Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

eindejaarsmarge : algemeen overheid - Mogelijkheid voor ministeries om tot maximaal 1 procent van het begrotingstotaal met gelden tussen opeenvolgende jaren te schuiven. (Schöndorff c.s.)

eindheffing : financiële zaken, overheid - onder bepaalde voorwaarden hoeft men geen aangifte te doen voor de inkomstenbelasting. De ingehouden loonbelasting is dan de definitieve belasting. (bron: huizenveiling.nl)

eindloonregeling : algemeen overheid - De hoogte van het bruto pensioen hangt mede af van het bruto loon dat wordt verdiend aan het einde van de loopbaan. (Schöndorff c.s.)

elasticiteit : markten en prijzen - Maatstaf voor de gevoeligheid van een variabele voor een verandering in een andere variabele. bijv. de prijselasticiteit van de vraag laat zien met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid verandert als de prijs met 1% verandert. Wanneer gegeven is dat de prijselasticiteit van de vraag - 2 bedraagt, dan betekent dit dat de gevraagde hoeveelheid met 2% zal afnemen (toenemen) als de prijs met 1% stijgt (daalt). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel kruiselingse prijselasticiteit

elastische vraag : markten en prijzen - De absolute waarde van de prijselasticiteit met betrekking tot de vraag naar een goed is groter dan 1. Dit heeft tot gevolg dat bij een prijsverhoging de omzet terugloopt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel prijselasticiteit van de vraag tegenstelling inelastische vraag

Electronic Commerce Platform (ECP) : algemeen, overheid - Engels: het platform waar overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kennis uitwisselen en samenwerken om de ontwikkeling van de Nederlandse informatiesamenleving te bevorderen. Diverse projecten, onderzoeken en debatten verbinden partijen en zetten de maatschappelijke betekenis van ICT op de agenda van politiek, overheid en bedrijfsleven. In 1997 opgericht door het Ministerie van Economische Zaken en VNO-NCW om met overheid en bedrijfsleven gezamenlijk tot randvoorwaarden voor e-business te komen. Zie: www.ecp.nl

emerging markets : internationaal - Engels: Letterlijk 'opkomende markten'. Landen die zich in snel tempo ontwikkelen, in termen van economische groei (BNP) en industrialisatie, maar nog niet bij de ontwikkelde landen behoren. De definities lopen uiteen en zijn erg tijdsgebonden. Op dit moment (jan 2011) spreekt men van: advanced emerging markets: Brazilië, Hongarije, Polen, Mexico, Taiwan en Zuid-Afrika. en secundary emerging markets: Diverse landen in Zuid-Oost Azië o.a. Singapore, Zuid-Korea, Thailand, Maleisië, Filippijnen, Indonesië China; Oost-Europa o.a. Rusland, Polen, Hongarije, Tsjechië en Zuid-Amerika. (Peru, Colombia).

emissie : financiële zaken - Uitgifte van nieuwe aandelen door een vennootschap. Bij een aandelenemissie en bij een herplaatsing van bestaande aandelen is de vennootschap wettelijk verplicht een prospectus uit te brengen. De emissie wordt verzorgd door een bank of een syndicaat van banken. De emissiebank neemt meestal het plaatsingsrisico over. Dit wil zeggen dat zij de te plaatsen effecten koopt van de onderneming en voor eigen risico op de beurs aanbiedt. Soms treedt de bank alleen op als bemiddelaar, zij verleent 'guichet' (loket). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel prospectus onderdeel majoreren

emissiesyndicaat : financiële zaken markten en prijzen - samenwerking van de onderneming met één of meer banken om een emissie tot stand te brengen. (bron: beleggingsplein.nl)

emittent / (mv.) emittenten : financiële zaken markten en prijzen - (vaak overheids)instantie die in ruil voor een rentedragende geldlening een verhandelbare schuldbrief (de obligatie) uitgeeft.

emolumenten : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - bijkomende voordelen of inkomsten bijv. in het kader van de arbeidsovereenkomst: een bonus, kerstgratificatie, verjaardagtoeslag.

employability : groei en conjunctuur - Engels: de mate waarin iemand in staat is om een betrekking te krijgen en te behouden, en nieuw werk te krijgen indien noodzakelijk. De term werd geintroduceerd door Hillage and Pollard, 1998.

