Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

lopende rekening : internationaal - Het totaal van de eerste vier deelrekeningen van de betalingsbalans (goederen-, diensten-, inkomens-, en inkomensoverdrachtenrekening). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel goederenrekening onderdeel dienstenrekening onderdeel inkomensrekening onderdeel inkomensoverdrachtrekening

Lorenzcurve : groei en conjunctuur - Kromme waarmee de scheefheid van een verdeling zoals bijv. de scheefheid van de inkomensverdeling in een land kan worden uitgebeeld. In het laatste geval zijn langs de horizontale as de inkomenseenheden afgezet. Hoe hoger het inkomen, hoe verder naar rechts de inkomenseenheid is gerangschikt. De verticale as laat zien welk aandeel de inkomenseenheden in het totale inkomen hebben. Verdient elke eenheid evenveel, dan resulteert een rechte lijn, met een hoek van 45 graden: de eerste tien procent van de huishoudens hebben tien procent van het totale inkomen, de eerste twintig procent heeft twintig procent van het totale inkomen, en zo verder. Zodra sprake is van inkomensongelijkheid, ontstaat een kromme onder de 45-gradenlijn. De 'buikigheid' van de kromme geeft de mate van scheefheid weer. Hoe groter de oppervlakte tussen de kromme en de 45-gradenlijn, hoe groter de inkomensongelijkheid is. De kromme krijgt pas betekenis door verschillende curven met elkaar te vergelijken. Bijv. van inkomensverdelingen in de loo 	Lorenzcurve 	Lorenzcurve - Zie ook: onderdeel Ginicoëfficiënt

lumpsum belasting : collectieve sector / economische orde en politiek - houdt in dat de overheid haar tekort dekt door het heffen van een belasting waarbij iedereen in gelijke mate bijdraagt. Uit het oogpunt van lastenverdeling wordt dit vaak als onrechtvaardig ervaren.

luxe goederen : consumenten en producenten - Goederen met een inkomenselasticiteit groter dan 1. Aldus gedefinieerd houdt æluxeÆ geen waardering in. De economie onthoudt zich van het uitspreken van een waardeoordeel over behoeften van mensen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling inferieure goederen

maatmanloon : nationaal inkomen, werkgelegenheid - het loon dat een persoon verdiend zou hebben als hij niet ziek zou zijn geworden;
het, aan loonontwikkelingen aangepaste, laatstverdiende loon.

maatschappelijk kapitaal : producentengedrag - het kapitaal (minimaal NV € 45.000,-- en BV € 18.000,--) dat bij de oprichting van de vennootschap in de statuten is vastgesteld en dan moet zijn gestort.

maatschappelijke geldhoeveelheid : groei en conjunctuur - Al het chartale en het girale geld in handen van ingezetenen van Euroland, verminderd met de kassen van de centrale overheden van de EMU-deelnemers en van de banken. Meestal wordt kortweg gesproken van de geldhoeveelheid. (Schöndorff c.s.).

maatschappelijke kosten : markten en prijzen - Kosten voor de samenleving als geheel. Dus de private kosten vermeerderd met de omvang van eventuele negatieve externe effecten. Het marktmechanisme brengt zulke externe effecten niet tot uitdrukking. Wil de productprijs de volledige maatschappelijke kosten weergeven, dan dient de overheid met een heffing de prijs te beïnvloeden. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring externe effecten

maatschappelijke zetel : producentengedrag - hoofdkantoor van het bedrijf; formele vestigingsplaats van een rechtspersoon

maatstaf van heffing : financiële zaken, overheid - maatstaf waarin is aangegeven hoe de waarde berekend moet worden waarover belasting wordt geheven. De maatstaf van heffing voor het recht van schenking bepaalt bijv. dat het recht van schenking wordt geheven over hetgeen de begiftigde verkrijgt, eventueel na aftrek van aan de schenking verbonden lasten en verplichtingen, waardoor hetzij de schenker, hetzij een derde wordt gebaat.

macro economisch toezicht : geld, bankwezen - is het groot monetair beleid en klein monetair beleid van DNB.

Macro Economische Verkenning (MEV) : groei en conjunctuur, overheid - De ~ wordt elk jaar op de derde dinsdag van september, bij de opening van het parlementaire jaar, tegelijk met de Miljoenennota gepubliceerd. In de MEV wordt aandacht besteed aan de financieel-economische ontwikkeling in binnen- en buitenland voor het komend jaar. Daarbij wordt uitgegaan van het in de Troonrede, de rijksbegroting en de Miljoenennota neergelegde beleid. De MEV loopt vooruit op het Centraal Economisch Plan (CEP), dat een half jaar later verschijnt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Centraal Plan Bureau (CPB) onderdeel Centraal Economisch Plan (CEP)

