Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

Ecofin-Raad : overheid, internationaal - Raad van ministers van financiën.

Ecologische hoofdstructuur (EHS) : collectieve sector / economische orde en politiek - samenhangend netwerk van natuurgebieden met onderlinge verbindingsroutes.

e-commerce : consumenten en producenten - Engels: elektronische handel. Het kopen en verkopen van producten en diensten via het internet.

econometrie : algemeen - Onderdeel van de economische wetenschap waarbij met behulp van economische theorie, wiskundige economie en statistische analyse wordt geprobeerd economische verschijnselen te verklaren. (Schöndorff c.s.).

economie : algemeen - 1. De economische wetenschap gaat over de wensen van mensen en hoe ze proberen die wensen te vervullen. Het gaat om de behoeften en de manier waarop daarin wordt voorzien. Daarvoor gebruiken ze schaarse, alternatief (op verschillende manieren) aanwendbare middelen. Het gaat in de economie dus om: het bestuderen van menselijk handelen; het bestaan van menselijke behoeften; de wens deze te bevredigen; de schaarste van de bevredigingsmiddelen; de verschillende gebruiksmogelijkheden van de middelen. Een voorbeeld: iemand heeft per dag 2 uur beschikbaar om of te studeren of te 'joggen'. Op dit moment doet hij beide 1 uur. Nu wil hij een uur extra studeren. Binnen de gegeven beperking moet hij nu een uur 'joggen' opofferen. Een uur extra studeren 'kost' hem een uur 'joggen'. De behoeften zijn hier studeren en 'joggen'; het alternatief aanwendbare middel is tijd gemeten in hele uren. (Schöndorff c.s.). 2. Het begrip Economie wordt ook gebruikt in de zin van ĉde economie van NederlandĈ. Daarbij gaat het over de algemene economische situatie: de omvang van het binnenlands product, de werkgelegenheid, de ontwikkeling van lonen en prijzen, de handelsbetrekkingen met het buitenland. (Schöndorff c.s.).

economisch actieven : groei en conjunctuur overheid - Individuen die behoren tot de potentiële beroepsbevolking en die daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer of werknemer bij het productieproces zijn ingeschakeld. Het aantal actieven geeft dus de werkgelegenheid (uitgedrukt in arbeidsjaren), verminderd met het ziekteverzuim (in arbeidsjaren), weer. (Schöndorff c.s.).

economisch beginsel : algemeen - Het economisch beginsel confronteert ons met de rationeel handelende homo economicus. Onder rationeel handelen wordt hier verstaan een gegeven resultaat bereiken met opoffering van zo weinig mogelijk middelen. De Amsterdamse econoom Hennipman heeft in zijn proefschrift Economisch motief en economisch principe (1945) het begrip rationeel economisch handelen verruimd in die zin dat elk feitelijk handelen van de mens rationeel is, omdat hij er blijkbaar behoefte aan heeft te handelen zoals hij handelt. Het economisch beginsel slaat dan veeleer op doelmatig of efficiënt handelen dan op economisch rationeel handelen. (Schöndorff c.s.).

economisch eigendom : financiële zaken - feitelijke beschikking over de zaak alsof men eigenaar is. Zie ook: onderdeel financial lease onderdeel operational lease

Economisch en Financieel Comité (EFC) : overheid, internationaal - overlegorgaan van de EG bestaande uit vertegenwoordigers van de centrale banken van de EU-lidstaten, de regeringen van de EU-lidstaten, de ECB en de Europese Commissie. (bron: DNB)

economisch evenwicht : - is een situatie waarin mensen hun plannen niet hoeven te herzien. Dit is o.a. zo gedefinieerd door Hayek.

economisch imperialisme : collectieve sector / economische orde en politiek - volgens deze theorie worden de arme landen economisch uitgebuit door de rijke industrielanden.

