Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

Human Development Index (HDI) : algemeen internationaal - Engels: Maatstaf voor de ontwikkeling van een land, waarbij de mens meer centraal wordt gesteld, en niet alleen de economische productiewaarde per inwoner. Door de United Nations ontwikkeld, in 1990 door het UN development programme. Daarvoor werd gekeken naar het reele BNP per inwoner als maatstaf van rijkdom en ontwikkeling. De HDI neemt ook de levensverwachting en het bereikte onderwijsniveau mee in de ranking. In 2010 was Noorwegen het meest ontwikkelde land, voor Australië en Nieuw-Zeeland. Nederland staat 7e, België 18e. In 1997 is ook een Human Poverty Index (HPI) gepubliceerd waarin weer andere maatstaven gelden.

Human Poverty Index (HPI) : algemeen internationaal - Engels: maatstaf voor de levensstandaard van landen. De UN hanteert twee HPI's: De HPI-1 voor arme landen, waar armoede gedefinieerd wordt als het percentage mensen dat de 40 niet haalt, een hoge mate van analfabetisme en een groot percentage mensen zonder drinkwater en met ondervoedde kinderen.
Voor de meer ontwikkelde landen geldt de HPI-2. Hierin kijkt men naar het percentage mensen dat de 60 niet haalt, laaggeletterdheid, een scheve inkomensverdeling en een hoge werkloosheid. De reden voor deze tweedeling is omdat armoede in arme landen absoluut is: geen eten, geen water, geen medische hulp, geen opleiding. In rijkere landen is armoede een relatief begrip: minder mogelijkheden dan anderen, waarbij die anderen buren, andere groepen, andere wijken en andere landen kunnen zijn.

huur en verhuur : groei en conjunctuur, markten en prijzen - overeenkomst waarbij de verhuurder tegen betaling tijdelijk het genot van zijn zaak aan de huurder verschaft.

huurbeding : pand en hypotheek - een beding in een hypotheekovereenkomst, waarbij de eigenaar van het huis wordt beperkt in zijn bevoegdheid (een deel van) het huis te verhuren. Bijv. de clausule in de hypotheekakte waarbij de hypotheekgever het bezwaarde goed (huis) niet zonder toestemming van de hypotheekhouder mag verhuren.

huurwaardeforfait : algemeen overheid - Bedrag dat bewonereigenaars bij hun belastbaar inkomen moeten tellen wegens woongenot van de eigen woning (vanaf 2001 aangeduid als eigenwoningforfait). (Schöndorff c.s.). Het ~ wordt fiscaal tot het inkomen gerekend.

hybride hypotheek : pand en hypotheek - combinatie van een spaarhypotheek en beleggingshypotheek waarbij u de mogelijkheid krijgt om, afhankelijk van de beleggingsmarkt te kunnen wisselen tussen sparen en beleggen. Vindt u het leuk om regelmatig de beursen te analyseren en daarmee uw voordeel te kunnen doen. Dan is deze hypotheek u op het lijf geschreven. (bron: huizenveiling.nl)

hyperinflatie : groei en conjunctuur - Zeer hoog tempo van prijsinflatie (bijv. Duitsland in de jaren na 1923 en een aantal Latijns-Amerikaanse landen in de jaren tachtig). (Schöndorff c.s.).

hypothecaire inschrijving : pand en hypotheek - vermelding in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend. De ~ is het moment waarop de hypotheek van kracht wordt.

hypothecaire lening : financiële zaken - Krediet waarbij onroerend goed (bijv. een woonhuis) als zekerheid voor terugbetaling staat. Enigszins verwarrend is dat degene die de hypothecaire lening (meestal de hypotheek genoemd) ontvangt, feitelijk de hypotheekgever is. Hij geeft het onroerend goed in onderpand. De bank die de lening verstrekt is de hypotheeknemer. (Schöndorff c.s.).