Macro Economische Verkenning (MEV) : collectieve sector / economische orde en politiek - korte-termijn-voorspelling van het CPB; de ~ is een uitgave van het Centraal Planbureau dat in september tegelijk met de miljoenennota verschijnt. Het is een verkorte uitgave van het CEP, maar dan wel met de nieuwste gegevens en hierop eventueel een bijgestelde prognose, waarmee men de miljoenennota beter (politiek onafhankelijk) kan beoordelen.

macroaanbod : groei en conjunctuur - Dit is het productievolume dat alle producenten samen -- gegeven de omvang en kwaliteit van hun productiecapaciteit en hun kosten -- van plan zijn bij een bepaald prijsniveau aan te bieden. In de figuur wordt verticaal het algemeen prijsniveau gemeten en horizontaal het volume van de nationale productie. Op de horizontale as zijn de normale bezetting QN en de productiecapaciteit Q* aangegeven. Het verloop van de macro-aanbodlijn kan worden verklaard door stap voor stap na te gaan hoe ondernemers reageren wanneer de vraag naar hun producten toeneemt. Zolang er nog ongebruikte capaciteit is kan de productie worden uitgebreid zonder prijsverhogingen (het traject A-B). Komt de capaciteitsgrens in zicht dan gaat bij verdere vergroting van de productie het prijsniveau stijgen. Is de capaciteitsgrens bereikt (vanaf punt C) dan heeft elke poging de productie verder te vergroten slechts prijsstijgingen tot gevolg. Door investeringen, door toepassing van nieuwe technieken en door scholing neemt de productiecapaciteit toe, wat neerkomt op een verschuiving van de macro-aanbodlijn naar rechts. 	macroaanbod	macroaanbod - Zie ook: onderdeel macrovraag onderdeel overbesteding

macro-aanbodcurve : nationaal inkomen, werkgelegenheid - geeft het verband tussen het prijsniveau en het productievolume dat de ondernemingen van plan zijn aan te bieden. Het aanvankelijk horizontaal verloop maar later progressief stijgend kan als volgt worden verklaard: Bij onderbesteding (en dus werkloosheid) kan de productie variëren bij ongeveer het zelfde prijsniveau, maar bij volledige bezetting (en dus volledige werkgelegenheid) zal alleen een hogere productie tot stand komen bij een hoger loon- en prijsniveau.

macro-economie : algemeen - Dat deel van de economische wetenschap dat de samenhang bestudeert tussen de zogenaamde geaggregeerde economische grootheden: de totale werkgelegenheid, de totale productie, de totale werkloosheid, de bestedingen van alle consumenten samen, de investeringen van alle producenten samen, de betalingsbalans, de wisselkoers. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel micro-economie onderdeel meso-economie

macro-economische balansvergelijking : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is de vergelijking: (S - I) + (B - O) = (E - M).

macro-economische identiteit : groei en conjunctuur - Een noodzakelijkerwijze uit de gekozen definities volgende gelijkheid in de macro-economie. (Schöndorff c.s.).

macrovraag : groei en conjunctuur overheid - Hiermee wordt bedoeld de bestedingen van alle consumenten, investeerders, de overheid en het uitvoersaldo. De besteders zijn in het algemeen geneigd bij lage prijzen meer aan te schaffen dan bij hoge prijzen. Een lagere prijs betekent immers dat ze voor hetzelfde geld meer goederen kunnen kopen; hun koopkracht is toegenomen. In de figuur heeft de macrovraaglijn daarom een dalend verloop. Samen bepalen macroaanbod en macrovraag het feitelijke productievolume en het prijsniveau. Zolang er onbenutte productiecapaciteit is -- het traject AB - leiden hogere bestedingen tot een groter productievolume. Wanneer de capaciteit al volledig bezet is -- het traject CD -- leidt vergroting van de bestedingen uitsluitend tot een hoger prijsniveau. 	macrovraag 	macrovraag - Zie ook: onderdeel macroaanbod onderdeel overbesteding

macrovraagcurve : nationaal inkomen, werkgelegenheid - geeft het verband tussen het prijsniveau en het reële nationaal product. Het dalend verloop kan als volgt worden verklaard: prijsdaling => toename van de reële kasvoorraad => daling van de rentestand => toename van de investeringen => stijging van de effectieve vraag => stijging van het reële nationaal product.

majoreren : financiële zaken - Wanneer verwacht wordt dat bij een emissie van aandelen (of obligaties) zo veel belangstelling bestaat bij beleggers dat zij waarschijnlijk niet het aantal stukken toegewezen zullen krijgen waarvoor zij zich hebben ingeschreven, zullen beleggers op voorhand op meer stukken inschrijven dan zij eigenlijk willen hebben. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel emissie

makelaar : groei en conjunctuur, markten en prijzen - tussenpersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het totstandbrengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in een vaste dienstbetrekking staat.

