Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

Food and Agriculture Organization (FAO) : internationaal - In 1945 opgerichte organisatie binnen de Verenigde Naties die zich bezig houdt met het bevorderen van duurzame agrarische activiteiten en de ontwikkeling van agrarische regio's. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Verenigde Naties

forens : algemeen overheid - natuurlijk persoon die, zonder in een bepaalde gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende een jaar meer dan 90 malen nachtverblijf houdt, anders dan als verpleegde of verzorgde, of er op meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf of zijn of haar gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houdt.

forensenbelasting : financiële zaken, overheid - gemeentelijke belasting die geheven kan worden van forensen.

forfaitair bedrag / forfait : algemeen - vooraf bepaald vast bedrag.

forfaitaire vergoeding : algemeen - vaste, gefixeerde vergoeding. Bijv. de fiscale ~ per gereden zakelijke kilometer bedraagt € 0,27 (2003).

formeel evenwicht : internationaal - Boekhoudkundig evenwicht op de betalingsbalans dat ontstaat doordat elke transactie zowel links als rechts op de betalingsbalans wordt geboekt (Schöndorff c.s.). Het ~ is er altijd op de betalingsbalans. Via de salderingspost(en) is de totaaltelling aan de uitgavenkant gelijk aan de inkomstenkant. De salderingspost betreft de af- of toevloeiing van (goud en) deviezen. Maar in het spraakgebruik gaat het om het fundamenteel en materieel evenwicht.

formele belasting / formeel belastingrecht : financiële zaken, overheid - formele procedures ter realisatie van de belastingheffing. bijv. aangifteplichten, oplegging van aanslagen, fiscaal boekenonderzoek, overige informatieverplichtingen, de rechtsgang bij de belastingrechter, fiscaal strafrecht en invordering van belastingschulden.

formele economie : algemeen - Het CBS kan in zijn statistieken alleen die zaken meten waarvoor een inkomen wordt ontvangen. Meestal in de vorm van geld, soms in natura. Daarbij gaat het dan over normale transacties in wat we de formele economie noemen. Maar mensen maken en doen heel wat dingen zonder dat daar een betaling tegenover staat. Het werk in de huishouding - koken, stofzuigen, wassen, boodschappen doen, kinderen verzorgen, enzovoort - is een belangrijk voorbeeld. Daarnaast zijn er allerlei doe-het-zelf activiteiten als repareren, timmeren en schilderen. Ten derde is er veel vrijwilligerswerk, in en buiten verenigingen. We hebben het dan over de informele economie. Beide situaties hebben met economie te maken: er wordt immers in beide gevallen in behoeften van mensen voorzien. De verborgen economie bestaat uit de hier opgenoemde - wettelijk toegestane - zaken, maar daarnaast zijn er ook handelingen die in strijd zijn met de wet. Een voorbeeld daarvan is zwart werken: over je verdiensten wordt geen belasting en sociale lasten betaald. Dit wordt het zwarte circuit genoemd. Hoe groot de verborgen economie is, valt moeilijk te zeggen; daar is hij 'verborgen' voor. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling informele economie onderdeel verborgen economie

formele geldschepping : geld, geldschepping - is de substitutie, omdat alleen de samenstelling van het geld verandert en niet de omvang.

franchise/ franchising : consumenten en producenten - Engels: Een vorm van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) met de eigenaar van een (winkel)formule (de franchisegever) overeenkomt om, tegen betaling, een vestiging onder die handelsnaam te exploiteren. Komt veel voor bij supermarkten en winkelformules. Ondr de overeenkomst vallen naast de naam en het merk ook vaak: de inrichting, het assortiment, de huisstijl, soms ook het pand, de verkoopvoorwaarden, de administratie, kwaliteitsverplichtingen. De voordelen voor de franchisenemer zijn: de bekendheid bij het publiek van naam en formule, de lage opstartkosten en de gedeelde marketinginspanningen.
2. Engels: dat deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Zie ook: onderdeel 1. franchisenemer, 2.aanvullend pensioen onderdeel franchisegever

franchisegever : consumenten en producenten - Een centrale onderneming die het recht op het gebruik van de naam, het merk, de inrichting, verkoopinspanningen of producten van die onderneming tegen betaling beschikbaar stelt aan franchisenemers. Beslissingen over opzet en exploitatie worden door de franshisegever genomen. Zie ook: tegenstelling franchisenemer onderdeel franchising

