Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

maximale omzet : producentengedrag - is sprake van als de coördinaat prijs/hoeveelheid precies midden op de prijsafzetcurve of de vraagcurve zit. De prijselasticiteit van de vraag is dan -1.

maximale totale winst : consumenten en producenten - De totale winst is het verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten. De totale winst is maximaal wanneer de marginale opbrengst (MO) gelijk is aan de marginale kosten (MK). Immers zolang de opbrengst van een extra verkochte eenheid hoger is dan de extra kosten om die eenheid te produceren, neemt de totale winst toe. Overtreffen de extra kosten de extra opbrengsten dan neemt de totale winst af. Waar extra opbrengst en extra kosten juist aan elkaar gelijk zijn, bereikt de totale winst zijn maximale omvang. Het streven naar maximale totale winst is in de micro-economische theorie niet meer dan een hypothese inzake de doelstelling van de onderneming. (Schöndorff c.s.).

maximumprijs : markten en prijzen - Een door de overheid opgelegde prijs waarboven niet mag worden verkocht. Maximumprijzen worden soms toegepast wanneer tekorten bestaan aan (noodzakelijke) goederen. In het algemeen gaan maximumprijzen gepaard met een distributiesysteem: omdat de vraag groter is dan het aanbod (vraagoverschot) moet de overheid goederen toewijzen. Met dit marktbeleid probeert de overheid de consument tegen te hoge prijzen te beschermen. Het gevolg van een maximumprijs is een vraagoverschot. 	grafiek maximumprijs	grafiek maximumprijs - Zie ook: tegenstelling minimumprijs

mechanisatie : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - houdt het invoeren in van machines, waarbij de mens nog een belangrijke rol speelt. Bij mechanisatie neemt de productiviteit toe, maar is ook mede afhankelijk van het arbeidstempo. Het invoeren van machines heeft ook invloed op de arbeidsverdeling, die hierdoor nog verder wordt doorgevoerd. Wanneer invoering van machines tot gevolg heeft dat de mens geen invloed meer heeft op het productietempo, spreekt men van automatisering.

mededingingsbeleid : algemeen overheid - Het concurrentiebeleid krachtens de Mededingingswet (bron: nrc.nl).

mededingingsrecht : consumenten en producenten - rechtsgebied uit voornamelijk de Mededingingswet en het EG-verdrag; vooral m.b.t. tot de kanalisering van concurrentieverhoudingen binnen Nederland en Europa en de bestraffing van oneerlijke concurrentie door bijv. kartelvorming of -afspraken.

mededingingsregeling : consumenten en producenten, markten en prijzen - Overeenkomst tussen ondernemingen waarin prijsafspraken worden gemaakt of afzetgebieden worden vastgesteld, teneinde de onderlinge concurrentie te beperken. Zie ook: onderdeel kartel

Mededingingswet (MDW) : consumenten en producenten - Deze wet, die de vroegere Wet Economische Mededinging heeft vervangen, gaat evenals het Europees mededingingsbeleid uit van een verbodssysteem. Beperking van mededinging is in beginsel verboden. Artikel 6 lid 1 luidt: śVerboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst.∆ Het is mogelijk vrijstelling of ontheffing te krijgen voor afspraken die noodzakelijk zijn om productieve samenwerking tussen ondernemingen te realiseren. Het systeem van ontheffingen en vrijstellingen is rechtstreeks ontleend aan het Europees mededingingsbeleid. Afspraken waarbij het gaat om een omzet beneden een bepaalde waarde blijven ongemoeid: de zogeheten śbagatelbepaling∆. Het misbruik maken van een economische machtspositie is verboden. Artikel 24 luidt: 'Het is ondernemingen verboden misbruik te maken van een economische machtspositie∆. De nieuwe wet maakt toezicht mogelijk op concentraties door fusie of overname. Overtredingen (artikel 56) worden bestraft met een boete. Toezicht op de naleving van de wet wordt verzorgd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma). Internet: http://www.minez.nl/nma. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) onderdeel Wet Economische Mededinging

medezeggenschap : groei en conjunctuur, markten en prijzen - kunnen deelnemen in het bestuur van bijv. een onderneming.

