Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

concentratiegraad : markten en prijzen - Het gezamenlijk marktaandeel van een beperkt aantal van de grootste ondernemingen op een bepaalde markt. bijv. in de staalindustrie, de computerindustrie, bij benzinemaatschappijen, de auto-industrie, banken en verzekeraars, de farmacie is sprake van een hoge concentratiegraad. (Schöndorff c.s.)

concentratietoezicht : producentengedrag - wordt uitgeoefend door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA). Voor concentratievorming (= fusie of nauwe samenwerking tussen ondernemingen, zoals bij een Joint Venture) is voorafgaand toestemming nodig van de NMA. De NMA onderzoekt of door de concentratie een economische machtspositie ontstaat, die de mededinging in gevaar zou kunnen brengen.

concern : markten en prijzen - Het geheel van moedermaatschappij(en) en (klein-)dochtermaatschappijen. Daarbij gaat het in het algemeen om multinationale ondernemingen of multinationals. Concerns als Shell en Unilever hebben productie- en distributiemaatschappijen in een groot aantal verschillende landen. (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel houdstermaatschappij

concern : financiële zaken - Engels: Een groep van vennootschappen onder een gezamenlijke leiding, die in financieel, economisch en/of organisatorisch opzicht met elkaar zijn verweven en als eenheid optreedt, bijv. ten opzichte van de fiscus. Een ~ staat meestal onder een gemeenschappelijke leiding. Een moedermaatschappij heeft als taak het houden van de aandelen in de onderliggende groepsmaatschappijen.

concessie : algemeen overheid - vergunning van de overheid.

concrete markt : producentengedrag - markt die gebonden is aan een bepaalde plaats. Voorbeelden van een concrete markten zijn een veiling, effectenbeurs, rommelmarkt, veemarkt te Den Bosch etc.

concurrentie Eng.: competition : markten en prijzen - De onderlinge wedijver tussen ondernemingen om een sterke positie op de markt te veroveren, waarvan met name bij een oligopolie sprake is. Hevige concurrentiestrijd kan er uiteindelijk toe leiden dat slechts één aanbieder overblijft (monopolie) zodat van concurrentie geen sprake meer is. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel monopolie onderdeel oligopolie onderdeel marktgedrag

concurrentiebeding : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - schriftelijk beding tussen werkgever en werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van het dienstverband op zekere wijze werkzaam te zijn.

concurrentiebeleid : markten en prijzen, overheid - Zie: mededingingsbeleid (Schöndorff c.s.).

concurrentievermogen van een land : internationaal - Vanouds door het World Economic Forum - bekend van de gelijknamige jaarlijkse topconferentie in Davos - verzorgde internationale concurrentieranglijst. Per land worden gemeten: de infrastructuur, internationalisering, arbeidsmarkt, financiële sector, de rol van de overheid en de kwaliteit van het management. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel World Economic Forum

condominium : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - gemeenschappelijke eigendom.

conflictbemiddelaar Eng.: mediator : algemeen - Engels: neutrale bemiddelingsdeskundige die bij 'mediation' (dat is een vorm van bemiddeling in conflicten) de onderhandelingen tussen partijen begeleidt, teneinde vanuit hun werkelijke belangen tot gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimale resultaten te komen. Zie ook: onderdeel conflictbemiddeling

conflictbemiddeling Eng.: mediation : algemeen - vakgebied van de bemiddelingsdeskundige; vooral m.b.t. begeleiding van onderhandelingen tussen partijen. Zie ook: onderdeel conflictbemiddelaar

conflicterende doelstellingen : collectieve sector / economische orde en politiek - zijn doelstellingen van economische politiek, die niet tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden.

conjunctureel : nationaal inkomen, werkgelegenheid - een probleem is conjunctureel als de oorzaak bij de vraagzijde ligt.