Malthus, Thomas Robert : algemeen - (1766-1834) In 1798 verscheen een anoniem boekje met als titel An Essay on the Principle of Population as it affects the Future Improvement of Society. De schrijver was Thomas Robert Malthus, een jonge dominee. Alle in die tijd gangbare rooskleurige verwachtingen over de toekomst van de mensheid werden in dit boekje bestreden. In tegenstelling tot het harmonische beeld dat onder andere uit Adam Smith's Wealth of Nations naar voren kwam, schilderde Malthus een toekomst waarbij de bevolkingsgroei zo hoog zou zijn, dat alle bestaansmogelijkheden erdoor worden overvleugeld. De mensheid was veroordeeld een bij voorbaat verloren strijd om het bestaan te voeren. Malthus gaat uit van een verdubbeling van de bevolking elke 25 jaar en hij schrijft o.a.:'Taking the whole earth, instead of this island, emigration would of course be excluded; and, supposing the present population equal to a thousand millions, the human species would increase as the numbers, 1, 2, 4, 8, 16, 32, 64, 128, 256 and subsistence as 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9. In two centuries the population would be to the means of substence as 256 to 9...' Aan deze voorspelling van Malthus heeft de economie de naam te danken van 'dismal science': zwartgallige wetenschap. Malthus' opvattingen, die werden gepubliceerd voordat de industriële revolutie goed op gang was gekomen, zijn voor het geïndustrialiseerde deel van de wereld tot nu toe achterhaald door de ontwikkeling van de techniek. In een deel van de ontwikkelingslanden overtreft de enorme bevolkingsgroei wel vaak de aanwezige bestaansmiddelen. ZIEOOK: Club van Rome.(Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Smith, Adam

malversatie : financiëe zaken, markten - ongeregeldheid, zaken die niet kloppen, bijv. in de boekhouding.

management buy-out Eng.: management buy-out : financiële zaken - Hiervan is sprake wanneer de directie van een dochteronderneming de onderneming van de moedermaatschappij koopt (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel leveraged buy-out onderdeel buy-out

mandje R : financiële zaken - Een 'mandje' aandelen is (een veelvoud van) een pakket aandelen volgens de samenstelling van een bepaalde index. Er bestaan ook valutamandjes (bijv. die waarop de waarde van de SDRÆs (Special Drawing Rights) is gebaseerd). (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Special Drawing Rights (SDR)

Mao Zedong : algemeen - In 1949 kwam Mao Zedong aan de macht in een land dat er nog slechter voorstond dan India: 80% van de bevolking werkte in de landbouw, er bestond grote sociale ongelijkheid, de industrie was voor de helft vernield, de prijsinflatie was omvangrijk. Na een periode van opbouw, waarin grootscheepse landhervormingen plaatsvonden en belangrijke sectoren werden genationaliseerd, kwam er een sterk gecentraliseerd vijfjarenplan (1953-1957). Het accent werd gelegd op de zware industrie. 'Leren van de Sovjet Unie' was het devies. Na 1957 week China plotseling af van de Russische lijn en werd gestreefd naar decentralisatie. De 'verticale' planning per bedrijfstak werd vervangen door een 'horizontale' per streek. Er werden communes opgericht, met een grote mate van zelfstandigheid, die weer werden onderverdeeld in productiebrigades, die meestal samenvielen met de dorpen waaruit een commune bestond. Deze poging om de agrarische productie sterk te verhogen staat bekend als de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1960). Zij draaide uit op een rampzalige mislukking die aan tientallen miljoenen mensen het leven kostte en het duurde vijf jaar voordat de economie zich hersteld had. Tussen 1961 en 1965 werd aan dat herstel gewerkt, waarbij werd teruggekeerd naar het Sovjet¡model. In 1966 vond weer een radicale koersverandering plaats tijdens de Culturele Revolutie. Na de dood van Mao in 1976 en de afrekening met de zogenoemde 'Bende van vier', stelt China zich onder leiding van Deng Xiaoping open naar de westerse geïndustrialiseerde wereld en worden materiële prikkels weer belangrijker. Kwaliteit en winstgevendheid beginnen een rol te spelen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Deng Xiaoping nadere verklaring Grote Sprong Voorwaarts

marge : internationaal - Geeft binnen een systeem van stabiele wisselkoersen aan hoeveel procent de wisselkoers mag afwijken van de spilkoers. Ook: verhouding tussen (bruto)-resultaat en omzet. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring wisselkoersen nadere verklaring spilkoers

margin : financiële zaken - Engels: een onderpand dat de houder van een financieel instrument moet aanhouden om garant te staan voor het aangegane risico.
De risico's kunnen betreffen:
1. Geleend geld om bijv aandelen te kopen,
2. Short gaan in bijv. aandelen
3. Beleggen in andere afgeleide producten ('derivaten')

marginaal tarief : algemeen overheid - Tarief van toepassing op een kleine stijging van de heffingsgrondslag; met ingang van het jaar 2001 bedraagt het hoogste marginale tarief van de Nederlandse inkomstenbelasting 52 procent. (Schöndorff c.s.).