EMU-saldo : algemeen overheid - Het EMU-saldo betreft het vorderingensaldo van de overheid, dat is de gehele collectieve sector op transactiebasis. Lidstaten van de Europese Unie zijn een procedure overeengekomen die in werking kan treden als het vorderingentekort van een lidstaat groter is dan 3 procent van het bruto binnenlands product. In het kader van deze ˘buitensporige-tekortenprocedureö kan de Europese Raad van Ministers bijv. aanbevelingen aan een lidstaat doen om het tekort terug te dringen en zo nodig sancties opleggen, waaronder boetes. (Schöndorff c.s.).

EMU-schuld : algemeen overheid - Het totaal van de uitstaande leningen ten laste van de overheid, dat is de gehele collectieve sector. Dit is de optelsom van de uitstaande leningen ten laste van het Rijk, de sociale fondsen en de lagere overheden, minus de onderlinge schulden van deze drie subsectoren. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel EMU-schuldquote

EMU-schuldquote : overheid, internationaal - De EMU-schuld van de gehele overheid (Rijk, gemeenten en provincies) uitgedrukt in een percentage van het bruto binnenlands product (BBP). Volgens de criteria van Maastricht voor de toetreding tot de EMU (Economische en Monetaire Unie) mocht deze quote niet groter zijn dan 60% of moest de quote in bevredigend tempo in de richting van 60% dalen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel EMU-schuld onderdeel criteria van Maastricht onderdeel Economische en Monetaire Unie

EMU-tekort : algemeen overheid - EMU-saldo.

endogene grootheid : nationaal inkomen, werkgelegenheid - grootheid die afhankelijk is van het model (grootheden die door het model moeten worden verklaard).

Engelcurve : consumentengedrag - geeft het verband weer tussen de gevraagde hoeveelheid van een goed en de hoogte van het inkomen. In plaats van inkomen spreekt men ook wel van budget. Zie ook: onderdeel Wet van Engel

equivalentiebeginsel : algemeen overheid - De hoogte van de premie (voor een verzekering) is in beginsel afgestemd op de hoogte van het verzekerde risico. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling solidariteitsbeginsel

ereloon / honorarium : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - vergoeding die niet als werknemersloon is te beschouwen, maar als min of meer symbolische tegemoetkoming voor diensten of hoedanigheid van maatschappelijk aanzien. Bijv. de arbiters bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwnijverheid ontvangen ~.

e-Trust : consumenten en producenten, markten en prijzen - Engels: elektronisch vertrouwen. ~ strekt ertoe wederzijds vertrouwen te scheppen tussen kopers en verkopers op internet, om zodoende zakendoen (e-business) via internet te bevorderen. ~ bestrijkt aspecten als privacy, gegevensbeveiliging, betalingsbeveiliging en certificering van sites.

EU statistical office (Eurostat) : internationaal - Engels: In 1959 opgericht statistisch bureau van de Europese Unie. Voorziet de Europese Unie met statistische onderzoeken en informatie, en werkt aan uniformering van de door de verschillende lidstaten gebruikte statistische methoden en technieken. Vergelijkbaar met het CBS voor Nederland.

euro (€) Eng.: euro : internationaal - Naam van de gemeenschappelijke munteenheid binnen de Economische en Monetaire Unie (EMU). De euro werd op 1 januari 1999 geïntroduceerd tegen een guldenskoers van f 2,20371. Sinds die datum liggen de koersen tussen de munten van de 11 starters (waarbij Griekenland zich op 1 januari 2001 met zijn drachme voegde) vast. Vanaf 1 januari 2002 worden eurobankbiljetten en -munten in omloop gebracht. Daarmee is de omschakeling van de 12 deelnemende landen op de euro volledig. De nationale munten verloren hun functie als ruilmiddel. De waarde van 1 euro is voor België 40,3399 BEF (frank), voor Duitsland 1,95583 DEM (mark), voor Finland 5,94573 FIM (markka), voor Frankrijk 6,55957 FRF (franc), voor Ierland 0,787564 IEP (pond), voor Italië 1936,27 ITL (lire), voor Luxemburg 40,3399 LUF (frank), voor Oostenrijk 13,7603 ATS (schilling), voor Portugal 200,482 PTE (escudo), voor Spanje 166,386 ESP (peseta).

