Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

moratoire interessen : financiële zaken consumenten en producenten - wettelijke rente, voorkomend uit verzuim van de schuldenaar.

Multi Vezel Akkoord : internationaal - Overeenkomst op basis waarvan industrielanden hun import van textielproducten uit ontwikkelingslanden kunnen beperken. Bij het laatste akkoord van de GATT (waarbij ook de WTO werd opgericht) is besloten dat het Multi Vezel Akkoord na 2005 moet ophouden te bestaan. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring GATT nadere verklaring WTO

multilaterale hulpverlening : internationaal - Ontwikkelingshulp die via internationale organisaties loopt. bijv. via de Wereldbank of de Verenigde Naties. (Schöndorff c.s.).

multinationale ondernemingen : internationaal - Grote ondernemingen met vestigingen in een reeks van landen (ook: multinationals). Twee bekende Brits-Nederlandse voorbeelden zijn Unilever en Shell. (Schöndorff c.s.)

muntunie / eurogebied : financiële zaken markten en prijzen - aanduiding voor de EU-lidstaten die per 1 januari 1999 de euro als gemeenschappelijke munt hebben ingevoerd.(bron: DNB)

MUP-overeenkomst : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht, waarbij geldt dat als de werkgever geen werk heeft, de werknemer geen loon ontvangt.

mutatierechten : financiële zaken, overheid - heffingen die aan de overheid betaald moeten worden bij bepaalde eigendomsovergangen. Bijv. overdrachtsbelasting, successierechten, schenkingsrechten.

naamloze vennootschap (NV) Eng.: Public Limited Company (plc) : consumenten en producenten - Ondernemingsvorm waarbij het vermogen is verdeeld in aandelen die vrij verhandelbaar zijn. De NV is rechtspersoon. De aandeelhouders zijn niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. De zeggenschap binnen de NV berust formeel bij de aandeelhoudersvergadering. Beschermingsconstructies beperken de macht van de aandeelhouders in de praktijk sterk. De jaarrekening van de NV (balans en resultatenrekening) is openbaar. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling besloten vennootschap

nabestaandenlijfrente : - Lijfrenteverzekering waarvoor premieaftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat de verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die direct ingaat bij het overlijden van de verzekerde. Bij begunstiging aan een direct familielid (bijv. kind, klein- of pleegkind, broer, zuster) moet een tijdelijke lijfrente uiterlijk eindigen zodra de begunstigde 30 jaar wordt. Voor begunstiging aan de huwelijkspartner en anderen buiten de directe familiekring geldt deze beperking niet (bron: huizenveiling. nl)

nachgründungsregeling : producentengedrag - Duits: de rechtshandeling die de vennootschap heeft verricht zonder goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders of zonder accountantsverklaring, kan worden vernietigd indien die rechtshandeling strekte tot verkrijging van goederen en is verricht binnen twee jaar na inschrijving in het handelsregister.

nachtwakerstaat : groei en conjunctuur - De kleinst mogelijke overheid die alleen zorg draagt voor onmisbare collectieve goederen zoals veiligheid, rechtszekerheid en bestuur. (Schöndorff c.s.)

nadelen prijs- en marktmechanisme : collectieve sector / economische orde en politiek - als coördinatie mechanisme in de vrije markteconomie worden vaak genoemd: de collectieve goederen die niet via de markt geleverd kunnen worden, de zeer scheve inkomens- en vermogensverdeling, het ontbreken van zorg voor het zwakke individu in de samenleving, en de negatieve externe effecten. Zie ook: onderdeel voordelen

Najaarsnota : algemeen overheid - Tussentijds overzicht van de lopende uitvoering van de rijksbegroting. De Najaarsnota moet uiterlijk op 1 december van het lopende begrotingsjaar bij de Staten-Generaal worden ingediend(Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring rijksbegroting

nationaal inkomen : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is de som van al het verdiende inkomen in een land in een jaar tijd. Het is de som van loon, interest, pacht en winst. Tenzij anders vermeld betreft het meestal netto tegen factorkosten. Het (netto) nationaal inkomen is altijd gelijk aan het netto nationaal produkt. Dit is een identiteit (= een gelijkheid die altijd waar is). Als methode van meten onderscheidt men de objectieve en subjectieve methode.

Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) : - onafhankelijke stichting die het budgetteren propageert als hulpmiddel om de inkomsten en uitgaven binnen een particulier huishouden op elkaar af te stemmen, ook op langere termijn. (bron: huizenveiling. nl)

nationaal milieu beleidsplan (NMP) : collectieve sector / economische orde en politiek - betreft het milieubeleid voor de komende jaren, vastgelegd in een in 1989 verschenen nota van de regering. In 1990 werd dit plan aangepast met het NMP-plus.

nationaal product : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is de som van alle toegevoegde waarde in een land in een jaar tijd voortgebracht. De toegevoegde waarde is te verdelen in loon, interest, pacht en winst. De som van loon, interest, pacht en winst is weer het nationaal inkomen. Daarom is het nationaal product altijd gelijk aan het nationaal inkomen. Zo'n gelijkheid die altijd opgaat wordt een identiteit genoemd. Men onderscheidt het bruto en netto nationaal product.

nationaal spaarsaldo : financiële zaken - De optelling van het particuliere spaarsaldo en het begrotingssaldo van de overheid. Wanneer de besparingen van de particuliere sector en die van de overheid de investeringen overtreffen ontstaat een positief nationaal spaarsaldo, een spaaroverschot. Met behulp van de nationale boekhouding (macro-economische identiteiten) valt eenvoudig aan te tonen dat zo'n spaaroverschot per definitie samengaat met een uitvoeroverschot. (Schöndorff c.s.). In formulevorm: (S-I) +á(B-O) .Dit saldo is (ex post) gelijk aan het uitvoersaldo (E-M). Zie ook: onderdeel macro-economische identiteiten

National Association of Securities Dealers Automated Quotation (Nasdaq) : financiële zaken - Engels: Op deze beurs worden (de aandelen van) Amerikaanse technologiebedrijven verhandeld. (opgericht feb 1971, New York). De ruil geschiedt door middel van schermenhandel, en dus niet door menselijke handelaren.
Meestal wordt synoniem aan de Nasdaq de Nasdaq-index bedoeld, dit is een gewogen aandelenindez van alle (>3000) aan de Nasdaq verhandelde fondsen.

Nationale Centrale Bank (NCB) : overheid, internationaal - centrale bank van een EU-lidstaten die overeenkomstig het EG-verdrag is overgegaan op de euro. (bron: DNB)

Nationale Hypotheek Garantie (NHG) : financiële zaken - Borg of garantstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) wordt afgegeven voor een hypotheek. Voor het bedrag van de borgstelling kan de koper altijd een hypotheek afsluiten. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de normen van het WEW. De aanvraag loopt via de geldverstrekker of de tussenpersoon waar de hypotheek wordt afgesloten. (bron: huizenveiling.nl).

nationale liquiditeitsquote : geld, geldschepping - wordt kortweg ook wel liquiditeitsquote genoemd.

nationale ombudsman : algemeen overheid - Grondwettelijk vastgestelde en door de Tweede Kamer benoemde functionaris die onderzoek verricht naar de gedragingen van de overheid.

Nationale Rekeningen : groei en conjunctuur - Jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzorgd en gepubliceerd boekhoudkundig rekeningenstelsel van de Nederlandse economie (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Bruto Binnenlands Product onderdeel Bruto Nationaal Product onderdeel primaire inkomensrekening

nationalisatie / nationaliseren / genationaliseerd : algemeen overheid - situatie waarbij particuliere eigendommen - al dan niet gedwongen of tegen vergoeding - staatseigendommen worden of onder zeggenschap van de staat komen te staan. Bijv. onteigening is een vorm van ~.

natuur : grondbegrip - betreft als productiefactor alle soorten natuurlijke hulpbronnen zoals grond, natuurlijke hulpbronnen zoals klimaat, viswater, delfstoffen (in de grond) etc.. N.B. de delfstoffen, die reeds gewonnen zijn, behoren tot het vlottend kapitaal!

Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) : markten en prijzen, overheid - Op 1 januari 1998 is dit instituut van start gegaan om toezicht te houden op de naleving van de Mededingingswet. Deze wet verbiedt kartels, misbruik van economische machtsposities en concentraties van ondernemingen zonder voorafgaande melding. Ondernemers en verenigingen van ondernemers die actief zijn op de Nederlandse markt kunnen bij de NMa verzoeken indienen voor ontheffing van het kartelverbod en de verplichting voorgenomen concentraties te melden. Wie als bedrijf of als consument hinder ondervindt van een vermeende overtreding van de Mededingingswet kan bij de NMa een klacht indienen. De NMa moet kartels en economische machtsposities opsporen en kan boetes opleggen. Het verbodsstelsel houdt in dat de NMa goedkeuring kan verlenen als is aangetoond dat de kartelafspraken niet ongunstig uitwerken op de mededinging. Dit kan best het geval zijn bij sommige innovaties. Zie ook: onderdeel Mededingingswet

Nederlandse Norm (NEN) : - Vastgesteld door de Nederlands Normalisatie Instituut (NNI). Het bouwbesluit verwijst naar veel van deze NEN-normen.

Nederlandse Orde van Accountant Administratieconsulenten. (NOvAA) : financiëe zaken, markten - overkoepelende organisatie van ruim 6.500 AA-Accountants. De in de Wet AA vastgelegde taken van de ~ zijn de bevordering van een goede beroepsuitoefening en de behartiging van het publiek belang van het AA-beroep. Ook heeft de ~ als taak de theoretische opleiding tot het beroep te verzorgen of te laten verzorgen, medewerking te verlenen aan de praktijkopleiding en ziet zij toe op de eer van de stand van AA-Accountants.

negatieve externe effecten : nationaal inkomen, werkgelegenheid - zijn negatieve welvaartseffecten van de productie die niet in de prijs van het product tot uitdrukking komen. De overheid probeert door milieuwetgeving, heffingen, en subsidiëring van milieuvriendelijke technologie, deze negatieve effecten te bestrijden. Zie ook: onderdeel externe effecten

negatieve hypotheekverklaring : pand en hypotheek - geldnemer verklaart het registergoed niet te zullen bezwaren ten behoeve van derden zonder voorafgaande toestemming van de geldgever. (bron: WfZ)

Negatieve inkomsten eigen woning : - Voor de inkomstenbelasting wordt onder andere het huurwaardeforfait als `opbrengst eigen woning` bijgeteld. Onder andere de betaalde hypotheekrente mag hiermee worden verrekend, waardoor het saldo (de `inkomsten eigen woning`) meestal negatief uitvalt. (bron: huizenveiling. nl)

negatieve schaalopbrengsten : producentengedrag - is sprake van als de fysieke opbrengst relatief minder stijgt dan de stijging van de productiefactoren, wanneer men alle productiefactoren laat toenemen. Verwar het begrip schaalopbrengst niet met het begrip meeropbrengst.

negatieve selectie : algemeen overheid - Wanneer binnen een groep subgroepen bestaan met uiteenlopende risicoÆs, zullen alleen de slechte risicoÆs (subgroepen met een grote kans op schade) zich verzekeren, omdat goede risi¡coÆs (subgroepen met een kleine kans op schade) de doorsnee premie te hoog zullen vinden (Schöndorff c.s.)

negative pledge : financieel-juridisch - Engels: beding waarmee de kredietontvanger zich verbindt andere geldverschaffers geen zekerheden te verschaffen. A leent een geldbedrag van B, waarbij B bepaalde zekerheden in de activa van A heeft. Als A daarna een nieuwe geldlening bij C aan zou gaan, en C voorrang geeft ten aanzien van bepaalde activa, kan B daarmee minder zekerheid omtrent zijn lening hebben. Met een ~ wordt dit voorkomen.
in meer juridische termen: (bron WfZ): beding waarin men verklaart geen van de activa te zullen bezwaren ten behoeve van derden zonder voorafgaande toestemming van de geldgever.