Economisch Statistische Berichten (ESB) : algemeen - Weekblad waarin actuele economisch financiële vraagstukken en hun theoretische achtergronden worden behandeld. (Schöndorff c.s.)

economisch strafrecht : financiële zaken, overheid - rechtsgebied uit de Wet op de Economische Delicten en een veelheid aan wetten die het economisch of sociaal stelsel in Nederland raken; vooral m.b.t. de strafbaarstelling van feiten waardoor het economisch of sociaal stelsel wordt benadeeld. Bijv. de overtreding van bepaalde artikelen uit de Warenwet, Tabakswet of Ziekenfondswet.

Economische Controle Dienst (ECD) : algemeen overheid - Deze dienst oefent controle uit op financieel-economische fraude; was oorspronkelijk ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken; maar maakt nu met de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst (FIOD) deel uit van het ministerie van Financiën omdat financieel-economische en fiscale fraude vaak samengaan. (Schöndorff c.s.).

economische doelmatigheid : algemeen - De mate waarin de productie is ingericht overeenkomstig de voorkeuren van de consumenten. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel optimale allocatie

Economische en Monetaire Unie (EMU) : internationaal - Met ingang van 1 januari 1999 vormen de landen van de Europese Unie (EU), met uitzondering van Groot Brittannië, Zweden, Denemarken en Griekenland, een muntunie, de EMU. De gemeenschappelijke munt is de euro en de geldpolitiek wordt verzorgd door de Europese Centrale Bank (ECB). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Verdrag van Maastricht onderdeel criteria van Maastricht onderdeel EMU-schuldquote onderdeel Europees Monetair Stelsel (EMS)

Economische en Sociaal Comité : internationale economische betrekkingen / integratie - is een orgaan dat adviserend optreedt ten aanzien van de Europese Commissie. Het is in grote lijnen te vergelijken met de Sociaal Economische Raad in Nederland.

Economische en Sociale Raad (ECOSOC) : internationale integratie en handel - Raad, bestaande uit 54 leden van de VN, gekozen door de algemene vergadering. De ~ coördineert de economische en sociale werkzaamheden van de VN, en vormt een centraal forum waar internationale sociale en economische kwesties aan bod komen.

economische gebondenheid : algemeen overheid - In sommige gemeenten krijgt men -onder een bepaalde koopprijs- slechts een huisvestingsvergunning als men binnen die gemeente of regio werkt. (bron: huizenveiling.nl)

economische goederen : grondbegrip - zijn alle goederen die schaars zijn

economische groei Eng.: economic growth : groei en conjunctuur - 1. Toeneming van de behoeftebevrediging en dus ruimer dan productiegroei, die bijv. ten koste van het milieu kan gaan. In het dagelijks spraakgebruik wordt het begrip vaak gebruikt als synoniem voor productiegroei en dan meestal in de zin van toenemende productie per inwoner. Als maatstaf neemt men vaak de groei van het reële nationaal inkomen per hoofd van de bevolking. Als hierbij ook rekening is gehouden met de invloed van de negatieve externe effecten, dan spreekt men wel van economische groei in ruime zin. Kijkt men alleen naar de productiegroei, dan spreekt men van economische groei in enge zin. Bekende groeimodellen uit de economische geschiedenis zijn het Harrod en Domar groeimodel en het neo-klassieke groeimodel. 2. Met economische groei wordt meer bedoeld dan alleen groei van de nationale productie. Het gaat om toeneming van de welvaart, die evenzeer met een grotere productie als met een leefbaar milieu gediend is. De laatste tijd zien we het begrip duurzame groei terrein winnen: een groei van de productie die niet ten koste gaat van toekomstige generaties. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling duurzame groei

economische integratie : internationaal - Economische samenwerking tussen landen. Doel kan zijn om tot grotere economische eenheid te komen, zoals een economische unie. (Schöndorff c.s.). ~ kent de volgende vormen (stadia) : vrijhandelsgebied, douane-unie, gemeenschappelijke markt, economische unie, en tenslotte de volledige integratie. Daarnaast bestaat nog de monetaire unie en de politieke unie als aparte vormen. De huidige integratie van Europa is gericht op het tot stand brengen van een economische en monetaire unie.