Euro Banking Association (EBA) : overheid, internationaal - Engels: interbancaire organisatie (tot december 1997 bekend als Ecu Banking Association) die onder meer een clearing- en settlementsysteem voor transacties in euro beheert. (bron: DNB)

eurobarometer : groei en conjunctuur - Door de Rabobank ontwikkelde conjunctuurindicator voor de elf lidstaten die aan de EMU deelnemen. Zie ook: nadere verklaring conjunctuurindicator

Eurobonds : financiële zaken - Obligaties die worden uitgegeven op de Europese kapitaalmarkt. (Schöndorff c.s.)

Eurodollars : financiële zaken internationaal - Amerikaanse dollars die buiten Amerika worden aangehouden bij internationale banken door niet-Amerikanen. (Schöndorff c.s.)

Eurolanden : internationaal - Andere benaming voor de elf landen die deel uitmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU). In 2000 zijn dat: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Economische en Monetaire Unie (EMU)

Euronext Eng.: Euronext : financiële zaken - Fusie tussen de Nederlandse, Belgische en Franse beurs.

Euro-NM : financiële zaken - De effectenmarkt voor jonge snel groeiende ondernemingen. NM staat voor Nieuwe Markt. Opvolger van de NMax. (Schöndorff c.s.)

European Currency Unit (ecu) : internationaal - Engels: Europese rekeneenheid. In 1979 ingevoerd als een valutamandje dat bestond uit de valuta's van de (toenmalige) EU-lidstaten. Naast de officiële ecu - die gebruikt werd voor transacties tussen de centrale banken in het kader van het EMS - werd de ecu-mand ook als instrument op de financiële markten gebruikt. Op 1-1-1999 werd de ECU vervangen door de Euro.

European Free Trade Association (EFTA) Eng.: European Free Trade Association (EFTA) : internationaal - Vrijhandelsgebied waarvan Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein uitmaken. Ook wel: EVA (Europese Vrijhandelsassociatie). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Europese Economische Ruimte (EER)

European Interbank Offered Rate (EURIBOR) : financiële zaken - het percentage dat Europese baníken elkaar berekenen en vergoeden op onderlinge kortlopende kredieten luidend in euroĂs. (Schöndorff c.s.)

Europees Monetair Stelsel (EMS) : overheid, internationaal - afspraken tussen de centrale banken van de EU-lidstaten inzake monetaire aangelegenheden, die aan de start van de derde fase van de EMU op 1 januari 1999 vooraf gingen. De belangrijkste onderdelen van het EMS waren de ecu, het ERM en het interventiemechanisme. (bron: DNB)

Europees economisch samenwerkingsverband (EESV) : overheid, internationaal - samenwerkingsverband van verschillende binnen de Europese Unie gevestigde ondernemingen, waarbij dat samenwerkingsverband een eigen Europees-rechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft.

Europees Hof van Justitie (EHvJ) : internationaal - Orgaan van de Europese Unie dat recht spreekt als verschil van mening bestaat over de uitleg van de Europese verdragen. Het Hof is belast met de handhaving van het recht van de EU tegenover de lidstaten. Het Europees Hof spreekt recht over geschillen met betrekking tot de uitleg van EG-verdragen. (Schöndorff c.s.)