marginaal voorschot : geld, bankwezen - is de mogelijkheid van een bank bij DNB een bedrag te lenen voor maximaal één dag. Deze faciliteit is van belang indien een bank haar tekort op de kasreserverekening niet kan of wil dekken op de geldmarkt. De marginale voorschotrente die DNB in rekening brengt is hoger dan de vaste voorschotrente.

marginale arbeidsproductiviteit : consumentengedrag - is de verhouding tussen de extra productie en de extra benodigde arbeid.

marginale beleningsfaciliteit : groei en conjunctuur - De Europese Centrale Bank (ECB) biedt de particuliere banken de mogelijkheid onbeperkt krediet op te nemen op basis van deze beleningsfaciliteit (overigens wel tegen onderpand van waardepapieren). Banken vergoeden hierover aan de ECB de marginale beleningsrente. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Europese Centrale Bank (ECB)

marginale beleningsrente : groei en conjunctuur - Rente die de Europese Centrale Bank (ECB) berekent aan particuliere bank als deze laatsten een beroep doen op de marginale beleningsfaciliteit. Omdat de bank ongelimiteerd van deze kredietmogelijk gebruik kunnen maken vormt de marginale beleningsrente het 'renteplafond' op de geldmarkt. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Europese Centrale Bank (ECB) nadere verklaring marginale beleningsfaciliteit

marginale consumptiequote : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is de verhouding tussen de stijging van de consumptie en de stijging van het nationaal inkomen. Het is de richtingscoëfficiënt in de consumptiefunctie. De som van de marginale consumptiequote en marginale spaarquote zijn tezamen één. Immers als men van elke extra gulden drie kwartjes consumeert, dan spaart men één kwartje. Drie kwartjes plus één kwartje is weer een gulden.

marginale druk : algemeen overheid - Het verschil tussen een stijging van het bruto inkomen en de bijbehorende stijging van het netto inkomen, uitgedrukt als percentage van de bruto-inkomensverandering. Het volgende voorbeeld kan dit verduidelijken. Het bruto inkomen stijgt met 1.000 euroÆs; de corresponderende stijging van het netto inkomen bedraagt 600 euro; de marginale druk van de extra verschuldigde heffingen ter grootte van 400 euro is dan 40 procent (400/1000 * 100%). (Schöndorff c.s.)

marginale kosten : algemeen overheid - De stijging van de totale kosten wanneer één extra eenheid wordt geproduceerd. Voor een ondernemer is het van belang steeds marginale kosten en marginale opbrengsten van een productievergroting of van een transactie tegen elkaar af te wegen. Eerst wanneer de marginale opbrengsten de marginale kosten overtreffen, neemt de totale winst toe. (Schöndorff c.s.). In formulevorm: MK= d(TK)/dq of MK= d(TVK)/dq Zie ook: tegenstelling marginale opbrengst

marginale opbrengst : consumenten en producenten - De extra opbrengst wanneer één eenheid meer wordt verkocht (Schöndorff c.s.). In formulevorm: MO = d(TO)/dq ; in deze formule is (TO) de totale opbrengst of omzet. De marginale opbrengstencurve valt bij volkomen concurrentie samen met de individuele afzetcurve. Zie ook: onderdeel grensopbrengst tegenstelling marginale kosten

marginale spaarquote : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is de verhouding tussen de stijging van de besparingen en de stijging van het nationaal inkomen. Het is de richtingscoëfficiënt in de spaarfunctie.

marginale wig : algemeen overheid - Het verschil tussen een verhoging (verlaging) van de arbeidskosten voor de werkgever en de bijbehorende verandering in het netto loon van de werknemer, uitgedrukt als percentage van de verandering in de arbeidskosten. Het deel van een (geringe) stijging van de arbeidskosten dat afgedragen dient te worden aan belastingen en sociale premies als percentage van die arbeidskostenstijging. (Schöndorff c.s.)