conjunctuur (beweging) : groei en conjunctuur - De versnellingen en vertragingen in het groeitempo van het nationaal product heten de conjunctuur. De figuur laat een geschematiseerde voorstelling van een conjunctuurgolf zien. In de figuur is een stijgende trend getekend. De conjunctuurgolf beweegt om deze trend heen. Voor heel veel mensen is het verloop van de conjunctuur van belang. Van de conjunctuur hangt de ontwikkeling van hun inkomen af en soms kan bij een tegenzittende conjunctuur hun baan gevaar lopen. Er worden dan ook veel pogingen gedaan om het conjunctuurverloop zo betrouwbaar mogelijk te voorspellen met behulp van een conjunctuurindicator. Groei en conjunctuur staan -als we ons tot de economie beperken- onder invloed van vraagfactoren en aanbodfactoren. Deze laatste bepalen de trendmatige groei van de productie, terwijl vraagfactoren de conjunctuurbeweging opwekken, dus de veranderingen in het groeipercentage van de productie. (Schöndorff c.s.) 	schema van een conjunctuurgolf. 	schema van een conjunctuurgolf. - Zie ook: onderdeel conjunctuurindicator

conjunctuurcyclus : groei en conjunctuur - is de periode van één conjunctuurgolfbeweging. bijv. de tijd tussen twee toppen. Zie ook: onderdeel conjunctuurgolf

conjunctuurgolf / golfbeweging op korte termijn : groei en conjunctuur - is de golfbeweging van het nationaal inkomen als gevolg van de schommeling in de effectieve vraag. Deze schommeling wordt weer veroorzaakt door de wisselwerking tussen de accellerator en de multiplier. Een conjunctuurgolf beslaat meestal een periode van ongeveer zeven à tien jaar Zie ook: onderdeel conjunctuurcyclus onderdeel accellerator onderdeel multiplier

conjunctuurindicator : groei en conjunctuur - Deze geeft naast het feitelijke ook het verwachte conjunctuurverloop aan. De wijzer, laat het feitelijk verloop van de conjunctuur zien. De peiler of voorspeller, kijkt ongeveer zes maanden vooruit. Hij is gebaseerd op verscheidene cijferreeksen zoals de ontwikkeling van de geldhoeveelheid, de orderontvangst in de industrie en de geldmarktrente. 	Rabobank conjunctuur indicator 	Rabobank conjunctuur indicator - Zie ook: onderdeel conjunctuur (beweging)

conjunctuurmodel : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is een economisch model waarin het accent ligt bij de vraagzijde van het economisch proces. De aanbodfactoren zijn een gegeven en (in principe) onveranderlijk.

conjunctuurpolitiek : collectieve sector / economische orde en politiek - zijn politieke maatregelen gericht op de vraagzijde van het economisch proces. bijv. de anticyclische begrotingspolitiek.

conjunctuur-structuurmodel : nationaal inkomen, werkgelegenheid - is een economisch model waarin zowel de vraagzijde (vraagfactoren) als de aanbodzijde (aanbodfactoren) onderdeel vormen van het model.

conjunctuurwerkloosheid / onderbestedingswerkloosheid : groei en conjunctuur - Ook wel onderbestedingswerkloosheid genoemd. Dit is werkloosheid die optreedt bij onderbesteding: de situatie waarin de bestedingen tekort schieten om wat geproduceerd kan worden ook daadwerkelijk af te nemen. Met de Keynesiaanse theorie kan ~ worden verklaard. (Schöndorff c.s.);
De ~ is te berekenen als het verschil tussen de (potentiële) werkgelegenheid bij het bestedingsevenwicht en de door de bestedingen bepaalde vraag naar arbeid. Of iets anders gezegd: het verschil tussen de werkgelegenheid bij het bestedingsevenwicht en het inkomensevenwicht. Zie ook: onderdeel werkloosheid tegenstelling structurele werkloosheid onderdeel arbeidsmarktbeleid

consignatie : algemeen overheid - onder ~ kan volgens de Wet op de consignatie worden verstaan het overmaken van gelden aan de Staat onder de in deze wet voorgeschreven vormen, ter beschikking van degene die van zijn recht op uitkering doet blijken.

consignatiekas : algemeen overheid - een door de Minister van Financiën aangewezen bankrekening, waarvan het saldo ter beschikking wordt gehouden van degene die van zijn recht op uitkering doet blijken, bijv. Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog. De in de ~ gestorte gelden behoren aan de Staat. De rechthebbende houdt tot de verjaring wel een rechtsvordering tot uitkering van de geconsigneerde gelden. Na 20 jaar verjaart de rechtsvordering en vervallen de geconsigneerde gelden definitief aan de Staat.