Europees mededingingsbeleid : markten en prijzen internationaal - Het eerste lid van artikel 85 van het EG-verdrag verbiedt alle concurrentiebeperkende afspraken, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden. Overeenkomsten van geringe betekenis (minder dan 5% van de relevante markt en een omzet lager dan 200 miljoen Ecu) vallen hier niet onder: de zogeheten bagatelbekendmaking van 1986. Artikel 85 lid 3 regelt de mogelijkheden van een ontheffing. Verzocht kan worden om een negatieve verklaring: de overeenkomst of gedraging valt niet onder artikel 85 of 86. Een andere mogelijkheid is de groepsvrijstelling. Voorbeelden hiervan zijn franchiseovereenkomsten, alleenverkoopovereenkomsten, overeenkomsten betreffende overdracht van technologie, Research and Development-overeenkomsten. Artikel 86 van het EG-verdrag verbiedt ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie deze te misbruiken voorzover dat een ongunstige invloed heeft op de handel tussen de EG-lidstaten. Voorbeelden: het opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of andere onbillijke contractuele voorwaarden; het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de gebruikers. De Europese concentratieverordening geeft de mogelijkheid van preventief toezicht op concentraties die tot ingrijpende veranderingen in de mededingingsstructuur kunnen leiden. Het gaat dan om concentraties boven een nader aangegeven drempelwaarde.(Schöndorff c.s.).

Europees Monetair Instituut (EMI) : internationaal - Voorloper van het Europese Stelsel van Centrale Banken. (Schöndorff c.s.)

Europees Monetair Stelsel (EMS) : internationaal - Voormalige afspraak tussen landen van de Europese Unie om hun onderlinge wisselkoersschommelingen te beperken. Nu overbodig geworden door de Economische en Monetaire Unie (EMU). (Schöndorff c.s.);
Europees Monetair Stelsel; afspraak tussen EG-landen om hun onderlinge wisselkoersschommelingen te beperken. In principe is het een vast wisselkoerssysteem, waarbij de koers van de valuta zich mag bewegen binnen een kleine marge boven en onder de afgesproken koers. De afgesproken koers wordt de spilkoers genoemd, en de marge de bandbreedte. Het EMS is de opvolger van het Slang-akkoord. Het stelsel werd in 1978 te Bremen opgericht en in 1979 trad het in werking. Toen namen acht van de tien EG-landen er aan deel. Zie ook: onderdeel spilkoers onderdeel bandbreedte onderdeel Slang-akkoord onderdeel stabiele wisselkoers

Europees Octrooi : groei en conjunctuur, markten en prijzen - octrooi dat krachtens het Europees Octrooiverdrag is verleend.

Europees Octrooiverdrag (EOV) : groei en conjunctuur, markten en prijzen - verdrag van 7 oktober 1977 inzake de verlening van Europese octrooien en de instelling van het Europees Octrooibureau.

Europees Parlement (EP) : internationaal - Europese volksvertegenwoordiging. Dit rechtstreeks door de burgers van Europa gekozen parlement controleert het werk van de Commissie. Het Parlement neemt ook deel aan de opstelling van de EU-begroting en het controleert de uitgaven van de EU. (Schöndorff c.s.)

Europees Sociaal Handvest (ESH) : internationale integratie en handel - Europese verklaring waarbij de aangesloten regeringen zich ertoe verbinden hun burgers in het genot te stellen van sociale rechten (o.a. arbeid, goede arbeidsvoorwaarden, billijke beloning).

Europees Stelsel van Centrale banken (ESCB) : financiële zaken markten en prijzen - De belangrijkste taken van het ~ zijn het bepalen en tenuitvoerleggen van het monetaire beleid van het eurogebied, het aanhouden van de officiële reserves van lidstaten van de muntunie, het verrichten van valutamarktoperaties en het bevorderen van een goede werking van de betalingssystemen in het eurogebied. Het belangrijkste besluitvormend orgaan van het ~ is de Raad van Bestuur van de ECB die bestaat uit de directie van de ECB en de centrale bankpresidenten van de deelnemende EU-lidstaten. (bron: DNB)

Europese Akte (EAK) : internationaal - Overeenkomst tussen de landen van de Europese Unie (EU), waarbij werd afgesproken dat eind 1992 de EU een markt zonder binnengrenzen moest zijn (1986). (Schöndorff c.s.).

