Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) : - is de organisatie voor ondernemingen in de land- en tuinbouw.

Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) : algemeen overheid - voorganger van UWV, de belangrijkste organisatie die is ingeschakeld bij de uitvoering van de werknemersverzekeringen. Het Lisv verleent opdracht aan de (vijf) uitvoeringsinstellingen om de premies voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Werkloosheidswet (WW) te innen en te beslissen of aanvragers in aanmerking komen voor een WAO- of WW-uitkering. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring uitvoeringsinstellingen nadere verklaring Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

land-locked countries : internationaal - Engels: landen die geen directe toegang tot de zee hebben.

lange golfbeweging : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is een golfbeweging van 30 tot 50 jaar. Zie de Kondratieff-golf.

lange rente : financiële zaken groei en conjunctuur - Rente op de kapitaalmarkt. Zie ook: nadere verklaring kapitaalmarkt

langegolfbeweging : groei en conjunctuur - Door de Russische econoom Kondratieff in twee artikelen in 1925 en 1926 beschreven golfbewegingen in de economische activiteit met een duur van ongeveer vijftig jaar. Door Joseph Schumpeter de Kondratieff-cyclus genoemd. Door de Nederlander Sam de Wolf werd in 1929 in Het economisch getij aandacht aan de langegolfbeweging geschonken. In ons land is J.J. van Duijn (Beleidscomité Robeco Groep) specialist op het terrein van deze lange golf. Hij publiceerde in 1979 De lange golf in de economie. Van Duijn deelt in navolging van Schumpeter de lange golfbeweging op in vier fasen: voorspoed, recessie, depressie en herstel. De eerste twee zijn de opgaande fase, de laatste twee vormen de neergaande fase van de Kondratieff. De voorspoedfase kent de krachtigste groei en duurt ongeveer 20 jaar. Aan de wieg van elke Kondratieff-cyclus staat een basisinnovatie. De eerste lange golf was die van de Industriële Revolutie, de tweede die van de spoorwegbouw, aan de derde lag de opkomst van de elektriciteit en de auto ten grondslag. De vierde was de lange golf van de petrochemische industrie. De vijfde kent als basisinnovatie de chip, met de informatietechnologie (computer, het Internet, mobiele telefonie) als uitvloeisel. De tabel laat het verloop van de vijf Kondratieffs zien. 	Bron: J.J. van Duijn, De Kondratieff-cyclus, SAFE decembe1997/januari 1998. 	Bron: J.J. van Duijn, De Kondratieff-cyclus, SAFE decembe1997/januari 1998. - Zie ook: onderdeel innovatie

lange-termijn gemiddelde-kostencurve : consumentengedrag - is de zogenaamde omhullende van alle korte termijn gemiddelde kostencurven. Deze curve wordt ook wel planningcurve genoemd.

langlopende optie : financiële zaken - Een optie met een looptijd van méér dan een jaar. Op de AEX-Optiebeurs worden opties verhandeld met een maximale looptijd van vijf jaar. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring optie

lastenverlichting of -verzwaring : collectieve sector / economische orde en politiek - verlaging (resp. verhoging) van sociale verzekeringspremies en/of tarieven van belastingen en niet-belastingontvangsten met een micro-lastenkarakter, dan wel een verruiming (resp. beperking) van fiscale aftrekmogelijkheden.

laten : financiële zaken - Een vermelding achter een koers die betekent dat het aantal verkopers het aantal kopers in zodanige mate overtrof dat er geen notering tot stand kon komen. (Schöndorff c.s.)

latente inflatie : groei en conjunctuur - Verborgen inflatie. Hiervan is sprake wanneer de overheid de prijzen kunstmatig laag houdt, bijv. door het wettelijk aan banden leggen van prijsstijgingen, terwijl zonder overheidsingrijpen sprake zou zijn van sterkere algemene prijsstijgingen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inflatie

latentie / latente belastingschuld : financiële zaken, overheid - forfaitaire belastingschuld die de fiscus over de nalatenschap heft. De hoogte van de ~ voor de berekening van het successierecht bedraagt 6,25% van het verschil tussen de vervreemdingsprijs op het moment van overlijden van de erflater (waarde in het economisch verkeer) en de verkrijgingsprijs.