consolidatie Eng.: consolidation : financiële zaken, overheid - 1. Een geconsolideerde jaarrekening is een jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen, als een geheel worden opgenomen; 2. ~ is de boekhoudkundige integratie van een dochterbedrijf in de boekhouding van de moeder. ~ gebeurt gewoonlijk pas bij een belang van 50% of meer. (bron: beleggingsplein.nl); 3. ~ is het omzetten van vlottende schuld in vaste schuld. Dit betekent dat de overheid de staatsschuld minder snel gaat aflossen.

consortium : financiële zaken - Latijn: samenwerkingsverband. Een (tijdelijke) samenwerking tussen een aantal ondernemingen om een bepaald project te realiseren. Wordt een aparte onderneming opgericht, dan spreekt men van een joint venture. Een veel genoemd voorbeeld is het samenwerkingsverband van banken bij het naar de beurs brengen van bedrijven. Zie ook: onderdeel joint venture

consortium / (mv.) consortia : markten en prijzen - Latijn: vereniging van samenwerkende ondernemingen, waardoor schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd, zoals een betere concurrentiepositie. Die ondernemingen stemmen hun gedragingen onderling op elkaar af. ~ worden door de Europese regelgever met argusogen bekeken omwille van de mogelijke nefaste invloed op de mededinging. (bron: P. Goedhals)

constante kosten : consumenten en producenten, markten en prijzen - Kosten die ook worden gemaakt als de productie stil staat. bijv. de kosten van het machinepark, huur, verzekering. Ook wel vaste kosten genoemd. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling variabele kosten onderdeel kosten

constante schaalopbrengsten Eng.: constant returns to scale : consumenten en producenten - Hier is sprake van als de productie evenredig toeneemt met de toename van alle productiefactoren. bijv. als alle productiefactoren met een factor d toenemen, dan neemt de productie ook met een factor d toe. De som van de productie elasticiteiten van arbeid en kapitaal is precies één.

consument Eng.: consumer : financiële zaken - De eindverbruiker van goederen en diensten (Schöndorff c.s.).

consumenten organisaties : consumentengedrag - belangenorganisaties voor de consumenten zoals bijv. de Consumentenbond, Consumenten Kontakt, Vereniging Eigenhuis, etc. Enkele belangrijke activiteiten van deze organisaties zijn: het doen van vergelijkend warenonderzoek, voorlichting, advies geven bij conflicten met leveranciers.

consumentenbeleid : consumenten en producenten, overheid - Beleid van de overheid dat zich richt op bescherming van de consument. Het gaat vooral om waarborgen en steun voor de individuele consument bij zijn keuze van goederen en diensten. Op dit gebied bestaan tal van wettelijke regelingen zoals de Warenwet, de Wet op het afbetalingsstelsel, de Colportagewet en de Wet op het consumptief geldkrediet. (Schöndorff c.s.).

consumentenbescherming : consumentengedrag - geheel aan rechtsregels dat bescherming van consumenten (kopers die als natuurlijke personen niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf) beoogt.

Consumentenbond : consumenten en producenten - In Den Haag gevestigde consumentenorganisatie die de belangen van consumenten behartigt. In de Consumentengids verschijnen regelmatig resultaten van vergelijkend warenonderzoek. (Schöndorff c.s.).

consumentenkoop : consumentengedrag - de koop met betrekking tot een roerende zaak, die wordt gesloten door een verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en een koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

consumentenprijsindex (CPI) : groei en conjunctuur - Bij de bepaling van de inflatie is het onjuist gewoon het gemiddelde uit te rekenen van alle prijsveranderingen die in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden. Niet alle producten nemen een even grote plaats in binnen het gezinsbudget. Om te weten hoe prijsveranderingen de koopkracht van consumenten beïnvloeden, is het nodig rekening te houden met het gewicht van de verschillende uitgavenposten in het gezinsbudget. Daarom maakt het CBS gebruik van een gewogen gemiddelde van de verschillende prijzen. Om dit gewogen gemiddelde te kunnen berekenen houdt het CBS regelmatig steekproefsgewijs onderzoek naar het uitgavenpatroon van de consumenten, het budgetonderzoek. Voor de berekening van de consumentenprijsindex neemt het CBS met ingang van 2004 het jaar 2000 als basisperiode. Elke vijf jaar wordt de basisperiode vijf jaar verlegd. (Schöndorff c.s.).

