Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

inelastische vraag : consumenten en producenten, markten en prijzen - De absolute waarde van de prijselasticiteit van de vraag naar een product is kleiner dan 1. Dit heeft tot gevolg dat bij een prijsverhoging de omzet toeneemt. (Schöndorff c.s.). Er is sprake van als bij een prijsverandering van het goed de gevraagde hoeveelheid minder dan evenredig (= relatief minder) verandert. Primaire goederen (noodzakelijke goederen) hebben een inelastische vraag. Bij een inelastische vraag zal bijv. ingeval van een prijsverhoging de omzet (TO) stijgen, omdat prijsverhoging gevolgd wordt door een minder dan evenredige afzet daling. Bij prijsdaling zal natuurlijk de omzet dalen. Zie ook: tegenstelling elastische vraag onderdeel prijselasticiteit van de vraag

infant industries : internationaal - Engels: Bedrijfstakken die nog in de kinderschoenen staan (infant = kind). Ze zijn nog niet in staat zijn de scherpe concurrentie op de wereldmarkt te overleven. Het ~-argument is één van de redenen die een overheid aanvoert om een bedrijfstak te beschermen, met bijv extra subsidie of gesubsidieerd onderzoek, of buitenlandse concurrentie te weren door invoerrechten. (->protectionisme). Zie ook: nadere verklaring invoerrechten

inferieure goederen Eng.: inferior goods : consumenten en producenten, markten en prijzen - Goederen met een negatieve inkomenselasticiteit. Bij het stijgen van het inkomen gaat men van deze goederen minder gebruiken. Voorbeelden: margarine, aardappelen, gehakt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel inkomenselasticiteit van de vraag tegenstelling luxe goederen

inflatie Eng.: inflation : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Geldontwaarding: het teruglopen van de koopkracht van het geld. Ook: het stijgen van het gemiddelde prijspeil van goederen en diensten. Inflatie kan verschillende oorzaken hebben. Een mogelijkheid: als de bestedingen sneller stijgen dan de productiecapaciteit, kan dat overbesteding tot gevolg hebben. Dit leidt tot bestedingsinflatie. Ook denkbaar is dat kostenstijgingen doorwerken in de prijzen van eindproducten, waardoor het algemeen prijspeil stijgt . Men spreekt dan van kosteninflatie. bijv.: loonkosteninflatie of geïmporteerde inflatie. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling deflatie onderdeel monetaire inflatie onderdeel prijsinflatie

inflatiecorrectie : algemeen overheid - Bijstelling van de tarieven van loon- en inkomstenbelasting om de stijging van de gemiddelde druk van die belasting, veroorzaakt door de inflatie, ongedaan te maken (Schöndorff c.s.). Immers door de prijscompensatie komt iedereen met een groter deel van zijn inkomen in een hogere belastingschijf (hoger marginaal tarief), en men zou netto niet de gewenste compensatie ontvangen. De nominale stijging is in dat geval groter dan de reële.

inflatieverwachting : groei en conjunctuur - Bij het bestrijden van inflatie door de centrale bank is het van belang in te grijpen voordat bij consumenten, ondernemingen en werkgevers(-organisaties) de verwachting is ontstaan dat het algemeen prijspeil (sneller dan voorheen) gaat stijgen. Betrokkenen baseren hun besluiten in de regel niet op de bestaande inflatie, maar op de verwachte. Als de verwachte inflatie hoger is dan de actuele kan sprake zijn van een self-fulfilling prophecy. Wanneer werknemers bijv. een oplopen van de inflatie verwachten, zullen zij extra looneisen stellen. De (te sterk) gestegen lonen kunnen dan leiden tot loonkosteninflatie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inflatie nadere verklaring loonkosteninflatie

inflatoire financiering : algemeen overheid - De overheid financiert een deel van haar uitgaven door middel van geldschepping. Zie ook: nadere verklaring geldschepping nadere verklaring monetaire financiering

informele economie : groei en conjunctuur - De legale economische activiteiten die niet in de officiële cijfers tot uitdrukking komen, omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek ze niet waarneemt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling formele economie onderdeel verborgen economie

informele vereniging : producentengedrag - vereniging waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte.

infrastructuur Eng.: infrastructure : groei en conjunctuur - Dit is het geheel van (spoor)wegen, (lucht)havens, bruggen, tunnels en kanalen. De zogenoemde harde infrastructuur. De zachte infrastructuur betreft het geheel van communicatiesystemen zoals radioverbindingen, telefoonverbindingen, kabelnetwerken, computernetwerken (Schöndorff c.s.).