economische kringloop : algemeen, groei en conjunctuur - Een naar analogie van de menselijke bloedsomloop geschematiseerde voorstelling van de (goederen- en) geldstromen in een economie. In de 18e eeuw kwam de Franse arts François Quesnay (1694-1774) op het idee dat de geldsomloop in een economie kan worden vergeleken met de bloedsomloop in het menselijk lichaam. Zijn ĉTableau EconomiqueĈ kan worden beschouwd als de eerste afbeelding van een economische kringloop. 	economische kringloop 	economische kringloop

economische levensduur : markten en prijzen, groei en conjunctuur - Is de tijd dat een ondernemer gelet op zijn concurrenten rendabel kan produceren met het kapitaalgoed. Zie ook: tegenstelling technische levensduur

economische machtspositie : markten en prijzen - Een overwegende invloed van een of meer ondernemingen op een markt De Mededingingswet sluit aan bij de Europese definitie: 'de positie van een of meer ondernemingen op een markt in Nederland, die deze in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op die markt te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruiker te gedragen'. Ook een aantal ondernemingen samen kan een economische machtspositie innemen. bijv. wanneer sprake is van onderling afgestemd gedrag bij een oligopolie. (Schöndorff c.s.).

economische ontwikkeling : groei en conjunctuur - Naast productiegroei wordt sociale vooruitgang geboekt. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring productiegroei

economische orde : algemeen - De manier waarop de beslissingen van consumenten, producenten, overheid en belangenorganisaties op elkaar zijn afgestemd. Elk land moet oplossen hoe het de beschikbare productiefactoren zal verdelen over de productiemogelijkheden. Wat moet worden geproduceerd, hoeveel, op welke manier, van welke kwaliteit, waar, wanneer en voor wie. Elk land lost dit allocatieprobleem op een andere manier op. Als grondvormen worden onderscheiden het marktmechanisme en het budgetmechanisme. Dit laatste in een democratische en een bureaucratische variant. Bij het marktmechanisme zijn de productiemiddelen in handen van particulieren terwijl vraag- en aanbodmechanismen zorgen voor de onderlinge afstemming van de economische beslissingen. Bij een bureaucratisch budgetmechanisme of planmechanisme zijn de productiemiddelen eigendom van de gemeenschap terwijl een centraal gezag een dwingend plan oplegt aan bedrijven en gezinnen. Bij het democratisch budgetmechanisme wordt via democratische besluitvorming een budget vastgesteld. In de praktijk komen mengvormen van het marktmechanisme en het budgetmechanisme voor. Nederland wordt in dit opzicht wel een georiënteerde markteconomie genoemd: het marktmechanisme speelt een belangrijke rol, maar er is ook een belangrijke overheidssector waar het democratisch budgetmechanisme de beslissingen coördineert. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel georiënteerde markteconomie onderdeel marktmechanisme onderdeel markteconomie onderdeel budgetmechanisme

economische politiek : algemeen overheid - Hierbij gaat het om de beïnvloeding van het economisch proces door de overheid om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Bij de formulering van de doelstellingen zelf en bij de afweging welke doelstellingen het zwaarste wegen, spelen buiteneconomische overwegingen een rol. Wanneer bijv. het streven naar een zo groot mogelijke productiegroei botst met de zorg voor een schoon leefmilieu, moeten politieke keuzes worden gemaakt. De economische theorie heeft geen maatstaf om de extra behoeftebevrediging door een grotere productie af te wegen tegen de schade die het bouwen van extra fabrieken aan het milieu toebrengt. Evenmin kan de economische theorie aangeven wat een 'rechtvaardige(r)' inkomensverdeling is. Wel kunnen theoretische inzichten en empirische gegevens de keuzevraagstukken voor beleidsmakers doorzichtiger maken. Dit kan door aan te geven welke de waarschijnlijke gevolgen zijn van bepaalde overheidsmaatregelen. (Schöndorff c.s.).