marketing : consumenten en producenten, markten en prijzen - Engels: (...)een verzameling van processen voor het creëren, communiceren en leveren van waarde voor klanten en voor het beheersen van de klantrelatie op manieren die gunstig zijn voor de organisatie en haar stakeholders [definitie van de American marketing Association]
In het woud van definities komen toch steeds kernbegrippen terug als 'alle activiteiten', betrekking hebbende op 'alle fasen in de bedrijfsprocessen' om 'producten te verkopen', waarbij ook nadrukkelijk 'de behoeften en wensen van (potentiële) kopers' in kaart worden gebracht. Marketing is daarmee een veel ruimer begrip geworden dan het traditionele 'activiteiten ten behoeve van de ruil van producten of diensten'. Zie ook: onderdeel marketing mix

marketing mix : consumenten en producenten, markten en prijzen - Engels: commercieel beleid gebaseerd op niet alleen afzonderlijke speerpunten van marketingbeleid (4, 5 of 6 p's), maar met name de combinatie ervan. Zie ook: onderdeel marketing

marketmaker : financiële zaken - Engels: beurshandelaar die handelt in effecten, zoals aandelen of opties.
Een ~ geeft cintinu biedt -en laatprijzen af (aan- en verkoopprijzen), en verdient zijn geld door het verschil in beide. Een ~ neemt dus in beginsel geen risicopositie in. Zie ook: onderdeel optiebeurs

markt : markten en prijzen - In concrete zin: een bepaalde plaats waar vragers en aanbieders direct met elkaar in contact treden (bijv. een dagmarkt, een beurs of een veiling). In abstracte zin: het samenhangend geheel van vraag naar en aanbod van een goed. Op een markt met volkomen concurrentie, zoals veel markten voor grondstoffen, wordt de prijs bepaald door alle aanbieders en alle vragers samen, door het collectief aanbod en de collectieve vraag. Er komt op één moment slechts één prijs tot stand, die voor de individuele aanbieder en vrager een gegeven is. In de figuur zijn de vraaglijn en de aanbodlijn op een grondstofmarkt getekend. Daar waar vraaglijn en de aanbodlijn elkaar snijden komen de evenwichtsprijs (marktprijs) en de evenwichtshoeveelheid tot stand. De gevraagde hoeveelheid is bij dit prijspeil precies gelijk aan de aangeboden hoeveelheid, de markt wordt 'geruimd'. 	vraag- aanbodlijn 	vraag- aanbodlijn

marktaandeel Eng.: marketshare : consumenten en producenten - De eigen omzet uitgedrukt in een percentage van de totale marktomzet (Schöndorff c.s.).

marktconform : internationale integratie en handel - betekent dat een (overheids)maatregel het marktmechanisme intact laat. Een voorbeeld van marktconform ingrijpen door de overheid is de milieuheffing.

marktconforme maatregelen : markten en prijzen overheid - Dit zijn beleidsmaatregelen die via het marktprijzensysteem werken. Door middel van positieve (subsidie) of negatieve (heffing) prijsprikkels probeert de overheid het gedrag van consumenten en producenten te beïnvloeden. Bij het milieubeleid is het opleggen van een heffing een voorbeeld. Door per hoeveelheid uitstoot van een schadelijke stof een heffing op te leggen, wordt de vervuiler aangespoord de uitstoot terug te brengen. Omgekeerd kan het gebruik van een minder schadelijk product worden gestimuleerd door het te subsidiëren. Een ander voorbeeld van marktconforme maatregelen is de verkoop van vervuilingsrechten. Er zijn ook niet-marktconforme maatregelen, zoals het verbod op een bepaald soort, zeer gevaarlijke productie. Of de overheid verplicht de producent de uitgestoten stoffen zo te zuiveren dat de belasting van het milieu tot een aanvaardbaar laag niveau is teruggebracht. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring heffing nadere verklaring vervuilingsrechten

markteconomie : markten en prijzen - Organisatievorm van de economie waarin het marktmechanisme de hoofdrol speelt (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel marktmechanisme onderdeel economische orde

marktevenwicht : markten en prijzen - Situatie op een markt waar bij een bepaalde prijs (de evenwichtsprijs) de gevraagde hoeveelheid van een goed gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid van dat goed (Schöndorff c.s.). Grafisch gezien is dit het punt in het snijpunt van de aanbodcurve met de vraagcurve. Zie ook: onderdeel evenwichtsprijs