consumentenprijsindex (CPI) : markten en prijzen, groei en conjunctuur - De door het CBS samengestelde index die de ontwikkeling van het algemeen prijsniveau weergeeft (Schöndorff c.s.). Het is een samengesteld en gewogen indexcijfer, omdat het uit zeer veel verschillende goederen bestaat, en elk product meetelt naar relatieve belangrijkheid. Het samengesteld gewogen prijsindexcijfer wordt berekend door alle partiële indexcijfers te vermenigvuldigen met hun wegingsfactoren en daarna al deze uitkomsten te sommeren. In oude literatuur komt men het begrip consumentenprijsindex tegen als het "prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie".

consumentenrecht : consumentengedrag - rechtsgebied uit boeken 6 en 7 Burgerlijk Wetboek en het EG-verdrag; vooral m.b.t. dwingende rechtsbepalingen, die de bescherming consumenten regelen.

consumentensoevereiniteit : algemeen - ~ houdt in dat de consument invloed heeft op het aanbod van goederen. Immers door als consument de bereidheid te tonen voor goederen een prijs te betalen, lokt dat aanbod uit. Door middel van de koopkrachtige vraag heeft de consument dus invloed op de aanwending van de productiefactoren. Zie ook: onderdeel markteconomie

consumentenvertrouwen : groei en conjunctuur - Door het CBS samengestelde index waarin gemeten wordt hoe de consument de toekomst ziet. Verwerkt worden gegevens over de inschatting van het economisch klimaat, de eigen financiële situatie en de koopbereidheid. Met name de indicatoren voor de koopbereidheid worden gezien als goede voorspellers van de daadwerkelijke consumptieve bestedingen van huishoudens. 	consumentenvertrouwen	consumentenvertrouwen

consumentenvoorkeuren : consumentengedrag - zijn voor de economische wetenschap in principe een datum. Factoren die de voorkeuren kunnen doen veranderen zijn bijv. de reclame, de maatschappelijke positie van de consument, de introductie van nieuwe producten en dat men zich laat beïnvloeden door de consumptie van anderen. Wanneer vanuit de economische wetenschap iets gezegd kan worden over deze voorbeelden, dan kan dus ook iets gezegd worden over de verandering van de consumentenvoorkeuren. In dat geval zijn de consumentenvoorkeuren niet volledig een datum voor de economische wetenschap.

consumentisme : consumenten en producenten - Een beweging die ijvert voor meer recht en macht van de consument en die ook de consumptie maatschappelijk aanvaardbaar wil laten zijn (Schöndorff c.s.).

consumeren : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - Het kopen van goederen en diensten door gezinnen en overheid (Schöndorff c.s.).

consumptie : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - ~ verstrekt tijdens werktijd behoren tot de vrije vergoedingen. Daartoe behoren niet de maaltijden (lunch).

consumptiebeleid : consumenten en producenten, overheid - Beleid waarmee de overheid het consumeren van gezinnen beoogt te sturen. Ze wil de nadelen die aan het consumeren van sommige zaken verbonden zijn zoveel mogelijk tegengaan. Zo kan de overheid waarschuwen tegen de gevaren van roken of van onveilig verkeersgedrag. (Schöndorff c.s.).

consumptief krediet : consumenten en producenten - Doorlopende lening voor consumenten, waarvoor geen zekerheid hoeft te worden gesteld. De kredietruimte is afhankelijk van het inkomen en eventuele andere financiële verplichtingen van de consument.

consumptiefunctie : nationaal inkomen, werkgelegenheid - beschrijft het verband tussen de voorgenomen consumptie en het nationaal inkomen. Het beschrijft het gedrag van de consumenten (en wordt dus ook een gedragsvergelijking genoemd). Is de consumptiefunctie bekend, dan is de spaarfunctie daar gemakkelijk uit af te leiden. Is als consumptiefunctie bijv. gegeven: C = cY + Co , dan is de spaarfunctie S = sY - Co . Hierin is de marginale spaarquote s, en is gelijk aan (1 - c). Immers de som van de marginale consumptiequote en marginale spaarquote is altijd 1.

