snel opgenomen. Dit gedeelte van het spaargeld behoort tot de secundaire liquiditeitenmassa. Zie ook: onderdeel secundaire liquiditeitenmassa

ongebonden inkomensoverdrachten : algemeen overheid - Inkomensoverdrachten die los staan van de besteding van het inkomen (bijv.: loon- en inkomstenbelasting, sociale premies). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel secundair inkomen

ongedekt schrijven : financiële zaken - Het verkopen van een optie zonder dat de verkoper de onderliggende waarde bezit. Bij een koersdaling kan hij de ontvangen premie incasseren. Maar na een koersstijging komt er een koersniveau waarop de koper de onderliggende waarde geleverd wil krijgen. In dat geval zal de verkoper van de optie deze duur moeten inkopen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring onderliggende waarde

on-line beleggen : financiële zaken - De laatste jaren kan de belegger ook via Internet beleggen. Internet is niet alleen een geschikt medium om informatie te verzamelen of om een portefeuille geactualiseerd te laten bijhouden. De meeste banken en commissionairs bieden ook de mogelijkheid om via Internet te kopen en te verkopen. De aan- en verkoopkosten van dergelijke transacties zijn aanzienlijk lager dan die van de traditionele vorm: bank of commissionair bellen en al of niet met advies een order doorgeven. Bovendien is de uitvoering onmiddellijk. (Schöndorff c.s.)

onroerende-zaakbelasting : algemeen overheid - Naar opbrengst veruit de belangrijkste van de gemeentelijke belastingen. Er zijn in feite twee onroerende-zaakbelastingen; de ene heffing is verschuldigd door eigenaren van onroerende zaken (huizen, bedrijfspanden), de andere door gebruikers van onroerende zaken (eigenaar-bewoners, huurders). De grondslag van de heffing is de waarde van de onroerende zaak in het economisch verkeer. Deze waarde wordt eenmaal in die vier jaar vastgesteld. De gemeenteraad stelt jaarlijks het tarief vast, dat van gemeenten tot gemeente sterk verschilt. (Schöndorff c.s.).