neo-klassieke economie : algemeen markten en prijzen - School die zich baseert op de gedachten van de Klassieke economie. De neo-klassieken hebben een groot vertrouwen in de evenwichtsherstellende werking van het marktmechanisme. In tegenstelling tot de Keynesianen zijn neo-klassieken van mening dat markten automatisch worden geruimd en dus tenderen naar evenwicht. Overheidsingrijpen verstoort in deze opvatting de automatische prijsaanpassing en leidt ertoe dat markten in hun werking worden belemmerd en niet ruimen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Klassieke economie nadere verklaring Keynesianen nadere verklaring marktmechanisme onderdeel Chicago School

neo-liberalen : algemeen markten en prijzen - Liberalen die erkennen dat het marktmechanisme ernstige tekortkomingen kent die de overheid moet corrigeren. Klassiek-liberalen baseren zich op het gedachtengoed van Adam Smith (1723-1790) die in 1776 in zijn Wealth of Nations betoogde dat het gemeenschappelijk belang het best wordt gediend als iedereen zijn eigen belang nastreeft. Een onzichtbare hand ('invisible hand') zorgt er dan voor dat het economisch systeem een zo groot mogelijke welvaart voor iedereen tot stand brengt. Als er al plaats zou zijn voor een overheid dan zou zij niet meer moeten zijn dan een nachtwakerstaat. De overheid zou uitsluitend voor collectieve goederen zoals veiligheid, het rechtssysteem en het openbaar bestuur zorg moeten dragen. Neoliberalen erkennen dat de onzichtbare hand -- het marktmechanisme -- een aantal ernstige tekortkomingen kent. Zij aanvaarden dat de overheid ingrijpt, met name om deze tekortkomingen op te vangen of te repareren. Een voorbeeld: de overheid moet zorgen voor voldoende concurrentie op de markten door machtsposities (monopolies en oligopolie) aan te pakken. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring marktmechanisme nadere verklaring marktfalen nadere verklaring collectieve goederen nadere verklaring concurrentie

neo-socialisten : algemeen markten en prijzen - Socialisten die erkennen dat het budgetmechanisme tekortkomingen kent en dat het marktmechanisme een doelmatig allocatie-instrument is, maar die toch van mening zijn dat de overheid in een aantal gevallen corrigerend moet optreden. De klassiek-socialisten zagen het budgetmechanisme als het geschikte instrument om de allocatie van de productiemiddelen te organiseren. In zijn democratische gedaante gaat het dan om de allocatie van middelen via parlementaire besluitvorming. Neo-socialisten hebben oog voor een aantal tekortkomingen van overheidsproductie. Daarnaast erkennen zij de betekenis van het marktmechanisme als allocatie-instrument. Maar zij zien ook de tekortkomingen (zie marktfalen) van de markt. Zij wijzen bijv. op de scheve verdeling van inkomen en vermogen wanneer uitsluitend marktkrachten de uitkomst van economische processen bepalen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring budgetmechanisme nadere verklaring marktmechanisme nadere verklaring overheidsfalen nadere verklaring allocatie

netto gecorrigeerde rijksuitgaven : algemeen overheid - Grondslag voor de berekening van het accres van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Basis zijn de bruto rijksuitgaven minus de niet-belastingontvangsten van het Rijk. Correcties op de basis vormen onder meer de uitgaven wegens rente op de staatsschuld, voor ontwikkelingssamenwerking, de afdrachten aan de Europese Unie en die aan Gemeentefonds en Provinciefonds zelf. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring niet-belastingontvangsten nadere verklaring staatsschuld

netto investeringen van de bedrijven: : groei en conjunctuur - De door bedrijven verrichte uitbreidingsinvesteringen plus de veranderingen in de voorraden grondstof, onderhanden werk en gereed product. Indien de voorraden zijn gedaald zijn de netto investeringen kleiner dan de uitbreidingsinvesteringen. (Schöndorff c.s.). De netto investeringen zijn te berekenen door van de bruto investeringen de afschrijvingen af te trekken. Zie ook: onderdeel investeren tegenstelling bruto-investeringen

netto loon Eng.: net wage : groei en conjunctuur - Tussen werkgever en werknemer overeengekomen contractloon nadat daarop loonbelasting en sociale premies zijn ingehouden (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling brutoloon

netto maandlasten : - Het bedrag dat u maandelijks kwijt bent aan hypotheeklast minus de terug te ontvangen belasting. (bron: huizenveiling. nl)

netto nationaal inkomen (NNI) : groei en conjunctuur - De som van de beloningen van alle productiefactoren (arbeidsinkomen, pachtinkomen, rente-inkomen en winstinkomen) in handen van de ingezetenen van een land. Hiertoe worden dus bijv. ook gerekend de rente- en dividendinkomsten die ingezetenen ontvangen uit hun buitenlandse beleggingen. Het NNI is identiek aan het netto nationaal product. (Schöndorff c.s.)