economische politierechter : financiële zaken, overheid - strafrechter die alleen beslist over economische vergrijpen. Bijv. overtredingen van de winkeltijdenwet, de warenwet of de regels voor het uitrijden van mest. De meervoudige economische kamer beslist over zeer ingewikkelde of belangrijke economische strafzaken.

economische sancties : internationaal, overheid - maatregelen van economische aard (bijv. embargo), ingesteld door een of meerdere andere staten of internationale organisaties.

economische sector : algemeen - geheel van de (commerciële) bedrijven in Nederland; de handel. Bijv. door de recessie gaat het slecht in de ~.

economische slijtage Eng.: economic wear and tear, obsolescence : financiële zaken - De door veroudering optredende waardevermindering van kapitaalgoederen. Vaste kapitaalgoederen slijten op twee manieren. Aan de ene kant door het gebruik, de zogeheten technische slijtage. Aan de andere kant, doordat ze verouderen: er komen nieuwe machines op de markt waarin de jongste technische kennis is verwerkt. Deze veroudering wordt ook economische slijtage genoemd. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel afschrijven tegenstelling technische slijtage

economische unie : internationaal - Vorm van economische integratie. Naast de kenmerken van een douane-unie kent [heeft] een economische unie ook vrij verkeer van arbeid en kapitaal, een op elkaar afgestemde economische politiek en gemeenschappelijke instellingen. De Europese Unie (EU) heeft als uiteindelijke doelstelling het vormen van een economische unie. De totstandkoming van de EMU (Economische en Monetaire Unie) was een belangrijke stap op weg naar een op elkaar afgestemde economische politiek in de lidstaten van de EU. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel douane-unie onderdeel vrijhandelsgebied

economische vrijheid : internationale integratie en handel - is de mate waarin individuen en ondernemingen vrij zijn om hun eigen doelstellingen na te streven.

economische waarde / onderhandse verkoopwaarde / vrije verkoopwaarde : pand en hypotheek - bedrag dat een woning zou opbrengen als het onder optimale omstandigheden zou worden verkocht.

economische winst : groei en conjunctuur, markten en prijzen - bedrijfsresultaat gecorrigeerd voor afschrijvingen materiële vaste activa minus vermogenskosten, waarbij de vermogenskosten worden berekend door de vermogenskostenvoet te vermenigvuldigen met het gemiddeld werkzaam vermogen, berekend op basis van de stand ultimo vorig boekjaar en ultimo lopend boekjaar. (bron: beleggingsplein.nl)

economische zone : overheid, internationaal - een ~ is dat deel van de kustwateren waarover een land soevereine rechten en rechtsmacht claimt; het doel is het exclusieve recht op het exploreren, exploiteren, het behoud en het beheer van levende en niet-levende natuurlijke rijkdommen in deze zone; bijv. visserij, het boren en winnen van olie en aardgas, het opwekken van energie door bijv. windturbines.

economischwoordenboek.nl : algemeen - hét verklarend economisch woordenboek op internet. De site is gemakkelijk toegankelijk, gebruiksvriendelijk en zeer snel. Het bevat duizenden termen en Engelse vertalingen. ~ wordt samengesteld door professionele economen en vooral bezocht door studenten, scholieren en dienstverleners uit financiële en economische branches.

economisering (van de samenleving) : internationale integratie en handel - is het vergroten van de rol van markten en contracten als coördinatiemechanismen, zodat een minder groot beroep hoeft te worden gedaan op normen bij het coördineren van activiteiten. (Dit is de definitie van acht Tilburgse wetenschappers: G. Berns, L. Bovenberg, E. van Damme, F. van der Duyn Schouten, F. van der Heuvel, Th van de Klundert, N. Noorderhaven en H. Weigand). Voorbeelden van economisering is het vervangen van (overheids)monopolies door markten zoals bij de telecommunicatie.