hypotheek : pand en hypotheek - beperkt zekerheidsrecht dat ertoe strekt om op de daaraan onderworpen registergoederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Bijv. ~ op een huis. Het huis dient dan als onderpand voor alle vorderingen van de bank, die geld heeft (uit)geleend om dat huis te kopen.

hypotheekakte : pand en hypotheek - tussen hypotheekgever en -houder opgemaakte notariële akte waarbij de -gever aan de -houder hypotheek op een registergoed verleend. Na inschrijving van die akte in de openbare registers is de hypotheek gevestigd.

hypotheekaktekosten : pand en hypotheek - kosten die de notaris berekent voor het passeren van de hypotheekakte en de kosten voor registratie in het hypotheekregister. Deze kosten zijn onderhandelbaar.

hypotheekbank : geld, bankwezen - verstrekt hypothecair krediet, d.w.z. krediet waarbij onroerend goed tot zekerheid is gegeven. Een hypotheekbank is een secundaire bank.

hypotheekgarantie : consumenten en producenten - Garantie die de Staat verschaft aan mensen tot een bepaald inkomen waarbij de staat zich jegens de bank garant stelt voor de terugbetaling van een hypothecaire geldlening voor het geval de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt en zelf geen verhaal biedt. Een bank is dan eerder genegen een lening te verstrekken Bijv. Door de nationale hypotheekgarantie stelt de Staat ook de mensen met een lager inkomen in staat een eigen huis te kopen.

hypotheekgever : pand en hypotheek - persoon die aan de bank een beperkt zekerheidsrecht op zijn registergoed (hypotheek) geeft, zodat de bank het geleende geld met voorrang op andere schuldeisers kan terugkrijgen.

hypotheekhouder / hypotheeknemer : pand en hypotheek - meestal de bank die aan een persoon geld leent en ter verzekering van terugbetaling het recht verkrijgt om bij voorrang op het onderzette goed (bijv. het huis) verhaal te nemen.

hypotheekrecht : pand en hypotheek - zekerheidsrecht dat ertoe strekt om op de daaraan onderworpen onroerende goederen (bijv. huis) een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen (H. Franken).

hypotheekregister : pand en hypotheek - openbaar, voor iedereen toegankelijk register bij het Kadaster waarin hypotheken worden ingeschreven. Via het ~ kan worden nagegaan of op een onroerende zaak een hypotheek rust en zo ja, hoeveel.

hypotheekrente : financiële zaken - Rente die hypotheekgever (bijv. bewonereigenaar) is verschuldigd aan hypotheeknemer (bijv. bank). (Schöndorff c.s.).

hypotheekstelling : pand en hypotheek - vestiging van een recht van hypotheek.

i/a-ratio : groei en conjunctuur - Verhouding tussen het aantal economisch inactieven en het aantal actieven. De ~ vormt in Nederland een belangrijke leidraad bij de besluitvorming over de aanpassing van de hoogte van het minimumloon en de sociale uitkeringen. (bron: DNB).

I/D-banen : groei en conjunctuur - Instroom- en doorstroombanen; heetten oorspronkelijk Melkertbanen. Door de vroegere minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert (1994-1998) in het leven geroepen banen die dienen om langdurig werklozen weer in het arbeidsproces op te nemen. Deelnemers dienen voor minimaal 16 uur beschikbaar te zijn en verdienen het minimumloon met een eventuele opslag van maximaal 50%. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Melkertbanen

ICT-revolutie : groei en conjunctuur - De revolutie in de informatie- en communicatietechnologie, ontstaan in de loop van de jaren tachtig van de twintigste eeuw door het gebruik van computers, mobiele telefonie en internet. Heeft geleid tot zodanige stijging van de arbeidsproductiviteit dat rond de eeuwwisseling een periode van sterke groei nagenoeg zonder inflatie mogelijk was. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring arbeidsproductiviteit nadere verklaring groei nadere verklaring inflatie nadere verklaring Nieuwe Economie

identiteit : algemeen - Is een gelijkheid die altijd (per definitie) waar is. Een identiteit wordt daarom ook wel een definitievergelijking genoemd. Voorbeelden van identiteiten zijn: Y= Cá+áSá+ B; Y= NNP; NNP= C + I +áOá+áEá-áMá. Dit zijn de drie macro-economische identiteiten, waaruit nog een vierde is af te leiden: ((S - I)á+á(B - O)á= (E - M) ) ex post. Hieruit blijkt dat (E - M) gelijk is aan het nationale spaarsaldo.