netto nationaal product (NNP) Eng.: Net National Income : groei en conjunctuur - Bruto nationaal product minus de afschrijvingen (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Bruto Nationaal Product (BNP)

netto replacement rate : algemeen overheid - De (netto-)uitkering als percentage van het laatstverdiende (netto-)loon. Een hoge replacement rate impliceert dat uitkeringsontvangers er bij het aanvaarden van betaald werk in veel gevallen nauwelijks op vooruitgaan (æarmoedevalÆ). (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring vervangingsratio nadere verklaring armoedeval

netto staatsschuld : collectieve sector / economische orde en politiek - bruto staatsschuld, minus de op korte termijn opeisbare vorderingen van de Staat. Vlottend: leningen met een oorspronkelijke looptijd van twee jaar of minder. Vast: leningen met een oorspronkelijke looptijd van langer dan twee jaar.

netto toegevoegde waarde : markten en prijzen - Is gelijk aan de bruto toegevoegde waarde minus de afschrijvingen. De netto toegevoegde waarde (tegen factorkosten) is gelijk aan de som van loon, interest, pacht en winst. Zie ook: tegenstelling bruto toegevoegde waarde onderdeel toegevoegde waarde

netto werkelijke rente : - Drukt de werkelijke kostprijs van een hypotheek uit, rekening houdend met o. a. alle kosten die de bank in rekening brengt, de verzekeringspremie en met het te verwachten fiscale effect. (bron: huizenveiling. nl)

nettoloon : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - beloning van de productiefactor arbeid minus de af te dragen belastingen en sociale verzekeringspremies.

netto-netto koppeling : algemeen overheid - De laagste sociale uitkeringen zijn netto (vrijwel) gelijk aan een bepaald percentage (50, 70, 90 dan wel 100) van het nettominimumloon. Als uitvloeisel van de bruto-bruto koppeling wordt het brutominimumloon elk half jaar aangepast (aan de trend van de bruto CAO-lonen). De wijziging in het nettominimumloon die hiermee samenhangt wordt via de netto-netto koppeling aan de laagste-uitkeringsontvangers doorgegeven. (Schöndorff c.s.).

nevenrestrictie : internationale integratie en handel - het kartelverbod geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen die rechtstreeks aan een concentratie (bijv. bedrijfsfusie) verbonden zijn en noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van die concentratie.

New Arrangements to Borrow (NAB) : financieel internationaal - Engels: aanvulling op de GAB. Op 17 November 17 1998 geëffectueerde overeenkomst tussen het IMF en 25 leden en organisaties. Een pakket maatregelen is overeengekomen om extra middelen beschikbaar te stellen aan het IMF, om de stabiliteit van het internationale monetarire systeem te kunnen waarborgen.
In november 2009 is het NAB nog eens uitgebreid (als reactie op de kredietcrisis) met 600 miljard, alsmede met een set extra maatregelen voor extra fondsen indien nodig. (actueel) Zie ook: nadere verklaring GAB nadere verklaring IMF

Newly Industrialising Countries (NIC's) : internationaal - Engels: groep van landen met een snel groeiende economie (BNP). De export van deze landen groeit sterk, tevens is meestal de thuismakrt nog beschermd door importbeperkende maatregelen. Met de NIC's van de eerste generatie werden Hong Kong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea bedoeld (ook: de Asian Tigers). De tweede generatie betreft ook landen als China, Maleisië, Turkije, Vietnam, Filipijnen, Indonesië. (actueel) Zie ook: nadere verklaring binnenlands product nadere verklaring Azië-crisis

niet-actieven : groei en conjunctuur - Het totale aantal uitkeringsjaren in de sociale zekerheid voorzover geregeld in de wetgeving op de sociale zekerheid. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring uitkeringsjaren

niet-belastingontvangsten : algemeen overheid - Alle ontvangsten die zijn verantwoord op de begroting van de rijksoverheid en die niet tot de belastingen worden gerekend. Het gaat vooral om ontvangsten die samenhangen met verleende overheidsdiensten en kredietverlening door het Rijk, en de aardgasbaten (exclusief vennootschapsbelasting). (Schöndorff c.s.)