ecotax : algemeen overheid - Belasting die wordt geheven op basis van een milieubelastende activiteit, zoals het verbruik van energie en van grondstoffen, en wegens de productie van afvalstoffen of afvalwarmte. (Schöndorff c.s.). De grondslag heeft effect op de ontwikkeling van milieuvriendelijke technologie. De ecotaxen kunnen op drie verschillende grondslagen geheven worden; op de input van het productieproces, op de output van het productieproces of op de emissies (= uitstoot van schadelijke stoffen). Zie ook: onderdeel vergroening van het belastingstelsel

education permanente : algemeen groei en conjunctuur - Voortdurende her- en bijscholing om snel verouderende kennis bij te spijkeren. Een hiermee verbonden begrip dat aan het eind van de twintigste eeuw in zwang raakte is employability. Hiermee wordt bedoeld dat het voor werknemers noodzakelijk is voortdurend inzetbaar te zijn in een aan verandering onderhevig[ zijnd]e arbeidsmarkt. (Schöndorff c.s.)

eenmanszaak : groei en conjunctuur, markten en prijzen - een natuurlijk persoon die een onderneming voert. De ~ heeft geen rechtspersoonlijkheid.

Eerste Coördinatierichtlijn voor het bankwezen : overheid, internationaal - eerste voor het bankentoezicht belangrijke EG-richtlijn (1977) die betrekking heeft op het verlenen van toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden van kredietinstellingen binnen de EG. (bron: DNB)

eerste lijst : financiële zaken markten en prijzen - lijst van verhandelbare activa die aan bepaalde, door de ECB vastgestelde en voor het hele eurogebied geldende beleenbaarheidscriteria voldoen. Deze criteria houden onder meer in dat het activum moet luiden in euro, moet zijn uitgegeven (of gegarandeerd) door een in een EER-land gevestigde instelling en zich moet bevinden bij een NCB of een centrale bewaarinstelling. (bron: DNB)

eerste Wet van Gossen : consumentengedrag - wanneer de consument de beschikking krijgt over meerdere eenheden van een goed, dan neemt het grensnut af.

eerstehands markt : financiële zaken - Handel in nieuw uitgegeven waardepapieren. Ook wel: emissiemarkt. (Schöndorff c.s.)

effect devaluatie op langere termijn : internationale economische betrekkingen / integratie - valt tegen, omdat door de devaluatie van de valuta de invoer duurder is geworden. Hierdoor zal er een opwaartse druk ontstaan op het prijspeil (kosteninflatie), waardoor de concurrentiepositie van het land verslechtert. Mogelijk kan dit leiden tot een nieuwe devaluatie.

effecten : financiële zaken - Verzamelnaam voor waardepapieren, zoals: aandelen, obligaties en pandbrieven. De eerste effecten die in Amsterdam werden verhandeld waren aandelen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Om haar kostbare reizen te financieren plaatste de VOC in het begin van de zeventiende eeuw 'actiën' bij het publiek. Deze aandelen op naam waren verhandelbaar. Dit was het begin van een groeiende handel in aandelen en later ook obligaties. Daarmee had Amsterdam een wereldprimeur: de eerste effectenbeurs. (Schöndorff c.s.).