meerjarenramingen van het Rijk : algemeen overheid - Ramingen van de uitgaven, de niet-belastingontvangsten, de premie- en de belastingontvangsten voor de vier jaren volgend op het begrotingsjaar. Bij het opstellen van de meerjarenramingen wordt, rekening houdend met de macro-economische verwachtingen, uitgegaan van bestaande wettelijke regelingen, concrete door ministers gemaakte afspraken, eerder aangegane verplichtingen en kwantificeerbare Űexogeneö factoren, zoals de groei van het aantal kinderen (bij de onderwijsramingen). (Schöndorff c.s.)

meeropbrengst : consumenten en producenten - In de fysieke betekenis de extra opbrengst die wordt verkregen door eenheden van een variabele productiefactor toe te voegen aan een constant gehouden hoeveelheid van een andere productiefactor. De geldelijke meeropbrengst wordt meestal marginale opbrengst genoemd. (Schöndorff c.s.). In formulevorm is bijv. de meeropbrengst van arbeid: deltaQ/deltaA, waarin Q de fysieke opbrengst (productie) voorstelt en A de eenheden arbeid. De meeropbrengsten worden ook wel eens grensopbrengsten genoemd.

meerwerk : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - door de opdrachtgever aan de aannemer gevraagd werk dat buiten het bestek en dus het begrote bouwbedrag valt.

meestbegunstigingsclausule Eng.: most-favoured nation clause : internationaal - Dit is een voorwaarde in de regels van de World Trade Organization (WTO) die zegt dat een land dat aan een ander land handelsvoordelen toekent, dezelfde voordelen ook aan de andere deelnemers moet gunnen. Op deze regel bestaan twee uitzonderingen. Vrijhandelsgebieden en douane-unies hoeven zich niet aan deze regel te houden. En handelsvoordelen die een land toekent aan ontwikkelingslanden hoeven niet ook aan alle andere WTO-leden te worden gegeven. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel WTO onderdeel douane-unie onderdeel vrijhandelsgebied

meewerkaftrek : financiële zaken, overheid - bedrag dat van de winst uit onderneming kan worden afgetrokken doordat de partner van de ondernemer zonder vergoeding in zijn onderneming werkt. De ~ leidt tot minder belasting.

megaondernemingen : consumenten en producenten groei en conjunctuur - Ondernemingen die wereldwijd actief zijn, met een internationaal samengestelde directie en raad van commissarissen en met een beurswaarde van meer dan 100 miljard dollar. (Schöndorff c.s.)

melding transacties effecten (Mte) : financiële zaken markten en prijzen - verplichting van een instelling die effecten uitgeeft om transacties in eigen effecten te melden bij de minister of bij een daartoe aangewezen rechtspersoon.

meldingsplicht : producentengedrag - verplichting om een ontstane situatie of situatie die zal ontstaan bij het bevoegd gezag te melden. Bijv. grote fusies moeten vooraf aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma) worden gemeld.

meldingsplichtig bouwwerk : algemeen overheid - niet omvangrijke bouwwerken dienen vooraleer de bouw van start gaat, schriftelijk te worden aangemeld bij de gemeente. Zij geeft van de ontvangst openbaar kennis in een regionaal (huis-aan-huis) blad.

Melkertbanen : groei en conjunctuur, overheid - ~ zijn banen die door de maatregel van de toenmalige Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Melkert) tot stand gekomen zijn. De maatregel heeft tot doel om langdurig werklozen weer ervaring op te laten doen in het arbeidsproces. Zie ook: onderdeel I/D-banen

melkquotum / (mv) melkquota : internationaal - Maximale hoeveelheid melk die per boerenbedrijf mag worden geproduceerd. De melkquota zijn ingesteld om een eind te maken aan de overproductie die in de jaren zeventig en tachtig leidde tot het ontstaan van melkplassen en boterbergen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel superheffing onderdeel Europese landbouwpolitiek

menselijk kapitaal Eng.: human capital : groei en conjunctuur - Naast de traditionele kapitaalgoederen kan de in mensen besloten voorraad kennis en vaardigheden worden onderscheiden. Het menselijk kapitaal is in de 'human capital' theorie een voorraad vaardigheden die in mensen zit opgesloten en die een stroom van inkomens kan opleveren. Investeren in menselijk kapitaal door middel van scholing, levert in de toekomst rendement op (Schöndorff c.s.).