niet-duurzame consumptiegoederen : algemeen, consumenten en producenten - Consumptiegoederen die in dezelfde inkomensperiode waarin zij werden aangeschaft meteen worden verbruikt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling duurzame consumptiegoederen

niet-marktconform : internationale integratie en handel - betekent dat een (overheids)maatregel het marktmechanisme (deels) uitschakelt. Een voorbeeld van niet-marktconform ingrijpen is het instellen van een maximimum- of minimumprijs. De overheid is dan ook gedwongen aanvullende maatregelen te nemen.

niet-marktconforme maatregelen : markten en prijzen - tegengesteld aan marktconforme maatregelen. Zie ook: tegenstelling Marktconforme maatregelen

niet-natuurlijk persoon : producentengedrag - rechtspersoon.

niet-zuivering : pand en hypotheek - clausule in de hypotheekakte waarmee de hypotheekhouder (bank) de verkoop van het verhypothekeerde onroerend goed (huis) kan tegenhouden als de koopsom niet voldoende is om de hypotheek in een keer af te lossen.

Nieuwe Economie : groei en conjunctuur - Economische ontwikkeling die zich kenmerkt door voortdurende hoge groei zonder noemenswaardige inflatie. Traditioneel loopt een economie in een periode van hoogconjunctuur tegen zijn capaciteitsgrenzen op. De besteders (consumenten, investeerders, overheid en buitenland) oefenen een toenemende macrovraag uit naar goederen en de productiemiddelen waarmee zij worden voortgebracht.. En er komt een moment waarop de productiecapaciteit, die het macroaanbod vormt, de macrovraag niet langer kan bijbenen. Er ontstaan spanningen op de arbeidsmarkt waardoor opwaartse druk op de lonen ontstaat; er komen spanningen op de kapitaalmarkt waardoor de rente oploopt; de prijzen van grond, grondstoffen en energie gaan stijgen. Met als resultaat dat het algemeen prijsniveau gaat oplopen: inflatie. Zo ging het tot het eind van de jaren tachtig , maar in de daarop volgende jaren denderde de groei in de Verenigde Staten door zonder dat er inflatie van enige betekenis optreedt. Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de Fed, houdt er bij zijn beleid rekening mee. Met veel andere economen verklaart hij het uitblijven van inflatie door te wijzen op een aantal verschijnselen: Een structurele factor als de globalisering van de economie, waardoor ondernemers aan felle buitenlandse concurrentie op hun thuismarkt bloot staan en dus hun prijzen minder durven verhogen; Een meer incidentele factor als de Azië-crisis, die in 1997-1998 een deflatoire invloed op de wereldeconomie heeft gehad; Een verbetering van de monetaire politiek van zowel de Fed als de Europese Centrale Bank die met argusogen een uitgebreid systeem van vroege waarschuwingssignalen volgen en heel tijdig aangeven wanneer ze van plan zijn de korte rente te verhogen; En, ook structureel, de zogeheten ICT-revolutie, de opkomst van de informatie- en communicatietechnologie. Volgens sommigen is het deze ICT-revolutie die ervoor zorgt dat de productiviteit sterk toeneemt zonder dat inflatie optreedt. Door wat æde chipÆ allemaal teweeg brengt zijn ondernemingen in staat om met een gegeven hoeveelheid productiemiddelen een grotere productie te leveren. De chip en zijn toepassingen vormen een basisinnovatie vergelijkbaar met de uitvinding en toepassing van de stoommachine, de verbrandingsmotor en de elektriciteit. In het bovenstaande is de ICT-revolutie nadrukkelijk neergezet als één van de mogelijke factoren die de inflatie onderdrukken. En door de chip een plaats te geven in een reeks basisinnovaties is het verband met de lange-golfbeweging, de Kondratieff, als vanzelf gelegd. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring macrovraag nadere verklaring macroaanbod nadere verklaring productiecapaciteit nadere verklaring inflatie

Nieuwe Internationale Economische Orde : internationaal - Een structurele verandering in de economische verhouding tussen ontwikkelingslanden en rijke landen. Aanhangers van deze visie zoals de befaamde Nederlandse econoom Jan Tinbergen leggen de nadruk op de gewenste volledige economische en sociale onafhankelijkheid van de ontwikkelingslanden. In dit verband wordt ook gewezen op de noodzaak tot meer samenwerking tussen ontwikkelingslanden. (Schöndorff c.s.).