ingebouwde stabilisatoren : collectieve sector / economische orde en politiek - uitkeringen en de progressieve belastingheffing werken stabiliserend op het verloop van de conjunctuur. Uitkeringen compenseren het weggevallen arbeidsinkomen bij verlies van een baan, de progressieve belasting stabiliseert het netto inkomen.

inhoudingsplichtigen : financiële zaken, overheid - personen die verplicht zijn loonbelasting in te houden, d.w.z. zij die aan een ander loon (of andere uitkeringen) betalen op basis van een dienstbetrekking. Bijv. werkgevers.

initiële loonstijging : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is hetzelfde als een reële loonstijging.

initiatiefrecht van de ondernemingsraad : groei en conjunctuur, markten en prijzen - bevoegdheid van de ondernemingsraad om ook buiten de overleg vergadering voorstellen te doen de onderneming betreffende (uitzondering vide artikel 23 lid 2 WOR).

injunctiebevel : groei en conjunctuur, markten en prijzen - bevel van de ondernemingskamer dat de boeken van de onderneming aan de door haar benoemde onderzoekers moeten worden getoond en bepaalde betrokkenen bij die onderneming, bijv. bestuurders commissarissen, aan de onderzoekers inlichtingen moeten verschaffen.

inkomensafhankelijke regelingen : algemeen overheid - Door de overheid verstrekte inkomensoverdracht (individuele huursubsidie, studiefinanciering) of gevraagde eigen bijdrage (rechtshulp, kinderopvang) hangt af van het inkomen van individuen/huishoudens. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring individuele huursubsidie

inkomensbeleid : algemeen overheid - De overheid probeert de verdeling van de inkomens van individuen/huishoudens te wijzigen (inkomensverdeling, herverdeling), bijv. door de heffing van progressieve belastingen en het verstrekken van inkomensoverdrachten, zoals bijstand en individuele huursubsidie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inkomensverdeling nadere verklaring herverdeling nadere verklaring progressieve belastingen nadere verklaring inkomensoverdrachten

inkomenseffect : consumentengedrag - bij een vraagcurve houdt in dat door de prijsdaling de consument een reële inkomensverbetering ervaart, en dat hierdoor de gevraagde hoeveelheid verandert. Bij luxe en noodzakelijke goederen zal dit effect de gevraagde hoeveelheid (extra) doen toenemen, en bij inferieure goederen werkt het inkomenseffect tegengesteld en vermindert het substitutie- effect. De som van het substitutie-effect en het inkomenseffect is het prijseffect.

inkomenselasticiteit / budgetelasticiteit : consumenten en producenten, markten en prijzen - Deze laat zien met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid verandert wanneer het inkomen (budget) met 1% verandert (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel inferieure goederen

inkomensevenwicht : nationaal inkomen, werkgelegenheid - de effectieve vraag kan worden gerealiseerd. Zie ook: onderdeel evenwichtsinkomen

inkomenskloof : internationaal - Verschil in inkomen tussen arme en rijke landen. Het wereldinkomen is niet gelijk over de wereldburgers verdeeld. Onderscheiden worden rijke landen - met een hoog inkomen per inwoner - en arme landen - met een laag inkomen per inwoner. De Wereldbank heeft nog een wat fijnmaziger indeling.. Een eenvoudig getallenvoorbeeld laat zien hoe hopeloos de zaak ervoor staat. Neem een land A met een jaarinkomen van $ 1000 per inwoner en een rijk land R met een inkomen van $ 20.000 per inwoner. Wanneer beide inkomensniveaus met 5% per jaar groeien, is het overduidelijk dat de inkomenskloof tussen beide landen steeds groter wordt. Maar stel nu dat het inkomen in A sterker groeit dan in R; kies bijv. 7% groei in A en 3,5% in R. Berekend kan worden dat het ook dan nog 75 jaar duurt voordat de kloof begint af te nemen in plaats van te groeien. Pas na 90 jaar haalt het arme land het rijke land in. (Schöndorff c.s.)