Mercantilisten : algemeen - De mercantilisten (17e eeuw) zagen de internationale handel als de voornaamste bron van welvaart, waarmee ze dan vooral de opeenhoping van handelsvoorraden en goud bedoelden. Mercantilisten streefden ernaar meer uit te voeren dan in te voeren om zodoende de goudvoorraad van een land te spekken. Typisch mercantilistische maatregelen waren: het tegengaan van de invoer van eindproducten door Frankrijk in de tijd van Lodewijk XIV en de Act of Navigation (1651), die tot doel had de Engelse scheepvaart te beschermen tegen de concurrentie van de Hollanders. (Schöndorff c.s.)

Mercosur : internationaal - De in 1991 op grond van de Treaty of Asuncion tot stand gekomen Latijns Amerikaanse vrijhandelszone tussen Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay met Chili en Bolivië als geassocieerde leden.

merit goods : algemeen overheid - Engels: bemoeigoederen; goederen waarvan de overheid vindt dat de consumptie ervan moet worden gestimuleerd. Zie ook: tegenstelling demerit goods onderdeel bemoeigoederen

merkbescherming : internationale integratie en handel - het recht van een merkhouder om een ander te verbieden van zijn of een gelijksoortig merk in het economisch verkeer gebruik te maken.

merkdepot / deponeren van een merk / gedeponeerd merk : internationale integratie en handel - inzenden van een merk aan een merkenbureau ter verzekering van het uitsluitend recht op dat merk. Bijv. depot bij het Benelux-merkenbureau.

merkenrecht : internationale integratie en handel - rechtsgebied uit voornamelijk de Benelux Merkenwet, diverse Europese Richtlijnen en internationale verdragen; vooral m.b.t. de rechtsverkrijging, omvang en beëindiging van bescherming op (de diverse soorten) merken.

merknaam : internationale integratie en handel - de gedeponeerde naam van een product.

meso-economie : algemeen - Dat deel van de economische wetenschap, dat de economische activiteiten op het niveau van de sectoren en de bedrijfstakken bestudeert (Schöndorff c.s.). De overgang van micro- naar meso-economie is niet precies aan te geven. Meso-economie heeft een hogere aggregatiegraad dan micro-economie, maar een lagere dan de macro-economie. Zie ook: onderdeel macro-economie onderdeel micro-economie

mezzanine financiering : financiële zaken - Financiële instrumenten zoals achtergestelde leningen en preferente aandelen die de kern vormen van een gemengde financieringsstructuur bestaande uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. (bron: beleggingsplein.nl).

micro-economie : algemeen - Dat deel van de economische wetenschap, dat de economische activiteiten van individuele bedrijven en gezinnen bestudeert in verband met het tot stand komen van prijzen en de verdeling van de productiefactoren over de productiemogelijkheden (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel macro-economie onderdeel meso-economie

middelen : grondbegrip - zijn goederen en diensten.

middelentoets : algemeen overheid - Dit begrip omvat zowel de inkomenstoets als de vermogenstoets. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inkomenstoets nadere verklaring vermogenstoets

middelloonregeling : algemeen overheid - Bij middelloonregelingen is het aanvullend ouderdomspensioen gebaseerd op wat de deelnemer gemiddeld over zijn hele loopbaan verdiende. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring eindloonregeling

Midden- en Klein Bedrijf Nederland (MKB-Nederland) : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - Bij het ~ zijn 125 brancheorganisaties en zo'n 400 regionaal en lokaal gerichte ondernemersverenigingen aangesloten. Daarmee behartigt ~ de belangen van zo'n 125.000 ondernemers. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel werkgeversorganisaties