franchisenemer : consumenten en producenten - Een zelfstandig bedrijf, dat tegen betaling het recht op het gebruik het gebruik van de naam, het merk, de inrichting, verkoopinspanningen of producten van een onderneming verwerft. De franchisenemer is financieel zelfstandig maar de beslissingen over opzet en exploitatie worden door de franchisegever genomen. Zie ook: tegenstelling franchisegever onderdeel franchising

fraude Eng.: fraud : algemeen overheid - Gedragingen in strijd met de wet, die zijn gericht op het behalen van financieel voordeel door het geven van een valse voorstelling van zaken, bijv. met het doel te betalen belasting te beperken (belastingfraude) of ten onrechte een inkomensoverdracht te ontvangen (misbruik van sociale zekerheid). (Schöndorff c.s.).

free alongside ship (FAS) : consumenten en producenten beter: logistiek ? - Engels: lett: vrij langszij het schip. Eén van de 13 Incoterms, de internationale leveringsvoorwaarden die bepalen tot welk moment de koper of de verkoper verantwoordelijk is voor de transportkosten, verzekeringen, vergunningen, machtigingen & formaliteiten en risico's van transport. Bij FAS draagt de verkoper zorg voor deze zaken langszij het (zee - of binnen)schip met uitvoervergunning(op eigen kosten en risico. Vanaf daar moet de koper deze kosten en risico's. De verkoper is verplicht de goederen uit te klaren. Zie ook: onderdeel free on board (FOB) onderdeel free from particular average (FPE) onderdeel free of capture and seizure (FC&S)

free of capture and seizure (FC&S) : logistiek - Engels: clausule in een zeeverzekeringspolis die de verzekeraar vrijwaart van uitkering bij oorlogsmolest, mijnen, (burger)oorlog, kaping, en inbeslagname door 'nationalisering'. Zie ook: onderdeel free alongside ship (FAS) onderdeel free from particular average (FPE) onderdeel free on board (FOB)

free of particular average (FPA) : logistiek - Engels: bepaling in een (zee)verzekeringspolis die de verzekeraar vrijwaart van uitkering onder een bepaald percentage. Wordt vaak gebruikt als het aannemleijk is dat de lading altijd wel enige schade ondervindt van het transport. Zie ook: onderdeel free alongside ship (FAS) onderdeel free on board (FOB) onderdeel free of capture and seizure (FC&S)

free on board (FOB) : logistiek - Engels: vrij aan boord. Eén van de 13 Incoterms, de internationale leveringsvoorwaarden die bepalen tot welk moment de koper of de verkoper verantwoordelijk is voor de transportkosten, verzekeringen, vergunningen, machtigingen & formaliteiten en risico's van transport. Bij ~ zijn deze risico's voor de verkoper, tot over de reling van het schip, en het moment dat de goederen het dek hebben geraakt. Zie ook: onderdeel free alongside ship (FAS) onderdeel free from particular average (FPE) onderdeel free of capture and seizure (FC&S)

Free riders : consumentengedrag - Engels: gebruikers van een goed of dienst die niet daarvoor betalen. De ~problematiek doet zich voor bij collectieve goederen, waarbij gebruikers niet uit te sluiten zijn. Een grote groep gebruikers, bijv leden van een vereniging of de overheid, verzorgt het product of dienst. Leden of belastingbetalers betalen voor deze dienst. De free riders profiteren wel, maar betalen er niet voor. Het free-riders-probleem werd geïntroduceerd door Olson.

freelancer : groei en conjunctuur, consumenten en producenten - Engels: zelfstandige ondernemer die een opdracht uitvoert voor een bedrijf, zonder daar op de loonlijst te staan. Tegenwoordig vaak gekenschetst door de fiscale naam zzp'er. (Zelfstandige zonder Personeel)

Free-Trade Area of the Americas (FTAA) : internationaal - Engels: Voorgestelde, doch nog niet gerealiseerde, vrijhandelszone in geheel Noord- en zuid-Amerika, naar het model van de NAFTA. Na een aantal jaren besprekingen zou er in november 2005 een akkoord gesloten worden, maar onenigheid van een aantal Zuid-Amerikaanse landen over de landbouwsubsidies die de VS geven gooide roet in het eten.

frictiewerkloosheid : groei en conjunctuur - Werkloosheid die een gevolg is van frictie (wrijving) op de arbeidsmarkt: tussen het ontstaan van de vacature en het vervullen ervan gaat tijd verloren (Schöndorff c.s.). Deze werkloosheid kan bestreden worden door betere informatievoorziening via de arbeidsbureaus (en internet!) en efficiëntere sollicitatieprocedures. Zie ook: onderdeel werkloosheid