effectenbeurs : financiële zaken - Plaats waar vraag en aanbod met betrekking tot effecten elkaar ontmoeten. De Amsterdamse Effectenbeurs is in 1997 gefuseerd met de EOE-Optiebeurs; de combinatie heet nu Amsterdam Exchanges en is gevestigd op Beursplein 5. Tot de Amsterdam Exchanges N.V. behoren de effectenbeurs, de optiebeurs en de agrarische termijnmarkt. De effectenbeurs van Amsterdam Exchanges organiseert de openbare kapitaalmarkt in Nederland. Deze openbare markt wordt onderscheiden in de primaire markt en de secundaire markt. De primaire markt is de markt voor het uitgeven en in de notering brengen van nieuwe aandelen en obligaties door ondernemingen, overheden en internationale instellingen. De secundaire markt is de markt waar in reeds genoteerde aandelen en obligaties wordt gehandeld. De 25 meest actief verhandelde aandelenfondsen worden opgenomen in de AEX-index, de daaropvolgende groep van 22 fondsen in de AMX-index (de zogenoemde Midkap-fondsen). In 2000 is een samenwerking tussen de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs tot stand gekomen (Euronext). In breder verband onderhandelen de beurzen van Londen, Frankfurt, Parijs, Z³rich, Milaan, Brussel en Amsterdam over een samenwerkingsverband. (www.euronext.nl) (Schöndorff c.s.).

effectenkredietinstellingen (Eki's) : financiële zaken markten en prijzen - kredietinstellingen die in hoofdzaak hun bedrijf maken van bemiddeling bij de handel in effecten op de beurs en het verlenen van krediet op onderpand van effecten.(bron: DNB)

effectenrecht : financiële zaken markten en prijzen - rechtsgebied uit boek 2 Burgerlijk Wetboek, Wet Toezicht Effectenverkeer, fiscale en Europese regelgeving; vooral m.b.t. de verhandeling van transacties op financiële markten (beurzen) en het toezicht daarop.

effecthypotheek : pand en hypotheek - De hypothecaire lening is een zgn. aflossingsvrije hypotheek. Hiervoor wordt alleen rente voldaan. De lening waarmee de aandelen worden aangekocht is ook een aflossingsvrije leenvorm. De levensverzekering komt tot uitkering indien een verzekerde komt te overlijden. De effectenhypotheek lijkt veel op de beleggingshypotheek. Het grote verschil is dat u bij de effectenhypotheek helemaal zelf kunt bepalen hoe uw belegging er uit ziet. Dit houdt natuurlijk wel een bepaald risico in en vergt enig verstand van beleggen. (bron: huizenveiling.nl)

effectief rendement : financiële zaken - Het effectief rendement houdt naast het couponrendement rekening met winst of verlies bij aflossing. Bij een bullet-lening is het moment van aflosĦsing bekend. In sommige bladen - zeker de vakblaĦden en ook de Volkskrant en NRC Handelsblad - staat het effectief rendeĦment afgedrukt bij elke lening. 	De formule voor berekening van het effectief rendeĦment 	De formule voor berekening van het effectief rendeĦment - Zie ook: nadere verklaring couponrendement nadere verklaring bullet-lening

effectieve vraag : groei en conjunctuur - In de macro-economie gebruikte term voor de totale door besteders uitgeoefende vraag. Dat wil zeggen het totaal van de consumptieve bestedingen, de particuliere investeringen, de overheidsbestedingen en het saldo van in- en uitvoer. Schiet de effectieve vraag tekort dan is sprake van onderbesteding met onderbestedings- of conjunctuurwerkloosheid als kwalijk bijverschijnsel. Zijn de bestedingen groter dan de productiecapaciteit aankan, dan is sprake van overbesteding, met prijsinflatie of een verslechtering van de lopende rekening van de betalingsbalans als bijverschijnsel. (Schöndorff c.s.).