ideologie : collectieve sector / economische orde en politiek - is een visie op het functioneren van de maatschappij.

ijklat / ijklatten : collectieve sector / economische orde en politiek - inkomstenkader waaraan bij de begrotingsvoorbereiding uitvoering wordt afgemeten of zich per saldo mee- of tegenvallers voordoen bij de inkomsten. De ~ geldt voor de belastingen, premies en gasbaten en wordt gebruikt als toetsingsmaatstaf voor de mee- en tegenvallerformule.

imperatieve planning : collectieve sector / economische orde en politiek - is een economische planning waarbij men de verplichting heeft zich aan bindende afspraken te houden.

importlek : nationaal inkomen, werkgelegenheid - een deel van elke toename van het nationaal inkomen lekt weg naar het buitenland. Dit proces maakt dat de waarde van de multiplier kleiner is.

importpenetratie : internationale economische betrekkingen / integratie - is een handelspolitiek waarin de invoer de binnenlandse productie van een goed beperkt.

importsubstitutie : internationaal - Een land gaat industriegoederen produceren die voorheen werden geïmporteerd. Dit gebeurt in de regel onder de paraplu van protectionistische maatregelen, zoals invoerrechten. Een positief effect van importsubstitutie is dat arbeidsplaatsen tot stand komen. Een bezwaar is dat het hierbij gaat om de æverkeerdeÆ arbeidsplaatsen. Op grond van comparatieve kostenverschillen zou het desbetreffende product niet in dit land gemaakt moeten worden. Het land zou zich moeten richten op het voortbrengen van producten waarin het zelf een comparatief voordeel heeft. Een ander nadeel: de consument betaalt onnodig hoge prijzen voor de (inefficiënt) in eigen land geproduceerde producten. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring invoerrechten nadere verklaring comparatieve kostenverschillen

In portefeuille hebben : financiële zaken - het geheel van effecten (bijv. aandelen), dat een persoon bezit.

inactief geld : groei en conjunctuur - Geld dat consumenten en ondernemingen niet nodig hebben voor hun normale betalingsverkeer, maar dat zij om de een of andere reden toch liquide aanhouden in plaats van het te beleggen. (Schöndorff c.s.)

inactieve kas : geld, geldschepping - geld dat wordt aangehouden vanwege het beleggings- en voorzorgsmotief. De vraag naar de inactieve kas is rentegevoelig. Wanneer de rente hoger wordt neemt de vraag af omdat men meer rente derft. Men zegt ook wel dat de liquiditeitsvoorkeur dan afneemt.

inactieven : groei en conjunctuur overheid - Het totale aantal uitkeringsjaren in de sociale zekerheid voorzover het gaat om inkomensoverdrachten die plaatsvinden door tussenkomst van de collectieve sector. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring uitkeringsjaren nadere verklaring collectieve sector niet gelijk aan Niet-actieven

inactieven/actieven-ratio : groei en conjunctuur overheid - De verhouding tussen het aantal economisch inactieven (in uitkeringsjaren) en het aantal economisch actieven (in arbeidsjaren). De i/a-ratio speelt een rol bij de besluitvorming over de aanpassing van de hoogte van het wettelijk minimumloon en van de sociale uitkeringen. (Schöndorff c.s.).

inboedelverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering van al de roerende goederen in een huis (huisraad).

inbreng : groei en conjunctuur, markten en prijzen - het in de onderneming gestoken eigen geld of de eigen middelen.