Friedman, Milton : algemeen - Geboren in 1912; prominent hoogleraar aan de universiteit van Chicago (Chicago School). Ontving in 1976 de Nobelprijs voor economie. Sterk pleitbezorger voor terugdringen van de overheidsinvloed en het herstel van de vrije werking van de markt. Ook op het monetaire vlak moet de overheid zich in zijn visie terughoudend opstellen. Friedman is een van de vooraanstaande Monetaristen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel monetaristen onderdeel Chicago School onderdeel vaste geldgroeiregel

functies van de overheid : collectieve sector / economische orde en politiek - zijn onder te verdelen in de allocatiefunctie, herverdelingsfunctie en de stabilisatiefunctie.

functies van geld : algemeen, consumenten en producenten - De functies van geld zijn: ruilmiddel, rekeneenheid en oppotmiddel. De eerste twee noemt men de oorspronkelijke functies, de derde de afgeleide functie. De ruilmiddelfunctie maakt de indirecte ruil mogelijk, waardoor vergaande arbeidsverdeling (= specialisatie) mogelijk is geworden, met als gevolg een grote toename van de arbeidsproductiviteit. Geld als rekeneenheid maakt het vergelijken van verschillende prestaties mogelijk, en de oppotfunctie geeft de mogelijkheid tot het uitstellen van de consumptie (= sparen). Zie ook: onderdeel directe ruil onderdeel indirecte ruil onderdeel ruil

functiewaardering : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - het systematisch bepalen van de hiërarchie van functies, het indelen van die functies in functiegroepen en het koppelen van die functiegroepen aan loonschalen.

functioneel daderschap : financiële zaken, overheid - de situatie waarin een ander dan degene die fysiek handelt heeft te gelden als dader op grond van zijn maatschappelijke functie. Dit is vaak het geval bij economische delicten.

functionele inkomensverdeling : groei en conjunctuur - De micro-economische verdeling van het inkomen uit arbeid, uit vermogen, uit huur en dergelijke. (Schöndorff c.s.). De verdeling van het inkomen komt tot stad naar de functie die de inkomenstrekker heeft bij de productie.

fundamentals : internationaal - Engels: de fundamentele, onderliggende waarden. 1. De ~ van een bedrijf liggen in de financiële jaarverslagen (balans en resultatenrekening), in haar relatieve concurrentiepositie, in marktperspectieven etc. Dit om onderscheid te maken met kwamtitatieve analyse of technische analyse.
2. De ~ van een munt zijn die waarden die de koers van een munt, zoals de inflatie in verhouding tot die in andere economieën; het overheidstekort en -schuld en het saldo op de betalingsbalans. Zie ook: nadere verklaring betalingsbalans nadere verklaring inflatie nadere verklaring wisselkoers nadere verklaring overheidsschuldquote

fundamenteel evenwicht : internationale economische betrekkingen / integratie - is sprake van als het saldo van de lopende rekening gecompenseerd wordt door het (tegengesteld) saldo van het structurele kapitaalverkeer. Naast het fundamentele evenwicht onderscheidt men het materiële evenwicht.

fundamentele analyse : financiële zaken - Bij de fundamentele analyse van een onderneming wordt gekeken naar economische, financiële en politieke factoren die van invloed zijn op de winstontwikkeling. Wordt gebruikt naast de technische analyse die uitsluitend naar de ontwikkeling van de koersen kijkt en niet naar de achterliggende fundamentele zaken. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel beleggingsratioÆs tegenstelling technische analyse

fusie Eng.: merger : financiële zaken, consumenten en producenten - Het samengaan (letterlijk: versmelten) van twee (of meer) ondernemingen tot een nieuwe onderneming. De ABN-AMRO Bank is een fusie van voorheen de ABN en de AMRO, die elk op zich ook weer ontstonden uit fusies van kleinere banken. Door fusies neemt de concentratiegraad in een bepaalde bedrijfstak toe. Dit wil zeggen dat de markt door een kleiner aantal aanbieders wordt bediend. Dit maakt het voor die aanbieders eenvoudiger de concurrentie te beperken door vorming van een kartel of door onderling afgestemd gedrag. Vandaar dat in de nieuwe Mededingingswet ook controle op concentratiebewegingen is voorzien. (Schöndorff c.s.). Een fusie is een rechtshandeling van twee of meer rechtspersonen waarbij de ene het vermogen van de andere onder algemene titel verkrijgt of waarbij een nieuwe rechtspersoon die in dat kader wordt opgericht het gezamenlijk vermogen verkrijgt. Het verschil met een overname is, dat een fusie op een meer vrijwillige basis tot stand komt. Zie ook: onderdeel overname

fusie- en overnamerecht : markten en prijzen, groei en conjunctuur - rechtsgebied uit boek 2 Burgerlijk Wetboek, het Europees Fusieverdrag en SER-besluit Fusiegedragsregels 2000; vooral m.b.t. het samengaan, de overname of splitsing van (de aandelen in) ondernemingen.