consumptiegoederen : groei en conjunctuur - Goederen en diensten die door gezinnen en overheid zijn gekocht (Schöndorff c.s.).

consumptieve bestedingen : groei en conjunctuur - De bestedingen van alle gezinnen samen zijn van grote invloed op de groei van de economie. Zij maken ruim 60 procent uit van de vraagfactoren, die samen met de aanbodfactoren de groei van het bruto binnenlands product bepalen. Daarnaast is er de overheidsconsumptie. (Schöndorff c.s.).

contante waarde : financiële zaken - Soms moet worden uitgerekend wat de waarde op dit moment is van een aantal bedragen dat in de toekomst wordt ontvangen of moeten worden betaald. Daarbij is van belang in te zien dat duizend euro die iemand een jaar na vandaag ontvangt, vandaag geen duizend euro waard is, maar minder. Daar zit een bedrag aan rente tussen. Het is dus nodig uit te rekenen welk bedrag, gegeven de huidige rentevoet, over precies een jaar duizend euro waard is. Vroeger was dit een heel gezoek in interesttabellen. Tegenwoordig zijn de financiële functies van een spreadsheetprogramma als bijv. Excel beschikbaar. In dit geval de PV-functie (Present Value). (Schöndorff c.s.).

contingent : internationaal - 1. Maximum aan de hoeveelheid van een goed dat in een jaar mag worden ingevoerd (ook: quotum). Volgens de regels van de WTO (World Trade Organization) zijn zulke invoerbeperkingen niet toegestaan. (Schöndorff c.s.). 2. ~ is het maximale bedrag dat de particuliere banken van DNB mogen lenen tegen het officiële disconto gedurende een bepaalde periode. Zie ook: onderdeel invoercontingent onderdeel quotum

contractloonstijging : groei en conjunctuur - Stijging van het looninkomen per werknemer als direct gevolg van de afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) in de sector bedrijven en van afspraken over de arbeidsvoorwaarden die zijn gemaakt met het overheidspersoneel. (Schöndorff c.s.).

contractuele rente / contractrente : financiële zaken consumenten en producenten - overeengekomen rechte die meerdering of mindering wordt gebracht bij vroeg- resp. laattijdige betaling van de factuur;
schadevergoeding die verschuldigd is wegens vertraging in de voldoening van een geldsom en bestaat uit een overeengekomen percentage van die geldsom over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening van die som in verzuim is geweest. De ~ is enkelvoudig (niet-samengesteld). (bron: wettelijkerente.dds.nl)

contributie / contribueren / gecontribueerd : producentengedrag - jaarlijkse financiële bijdrage aan de vereniging.

convenant : internationaal, overheid - schriftelijk stuk waarin afspraken tussen staten zijn neergelegd.

convenience goods : consumenten en producenten - Engels: "gemaksgoederen". Vaak relatief goedkope, niet-duurzame consumptiegoederen waarbij de consument weinig tijd en aandacht besteedt aan de aanschaf. Dit in tegenstelling tot de shopping goods(gemiddelde tijd en aandacht) en de specialty goods(veel tijd en aandacht). Zie ook: onderdeel shopping goods onderdeel specialty goods

conventie van Lomé / Lomé : internationaal - Overeenkomst tussen de Europese Unie en een groep van 71 ontwikkelingslanden (voornamelijk ex-koloniën van de EU-lidstaten) uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACP-landen) die onder meer tot doel heeft exportproducten uit deze ontwikkelingslanden gemakkelijker toegang te geven tot de Europese markten. (Schöndorff c.s.).

convergentiecriteria : internationaal - De eisen waaraan volgens het verdrag van Maastricht landen moesten voldoen om aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) te kunnen meedoen per 1 januari 1999 (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel criteria van Maastricht onderdeel Economische en Monetaire Unie (EMU)

conversie : financiële zaken - een convertible wordt bij ~ omgewisseld in een aantal onderliggende waarden corresponderend met de conversieratio (bron: beleggingsplein.nl).

conversiekoers : financiële zaken - De prijs waartegen een obligatie kan worden ingewisseld tegen aandelen van dezelfde onderneming. (Schöndorff c.s.).