incassobureau : financiële zaken consumenten en producenten - onderneming die zich namens haar cliënten (schuldeisers) bezighoudt met de inning van hun opeisbare vorderingen bij de schuldenaren.

incassocheque / incassowissel : financiële zaken consumenten en producenten - bewijs van lastgeving die een blote opdracht tot inning inhoudt, bijv. 'ter incasso'. Met de ~ kan de lasthebber het geld incasseren bij de schuldenaar. De schuldenaar kan slechts de verweermiddelen inroepen die hij tegen de lastgever (trekker) ook kan inroepen.

incassoprovisie : financiële zaken consumenten en producenten - het bedrag dat het incassobureau als beloning ontvangt, vaak percentueel of gestaffeld berekend over het geïcasseerde bedrag.

incidentele kapitaalverkeer : internationaal - Dat deel van het kapitaalverkeer (geregistreerd op de kapitaalbalans) dat een kortstondig karakter heeft. Dit kapitaal is gevoelig voor rente- en koersschommelingen in de wereld. Dit kapitaal kan plotseling komen en verdwijnen, en wordt ook wel het internationale zwerfkapitaal genoemd of vagebonderend kapitaal. Een onderdeel hiervan is ook het speculatieve kapitaalverkeer. Zie ook: tegenstelling structureel kapitaalverkeer onderdeel speculatieve kapitaalverkeer

incidentele loonontwikkeling : groei en conjunctuur - Het verschil tussen de feitelijke toename van het looninkomen per werknemer en de stijging van de contractlonen. Dit verschil wordt veroorzaakt door bijv. promoties, periodieke salarisverhogingen en overwerk, en daarnaast door veranderingen in de samenstelling van de beroepsbevolking. Dit ôstructuureffectö brengt bijv. mee dat laag opgeleide werknemers met pensioen gaan en worden vervangen door hoger opgeleide werknemers die gemiddeld meer verdienen. De vervanging van lager door beter betaalde werknemers doet de gemiddeld verdiende lonen sneller stijgen dan strookt met de overeengekomen verbetering van de contractlonen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring contractlonen nadere verklaring beroepsbevolking

incidentele loonstijging : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - betreft loonstijging als gevolg van carrière ontwikkeling (promotie, anciëteit)

incoterms : groei en conjunctuur, markten en prijzen - acroniem: leveringsvoorwaarden vastgesteld door de ICC (International Chamber of Commerce, die zich ten doel stelt een goed klimaat te scheppen voor wereldwijd zakendoen, voor eerlijke concurrentie en bescherming van intellectuele eigendommen.

incrementalisme : algemeen overheid - Besluitvorming - met name binnen de overheidsorganisatie - is in het algemeen een geleidelijk verlopend proces waarbij de bestaande situatie steeds het uitgangspunt vormt. Het gevolg is dat beleidswijzigingen op korte termijn meestal maar een beperkt bereik hebben. (Schöndorff c.s.)

incumbent : algemeen - Ex-monopolist. (bron: OPTA)

indelingen van ondernemingen : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - zijn: 1e de aard van de productie of het product (primaire-, secundaire-, tertiaire- en quartaire sector): 2e de omvang van de onderneming (omzet, aantal werknemers, vloeroppervlak, aandelenvermogen etc.); 3e eigendom (overheid, particulier of gemend); 4e rechtsvorm (eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, naamloze vennootschap, besloten vennootschap, stichting en coöperatieve vereniging); de wijze van produceren (kapitaalintensief of arbeidsintensief).

indemniteitsbeginsel : financiële zaken consumenten en producenten - verzekeringen strekken er slechts toe om de schade te vergoeden. In beginsel mag de verzekerde er financieel niet op vooruitgaan.

indemniteitswet : algemeen overheid - Wet waarbij het parlement alsnog een uitgave goedkeurt die de Algemene Rekenkamer onrechtmatig heeft geoordeeld (Schöndorff c.s.).