fusiegedragsregels : markten en prijzen, groei en conjunctuur - gedragsregels die bij een fusie moeten worden nageleefd. De ~ strekken vooral tot bescherming van de belangen van aandeelhouders en werknemers. De ~ zijn door de SER opgesteld.

futures Eng.: futures : financiële zaken - Engels: termijncontract, een overeenkomst voor een transactie in de toekomst. Een ~ is een afgeleid product(een derivaat), het ontleent zijn waarde aan het onderliggende product. Twee partijen komen overeen om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een financieel instrument(bijv aandelen, obligaties, maar ook aandelenindexen), of een product (bijv aardappelen, varkens, soja, olie, goud) te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs. Zo kan bijv een aardappelboer zijn product al vooraf verkopen en zich verzekeren van een vaste prijs. De ~ kunnen zelf weer verhandeld worden op de Financiële Termijnmarkt Amsterdam (FTA). Ook zijn er ~ waarin valuta of rentecontracten verhandeld worden.
Aan het einde van de looptijd kan het contract uitgevoerd worden, met de fysieke levering van het gecontracteerde, maar ook is een cash settlement mogelijk: men rekent het prijsverschil af in geld. Zie ook: onderdeel opties onderdeel warrant

fysieke bestaansminimum : consumentengedrag - is een leefsituatie waarin men als volk net genoeg middelen heeft om (als aantal mensen) op peil te blijven. Geboorten en sterfte houden elkaar in evenwicht.

fysieke levering : financiële zaken markten en prijzen - Uitoefening van het recht van de warrant of optie door feitelijke levering van de onderliggende waarde tegen betaling van de uitoefenprijs (in tegenstelling tot cash settlement waarbij alleen financieel wordt verrekend). (bron: beleggingsplein.nl)

fysieke meer opbrengst : producentengedrag - zie meeropbrengst.

fysieke opbrengst : producentengedrag - is de opbrengst niet in geld uitgedrukt, maar in fysieke eenheden zoals kg, liter, balen, ton, barrel (vat van 159 liter) etc.

Galbraith, John Kenneth : algemeen - Geboren in 1908; vooraanstaand Amerikaans econoom die met een aantal publicaties een groot publiek wist te bereiken. In The Affluent Society levert hij kritiek op de publieke armoede (armoedige overheidsvoorzieningen) in een samenleving die overdadige private consumptie kent. Met publieke armoede worden onder andere slecht onderwijs, en lange wachtlijsten in de gezondheidszorg bedoeld. (Schöndorff c.s.)

garant staan : financiële zaken consumenten en producenten - zich verbinden jegens een schuldeiser in te staan voor de nakoming door diens schuldenaar.

garantie / garanderen / gegarandeerd : consumentengedrag - positief uitgelegde aansprakelijkheidsuitsluiting. Een in consumentenkoop gebruikelijke manier van uitsluiten van aansprakelijkheid, doordat de verkoper/fabrikant slechts voor bepaalde tijd instaat voor de deugdelijkheid van de geleverde zaak.

garantievermogen : groei en conjunctuur, markten en prijzen - eigen vermogen plus vermogensbestanddelen, met inbegrip van externe garanties, die garant staan voor afspraken van vreemd vermogen verschaffers.

geïmporteerde inflatie : groei en conjunctuur internationaal - Inflatie die het gevolg is van de doorwerking van hogere invoerprijzen in het binnenlands prijsniveau. (Schöndorff c.s.)

geïndexeerd loon : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is loon dat automatisch wordt aangepast als (bijv.) de prijzen stijgen.

geïndexeerd loon : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is loon dat automatisch wordt aangepast als (bijv.) de prijzen stijgen.

geïnduceerd : nationaal inkomen, werkgelegenheid - betekent dat bijv. de consumptie, investeringen, overheidsbestedingen etc. afhankelijk zijn van het nationaal inkomen. In de vergelijking C = cY + Co is de term cY de geïnduceerde consumptie.