conversiekosten : pand en hypotheek - De kosten die gemaakt worden om over te stappen van de ene naar de andere rentevaste periode of te switchen tussen bandbreedtes. (bron: huizenveiling.nl)

converteerbare obligatie : financiële zaken - Een obligatie die tegen bepaalde voorwaarden gedurende een bepaalde periode kan worden ingewisseld tegen aandelen van dezelfde onderneming. Er is sprake van een mengvorm van aandeel en obligatie. Ligt de koers van het onderliggende aandeel boven de conversiekoers, dan gedraagt de converteerbare obligatie zich als een aandeel. Ligt de koers onder de conversiekoers dan gedraagt de converteerbare obligatie zich als een gewone obligatie. Dit soort obligaties wordt uitgegeven wanneer de ondernemingsleiding van mening is dat de eigen aandelen op de beurs zijn ondergewaardeerd. (Schöndorff c.s.).

convertibel : internationale economische betrekkingen / integratie - betekent vrij inwisselbaar. Vrij inwisselbare valuta zijn convertibel, d.w.z. dat ze gemakkelijk om te zetten zijn in andere valuta. Wanneer een valuta internationaal gezien overal algemeen goed wordt geaccepteerd, spreekt men van een sleutelvaluta. Een sleutelvaluta kan men dan ook een internationale liquiditeit noemen.

convertibele valuta : internationaal - Valuta die onbeperkt tegen alle andere valuta's kan worden ingewisseld (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel barter

convertibiliteit : internationale economische betrekkingen / integratie - is het vrij inwisselbaar (convertibel) zijn.

convocatie / convoceren / geconvoceerd : producentengedrag - bijeenroeping van de algemene vergadering van aandeelhouders;
omzendbrief waarmee alle leden worden opgeroepen de algemene ledenvergadering bij te wonen.

coropgebieden : groei en conjunctuur - De indeling in veertig coropgebieden (Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma) is een regionale indeling die het CBS gebruikt voor statistisch onderzoek (Schöndorff c.s.).

corporate governance : algemeen - Engels: bestuur van een bedrijf. Regels die men in acht moet nemen om binnen een organisatie een goede verstandhouding te realiseren tussen alle belanghebbenden. Dit zijn de aandeelhouders, management en raad van bestuur, werknemers, afnemers, de direct omwonenden alsook de samenleving als geheel. ~ wordt sterk geografisch bepaald.

corporatie : groei en conjunctuur, markten en prijzen - vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, stichting of andere als zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten optredend lichaam of samenwerkingsverband.

corporatieve staat : collectieve sector / economische orde en politiek - staat waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zijn en waarbij (grote) ondernemingen niet alleen economisch van belang zijn maar ook in politiek opzicht macht uitoefenen; staat waarin alles wat strijdig is met de belangen van die staat, verboden is.

corporatieve staat Eng.: collectieve sector / economische orde en politiek : - staat waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zijn en waarbij (grote) ondernemingen niet alleen economisch van belang zijn maar ook in politiek opzicht macht uitoefenen; staat waarin alles wat strijdig is met de belangen van die staat, verboden is.

corporatisme : groei en conjunctuur, algemeen - 1. Grote belangenorganisaties, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, werken met elkaar en met de overheid samen en dragen medeverantwoordelijkheid voor bepaalde delen van het beleid. Een voorbeeld is het tot stand komen van een sociaal akkoord tussen bedrijfsleven en overheid. In dergelijke situaties dreigt de macht van het parlement te worden uitgehold. In Nederland heeft de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) corporatistische trekken. (Schöndorff c.s.). 2. economische leer, die probeert een gulden middenweg te zijn tussen het marxisme en het kapitalisme en verwant is aan het solidarisme. In gronde bestaat corporatisme er in om de economie in te delen in verschillende corporaties per deelgebied, die de marxistische klassen zou overtreffen en verenigen. Patroons en arbeiders zouden samen in een corporatie zitten, en zo gezamenlijk hun problemen oplossen. Het kapitalisme beschouwt ~ als zuivere overheidsinterventie. Het marxisme beschouwt het als socialisme voor de bourgeoisie. (bron: Wikipedia).

corpus : financiële zaken - Latijn: lichaam. De aflossingswaarde van een obligatie zonder de rente.