marktfalen : markten en prijzen - Coördinatie door het marktmechanisme werkt niet altijd goed: Sommige goederen hebben geen prijs; denk aan collectieve goederen, zoals straatverlichting, dijken, een leefbaar milieu, defensie, rechtszekerheid en bestuur. Er is een overheid nodig om die te verschaffen; Sommige prijzen zijn bij een vrije werking van vraag en aanbod hoger of lager dan op een bepaald moment maatschappelijk aanvaardbaar wordt gevonden. De overheid grijpt dan in en stelt maximum- of minimumprijzen vast; Het vrije spel van vraag en aanbod kan, met name bij onvolkomen concurrentie, tot een verdeling van inkomens en vermogens leiden die niet rechtvaardig wordt gevonden; de overheid gaat dan over tot herverdeling van inkomen via de belastingtarieven en de uitkeringen krachtens de sociale zekerheid; Markten kunnen soms niet tot een evenwichtsprijs komen, wanneer het aanbod vertraagd reageert op het prijssignaal. Vooral waar de natuur het tempo bepaalt, zoals bij varkensfokkers, is dit vaak het geval; De prijzen bevatten niet altijd de juiste informatie; er zit soms 'ruis' in het prijssignaal door externe effecten. Er bestaan niet altijd perfect werkende markten onder volkomen concurrentie; bij monopolie en oligopolie kunnen door machtsposities de wensen van consumenten onvoldoende tot hun recht komen. Het mededingingsbeleid van de overheid beoogt hier corrigerend op te treden. Ook de arbeidsmarkt werkt niet soepel, waardoor onderbestedingwerkloosheid kan bestaan die door een loonsverlaging eerder verergerd dan opgelost wordt. Op deze gedachte baseerde Keynes zijn aanbeveling dat de overheid de bestedingen moet opvoeren om onderbestedingwerkloosheid te bestrijden. Van sommige goederen wil de overheid het gebruik afremmen of juist stimuleren, bemoeigoederen. De genoemde onvolkomenheden kunnen aanleiding voor de overheid zijn om corrigerend op te treden. Het is echter bepaald niet zo dat door deze overheidsinterventie altijd een verbetering tot stand komt. Ook het optreden van de overheid kent tekortkomingen; zie overheidsfalen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel marktmechanisme onderdeel marktonvolkomenheden onderdeel socialisme

marktgedrag : consumenten en producenten - Hoe het op een markt toegaat wordt niet alleen bepaald door de marktvorm maar ook door de manier waarop ondernemingen met elkaar omgaan, het marktgedrag. In sommige gevallen bestaat er een agressieve concurrentie, soms vermijden bedrijven de strijd. In het laatste geval kan het zijn dat ondernemingen elkaar stilzwijgend volgen of zelfs in een overeenkomst vastleggen dat zij elkaar op bepaalde gebieden niet zullen beconcurreren: een kartel. Het marktgedrag moet worden onderscheiden van de marktvorm. Zo kunnen bijv. binnen de marktvorm oligopolie de betrokken ondernemingen een kartel vormen, waardoor zij gezamenlijk het gedrag van een monopolist vertonen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel concurrentie onderdeel marktvorm

marktkapitalisatie : financiële zaken - Beurswaarde. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Beurswaarde

marktmechanisme Eng.: marketmechanism : markten en prijzen - Mechanisme waarbij door de ontmoeting van collectieve vraag en aanbod prijzen tot stand komen die richtsnoer zijn voor de beslissingen van individuele vragers en aanbieders. Onder volkomen concurrentie is het marktmechanisme in staat de producenten juist die goederen te laten produceren die de consumenten wensen. De consumenten geven aan de producenten hun behoeften aan voedsel, kleding, vakantiereizen, enzovoort door. De producenten zorgen ervoor dat alle goederen en diensten op het juiste ogenblik in de gewenste hoeveelheden en kwaliteiten, op de goede plaats verkrijgbaar zijn. Als boodschapper tussen de consumenten en producenten dienen de prijzen van de goederen en diensten. Dat gaat ongeveer als volgt: consumenten willen op een bepaald moment méér ijsmutsen kopen. Bij een gegeven aanbod stijgt nu de prijs van wollen ijsmutsen. Dit is voor ijsmutsproducenten een signaal om hun productie uit te breiden. Daarvoor zullen ze als het nodig is productiefactoren weghalen bij de productie van andere goederen -- bijvoorbeeld wollen sokken -- om ze in te kunnen zetten bij de productie van ijsmutsen. Het hier beschreven ideaaltype van het marktmechanisme is in staat een Pareto-optimale allocatie te realiseren. De werkelijkheid wijkt echter af van dit theoretisch ideaalbeeld. Het marktmechanisme kent een aantal tekortkomingen die als marktonvolkomenheden of marktfalen worden aangeduid. (Schöndorff c.s.) Zie ook: tegenstelling budgetmechanisme onderdeel marktonvolkomenheden tegenstelling centraal geleide economie tegenstelling planmechanisme

marktonvolkomenheden Eng.: market imperfection : markten en prijzen - Marktfalen (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel marktfalen onderdeel marktmechanisme

marktprijzen : nationaal inkomen, nationale rekeningen - betekent dat een grootheid (meestal het nationaal inkomen) bepaald is tegen de prijzen zoals die op de markten voorkomen. Hierin zit de prijsverhogende werking van de indirecte belastingen (prijsverhogende belastingen) en de invloed van de prijsverlagende subsidies. In formulevorm: Ymp = Yfk + (indirecte belastingen - prijsverlagende subsidies)

marktresultaat : markten en prijzen - De mate waarin een bepaald marktgedrag bij een bepaalde marktvorm bijdraagt tot een bevredigende werking van de markt, in die zin dat efficiënt wordt geproduceerd, bij lage prijzen terwijl sprake is van innovatie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring marktgedrag nadere verklaring marktvorm nadere verklaring innovatie

marktsector : markten en prijzen - Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven, die produceren voor de markt (Schöndorff c.s.).