Nijenrode Forum for Economic Research (Nyfer) : groei en conjunctuur - macro-economisch onderzoeksinstituut dat onder meer de ontwikkeling van de economische situatie tracht te voorspellen. (Schöndorff c.s.)

Nikkei index : financiële zaken - Index van de effectenbeurs in Tokio. Deze beursthermometer is gebaseerd op het koersgemiddelde van de 225 belangrijkste aandelenfondsen. (Schöndorff c.s.)

nivellering : algemeen overheid - Proces waardoor (inkomens-)verschillen tussen individuen of sectoren geringer worden. Een van de manieren om de (personele) inkomensverschillen te verkleinen is het hanteren van de progressief stelsel van loon- en inkomstenbelasting. Naarmate men een hoger belastbaar inkomen heeft, wordt men belast met een hoger belastingpercentage. In de praktijk wordt aan het inkomensherverdelende effect van zoÆn belastingstelsel afbreuk gedaan door het toestaan van aftrekposten (bijv. de betaalde rente over hypothecair krediet). (Schöndorff c.s.).

no claim-korting : consumenten en producenten - Engels: korting op de verzekeringspremie wanneer er binnen een bepaalde tijdsperiode(s) geen aanspraak (=claim) wordt gemaakt op schadevergoeding door de verzekeringsmaatschappij. Indien de verzekeringnemer de verzekeraar een schade laat vergoeden, vervalt de no-claimkorting geheel of gedeeltelijk. Veel voorkomend bij autoverzekeringen.

noemereffect : algemeen overheid - Verhoudingsgetallen, zoals de collectieve lastendruk en de schuldquote, vallen lager uit dank zij de groei van het bruto binnenlands product. Voorbeeld: de overheidsschuld bedraagt in het jaa2000 240 miljard euroÆs (teller = bedrag boven de breukstreep); het bbp komt uit op 374 miljard (noemer = bedrag beneden de breukstreep). Dit levert een schuldquote van 0,6 op. Wanneer de schuld gelijk blijft en het bbp toeneemt, daalt de schuldquote en wel uitsluitend tengevolge van het noemereffect (de teller blijft immers onveranderd) (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring collectieve lastendruk nadere verklaring schuldquote nadere verklaring bruto binnenlands product

nominaal loon : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - beloning van de productiefactor arbeid. Het is het loon uitgedrukt in een geldeenheid, dus niet gecorrigeerd voor het prijspeil. Men spreekt ook wel van loon in lopende prijzen. Het reële loon wordt ook wel loon in constante prijzen genoemd.

nominaal nationaal inkomen : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is het nationaal inkomen in geld (guldens) uitgedrukt, waarbij geen rekening is gehouden met de inflatie. Men spreekt ook wel van nationaal inkomen in lopende prijzen. Dit in tegenstelling tot het nationaal inkomen in constante prijzen..

nominale cijfers : algemeen - De cijfers zoals ze in euroÆs luiden. Om een vergelijking met andere jaren mogelijk te maken is het vaak nuttig zulke cijfers te corrigeren voor de inflatie, zodat gewerkt wordt met reële cijfers (defleren). (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inflatie nadere verklaring defleren

Nominale rente : financiële zaken - De feitelijke marktrente, die wordt gevormd door de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. Door het verwerken in de rente van dit percentage compenseert de kredietverlener de geldontwaarding van de middelen die hij tijdelijk afstaat. (bron: huizenveiling. nl).

nominale waarde Eng.: nominal value : financiële zaken - Waarde die op een aandeel of obligatie staat vermeld. Voor de belegger heeft de ~ van aandelen over het algemeen geen betekenis, maar is de waarde op de beurs bepalend. Bij obligaties is de ~ wel van belang omdat de aflossing tegen de ~ (à pari) gebeurt en de rentevergoeding over de nominale waarde wordt berekend (bron: beleggingsplein.nl). Zie ook: tegenstelling intrinsieke waarde

nominale waarde van de munt : geld, geldschepping - de op de munt aangegeven waarde. Zie ook: tegenstelling intrinsieke waarde van de munt

nominalisme : groei en conjunctuur, markten en prijzen - opvatting dat in de onderneming de nominale waarde van het eigen vermogen gehandhaafd dient te blijven; het meerdere is winst. (bron: beleggingsplein.nl)