inkomensomloopsnelheid : geld, geldschepping - is de waarde Vy uit de formule M x Vy = Y ; Y neemt als nationaal inkomen wel de plaats in voor (P x T) in de verkeersvergelijking van Fisher, maar is daar niet gelijk aan. De bovenstaande formule kan ook geschreven worden als M x Vy = P x Yr ; Hierin is Yr het reële nationaal inkomen, en dat is niet gelijk aan T. In de verkeersvergelijking is T de goederentransacties, die (omdat niet van toegevoegde waarde wordt uitgegaan) vele malen groter is dan het reële nationaal inkomen.

inkomensoverdracht : algemeen overheid - Overheveling van koopkracht door tussenkomst van de collectieve sector zonder dat de ontvanger een aanwijsbare tegenprestatie verschuldigd is (Schöndorff c.s.).

inkomensoverdrachtenrekening : internationaal - Deelrekening van de betalingsbalans waarop de betalingen en ontvangsten van secundaire inkomens (inkomens om niet) worden geregistreerd. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel lopende rekening onderdeel betalingsbalans

inkomensprijs : algemeen overheid - De prijs die de consument van een goed betaalt is mede afhanˇkelijk van zijn (huishoudens)inkomen; een voorbeeld zijn de woonlasten van huurders die worden verlaagd dank zij individuele huursubsidie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring individuele huursubsidie

inkomensrekening : internationaal - Deelrekening van de betalingsbalans waarop de betalingen en ontvangsten van primaire inkomens (arbeids-, winst-,dividend- en rente-inkomens) worden geregistreerd (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel betalingsbalans onderdeel lopende rekening

inkomenstoets : algemeen overheid - Bij de bepaling van de uitkering waarop iemand aanspraak heeft wordt (mede) rekening gehouden met eigen inkomsten van de aanvrager en/of die van een eventuele partner(Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring middelentoets

inkomensverdeling : algemeen overheid - 1. De manier waarop het inkomen in een land over de mensen is verdeeld (Schöndorff c.s.). Men onderscheidt de personele inkomensverdeling en de categoriale inkomensverdeling. Zie ook: onderdeel personele inkomensverdeling onderdeel categoriale inkomensverdeling onderdeel Lorenzcurve onderdeel Ginicoëfficiënt

inkomensvermenigvuldiger Eng.: multiplier : groei en conjunctuur - Wanneer extra investeringen worden gedaan heeft dit een sneeuwbaleffect, doordat in de kapitaalgoederenindustrie extra wordt geproduceerd, waarbij extra inkomen wordt verdiend. Dit inkomen wordt voor een deel besteed in bijv. de meubelbranche, dus daar wordt vervolgens de productie uitgebreid, waarbij weer een inkomen wordt verdiend, enz.. Het uiteindelijk resultaat is dat het nationaal product is vergroot met een veelvoud van de oorspronkelijke investeringsstoot. (Schöndorff c.s.). Het getal geeft aan in welke mate het nationaal inkomen verandert als de autonome bestedingen worden veranderd. De ~ van een gesloten model zonder overheid luidt meestal 1/(1-c) en de ~ van een open model met een overheid heeft min of meer de vorm: 1/(1-c+cb+m). Uit deze formules is af te lezen dat de multiplier van een open economie (en ook met een overheid) een lagere waarde heeft, omdat de noemer groter wordt. Dit wordt veroorzaakt door de "lekken" in de economie. Zie ook: onderdeel conjunctuurgolf

inkomensverschillen : collectieve sector / economische orde en politiek - kunnen bijv. ontstaan door verschillen in opleiding, leeftijd, verantwoordelijkheid, bekwaamheid, zwaarte van het werk etc. Een belangrijke factor (misschien wel de belangrijkste) is de schaarste op de arbeidsmarkt van bepaalde talenten en deskundigheid.

inkomstenbelasting : algemeen overheid - Belasting van natuurlijke personen op basis van hun jaarlijks genoten belastbaar inkomen. Zie ook: onderdeel belastbaar inkomen onderdeel loonbelasting onderdeel voorheffing

inlener : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - werkgever die personeel van een uitzendbureau of koppelbaas inhuurt, met de bedoeling dat zij onder zijn toezicht en leiding werk verrichten. De ~ is in beginsel samen met het uitzendbureau of de koppelbaas aansprakelijk voor de afdracht van de loonbelasting en sociale premies.

inlening / inlenen / ingeleend : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - werkkrachten inhuren.