Midkap-index : financiële zaken - Index, waarin de 25 ondernemingen zijn opgenomen die, naar beursomzet gemeten, volgen op de 25 aandelen die in de AEX-index zijn opgenomen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring AEX-index

milieu : algemeen - Het natuurlijk milieu -- kortweg de natuur -- kan worden gezien als een omhulsel van het economisch systeem. Die natuur heeft twee belangrijke functies: ten eerste is zij de bron van grondstoffen en ten tweede vormt zij de vergaarbak van allerlei afgewerkt materiaal dat overblijft bij productie en consumptie. In de figuur bevat stroom 1 de grondstoffen en energie die bij de productie aan de natuur worden onttrokken. Het gaat daarbij om lucht, water, kolen, olie, gas, mineralen, land- en bosbouwproducten. Stroom 2 stelt de producten voor die naar de consumptiehuishoudingen gaan. Stroom 3 laat zien hoe het afval van de productie terugstroomt in het natuurlijk milieu. Daarbij gaat het om chemicaliën, as, gassen en warmte. Binnen de productie is een onderdeel 'afvalverwerking' getekend: een deel van het afval kan na bewerking weer worden gebruikt als grondstof. Ook de sector afvalverwerking loost resten in de natuur (stroom 4). Stroom 5 laat zien wat de sector consumptie in het milieu terugbrengt: huishoudelijk afval en verder alles wat via het riool wegloopt. Voor een deel wordt dit verwerkt en hergebruikt. Maar consumenten lozen ook heel wat ongezuiverd in de natuur: niet alleen gassen uit auto's, ook bij verwarming en andere activiteiten komen gassen en andere schadelijke stoffen vrij. Op zichzelf kan het ecologische systeem heel wat verwerken: het breekt schadelijke stoffen af en maakt er verse grondstoffen voor nieuw leven van. Maar het systeem kent grenzen. Sommige stoffen kunnen niet worden afgebroken. En bij andere kan de verwerkingscapaciteit van de natuur overbelast raken. Het leefmilieu raakt dan beschadigd. Voorbij een bepaalde grens komt zelfs het leven zelf in gevaar. Die grens is voor bepaalde soorten planten en dieren op bepaalde plaatsen al overschreden. Voor andere soorten is hij heel dichtbij. De milieuverontreiniging brengt inmiddels het draagvermogen van de natuur direct in gevaar. 	Het milieu als omhulsel 	Het milieu als omhulsel

milieubeleid : algemeen overheid - Overheidsbeleid dat beoogt de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden of deze te verbeteren. Belangrijke instrumenten ten dienste van het milieubeleid zijn vergunningen, voorschriften en aanwijzingen en milieuheffingen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring milieuheffingen

milieueffect rapportage (MER) : algemeen overheid - Overheden en bedrijven zijn verplicht de gevolgen van bepaalde investeringsprojecten voor de leefomgeving te rapporteren, voordat de overheid vergunning verleent/mag verlenen om met die projecten te beginnen. (Schöndorff c.s.)

milieuheffing : algemeen overheid - Heffing met als grondslag het verbruik van energie of andere grondstoffen (water) dan wel de hoeveelheid afvalstoffen (afvalwater, mest, vaste afvalstoffen) of afvalwarmte die in de leefomgeving wordt geloosd. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Heffing nadere verklaring ecotax

milieujaarverslag : consumenten en producenten - Hierin probeert de onderneming haar invloed op het milieu te becijferen. Met ingang van 2000 is publicatie van het groene jaarverslag voor ondernemingen onder bepaalde wettelijke voorwaarden verplicht. (Schöndorff c.s.)

milieurecht : algemeen, overheid - rechtsgebied uit nationale en internationale wet- en regelgeving; vooral m.b.t. de relatie tussen mens en (het behoud van het) milieu.

milieuvergunning : algemeen, overheid - vergunning op basis van de Wet Milieubeheer

Miljoenennota : algemeen overheid - Deze verschijnt op de derde dinsdag in september bij de opening van het parlementaire jaar. Officieel is de naam: Nota over de toestand van 's Rijks financiën. Het is een informatieve nota, geen wetsontwerp. De Miljoenennota geeft een beeld van de economische en de financiële situatie van ons land. Het daarbij passende begrotingsbeleid wordt toegelicht. En de nota vat de stapel wetsontwerpen samen die met elkaar de rijksbegroting vormen. (Schöndorff c.s.).