lay-off's : groei en conjunctuur - Engels: ontslagen (bij banen)

lead manager : financiële zaken - De leidende bank van een syndicaat (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel syndicaat

leading indicators : financiële zaken groei en conjunctuur - Index van een aantal factoren die een aanwijzing geven voor de gang van zaken in de Amerikaanse economie. (Schöndorff c.s.)

leasecontract : groei en conjunctuur, markten en prijzen - onbenoemde, vaak tijdelijke overeenkomst afnemer (lessee) een zaak (bijv. auto) van de afgever (lessor) tegen periodieke betaling gebruikt en waarbij de afgever speculeert op winst door die betalingen en de restwaarde van de zaak bij beëndiging van de overeenkomst

leasen : financiële zaken - Het huren of verhuren van bepaalde productiemiddelen (auto∆s, vliegtuigen, machines). Bij financiële leasing gaat het om een lange niet opzegbare overeenkomst. Aan het einde daarvan wordt de huurder niet automatisch eigenaar (zoals bij huurkoop) maar verkrijgt hij een optie om het productiemiddel tegen een lage prijs te kopen of het tegen een sterk verlaagde prijs verder te huren. Financiële leasing is in de eerste plaats een vorm van financiering. Bij operationele lease staan de financieringsmotieven op de achtergrond. Het gehuurde goed is slechts een korte periode nodig, zodat huren voordeliger is dan kopen. Het kan ook zijn dat de verhuurder bepaalde gepatenteerde productiemiddelen niet wil verkopen maar wel wil verhuren. (Schöndorff c.s.)

leges : algemeen overheid - Gemeentelijke belasting op het verstrekken van afschriften van gemeentelijke documentatie of andere administratieve handelingen. Bijv. ~ op een afschrift van de geboorteakte.

lekken : nationaal inkomen, werkgelegenheid - in de economie (economisch model) zijn het spaarlek, belastinglek en importlek. Als gevolg van de lekken is de waarde van de multiplier laag, omdat bij het inkomensdoorgeefproces elke keer voor een economie koopkracht weglekt door besparingen, belastingen en importen. Voor een zeer open economie met ook een hoge belastingdruk nadert van de multiplier de waarde tot 1. Met andere woorden: van een multiplierfactor is dan nauwelijks sprake. Dit wordt het Haavelmo-effect genoemd.

lessee : financiële zaken - afnemer van het object bij het leasecontract. Zie ook: onderdeel financial lease onderdeel operational lease tegenstelling lessor

lessor : financiële zaken - afgever van het object bij het leasecontract. Zie ook: onderdeel financial lease onderdeel operational lease tegenstelling lessee

letter of comfort / comfort letter / lettre de patronage : financieel-juridisch - Engels: 3 partijen zijn nodig: Dochterbedrijf A, de kredietverstrekkende Bank B en de moedermaatschappij van A, genaamd M. Dochter A heeft een krediet nodig, en leent bij B. Moeder M, vaak vanuit een ander land, geeft een schriftelijke verklaring aan de bank, waarin zij zekerheid biedt over de kredietwaardigheid van de lenende dochtermaatschappij. Er zijn verschillende gradaties van zekerheid mogelijk. Een ~ wordt vaak geeist bij dochterondernemingen in ontwikkelingslanden.

letter of intent : financieel-juridisch - engels: intentieverklaring. Een geschreven overeenkomst tussen partijen waarin wordt vastgelegd dat partijen in de toekomst de intentie hebben samen te werken. Het kan verschillende vormen aannemen van hoever deze intentie gaat: van een beginselverklaring tot bijna het gehele aanbod. Het doel van een ~ is, dat in het gehele besluitvormingsproces partijen alvast geld en tijd moeten investeren. Het zou dan niet fraai zijn als één partij plotseling de onderhandelingen afbreekt.
Bijvoorbeeld: bij aankoop van een huis kan bijv de kopende partij een intentieverklaring wensen, omdat zij in principe wel willen kopen, maar de hypotheek nog af moeten sluiten.