innovatie : groei en conjunctuur - De ontwikkeling en succesvolle invoering van nieuwe of verbeterde goederen en diensten (productinnovatie), productie- of distributieprocessen (procesinnovatie). Het succesvol toepassen van nieuwe technische vondsten wordt gezien als een van de drijvende krachten achter de productiegroei. Onderscheiden worden basisinnovaties, verbeteringsinnovaties en schijninnovaties. Bij de eerste valt te denken aan de stoommachine, de auto, het vliegtuig, kunstharsen, radio, tv, transistor en chip. Een verbeteringsinnovatie is bijv. de stuurbekrachtiging in een auto. Schijninnovaties worden aangetroffen in de mode. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel lange golfbeweging

inpandgeving : pand en hypotheek - overhandiging van een goed (recht of zaak) tot waarborg van een schuld. Een pandrecht ontstaat doordat de schuldenaar (enkele van) zijn eigendommen, niet zijnde huis of grond, in de macht van de schuldeiser brengt (in pand geeft) zodat die, in geval de schuldenaar in verzuim is, bij voorrang boven andere schuldeisers zijn vordering op het verpande eigendom kan verhalen

input-output tabel : groei en conjunctuur - Een tabel waarin de rijen aangeven hoe in een bepaalde periode de output van een bepaalde geleding (bijv. een bedrijfstak) dient als input voor de andere geledingen en waarin de kolommen laten zien van welke andere bedrijfstakken de inputs van een bepaalde bedrijfstak komen. Aan deze beschrijving van de goederenstromen in een economie is de naam van de Amerikaanse econoom Wassily Leontief verbonden. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring bedrijfstak

inschuld : financiële zaken consumenten en producenten - schuld die men als schuldeiser te vorderen heeft (Van Dale)

insolventie : markten en prijzen, groei en conjunctuur - staat waarin de failliete boedel zich bevindt vlak voordat de curator die gaat te gelde maken;
periode waarin een persoon of onderneming de schulden niet kan betalen.

inspecteur : financiële zaken, overheid - toezichthouder. Bijv. de ~ die inzake rijksbelastingen bevoegd is.

instellingsgrens : groei en conjunctuur, markten en prijzen - bij ten minste 50 werknemers moet de onderneming een ondernemingsraad instellen.

instituties : algemeen - Dit zijn afspraken tussen mensen die regelen hoe ze met elkaar omgaan. Er zijn formele afspraken, zoals regels en wetten. Er zijn ook informele afspraken, zoals gedragsnormen. Voorbeelden van formele instituties zijn: de wetgeving inzake de arbeidsmarkt, de manier waarop loononderhandelingen zijn geregeld, de regels betreffende het toezicht op de bedrijfsvoering (corporate governance), het beleid inzake wetenschap en technologie. (Schöndorff c.s.).

institutionele arbitrage : algemeen, overheid - geschillen beslechting door een door partijen aangewezen scheidsgerecht.

institutionele beleggers : financiële zaken - Fondsen en maatschappijen die uit de aard van hun bedrijf altijd grote geldsommen willen beleggen (bijv. pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel belegger

institutionele economie : algemeen - Economische theorie die ervan uitgaat dat mensen niet alleen op grond van rationele beslissingen handelen. De traditionele neo-klassieke theorie bestudeert het gedrag van rationeel handelende subjecten, die volledig zijn geïnformeerd en die ook volkomen kennis van de toekomst hebben (perfect foresight). Op grond van dit uitgangspunt brengt het marktmechanisme onder volkomen concurrentie een optimale allocatie van de productiemiddelen tot stand. Hiervoor zijn weinig instituties vereist: voldoende zijn vaststaande en afdwingbare eigendomsrechten en een perfect functionerend marktmechanisme. De institutionele economie vindt de werkhypothese van de rationeel handelende mens te ver afstaan van de wijze waarop mensen in hun dagelijks leven handelen. Mensen zijn niet volledig geïnformeerd. Ze hebben maar een beperkte kennis van hun omgeving en van wat andere economische subjecten doen. Daarom moeten ze tijd en geld besteden aan het inwinnen van informatie. Er is sprake van begrensde rationaliteit. Een gevolg is dat ze vaak met vuistregels werken en beslissingen nemen die niet optimaal zijn. Door middel van leerprocessen kunnen mensen hun inzicht in hun omgeving en hun kennis van de toekomst verbeteren. Behalve van begrensde rationaliteit is er volgens de institutionele economie ook sprake van opportunisme. Mensen handelen opportunistisch als hun keuzen uitsluitend zijn gericht op hun eigen belang en niet worden beïnvloed door de wens sociale gedragsregels te respecteren. Opportunisme kan leiden tot misleiding en bedrog. Het bestaan van begrensde rationaliteit en van opportunisme veroorzaakt« transactiekosten. Partijen kunnen immers niet alle omstandigheden voorzien en kunnen niet uitgaan van de onkreukbaarheid van de tegenpartij. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring neoklassieke theorie nadere verklaring marktmechanisme nadere verklaring volkomen concurrentie nadere verklaring optimale allocatie