effectieve wisselkoersen (nominaal en reëel) : financiële zaken markten en prijzen - in hun nominale versie bestaan effectieve wisselkoersen uit een gewogen gemiddelde van diverse bilaterale wisselkoersen. Reële effectieve wisselkoersen zijn nominale effectieve wisselkoersen, die gedefleerd zijn voor verschillen in inflatie, loonkosten, exportprijzen of andere prijsmaatstaven. Deze wisselkoersen zijn een maatstaf voor het concurrentievermogen van een land. De meest gebruikte maatstaven van effectieve wisselkoersen hanteren de gegevens voor de buitenlandse handel. (bron: DNB)

effectiviteit discontopolitiek : geld, bankwezen - is om drie redenen niet zo groot: 1e. Het consumptief krediet en investeringskrediet is behalve de rentestand ook sterk afhankelijk van toekomstverwachtingen (inkomensontwikkeling en winstverwachtingen); 2e. Stijging van het disconto kan de liquiditeitenmassa doen toenemen, omdat de hogere rente het internationale zwefkapitaal aantrekt; 3e. Discontopolitiek is een niet-verplichtend instrument. De banken zijn bijv. niet verplicht een discontoverhoging te volgen, en zullen ingeval van een voldoende liquiditeit een eigen beleid blijven voeren, en de verhoging slechts gedeeltelijk te volgen. Met openmarktpolitiek kan de liquiditeit van het bankwezen verminderd worden en de effectiviteit van de discontopolitiek verhoogd worden.

efficiënte markten : markten en prijzen - Markten waarop informatie zich zeer snel verspreidt. De inforĦmatie is voor iedereen bereikbaar, iedereen hanĦdelt ernaar. En dus is alle informatie al in de prijs van het moment verwerkt. Het is daarom niet mogeĦlijk om voordeel te behalen uit een informatieĦvoorĦsprong. (Schöndorff c.s.)

efficiency : markten en prijzen - Engels: Doelmatigheid. De verhouding tussen de opbrengsten en de inzet van middelen. De term is niet alleen economisch.

eigen bijdrage : algemeen overheid - Gebruikers van een (door de overheid tot stand gebrachte of gesubsidieerde) voorziening moeten een deel van de kostprijs van die voorziening uit eigen zak betalen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring kostprijs

eigen gebrek : financiële zaken consumenten en producenten - gebrekkige eigenschap of tekortkoming aan de zaak zelf, waardoor het teniet gaat of beschadigd geraakt. Bijv. de verzekeraar hoeft niet uit te keren als je de automotor hebt opgeblazen, zelfs als is de auto casco verzekerd.

eigen risico : algemeen overheid - Verzekerden dienen op grond van hun overeenkomst met een verzekeraar of als uitvloeisel van een wettelijke regeling een deel van geleden schade voor eigen rekening te nemen. Uitsluitend het meerdere van de schade wordt door de verzekeraar, respectievelijk de overheid vergoed. (Schöndorff c.s.).

eigen vermogen : financiële zaken consumenten en producenten - Het eigen vermogen op de balans van een vennootschap bestaat uit het door de aandeelhouders beschikbaar gestelde aandelenvermogen plus de reserves (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel boekwaarde onderdeel intrinsieke waarde

eigenaar / eigenaresse : financiële zaken consumenten en producenten - persoon die het meest omvattend recht op een zaak heeft.

eigendom : financiële zaken consumenten en producenten - meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Onteigening van grondeigendom kan alleen onder zeer strenge voorwaarden plaatsvinden.

eigendomsakte / overdrachtsakte : financiële zaken consumenten en producenten - De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken. Deze akte wordt geregistreerd bij het Kadaster. (bron: huizenveiling.nl)

eigendomsbewijs : financiële zaken consumenten en producenten - schriftelijk stuk waaruit blijkt dat een bepaalde persoon eigenaar van een bepaalde zaak is. Bijv. de transportakte.

eigendomsrechten : financiële zaken consumenten en producenten - verzameling van alle rechten die een eigenaar op zijn zaak kan uitoefenen.

eigenwoningforfait : algemeen overheid - Bedrag dat bij de bepaling van het belastbaar inkomen van bewoner-eigenaren in aanmerking wordt genomen als inkomsten uit de eigen woning. Tot 2001 aangeduid als huurwaardeforfait. (Schöndorff c.s.) Zie ook: nadere verklaring huurwaardeforfait nadere verklaring belastbaar inkomen