index Eng.: index : financiële zaken - Koersgemiddelde van een aantal fondsen (bron: beleggingsplein.nl).

indexcijfer : groei en conjunctuur - Geeft de verhouding weer tussen de omvang van een grootheid in een bepaalde periode en de op 100 gestelde omvang van die grootheid in de zogenoemde basisperiode. Het gebruik van indexcijfers maakt het eenvoudiger [en overzichtelijker] om de ontwikkeling van bepaalde grootheden (inkomens, prijzen, omzetten, enzovoort) in de tijd te bekijken en te vergelijken. (Schöndorff c.s.).

indicatief bodemonderzoek : algemeen, overheid - bij de bouw van gesubsidieerde huizen en voor de afgifte van een bouwvergunning moet de gemeente onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. (bron: huizenveiling.nl)

indicatieve planning : collectieve sector / economische orde en politiek - is een economische planning waarbij men uit gaat van globale afspraken.

indifferent goed : consumentengedrag - goed waarvan de aanschaf niet afhankelijk is van de prijs.

indifferentie curve : producentengedrag - geeft een verzameling punten weer van goederencombinaties met voor de consument eenzelfde nut. De indifferentie curve wordt ook wel iso-nutcurve genoemd. Ten gevolge van de eerste wet van Gossen lopen de indifferentiecurven krom (hol t.o.v. de oorsprong)..

indirecte belastingen : algemeen overheid - Belastingen waarvan de wetgever aannam dat zij aan anderen in rekening zullen worden gebracht, zoals de BTW. Tegenhanger van directe belastingen. Onderscheid tussen beide soorten belastingen is in onbruik geraakt, omdat indirecte belastingen uitsluitend aan afnemers kunnen worden doorberekend indien de marktverhoudingen dit toelaten. (Schöndorff c.s.). Het woord indirect betekent dat de belastingbetaler niet bij de fiscus bekend is, in tegenstelling tot de directe belastingen. Zie ook: tegenstelling directe belastingen onderdeel kostprijsverhogende belasting

indirecte kredietbeheersing ( of controle) : geld, bankwezen - houdt in dat DNB de groei van de geldhoeveelheid regelt door middel van het liquiditeitspercentage (liquiditeitsvoorschriften) of door wijziging van het disconto (rente).

indirecte kredietcontrole : groei en conjunctuur - Beheersing van de toename van de geldhoeveelheid door de centrale bank die ingrijpt in de liquiditeit van de banken of de rente (het disconto) verhoogt. (Schöndorff c.s.)

indirecte ontwikkelingshulp : internationale integratie en handel - is sprake van als het donorland financiële middelen overdraagt aan het ontwikkelingsland.

indirecte ruil : algemeen, consumenten en producenten - Is het tegen elkaar uitwisselen van goederen en diensten, waarbij geld als tussengoed wordt gebruikt. De indirecte ruil heeft geleid tot een stijging van de arbeidsverdeling. Zie ook: tegenstelling directe ruil onderdeel ruil onderdeel functies van geld

individualisering : algemeen overheid - Het toekennen van rechten en het opleggen van verplichtingen aan individuen, ongeacht hun woon- en leefsituatie, bijv. bij de heffing van inkomstenbelasting of bij uitkeringen krachtens een sociale verzekering. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inkomstenbelasting nadere verklaring sociale verzekering

individueel goed : collectieve sector / economische orde en politiek - goederen,die naar hun aard gesplitst kunnen worden in individuele eenheden. Men kan de gebruiker naar de mate van zijn gebruik laten betalen, zodat de productie van deze goederen ook via het prijs- en marktmechanisme plaats (kan) vindt (vinden). Om bijv. maatschappelijke redenen heeft de overheid ook de productie van sommige individuele goederen ter hand genomen, die daarom quasi-collectieve goederen worden genoemd.