institutionele vergelijking : nationaal inkomen, werkgelegenheid - geeft het verband tussen economische grootheden, die het gevolg zijn van beslissingen van institutionele aard. Een voorbeeld hiervan is de belastingvergelijking B = bY + Bo die het gevolg is van beslissingen van de politiek (parlement).

instrument variabele : internationale integratie en handel - is een grootheid in een model, die gebruikt (veranderd) wordt om een gewenste verandering in de doelvariabele te realiseren.

instrumenten van DNB / instrumenten van geldmarktbeleid : geld, bankwezen - zijn: de discontopolitiek, de open-marktpolitiek, de contingentsregeling , de geldmarktkasreserve en de monetaire kasreserveregeling. De laatste jaren hebben hier tal van wijzigingen plaatsgevonden. Zo is DNB in feite een filiaal van de ECB en spreekt men niet meer van discontopolitiek maar van rentebeleid, en niet meer van disconto maar van voorschotrente.

instrumenten van economische politiek : collectieve sector / economische orde en politiek - zijn te onderscheiden in monetaire politiek, begrotingspolitiek, prijs en inkomenspolitiek, mededingingspolitiek, betalingsbalanspolitiek, en groeipolitiek.

integratie : consumenten en producenten - Binnen de bedrijfskolom: het samenvoegen van geledingen binnen een bedrijfskolom. De bedrijfskolom wordt hierdoor korter. Voorbeeld: een fabrikant van computers besluit ook de detailhandelsfunctie te vervullen en levert zelf direct aan de klant. In internationaal verband: als landen besluiten op enige wijze met elkaar te komen tot een gezamenlijk economisch beleid, zoals in een vrijhandelsgebied, een douane-unie of een economische unie (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel bedrijfskolom tegenstelling differentiatie onderdeel parallellisatie onderdeel specialisatie

intentieverklaring Eng.: letter of intent : consumenten en producenten - schriftelijke verklaring waarin partijen de wens uitspreken om gezamenlijk een bepaald doel te bereiken, om een bepaalde overeenkomst te sluiten en met het oog op doel en overeenkomst een traject en modaliteiten afspreken. Het effect van de ~ is een zakelijke vrijage, waardoor partijen niet vrijblijvend een andere partij kunnen zoeken.

interchange agreement : consumenten en producenten - Engels: ruilovereenkomst 1. overeenkomst waarin de rechten en plichten van via EDI (red.: Electronic Data Interchange) communicerende partijen staan beschreven. Bevat ondermeer: namen van de betrokken partijen en contactpersonen, het doel waarvoor de gegevens gebruikt mogen worden, afspraken rond levering van gegevens en leveringstermijnen, procedures voor conflictbemiddeling, sleutelbeheer, en afspraken over digitale handtekeningen.
2. overeenkomst (in bijv de luchvaartsector) waarbij A zijn productiemiddel, of een deel daarvan, aan B least in ruil voor eenzelfde ruil terug op enig moment.

interest Eng.: intrest : groei en conjunctuur, markten en prijzen - De prijs voor het gebruik van vermogen. Meestal wordt het woord rente gebruikt. Wie vermogen ter beschikking stelt verwacht daarvoor een bepaalde vergoeding die afhankelijk is van de duur van de overeenkomst, de kredietwaardigheid van de debiteur en de verwachting omtrent geldontwaarding. (Schöndorff c.s.).

intergouvernementeel : internationale economische betrekkingen / integratie - is een samenwerkingsverband, waarbij de nationale regeringen van de deelnemende landen elke beslissing moeten goedkeuren.

intergouvernementele organisaties Eng.: intergovernmental agencies : internationaal - organisaties met speciale internationale verantwoordelijkheden. Bijv. UNESCO (VN-organisatie gespecialiseerd in onderwijs en cultuur).

interim-dividend : financiële zaken - Tussentijds uitgekeerd dividend (Schöndorff c.s.). ~ wordt in de loop van het boekjaar aan aandeelhouders uitgekeerd en later op de slotkoers van dat aandeel in mindering gebracht. Uitkering van ~ is slechts toegestaan als de statuten van de vennootschap dit toelaten. Zie ook: tegenstelling slotdividend onderdeel dividend

internaliseren : algemeen - doorberekenen; onderdeel laten uitmaken van. Bijv. ~ van alle maatschappelijke en duurzaamheidkosten in de productprijzen.