Europese Centrale Bank (ECB) : internationaal - Is in 1998 opgericht met het oog op het invoeren van de euro. Vanaf 1 januari 1999 vormen de nationale centrale banken en de ECB het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De nationale centrale banken zijn nu in feite filialen van de ECB en voert haar monetaire beleid onafhankelijk van de nationale overheden. Dit beleid zal gericht zijn op een stabiele interne en externe waarde van de euro. De ECB ziet ook toe op het nakomen van het stabiliteitspact. Samen met de nationale centrale banken van de 15 lidstaten van de Europese Unie vormt de Europese Centrale Bank (ECB) het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De centrale banken die niet deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) hebben een bijzondere positie. Zij nemen geen deel aan de besluitvorming met betrekking tot de monetaire politiek ten aanzien van de euroregio. De politiek van de ECB is gericht op het zoveel mogelijk bewaren van prijsstabiliteit in de EMU-zone, met andere woorden het tegengaan van inflatie. Dit gebeurt door de korte rente (basisherfinancieringsfaciliteit) zo nodig te verhogen (om de economie af te koelen). Bij een vertraging van het groeitempo van het bruto binnenlands product vermindert het gevaar van inflatie en kan de ECB haar rente verlagen. Deze lagere rente kan een prikkel zijn voor hogere bestedingen en dus herstel van het groeitempo. (www.ecb.int)

Europese Commissie (EC) : internationaal - De Commissie is het dagelijks bestuur van de EU. Zij moet de besluiten van de ministerraad voorbereiden en uitvoeren. (Schöndorff c.s.)

Europese Economische Gemeenschap (EEG) : internationaal - In 1957 bij het Verdrag van Rome opgerichte deelgemeenschap tussen de Beneluxlanden, Duitsland (toen nog: West Duitsland), Frankrijk en Italië. De andere twee waren de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). In 1967 smolten de drie deelgemeenschappen samen tot de Europese Gemeenschap (EG). In 1994 werd de naam van de EG gewijzigd in Europese Unie (EU). (Schöndorff c.s.).

Europese Economische Ruimte (EER) : internationaal - Vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie (EU) en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) (1994). Door het toetreden van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de EU is de betekenis van de EER verminderd. (Schöndorff c.s.). De landen van de EER zijn: alle EU-landen, aangevuld met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Voor onderdanen uit deze landen gelden andere voorwaarden om in Nederland te worden toegelaten. Zie ook: onderdeel Europese Vrijhandelsassociatie (EVA)

Europese Gemeenschap (EG) : internationaal - Douane-unie tussen vijftien Europese landen met als uiteindelijk doel de vorming van een economische unie. Tegenwoordige naam: Europese Unie (EU). (Schöndorff c.s.). Naast de reeds overgedragen bevoegdheden, bijv. op het terrein van het handelsbeleid, is met de start van de muntunie op 1 januari 1999 ook het monetaire beleid en het wisselkoersbeleid naar het niveau van de Europese Gemeenschap overgeheveld (bron: DNB).

Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) : internationale integratie en handel - is een in 1966 opgerichte organisatie ter bevordering van het vreedzaam gebruik van kernenergie in Europa. In 1967 ging deze organisatie bestuurlijk op in de EG.

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) : internationaal - (1951) vormde de basis voor de Europese integratie. De EGKS had als voornaamste doel de zware industrieën van met name Frankrijk en West-Duitsland dusdanig met elkaar te vervlechten dat Duitsland geen nieuwe oorlog zou beginnen. In 1957 bij het Verdrag van Rome stichtten de Beneluxlanden, Duitsland (toen nog: West Duitsland), Frankrijk en Italië nog twee deelgemeenschappen, de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). In 1967 smolten de drie deelgemeenschappen samen tot de Europese Gemeenschap (EG). In 1994 werd de naam van de EG gewijzigd in Europese Unie (EU). (Schöndorff c.s.).