marktsentiment : financiële zaken - De stemming op de beurs. Soms is het marktsentiment er de oorzaak van dat gebeurtenissen die objectief gezien tot een verandering van de beurskoersen zouden moeten leiden de beurs onberoerd laten. Bij een euforische stemming op de beursvloer zal ook negatief economisch nieuws geen koersdaling veroorzaken. (Schöndorff c.s.)

marktvorm : markten en prijzen, consumenten en producenten - Onder de marktvorm wordt het geheel van omstandigheden verstaan waaronder de concurrentie plaatsvindt. Het schema geeft een systematische indeling van een aantal marktvormen. Daarbij wordt steeds aangenomen dat er veel vragers op de verkoopmarkt optreden. Tegenover die vele vragers staan achtereenvolgens zeer veel aanbieders, één aanbieder en weinig aanbieders. Bij volkomen concurrentie bepalen vraag en aanbod de prijs; de individuele aanbieder is een machteloos radertje in het geheel. Bij de marktvorm van monopolie is er slecht één aanbieder, die macht heeft en zelf zijn verkoopprijs kan vaststellen. Bij een oligopolie reageert een beperkt aantal aanbieders op elkaars acties. 	Schema marktvormen	Schema marktvormen - Zie ook: onderdeel volkomen concurrentie onderdeel oligopolie onderdeel monopolie onderdeel monopolistische concurrentie

marktwaarde : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is gelijk aan de omzet van een product gedurende een periode van een jaar, inclusief de invloed van de indirecte belastingen en de prijsverlagende subsidies.

Marktwerking Deregulering Wetgevingskwaliteit (MDW) : algemeen overheid - Paraplubegrip dekt initiatieven van de overheid om de marktwerking te verbeteren en nodeloos of onevenredig belemmerende wettelijke regels te herzien. (Schöndorff c.s.)

Marshall, Alfred R. Eng.: Marshall, Alfred R. : algemeen - (1842-1924). Was van 1885 tot 1908 hoogleraar economie aan de universiteit van Cambridge. Met name zijn Principles of Economics (1890) vormt een belangrijke bijdrage aan de micro-economische theorie. Zijn behandeling is zo volledig dat æItÆs all in MarshallÆ lange tijd een gevleugeld woord was. Hij behoorde tot de Klassieke school, met Adam Smith en David Ricardo als voorlopers. Marshall bracht een synthese tot stand tussen de klassieke waardeleer en de waardeleer van de Oostenrijkse school. Deze komt er op neer dat de in geld uitgedrukte waarde van een goed, de prijs, zowel afhangt van de subjectieve waardering (Oostenrijkse school) van de consument als van de kosten van de producent (klassieke waardeleer). Marshall vergeleek vraag en aanbodcurve met een schaar: beide bladen samen brengen het resultaat tot stand. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Klassieke School onderdeel Marshall-plan

Marshall-plan : groei en conjunctuur internationaal - Door de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten George C. Marshall (1880-1959) opgezet plan om het in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigde Europa economisch weer op de been te helpen door middel van het Europan Recovery Program, dat later algemeen bekend werd als het Marshall Plan. Aan de Europese landen werd gevraagd samen een plan op te stellen, waarna Amerika voor de financiering ervan zou zorgdragen. Op 12 juli 1947 riepen Groot Brittannië en Frankrijk in Parijs de Committee of European Economic Cooperation (CEEC) bij elkaar, die vrij snel werd vervangen door de Organisation for European Economic Cooperation (OEEC), die in 1961 de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) of Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) werd. Tussen april 1948 en decembe1951 pompten de Verenigde Staten zo'n 13 miljard dollar in Europa. Het equivalent van $65 miljard nu. Zeventig procent hiervan werd besteed aan Amerikaanse goederen. Nederland ontving van het totale bedrag aan hulpgelden 7,7%. Het geld werd door ons land gebruikt voor de aankoop van graan, kunstmest en landbouwmachines. Ook de industrie kocht kapitaalgoederen: onder andere de toenmalige vrachtautofabrikant DAF, Hoogovens (nu: Corus), DSM en KLM. Naast humanitaire overwegingen waren het met name strategische gronden waarop het plan was gefundeerd: Europa was een belangrijk afzetgebied voor de exportproducten van de VS. Het opdrogen van de vraag vanuit Europa zou de economie van de VS schade toebrengen. Bovendien moest worden voorkomen dat de Sovjet-Unie haar invloedssfeer over West Europa zou uitbreiden. Daarvoor was onder meer noodzakelijk dat de West-Duitse industrie zich zou herstellen. En bij dit laatste was het weer nodig dat West-Duitsland stevig werd geïntegreerd in Europa. Het Marshall Plan was een groot succes. Toen het in 1952 stopte was de dreiging van de communistische heerschappij over West Europa afgewend, de industriële productie lag 35% boven het vooroorlogs niveau en West Duitsland was volop in herstel. Niet alleen heeft het Marshall Plan Europa weer overeind gezet, het legde ook de basis voor het Schumann Plan, waaruit de Europese Gemeenschap voor Kolen Staal (EGKS), Euratom en de Europese Economische Gemeenschap (EEG) zijn geboren. Die worden op hun beurt voortgezet in de Europese Unie.(Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel Marshall, Alfred R. nadere verklaring Europese Gemeenschap voor Kolen Staal (EGKS) nadere verklaring Europese Unie (EU) nadere verklaring Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