levenscyclus : consumenten en producenten - De opeenvolgende fasen in de ontwikkeling van een product of van een onderneming. Bij een product worden onderscheiden de introductiefase, de groeifase, de rijpheidsfase en de fase waarin het product geleidelijk van de markt wordt gedrongen. 	levenscyclus 	levenscyclus

levensduur van een kapitaalgoed : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is de tijd dat met een kapitaalgoed geproduceerd kan worden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in economische en in technische levensduur.

levensjarenbeginsel : algemeen overheid - Verhogingen van de pensioengrondslag gedurende de periode waarin wordt deelgenomen aan een regeling voor aanvullend pensioen werken terug alsof de betrokken werknemer sinds zijn 25ste verjaardag deelnemer in die regeling is geweest. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring aanvullend pensioen

levensstandaard / welstand : algemeen consumenten en producenten overheid - Deze geeft de omstandigheden weer waaronder iemand leeft. Daarbij kan worden gekeken naar het jaarlijks inkomen dat bepaalt hoeveel goederen en diensten iemand kan kopen. Dan wordt de welstand gemeten. De Ontwikkelingsorganisatie van de VN, de UNDP, publiceert de Human Development Index (HDI) en de Human Poverty Index (HPI), waarbij ook andere criteria een rol spelen, zoals de gemiddelde levensverwachting, het gemiddeld bereikte onderwijsniveau, de toegang tot onderwijs, de toegang tot veilig water, voedsel en gezondheidsvoorzieningen. Daarmee wordt het begrip welvaart in de ruime betekenis van behoeftebevrediging een stapje dichter benaderd. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring welstand nadere verklaring Human Development Index (HDI) nadere verklaring Human Poverty Index (HPI) nadere verklaring welvaart

levensverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering waarbij de verzekeraar een bepaalde geldsom aan een begunstigde of belanghebbende uitkeert als de in de levensverzekeringspolis genoemde persoon is overleden. Bijv. bij hypotheek is vaak een ~ verplicht.

leveraged buy out : financiële zaken - Engels: overname van een bedrijf (=buy out), waarbij dit, grotendeels, gefinancierd wordt door geleend geld (=leverage, via een hefboom). De bezittingen van het overgenomen bedrijf gelden als onderpand voor de lening. Op deze manier kan een bedrijf overgenomen worden met heel weinig eigen kapitaal.
Er zijn drie redenen voor een ~ : 1. Overname door een private equity huis. Meestal wordt het overgenomen bedrijf gereorganiseerd ('gestript') wordt, en in onderdelen weer wordt verkocht. Eén post van de activa die dan doorverkocht kan worden is de vorderingen, -> securisatie.
2. Overname door een concurrent, soms ook een veel kleiner bedrijf. Als de ~ niet leidt tot verkoop (van onderdelen), moet de overgenomen organisatie dus beter presteren dan de interest die voor haar betaald wordt. In economisch slechte tijden kan anders deze interest een molensteen om de nek worden, die ook de overnemer naar de afgrond sleurt.
3. Overname om belastingtechnische redenen. Zie ook: onderdeel management buy-out onderdeel buy-out onderdeel hefboomwerking

liberalisme : algemeen - Politieke overtuiging die aansluit bij de laissez faire gedachte. Deze hoofdstroming kent verschillende varianten. Klassiek liberale opvattingen zijn terug te vinden bij economen als Friedrich von Hayek en Milton Friedman. Volgens de laatste levert de overheid geen oplossingen voor economische problemen, maar is zij juist zelf het probleem. Neoliberalen erkennen dat voor de overheid een rol is weggelegd om de onvolkomenheden van het marktmechanisme zoveel mogelijk te corrigeren. (Schöndorff c.s.).

liberatoire overeenkomst : groei en conjunctuur, markten en prijzen - overeenkomst waardoor partijen (of een van de partijen) van een al dan niet contractuele verbintenis worden bevrijd.