Europese Hof van Justitie (EHvJ) : internationale economische betrekkingen / integratie - is het orgaan voor de rechtsgang in de EU, waaraan landen en individuen hun klachten met betrekking tot Europese aangelegenheden kunnen voorleggen..

Europese integratie : overheid, internationaal - eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire integratie. (Fockema Andreae)

Europese investeringsbank (EIB) : internationaal - Bankinstelling binnen de Europese Unie (EU). Om voor verstrekking van kredieten in aanmerking te komen, moeten projecten voldoen aan een aantal criteria. bijv.: zij moeten de economische ontwikkeling van achtergebleven regio's stimuleren, of zij moeten bijdragen aan verbetering van de Europese infrastructuur met betrekking tot transport en telecommunicatie. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Europese Unie (EU)

Europese landbouwpolitiek : internationaal - Het Europese landbouwbeleid wordt gekarakteriseerd door drie elementen: invoerrechten op agrarische producten van buiten de Europese Unie (EU), garantieprijzen voor Europese boeren en exportsubsidies. Om voor de Europese boeren een lonende productie mogelijk te maken, werkt de EU met garantieprijzen (minimumprijs) voor een groot aantal producten. Het Europese prijsniveau ligt hoger dan het wereldprijsniveau. Producten uit niet-EU landen worden belast met een invoerrecht dat de prijs van die producten optrekt naar het Europese niveau. Omdat de Europese boeren meer produceren dan nodig is voor het eigen Europees verbruik (in de hand gewerkt door de hoge garantieprijzen) moeten de overschotten (aanbodoverschot) worden afgezet op buitenlandse markten. Dit kan alleen door de export te subsidiëren. Op dit protectionistisch landbouwbeleid is vanuit landen buiten de Unie veel kritiek (Cairnes groep). Onder druk van deze kritiek is Europa bezig het landbouwbeleid te liberaliseren en meer marktwerking toe te staan. De prijssubsidies aan de boeren worden geleidelijk vervangen door inkomenssteun. De exportsubsidies en de invoerrechten worden in fasen verlaagd. 	Europese landbouwpolitiek 	Europese landbouwpolitiek - Zie ook: onderdeel Agenda 2000 onderdeel Cairnes Groep onderdeel minimumprijzen

Europese marktintegratie : overheid, internationaal - samensmelting van de diverse landenmarkten van de EG tot één interne markt waardoor het bij Europese akte bepaalde vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal kan worden gerealiseerd. De interne markt voor goederen en diensten ging op 31 december 1992 officieel van start.

Europese Parlement : internationale economische betrekkingen / integratie - is het democratisch controle orgaan. Het oefent controle uit op de Europese Commissie en de Raad van Ministers. Het Europese Parlement wordt ook wel de Assemblee genoemd.

Europese Raad : internationaal - Dit is het hoogste orgaan van de Unie. De Raad is samengesteld uit de regeringsleiders. In de Europese Raad worden algemene politieke overeenkomsten gesloten. (Schöndorff c.s.)

Europese Richtlijn (Ri) Eng.: European directive : internationaal - Door het Europees Parlement en/of Raad gegeven voorschrift dat de EG-lidstaten bindt. De ~ heeft geen directe horizontale werking, maar dient eerst in de nationale wetgeving te worden geïmplementeerd.

Europese stijl opties : financiële zaken - Opties die alleen aan het einde van de looptijd kunnen worden uitgeoefend. Indexopties zijn doorgaans van het Europese type. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling Amerikaanse stijl opties

Europese Unie (EU) Eng.: European Union : internationaal - Sinds 1993 de naam van de Europese Gemeenschap. In 2000 kent de EU 15 lidstaten: België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Zweden, Finland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland. De Europese Unie (EU) heeft als uiteindelijke doelstelling het vormen van een economische unie. De belangrijkste instellingen van de EU zijn: De Europese Raad, de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Europees Parlement en het Europees Hof van Justitie. (Schöndorff c.s.). De doelstellingen van de EU zijn: het tot stand brengen van het Europees burgerschap; het garanderen van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid; het bevorderen van economische en sociale vooruitgang; en bevestiging van de rol van Europa in de wereld.