minderheidsbelang : financiële zaken markten en prijzen - het recht dat niet-concernaandeelhouders hebben op het eigen vermogen van een concernonderdeel. (bron: beleggingsplein.nl)

minimabeleid : algemeen overheid - Beleid van de overheid dat is gericht op extra inkomensondersteuning van individuen/huishoudens met de laagste inkomens. Onderdelen van het minimabeleid (kunnen) zijn: het verlenen van bijzondere bijstand, kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, extra verhoging van de individuele huursubsidie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring heffingen nadere verklaring bijstand nadere verklaring individuele huursubsidie

minimumloon : algemeen overheid - Brutoloon dat werkgevers wettelijk verplicht zijn ten minste aan hun werknemers van 23 jaar en ouder te betalen. Voor werknemers jonger dan 23 jaar gelden lagere brutoloonniveaus. Het brutominimumloon wordt halfjaarlijks aangepast aan de gemiddelde stijging van de (bruto) CAO-lonen in de voorafgaande periode (bruto-brutokoppeling). (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring bruto-brutokoppeling

minimumprijs : groei en conjunctuur - Een door de overheid vastgestelde prijs waaronder niet mag worden verkocht. Op markten waar vraag en aanbod de prijs bepalen komt een evenwichtsprijs tot stand waarbij de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid juist aan elkaar gelijk zijn. In de figuur de prijs OP en de hoeveelheid OA. Wanneer de overheid de prijs die door de werking van vraag en aanbod tot stand komt te laag vindt, stelt zij soms een minimumprijs vast. De figuur laat zien wat hiervan het gevolg is. Bij deze minimumprijs wordt de markt niet geruimd. Er wordt een hoeveelheid OC aangeboden, terwijl OB wordt gevraagd. Er bestaat een aanbodoverschot ter grootte van BC. Voorbeelden van het opleggen van een minimumprijs: de arbeidsmarkt waar een minimumloon geldt, wat leidt tot een aanbodoverschot van werknemers (werkloosheid). De Europese landbouwpolitiek heeft jarenlang minimumprijzen (garantieprijzen) gehanteerd, die aanbodoverschotten in de vorm van een boterberg, een vleesberg, een melkplas, en dergelijke tot gevolg hadden. Met dit beleid probeert men de producent te beschermen. De minimumprijs is een soort garantieprijs, waardoor het inkomen van de producent iets meer gegarandeerd is. Aanbodoverschotten moeten als aanvullende maatregel opgekocht worden, en dienen voor andere doeleinden gebruikt te worden, of vernietigd te worden. 	grafiek minimumprijs 	grafiek minimumprijs - Zie ook: onderdeel Europese landbouwpolitiek tegenstelling maximumprijs

ministeriële verklaring van geen bezwaar : algemeen, consumenten en producenten - Verklaring van de Minister van Justitie dat hem van geen bezwaren is gebleken, benodigd om een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) te kunnen oprichten.

Ministerie van Financiën (Min. Fin.) : algemeen overheid - Ministerie houdt zich bezig met de financiële en economische politiek, coördineert de opstelling van de rijksbegroting, ziet toe op het binnenlands geldverkeer en stippelt het belastingbeleid uit. De Belastingdienst vormt een onderdeel van de organisatie van dit ministerie. (Schöndorff c.s.)

mission statement : strategisch management - Engels: Missie. Visie waarin de onderneming haar hoogste doel aangeeft wie zij zijn, wat zij willen, en hoe zij dat denkt te bereiken.

mobiliteit van de arbeid : groei en conjunctuur - Beweeglijkheid van de arbeid tussen banen, beroepen en streken van het land. (Schöndorff c.s.).

modaal inkomen : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is bij de personele inkomensverdeling het inkomen dat behoort bij de modale klasse. De modale klasse is de klasse met de hoogste frequentie, d.w.z. de klasse met het meest voorkomende inkomen.

modale werknemer : groei en conjunctuur, overheid - Werknemer met twee kinderen van 6-12 jaar en een looninkomen dat juist beneden de premiegrens van de verplichte ziekenfondsverzekering (2005: Euro 33.000) ligt (Schöndorff c.s.).