lijfrente : financiële zaken consumenten en producenten - periodieke uitkering aan een begunstigde, meestal vanaf zijn pensioengerechtigde leeftijd tot aan zijn dood. De ~ is de uitkomst van een kansovereenkomst, bijv. een verzekering waarop een bepaalde koopsom of gedurende een bepaalde minimumperiode premies werden betaald. De ~ geldt als supplement op de AOW-uitkering.

limietkoers : financiële zaken - Hoogste koers waartegen iemand wil kopen of de laagste koers waartegen iemand wil verkopen. Niet-gelimiteerde orders zijn berstens orders die tegen elke prijs mogen worden uitgevoerd. (Schöndorff c.s.).

limietorder : financiële zaken - Opdracht tot koop of verkoop op de effectenbeurs tegen een limietkoers (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling bestensorder

lineaire hypotheek : pand en hypotheek - meest eenvoudige hypotheekvorm die er bestaat. Elke periode, dit kan een maand, kwartaal of jaar zijn, wordt gedurende de looptijd een vast bedrag afgelost. Deze aflossing is zo opgebouwd dat gedurende de looptijd, de lening lineair wordt afgelost. Bij een lineaire hypotheek van 300.000 wordt gedurende 30 jaar elk jaar 10.000 afgelost. Er moet alleen rente worden voldaan over de restant schuld. Het eerste termijnbedrag is bij deze vorm het hoogst en daalt elke periode. (bron: huizenveiling.nl)

liquidatie : financiële zaken - Is het opheffen van een bedrijf (bijv. bij faillissement) waardoor het vastgelegde vermogen in geld beschikbaar komt, doordat alle activa worden verkocht.

liquidatiewaarde : markten en prijzen, groei en conjunctuur - directe opbrengstwaarde van het eigen vermogen van een onderneming indien bij liquidatie de activa, de schulden en verplichtingen afzonderlijk zouden worden verkocht of afgewikkeld. De liquidatiewaarde ligt doorgaans aanzienlijk lager dan de going concern waarde.

liquiditeit : groei en conjunctuur - 1. De liquiditeit van een onderneming geeft aan of de onderneming op korte termijn genoeg middelen heeft om haar kortlopende schulden te kunnen betalen. In dit verband worden twee maatstaven vaak toegepast: de quickratio en de current-ratio. Onder de quick-ratio verstaat men de direct beschikbare gelden gedeeld door de korte-termijnschulden. De current-ratio is een ruimer begrip. Hierbij worden de vlottende activa gedeeld door de korte-termijnschulden. (Schöndorff c.s.). 2. Mate waarin waardepapieren direct verhandelbaar zijn zonder dat grote prijseffecten optreden. (bron: DNB) Zie ook: tegenstelling solvabiliteit

liquiditeitenfondsen : financiële zaken - Deze beleggen in deposito∆s, kortlo°pende obligaties e.d. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring deposito nadere verklaring obligatie

liquiditeitenmassa : groei en conjunctuur - Ook wel: de ruime geldhoeveelheid. Het is de geldhoeveelheid, vermeerderd met onder meer de deposito's met een vaste looptijd van maximaal twee jaar en aandelen in geldmarktfondsen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring geldhoeveelheid

liquiditeitsbegroting : groei en conjunctuur, markten en prijzen - overzicht van te verwachten ontvangsten en uitgaven voor een bepaalde periode.

liquiditeitspercentage : geld, bankwezen - is de hoeveelheid kasgeld (+ tegoed bij DNB) uitgedrukt als percentage van de rekening-courant verplichtingen. Het geeft dus aan hoeverre een bank aan haar kortlopende schulden kan voldoen.

liquiditeitsquote : geld, geldschepping - is de totale liquiditeitenmassa (= de som van de primaire en secundaire liquiditeiten) als percentage van het nationaal inkomen.

liquiditeitstoezicht : financiële zaken markten en prijzen - bevoegdheid van De Nederlandsche Bank N.V. om aan de kredietinstellingen richtlijnen voor hun bedrijfsvoering te geven in het belang van de liquiditeit van die instellingen.