Europese vrijhandelsassociatie (EVA) Eng.: European Free Trade Association (EFTA) : - opgericht in 1959, door Denemarken, Engeland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Zweden, en Zwitserland. Het doel was om tot onderling vrijhandel te komen voor industrieproducten, en als tegenhanger te dienen voor de EEG.

Eurotop 100-index : financiële zaken - Een index die de koersontwikkeling van de Europese aandelenmarkt weergeeft. De index is samengesteld uit 100 Europese aandelenfondsen uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Zweden, Italië, Nederland en België. (Schöndorff c.s.)

eurovalutamarkt : internationale economische betrekkingen / integratie - internationale markt voor kredieten in andere valuta dan die van de kredietgever en de kredietnemer.

evenwicht : algemeen markten en prijzen - In de economische theorie sluit de betekenis van evenwicht aan bij het natuurkundige evenwichtsbegrip, dat wil zeggen dat een situatie is ingetreden waarbij geen krachten meer werken die deze situatie kunnen veranderen. Een dergelijke toestand is het inkomensevenwicht in de Keynesiaanse theorie: een hoogte van het nationaal inkomen waarbij de wensen van de besteders in vervulling kunnen gaan. Bij het marktevenwicht worden de wensen van verkopers en kopers van een bepaald goed gerealiseerd. Waar bij de doelstellingen van economische politiek van bijv. een evenwichtige arbeidsmarkt sprake is, wordt niet alleen bedoeld dat vraag en aanbod in kwantitatieve zin bij elkaar aansluiten, maar ook in kwalitatieve zin. Met evenwichtige groei bedoelt men toeneming van de nationale productie zonder grote schokken, ruimtelijk goed gespreid, rekening houdend met de kwaliteit van het milieu en dergelijke. Het begrip evenwicht(ig) heeft hier doorgaans een ruimere betekenis. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring Keynesiaanse theorie nadere verklaring marktevenwicht nadere verklaring economische politiek

evenwichtige arbeidsmarkt : Markten en prijzen - Onder een evenwichtige arbeidsmarkt wordt een arbeidsmarkt verstaan waar: de gevraagde en de aangeboden hoeveelheid arbeid min of meer met elkaar in evenwicht zijn; de kwaliteit van het aanbod en de vraag op de verschillende deelmarkten goed op elkaar aansluiten. (Schöndorff c.s.).

evenwichtige betalingsbalans : collectieve sector / economische orde en politiek - betreft de doelstelling dat de overheid moet streven naar een gezonde betalingsbalans positie.

evenwichtige economische groei : collectieve sector / economische orde en politiek - betekent dat zowel gestreefd wordt naar een kwantitatieve groei als en kwalitatieve groei.

evenwichtsinkomen : nationaal inkomen, werkgelegenheid - het inkomen waarbij Y=EV, Dit betekent dat de effectieve vraag kan worden gerealiseerd ( de plannen komen uit).

evenwichtskoers : financiële zaken markten en prijzen - De koers waarbij de markt wordt 'geruimd': de gevraagde en de aangeboden hoeveelheid zijn precies aan elkaar gelijk. (Schöndorff c.s.)

evenwichtsprijs : markten en prijzen - Prijs waarbij de gevraagde hoeveelheid van een goed gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel marktevenwicht

evenwichtsvergelijking : nationaal inkomen, werkgelegenheid - beschrijving van de voorwaarde waaronder een model in evenwicht is. In het keynesiaanse model is de evenwichtsvoorwaarde dat het nationaal inkomen gelijk is aan de voorgenomen bestedingen (= effectieve vraag). De effectieve vraag kan dan worden gerealiseerd. Dit leidt meestal tot de uitdrukking Y = EV; of Y = (C + I + O + E - M ) ex ante. N.B.: de definitie van de effectieve vraag EV = (C + I + O + E - M ) ex ante is natuurlijk een definitievergelijking of identiteit!.