model Eng.: model : algemeen - Is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, en beschrijft hierdoor slechts de samenhang tussen de belangrijkste (economische) grootheden. Het voordeel van het werken met modellen is het analytische karakter (simulatie), waarbij men de beperkte geldigheid m.b.t. de actualiteit niet uit het oog mag verliezen. Dit probleem kan worden ondervangen door meer grootheden en parameters toe te voegen. Het model krijgt hierdoor een meer realistischer karakter maar wordt wel veel ingewikkelder.

modified duration : financiële zaken - Geeft de mate aan waarin de koers van een obligatie reageert op veranderingen van het effectief rendement. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring obligatie nadere verklaring effectief rendement

moedermaatschappij : producentengedrag - een rechtspersoon die meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van een andere rechtspersoon (de 'dochter') kan uitoefenen, of die meer dan de helft van de bestuurders of commissarissen van die andere rechtspersoon kan benoemen of ontslaan.

momentum : financiële zaken markten en prijzen - Latijn: Een periode in de zich op en neer bewegende (bijv aandelen)cyclus waarin men denkt een beweging te herkennen, dusdanig dat deze beweging zich nog wel even voortzet. Daarmee dus een signaal herkennend voor aan of verkoop van deze effecten.

mondiale inkomensverdeling : internationaal - Verdeling van het inkomen over (inwoners van) de landen in de wereld. (Schöndorff c.s.)

mondialisering / globalisering / internationalisatie : algemeen - Het verschijnsel dat de economie, maar ook bijv. technologie, als gevolg van het verdwijnen van nationale grenzen en deregulering, op wereldwijde schaal plaatsvinden. Tegenstanders van ~ protesteren tegen de prominente rol die zogenaamde multinationals hierin spelen en tegen de gevolgen die ~ voor het milieu en sociale wetgeving heeft.

Monetair Comité : overheid, internationaal - overlegorgaan van de EG bestaande uit vertegenwoordigers van de centrale banken en de regeringen van de lidstaten van de EG en de Europese Commissie. Het ~ is met ingang van 1 januari 1999 vervangen door het Economisch en Financieel Comité. (bron: DNB)

monetair evenwicht : geld, geldschepping - is sprake van als: geldschepping + ontpotting = geldvernietiging + oppotting. Uitgaande van de verkeersvergelijking van Fisher is de geldstroom (MV) constant. In geval van het IS/LM model is sprake van monetair evenwicht als de geldvraag gelijk is aan het geldaanbod, dus als L = M.

monetair toezicht : groei en conjunctuur, overheid - Centrale bank bewaakt de geldschepping door particuliere banken. (Schöndorff c.s.)

monetaire financiering : algemeen overheid - Financiering van het overheidstekort door plaatsing van kortlopende schuld bij het bankwezen, waardoor de geldhoeveelheid toeneemt. (Schöndorff c.s.)

monetaire inflatie : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Van monetaire inflatie is sprake wanneer meer geld in de economische kringloop komt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel inflatie tegenstelling prijsinflatie

monetaire kasreserveregeling : geld, bankwezen - is in de plaats gekomen van het kredietplafond. Het betreft een voorschrift dat banken de maatschappelijke geldhoeveelheid niet meer dan een bepaald percentage mogen laten groeien. Overschrijden de banken de norm dan moeten zij DNB een bepaald percentage rente betalen over een monetaire kasreserve.

monetaire politiek : groei en conjunctuur, overheid - In het algemeen: beleid gericht op beïnvloeding van de grootte en de samenstelling van de geldhoeveelheid met als doel het stabiliseren van de binnen- en de buitenwaarde van de eigen munt. (Schöndorff c.s.). Enkele instrumenten van monetaire politiek zijn: discontopolitiek, openmarktpolitek, contingent, montaire kasreserveregeling en de geldmarktkasrerve politiek. Zie ook: onderdeel binnenwaarde onderdeel buitenwaarde

monetaire sfeer : nationaal inkomen, werkgelegenheid - betreft de monetaire sector, of ook wel de geldsfeer genoemd. Dit betreft een uitwerking van de liquiditeitsvoorkeurtheorie van Keynes, waardoor de invloed van de actieve en inactieve kas op het model tot uitdrukking komt.