geaggregeerde grootheid : nationaal inkomen, nationale rekeningen - is samengesteld (samengevoegd/ opgeteld) uit tal van andere grootheden. bijv. het nationaal inkomen dat bestaat uit de som van loon, interest, pacht en winst.

geassureerde : financiële zaken consumenten en producenten - een verzekerde persoon.

geavaleerde : groei en conjunctuur, markten en prijzen - schuldenaar van een wissel. De avalist is geen ~: zijn gehoudenheid wordt (mede) door het aval gedekt.

gebonden hulp : internationaal - Het land dat ontwikkelingshulp ontvangt is verplicht tot besteding in het donorland (Schöndorff c.s.).

gebroken boekjaar : groei en conjunctuur, markten en prijzen - boekhoudkundig jaar dat niet gelijk loopt met een kalenderjaar. (bron: beleggingsplein.nl)

gebruiksrecht : financiële zaken consumenten en producenten - recht om een zaak al dan niet tegen betaling te mogen gebruiken en er de vruchten van te genieten.

gecentraliseerde loonpolitiek : groei en conjunctuur overheid - Vlak na de Tweede Wereldoorlog besliste de overheid na overleg in de Stichting van de Arbeid over een voor alle werknemers geldende loonsverhoging. Na 1959 is dit beleid losgelaten en ontwikkelde zich een gedifferentieerde loonpolitiek waarbij loonsverhogingen tot stand komen die meer zijn afgestemd op de verbetering van de productiviteit per bedrijfstak. (Schöndorff c.s.).

geconsolideerde balans : financiële zaken, consumenten en producenten - Concern balans, waarop alle activa en passiva van moeder- en dochtermaatschappijen bij elkaar zijn geteld (Schöndorff c.s.).

geconsolideerde jaarrekening / groepsjaarrekening : producentengedrag - Jaarrekening die inzicht geeft over rechtspersonen die organisatorisch aan elkaar zijn verbonden. Bijv. moeder-/dochterrelaties tussen verschillende vennootschappen.

geconsolideerde schuld : financiële zaken markten en prijzen - staatsschuld die in een vaste lening is omgezet en daarmee van vlottend (d.w.z. met een looptijd van een jaar) vast is geworden.

gedaan en bieden : financiële zaken - Toevoeging aan de notering van een beurskoers wanneer niet alle kooporders voor een fonds op dezelfde beursdag kunnen worden uitgevoerd. (Schöndorff c.s.)

gedaan en laten : financiële zaken - Toevoeging aan de notering van een beurskoers wanneer niet alle verkooporders voor een fonds op dezelfde beursdag kunnen worden uitgevoerd. (Schöndorff c.s.)

gedekt schrijven : financiële zaken - Verkopen van opties terwijl de verkoper de onderliggende waarde in zijn bezit heeft. (Schöndorff c.s.)

gedifferentieerd loonbeleid : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - houdt in dat de loonsverhogingen worden afgestemd op de gemiddelde arbeidsproductiviteitsstijgingen per bedrijfstak.

gedifferentieerde loonvorming : groei en conjunctuur - gecentraliseerde loonvorming. Zie ook: nadere verklaring gecentraliseerde loonvorming

Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) : pand en hypotheek - gedragscode waarmee vrijwel alle hypotheekverstrekkers akkoord zijn gegaan. De gedragscode stelt minimumvoorwaarden aan folders, offertes, de voorwaarden van hypotheken en berekeningen van de hypotheeklasten. Tegen overtredingen van de gedragscode kan men zich beklagen bij een Commissie van Toezicht.

gedragsvergelijking : nationaal inkomen, werkgelegenheid - beschrijft het gedrag van deelnemers aan het economisch proces. Voorbeelden voor een gedragsvergelijking zijn de consumptiefunctie, de investeringsfunctie, de functie van de overheidsbestedingen, etc.

gedwongen besparingen : consumentengedrag - zijn o.a. de premies van de oude dag voorziening (AOW en pensioenpremie) (levens)verzekeringen en ziektekostenverzekeringen.

gedwongen verkoop : pand en hypotheek - verkoop waarbij de wil van de eigenaar tot verkoop geen rol speelt. Bijv. als een huiseigenaar zijn huis gefinancierd heeft door middel van een hypothecaire lening, waarbij de bank een recht van hypotheek op het huis gekregen heeft, kan de bank het huis verkopen als de huiseigenaar in gebreke blijft de lening af te lossen om uit de opbrengst van die gedwongen verkoop de schuld te voldoen.