Marx, Karl : algemeen - (1818-1883) Duits filosoof en econoom, de vader van het wetenschappelijk socialisme. Publiceerde samen met zijn vriend Friedrich Engels in 1848 het Communistisch Manifest. In 1867 verscheen het eerste deel van Das Kapital, waarvan de twee volgende delen, door Engels geredigeerd, na MarxÆ dood verschenen in 1885 en 1894. In Das Kapital beschrijft Marx hoe het kapitalisme aan een aantal ingebouwde tegenstrijdigheden zou bezwijken. Ten eerste de uitbuiting van de arbeider door de kapitalist: volgens MarxÆ theorie van de meerwaarde eigent de kapitalist zich het verschil toe tussen de waarde van wat de arbeider produceert en wat deze aan loon krijgt uitbetaald. Vervolgens voeren het winststreven en de concurrentie tussen de ondernemers tot de accumulatie van meerwaarde en de concentratie van kapitaal in handen van een steeds kleinere groep. De voortdurende substitutie van arbeid door kapitaal leidt tot een structureel dalende winstvoet, die de kiem legt voor de ineenstorting van het kapitalistisch systeem. De daarop volgende revolutie zal leiden tot de socialistische staat, waarin aan de ongelijkheid een einde zal worden gemaakt. Marx heeft geen blauwdruk gegeven voor de inrichting van een socialistische samenleving. Wel hebben de communistische landen zich jarenlang gebaseerd op zijn gedachtengangen en die van zijn volgelingen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Marxisme onderdeel arbeidswaardeleer

Marxisme Eng.: Marxism : algemeen - Deze term wordt in een aantal betekenissen gebruikt. Ten eerste als de leer van Karl Marx. Nadien ook als de interpretatie daarvan door latere auteurs, politieke partijen en regeringen. Deze interpretaties lopen uiteen al naar de auteur of het land waar ze vorm kregen, zoals in de voormalige Sovjet Unie, in het voormalig Joegoslavië, in China of op Cuba. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Marx, Karl

materiële geldschepping : geld, geldschepping - is geldschepping, die de maatschappelijke geldhoeveelheid in omvang doet veranderen. Dit in tegenstelling tot de formele geldschepping., die de maatschappelijke geldhoeveelheid alleen in samenstelling doet veranderen.

materieel betalingsbalansevenwicht : internationaal - Het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans valt precies weg tegen het saldo op de kapitaalrekening. (Schöndorff c.s.)

materieel evenwicht : internationale economische betrekkingen / integratie - is sprake van als per saldo geen toe- of afvloeiïng plaats vindt van (goud- of) deviezen. De vraag naar buitenlandse valuta is dan ook (min of meer) gelijk naar eigenvaluta. Een situatie waarbij de wisselkoers op peil blijft. Wanneer zo'n situatie zich kan handhaven zonder ingrijpen van de monetaire autoriteiten, dan kan men echt spreken van een betalingsbalansevenwicht.

materieel saldo : internationale economische betrekkingen / integratie - van de betalingsbalans het saldo van de lopende rekening verrekend met het saldo op de kapitaalrekening. Het betreft dus het totaal overschot of tekort. Een overschot betekent een toevloeiïng en een tekort een afvloeiïng van (goud en) deviezen. Een overschot op de betalingsbalans is voor een land natuurlijk een gunstigere positie dan een tekort. Maar een (langdurig) overschot is ook niet goed. Hier zijn twee redenen voor aan te voeren. Ten eerste betekent een overschot bij het ene land dat er (mondiaal gezien) een tekort wordt veroorzaakt bij één of meerdere andere land(en). Ten tweede zal in het overschot land kans op inflatie ontstaan, als de verdiende deviezen omgezet worden in geld en voor bestedingen worden aangewend. Men zegt ook wel, dat een overschot betekent, dat er sprake is van een (latente) inflatoire druk.

maturiteit : financiële zaken - 1. Afloopdatum van een optie of warrant (Schöndorff c.s.). 2. Vervaldatum van bijv. een verzekeringspolis.