Internationaal Energie Agentschap (IEA) : internationaal - Een forum voor de 25 lidstaten (waaronder alle grote industrielanden). De nationale overheden zijn overeengekomen gezamenlijke maatregelen te nemen in geval van acute noodsituaties bij de olievoorziening. Ze zijn ook overeengekomen om alle informatie te delen met betrekking tot energie, hun energiepolitiek te coördineren en samen te werken bij de ontwikkeling van efficiënte energieprogrammaĆs. (Schöndorff c.s.)

Internationaal Monetair Fonds (IMF) : internationaal - Internationale organisatie van 182 lidstaten die tot doel heeft het bevorderen van de internationale samenwerking op monetair gebied, wisselkoersstabiliteit, economische groei en een hoog niveau van werkgelegenheid. Het IMF houdt zich in dit kader onder meer bezig met het verstrekken van tijdelijke betalingsbalanskredieten. Het IMF werd opgericht tijdens de conferentie van Bretton Woods (1944). Volgens haar statuten heeft het IMF twee hoofdtaken: Het bevorderen van de convertibiliteit van valuta's in het handelsverkeer. Onlangs is hier aan toegevoegd dat het IMF ook tot taak heeft een vrijer kapitaalverkeer te bevorderen. Het geven van financiële steun aan landen die te kampen hebben met (tijdelijke) betalingsbalansproblemen. De belangrijkste bron waaruit het IMF kan putten ter verkrijging van haar middelen wordt gevormd door de contributiebijdragen (de zogeheten quota) die de deelnemende landen bij het IMF hebben gestort. Daarnaast trekt het IMF middelen aan via het opnemen van kredieten. Zonodig kunnen Zie ook: onderdeel convertibele valuta

International Association of Insurance Supervisors (IAIS) : financiële zaken consumenten en producenten - Engels: internationale organisatie van toezichthouders op verzekeringsmaatschappijen, waarvan voor Nederland de Verzekeringskamer lid is, die zich bezighoudt met de ontwikkeling van algemene principes en richtsnoeren voor toezicht op het verzekeringswezen. (bron: DNB)

International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) : internationaal - Engels: deel van de Wereldbank dat leningen verstrekt voor de ontwikkeling van landen, en publieke organisaties. Oorspronkelijk opgericht om Europa na WO 2 weer op te bouwen.

International Development Association (IDA) : internationaal - Engels: deel van de Wereldbank dat leningen verstrekt aan de armste ontwikkelingslanden. Het richt zich met name op onderwijs, basisbehoeften qua gezondheid, schoon drinkwater en hygiëene, infrastructuur, en het creëren van een veilig investeringsklimaat. Deze basisvoorwaarden moeten eerst worden gecreërd om de weg te effenen naar economische groei en werkgelegenheid. Zie ook: onderdeel wereldbank nadere verklaring IBRD

International Labour Organization (ILO) : internationaal - internationale organisatie verbonden met de Verenigde Naties. De ILO heeft tot doel wereldwijd de arbeidsomstandigheden te verbeteren, de sociale zekerheid te verbeteren en de handhaving van normen van sociale gerechtigheid te bevorderen. Ook wel: Internationale Arbeids Organisatie. (Schöndorff c.s.)

internationale arbeidsverdeling : internationaal - Arbeidsverdeling tussen landen, samenhangend met internationale specialisatie (Schöndorff c.s.). Landen leggen zich toe op die productie, waar men relatief goed in is. Op deze wijze vindt de productie mondiaal gezien het meest efficiënt plaats.

Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (IBHO) Eng.: International Bank for Reconstruction and Development : financiële zaken markten en prijzen - De ~ is opgericht om het internationale kapitaalverkeer en de internationale leningenmarkt te regelen.

internationale koop : groei en conjunctuur, markten en prijzen - koopovereenkomst die een internationaal karakter draagt en een roerende zaak betreft en niet voor gebruik in de privésfeer is bedoeld.

internationale liquiditeiten : internationale economische betrekkingen / integratie - zijn betaalmiddelen, waarmee men in het kader van de internationale handel overal mee kan betalen. Dit zijn de sleutelvaluta's, de SDR's , maar ook nog steeds goud. Sinds het opheffen van de convertibiliteit van de dollar in goud in 1972, is de monetaire betekenis van goud steeds verder teruggedrongen. Zie ook: onderdeel goudakkoord

Internationale Monetaire Fonds (IMF) : financiële zaken markten en prijzen - Fonds opgericht tijdens de in 1944 gehouden conferentie in Bretton Woods (USA) gevestigd te Washington. Het ~ telt 182 lidstaten en heeft tot taak een ordelijk en stabiel internationaal stelsel te bewaken, o.m. door jaarlijkse consultaties tussen het ~ en de afzonderlijke lidstaten over het daar gevoerde economische beleid. Tevens kan het ~ tijdelijk, onder strenge voorwaarden kredieten aan landen ter beschikking stellen. (bron: DNB)

interne arbeidsverdeling : consumenten en producenten - Is de specialisatie binnen een onderneming. Meestal legt een werknemer zich toe op slechts enkele taken binnen het productieproces.

interne financiering : financiële zaken - Financiering uit eigen middelen. Om interne financiering mogelijk te maken wordt jaarlijks een deel van de winst niet uitgekeerd maar gereserveerd. (Schöndorff c.s.).

interne markt : overheid, internationaal - de economische ruimte van de Europese Unie die één markt zonder handelsbelemmeringen vormt.

interne waarde : groei en conjunctuur - Houdt de koopkracht in van de euro in Nederland. Het betreft de nominale waarde van de euro gecorrigeerd voor het prijspeil. In feite is dit begrip gelijk aan de reële waarde van de euro. Zie ook: onderdeel koopkracht van de euro

interventie Eng.: intervention : internationaal - Hiervan is sprake wanneer een autoriteit ingrijpt in de prijsvorming op de markt. Bij valuta-interventie koopt of verkoopt de centrale bank een bepaalde valuta om de koers daarvan te beïnvloeden. (Schöndorff c.s.).

interventiegrenzen : internationale economische betrekkingen / integratie - zijn de grenzen waartussen de wisselkoers vrij mag schommelen bij een vast wisselkoerssysteem. Dreigt de koers boven de hoogste grens te komen dan is de centrale bank verplicht haar eigen munt aan te bieden (in ruil voor vreemde valuta) tegen deze hoogste koers. Er vindt dan toevloeiing van goud en deviezen plaats. Dreigt echter de koers onder de laagste grens te komen dan is de centrale bank verplicht haar eigen munt aan te kopen (in ruil voor vreemde valuta) tegen deze laagste koers en er vindt afvloeiing van goud en deviezen plaats.

interventiekoers : internationaal - Uiterste koersen waarbij centrale banken verplicht zijn door steunaankopen of -verkopen de wisselkoers van hun munt te beïnvloeden (Schöndorff c.s.).

intracommunautaire : overheid, internationaal - betrekking hebbende op de verhoudingen tussen lidstaten van de Europese Unie of tussen de gemeenschappen (Vlaams, Frans en Duitstalig) in België.

intrinsieke waarde : financiële zaken - Bij een onderneming: de waarde van het eigen vermogen, veronderstellend dat de onderneming blijft voortbestaan. Bij een munt: de metaalwaarde, in tegenstelling tot de nominale waarde die op de munt vermeld staat (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel boekwaarde onderdeel eigen vermogen tegenstelling nominale waarde

intrinsieke waarde van de munt : financiële zaken - Materiaalwaarde (= stofwaarde) van geld. Concreet betekent het de waarde van het geld bij verkoop als oud metaal (of als oud papier). De kosten van aanmunten behoren dus niet tot de intrinsieke waarde. Men onderscheidt standaardmunten, tekenmunten en pasmunten. Zie ook: tegenstelling nominale waarde van de munt

intuiti personae-gedachte : algemeen - Latijn: een bepaling dat een overeeenkomst met de persoon gesloten wordt, en niet met bijv. met de aan de overeenkomst verbonden rechten en voorwaarden. De ~ -bepaling komt vooral veel voor bij de BV: één van de partners kan zijn aandelen niet zonder toestemming van de ander verkopen aan derden.