liquiditeitsval Eng.: liquiditytrap : nationaal inkomen, werkgelegenheid - bij stijging van de maatschappelijke geldhoeveelheid zal het extra geld in de inactieve kassen verdwijnen. Citaat uit ESB 11/6/'99: Een recente theoretische analyse van Paul Krugman laat zien dat een economie, die in een liquiditeitsval zit verwachte inflatie nodig heeft om uit het dal te komen. De reden is dat macro-economisch evenwicht bij volledige werkgelegenheid een negatieve rente vereist. Omdat de nominale rente al nul is, moet de verwachte inflatie omhoog. Zie ook: onderdeel LM-curve

liquiditeitsvoorkeur : geld, geldschepping - is een door Keynes geïntroduceerd begrip. Deze theorie houdt in dat de voorkeur voor inactief geld toeneemt als de rente (= interest) daalt. De verklaring hiervoor is, dat het rente offer kleiner wordt en men dus liever geld in liquide vorm aanhoudt, op grond van het voorzorgs- en speculatiemotief. De transactie kas is volgens deze theorie niet afhankelijk van de rentestand (= intereststand).

liquiditeitsvoorschriften /liquiditeitseis : geld, geldschepping - voorschriften betreffende de verhouding tussen kasmiddelen en onmiddellijk opeisbare schulden. Als bankliquiditeit mogen de primaire banken bij hun kasgeld ook hun tegoed rekenen bij DNB; dit totaal als percentage van de girale verplichtingen (crediteuren in rekening courant) is het liquiditeitspercentage.

LM-curve/functie : nationaal inkomen, werkgelegenheid - verband tussen de rentestand en het nationaal inkomen, waarbij evenwicht is in de monetaire sfeer. Dit is een stijgende curve (positief verband), omdat als de rente stijgt geld uit de inactieve kas wordt overgeheveld naar de actieve kas. Hierdoor neemt de effectieve vraag toe en stijgt het nationaal inkomen. Een deel van de LM-curve kan (min of meer) zowel horizontaal als verticaal lopen. Bij het horizontale gedeelte is sprake van een liquiditeitsval (liquiditytrap). Zie ook: nadere verklaring actieve en inactieve kas

lock up; lock in; lock out : financiële zaken - Engels: bepaling dat na een aandelenemissie het personeel en management deze aldus verkregen aandelen niet meteen mogen verkopen. Vaak wordt een termijn overeengekomen.

Londen International Financiële Futures Exchange (Liffe) : financiële zaken - Engels: Londense beurs voor financiële termijnhandel.

loon : algemeen - Is de beloning voor de productiefactor arbeid. Hier vallen alle andere namen onder, die beloningen inhouden voor arbeid, zoals: salaris, vakantiegeld, bonus, 13e maand, gratificatie, honorarium, wedde, etc.

loonbelasting : algemeen overheid - Voorheffing van de inkomstenbelasting die werkgevers en instanties die sociale uitkeringen verstrekken inhouden op het bruto loon en de bruto sociale uitkering (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel voorheffing onderdeel inkomstenbelasting

loonbelastingbeschikking : financiële zaken, overheid - Een eigen woningbezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost voor de inkomstenbelasting. In de meeste gevallen is het mogelijk de belastingaftrek vooraf te verrekenen, tegelijkertijd met de maandelijkse loonbetalingen. Hiervoor moet men bij de Belastingdienst een ~ aanvragen. (bron: huizenveiling.nl)

loondervingverzekering : algemeen overheid - Sociale verzekering die voorziet in een uitkering aan wie door enigerlei oorzaak niet langer inkomsten uit arbeid kunnen verwerven. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Sociale verzekering nadere verklaring Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) nadere verklaring Ziektewet (ZW) nadere verklaring Werkloosheidswet (WW)

loondienst : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is men als werknemer, wanneer men werkt op basis van een vast (of tijdelijk) arbeidscontract.

loondifferentiatie : - houdt in dat bij een goede werking van de arbeidsmarkt de lonen in een bedrijfstak met knelpunten relatief meer stijgen dan in een bedrijfstak waar geen knelpunten zijn. Loondifferentiatie is in principe een smeermiddel voor de arbeidsmarkt.