monetaire unie : internationale economische betrekkingen / integratie - omvat landen die gezamenlijk één munteenheid hebben, en onderling een volkomen vrij betalingsverkeer.

monetaristen : groei en conjunctuur - Monetaristen wijzen erop dat een sturend begrotingsbeleid van de overheid zinloos is, omdat het alleen tot prijsverhoging leidt en niet tot meer werkgelegenheid. Ook een stimulerende geldpolitiek is volgens monetaristen uit den boze. Een versnelling van de geldgroei leidt tot inflatieverwachtingen en alleen aanvankelijk tot enig positief effect op de productie en de werkgelegenheid. Zij pleiten daarom voor een vaste geldgroei: de liquiditeitenmassa dient jaarlijks gelijke pas te houden met de trendmatige groei van het nationaal product. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Keynesiaanse begrotingspolitiek onderdeel Chicago school onderdeel Friedman, Milton

monisme : groei en conjunctuur, markten en prijzen - opvatting dat een balans of winstbepalend of vermogensbepalend kan zijn, maar niet beide.

monitor lokale lasten : algemeen overheid - Jaarlijks overzicht dat rapporteert over de hoogte en de ontwikkeling van de lokale heffingen voor gezinnen en bedrijven. (Schöndorff c.s.)

monocultuur : internationaal - Een land is aangewezen op de (export-)opbrengst van één of enkele producten. Enkele voorbeelden: Niger (uranium), Zuid-Jemen (olie) en Zambia (koper en kobalt). (Schöndorff c.s.)

monopolie : markten en prijzen, consumenten en producenten - 1. Dit is een marktvorm waarbij slechts 1 onderneming het product aanbiedt. Concurrenten zijn er niet. De monopolist heeft uitsluitend met zijn kopers te maken. Door zijn machtspositie kan hij een hogere prijs vragen dan bij volkomen concurrentie tot stand zou komen. In zijn meest zuivere vorm zullen we het monopolie nooit in de werkelijkheid aantreffen. Er zal altijd wel een of ander substituut bestaan. Er bestaan zogenoemde natuurlijke monopolies, bijv. wanneer de hele uraniumproductie in handen zou zijn van één onderneming. Er zijn overheidsmonopolies, die hun positie meestal aan een wettelijke regeling danken. Men denke aan De Nederlandsche Bank. De derde groep omvat bedrijven met een feitelijk monopolie: voor mogelijke toetreders is het praktisch onuitvoerbaar om tot de markt door te dringen. Dit kan komen doordat met een geweldig groot beginvermogen moet worden gestart of doordat heel speciale kennis van een bepaald productieproces of van de marktomstandigheden vereist is. (Schöndorff c.s.). De prijsafzetcurve van de monopolist is een dalende curve, en valt samen met de collectieve vraagcurve. 2. Recht dat men met uitzondering van anderen heeft tot het verhandelen of het verrichten van iets. Zie ook: onderdeel marktvorm onderdeel oligopolie onderdeel monopolistische concurrentie onderdeel volkomen concurrentie

monopoliewinst : consumenten en producenten, markten en prijzen - Op winst komen nieuwe aanbieders af. Bij volkomen concurrentie verdwijnt deze winst, omdat nieuwe aanbieders vrij zijn tot de markt toe te treden. Bij een monopolie is de toetreding geblokkeerd. De aanbieder zal zijn positie proberen te handhaven door toetredingsdrempels op te werpen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel marktvorm onderdeel oligopolie onderdeel monopolie onderdeel volkomen concurrentie

monopolistische concurrentie : consumenten en producenten markten en prijzen - Marktvorm waarbij zeer veel aanbieders producten aanbieden die elkaars substituten zijn. In tegenstelling tot de situatie bij volkomen concurrentie is hier geen sprake van een homogeen product, maar veeleer van een heterogeen product. De aanbieder probeert voor zijn product een speciale voorkeur te scheppen door de uitvoering en door dienstbetoon. Voorbeelden: de warme bakker, de sigarettenwinkel, de pompstations en dergelijke. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel polypolie onderdeel marktvorm onderdeel monopolie