individuele aanbodfunctie (curve) : producentengedrag - laat zien welke hoeveelheden van een bepaald goed een aanbieder van plan is bij uiteenlopende prijzen te verkopen. De individuele aanbodcurve valt samen met de marginale kostencurve (MK-curve) vanaf het minimum van de GVK. Wanneer de prijs (GO-curve) zich tussen de GTK en GVK bevindt, maakt de hoeveelheidsaanpasser verlies, maar gaat toch door met produceren, omdat stoppen een groter verlies oplevert, namelijk volledig de constante kosten. Zakt de prijs onder het minimum van de GVK, dan is het verlies groter dan de constante kosten, en kan rationeel gesproken de ondernemer beter de productie staken.

individuele afzetcurve (GO-curve) : consumenten en producenten - Beschrijft het verband tussen de prijs en de hoeveelheid die de producent op de markt af kan zetten. Van een hoeveelheidsaanpasser loopt de individuele afzetcurve horizontaal, omdat de producent geen invloed heeft op de marktprijs, en valt samen met de marginale opbrengstencurve (MO-curve). Bij prijszetting is de individuele afzetcurve een dalende lijn, en valt niet meer samen met de MO-curve. De MO-curve daalt dan twee maal zo snel als de GO-curve, of anders gezegd: de absolute waarde van de richtingscoëfficiënt is tweemaal zo groot. Zie ook: onderdeel prijsafzetfunctie (of -curve) van een monopolist

individuele goederen : algemeen overheid - Goederen die naar hun aard gesplitst kunnen worden in individuele eenheden, zoals appels en peren, maar ook onderwijs. Tegenhanger van collectieve goederen. Het is mogelijk de gebruiker naar de mate van zijn gebruik laten betalen, zoals bij appels en peren, maar dit gebeurt niet altijd. Ouders hoeven bijv. geen eigen bijdrage te betalen wanneer hun kinderen lager onderwijs volgen. Bij andere door de overheid aangeboden of gesubsidieerde individuele goederen is dit wel het geval. Voorbeelden zijn het door studenten verschuldigde collegegeld en paspoortleges. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring collectieve goederen nadere verklaring eigen bijdrage

individuele huursubsidie : algemeen overheid - inkomensoverdracht die is bedoeld om huishoudens met lage inkomens in staat te stellen duurdere huurwoningen te betrekken. Omdat de subsidie vermindert naarmate het inkomen van de huurder toeneemt, is huursubsidie een voorbeeld van een inkomensafhankelijke regeling (inkomensprijs) die ertoe bijdraagt dat huishoudens in de armoedeval terecht komen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring inkomensafhankelijke regeling nadere verklaring Inkomensoverdracht nadere verklaring inkomensprijs nadere verklaring armoedeval

individuele vraagfunctie : consumentengedrag - de door één consument gevraagde hoeveelheid van een bepaald goed als functie van de prijs van dat goed.

industriële eigendom : markten en prijzen, groei en conjunctuur - verzamelnaam van alle onder intellectuele eigendom vallende rechtsgebieden, met uitzondering van het auteursrecht en naburige rechten.

industriële rechten : markten en prijzen, groei en conjunctuur - rechtsgebied uit voornamelijk de Benelux Merkenwet, Rijksoctrooiwet, Databankenwet, Handelsnaamwet, diverse Europese Richtlijnen en internationale verdragen; vooral m.b.t. de rechtsverkrijging, omvang en het tenietgaan van bescherming van (onderscheidingstekens voor) waren, diensten en ondernemingen.

industriepolitiek : algemeen overheid - Overheidsbeleid dat beoogt de omvang en samenstelling van de nationale industrie te beïnvloeden, bijv. via het aanleggen van infrastructuur, het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling en regionale vestigingspremies. In de jaren zeventig zijn als onderdeel van de destijds gevoerde industriepolitiek ook zwaar verliesgevende industrieën gesubsidieerd (scheepsbouw). Daarvan zijn beleidsmakers inmiddels teruggekomen. (Schöndorff c.s.)