looneis : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - eis van werknemer(s) om meer loon te ontvangen.

loongrens : algemeen overheid - De inkomensgrens (inkomen uit dienstbetrekking) waar beneden werknemers verplicht verzekerd zijn krachtens een sociale verzekering; In Nederland kent uitsluitend de ziekenfondsverzekering een loongrens. (Schöndorff c.s.).

loonheffing : algemeen overheid - Bedrag ter zake loonbelasting en premies dat op het loon wordt ingehouden. Meestal trekt de werkgever de ~ van het brutosalaris af.

loonkosten : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - voor een werkgever bestaat uit het brutoloon plus (het aandeel in) de sociale verzekeringspremies die de werkgever moet betalen voor de werknemer.

loonkosteninflatie : groei en conjunctuur - Wanneer de lonen sneller stijgen dan de loonruimte (de som van de stijging van de arbeidsproductiviteit en de inflatie) toelaat, stijgen de arbeidskosten per eenheid product. Deze kostenstijging werkt door in het algemeen prijspeil. (Schöndorff c.s.).

loonmaatregel : groei en conjunctuur, overheid - Een maatregel die ingrijpt in de ontwikkeling van de lonen op grond van de Loonwet. (Schöndorff c.s.)

loonoverleg : groei en conjunctuur, overheid - Het overleg over lonen en andere arbeidsvoorwaarden tussen vakbeweging en werkgeversbonden. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Stichting van de Arbeid

loonpauze : groei en conjunctuur, overheid - Een voorbeeld van een loonmaatregel, waarbij gedurende een zekere periode geen verhogingen van lonen zijn toegestaan (in het algemeen uitgezonderd incidentele loonstijgingen). (Schöndorff c.s.).

loon-prijsspiraal : groei en conjunctuur, overheid - Verschijnsel dat lonen en prijzen elkaar beurtelings opjagen. Stel dat bijv. de olieprijzen stijgen. Als gevolg hiervan zal de inflatie toenemen. Werknemers ervaren dan bij een ongewijzigde nominale loonontwikkeling een verslechtering van hun koopkracht. Zij zullen (meestal vertegenwoordigd door hun organisaties) extra looneisen stellen. De gestegen lonen leiden tot kostenstijgingen voor de ondernemingen (loonruimte). Kostenstijgingen die zij weer zullen trachten door te berekenen in hun productprijzen. Hierdoor neemt de inflatie weer extra toe, met als gevolg hernieuwde looneisen etc.. (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel automatische prijscompensatie nadere verklaring inflatie nadere verklaring loonruimte

loonquote : groei en conjunctuur, overheid - Hiermee wordt meestal de totale loonsom (werknemers + ambtenaren) bedoeld als percentage van het nationaal inkomen (tegen factorkosten).

loonruimte : groei en conjunctuur, overheid - De som van het percentage waarmee de arbeidsproductiviteit is gestegen en het percentage van de prijsstijging. Zolang de lonen niet meer stijgen dan de loonruimte bedraagt, blijven de arbeidskosten voor de onderneming onveranderd (of ze dalen). Er bestaat dan geen aanleiding tot prijsverhoging. Stijgen de lonen te hard, dan ontstaat loonkosteninflatie. De loonruimte kan worden gebruikt voor een loonstijging van werknemers, maar zij kan ook een andere bestemming krijgen, zoals arbeidsduurverkorting en rendementherstel voor ondernemingen. In dit laatste geval blijft (een deel van) de loonruimte binnen de onderneming. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel arbeidsproductiviteit

loonsom : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is het totaal van alle (jaar)lonen van alle werknemers in een land.

loonsombelasting : algemeen overheid - Heffing met als grondslag de loonsom van een onderneming. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Heffing

Loonwet (LW) : groei en conjunctuur, overheid - (Wet op de loonvorming) een wet die de regering de bevoegdheid geeft onder bijzondere omstandigheden in de vrije loonvorming in te grijpen. (Schöndorff c.s.).