Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

certificaat van oorsprong : internationale economische betrekkingen / integratie - is een document waaruit blijkt in welk land de goederen (geheel of gedeeltelijk) gemaakt zijn (of van afkomstig zijn). Het is een document dat bestemd is voor de douanecontrole. Aan de hand van dit document kan men nagaan of het juiste bedrag aan invoerrechten wordt betaald. Het document is vooral belangrijk bij een vrijhandelsgebied.

certificaten van aandelen Eng.: share certificate : financiële zaken - De echte aandelen zijn hierbij in bezit van een administratiekantoor dat op basis hiervan certificaten van aandelen (CVA) uitgeeft. Het CVA heeft geen stemrecht. Certificering van aandelen gebeurt met name om de zeggenschap van de aandeelhouder te beperken. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel beschermingsconstructies onderdeel administratiekantoor

certificates of deposit Eng.: certificates of deposit : financiële zaken groei en conjunctuur - Engels: op de geldmarkt verhandelbare termijndeposito's.

certificering van aandelen Eng.: share certification : financiële zaken - Overdracht van aandelen van een vennootschap aan een administratiekantoor dat in ruil daarvoor certificaten zonder stemrecht in omloop brengt. Zie ook: onderdeel administratiekantoor

cessie / assignatie / assignatio : groei en conjunctuur, consumenten en producenten - Latijn: overdracht van vorderingen op naam doordat een daartoe bestemde akte wordt opgemaakt en mededeling daarvan wordt gedaan aan de schuldenaar (diegene die die vorderingen moet betalen).

ceteris paribus : algemeen - Latijn: ...waarbij de overige omstandigheden gelijk blijven. Bij een economische redenering wordt het effect van A gemeten ten opzichte van B, waarbij dan verondersteld wordt dat C en D niet veranderen. Bijvoorbeeld: wat is het effect van een prijsverlaging van A op de verkochte hoeveelheid van dat artikel A. Daarbij gaat men er in eerste instantie van uit dat niet bijvoorbeeld de concurrent ook met een prijsverlaging zal volgen.

ceteris paribus voorwaarden van de collectieve vraagcurve : algemeen - zijn : de behoeften, het inkomen, de prijzen van de overige goederen, en het aantal vragers.

ceteris paribus voorwaarden van een collectieve aanbodfunctie : algemeen - zijn: de prijzen van de productiefactoren, stand van de techniek en het aantal aanbieders.

CF-stukken : financiële zaken - Aandelen waarbij de inning van het dividend niet plaatsvindt door het inleveren van dividendbewijzen, zoals bij de vroegere veel voorkomende klassieke stukken (K-stukken), maar wordt geregeld door het Centrum voor Fondsenadministratie. (Schöndorff c.s.).

chèque : groei en conjunctuur, markten en prijzen - document met daarop in elk geval het woord ch`que; een onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som, de naam van degene die moet betalen, de plaats waar betaald moet worden, plaats en dagtekening van het uitschrijven van de ch`que, en de handtekening van degene die de ch`que uitgeschreven heeft.

chèque-schuld : groei en conjunctuur, markten en prijzen - schuld waarvan het bestaan wordt aangetoond door een cheque

chartaal geld Eng.: cash money : financiële zaken - Munten en bankbiljetten. (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel bankbiljetten

charts : financiële zaken - Technische analyse (Schöndorff c.s.)

Chicago school : groei en conjunctuur - Aanhangers van deze economische school stellen de evenwichtherstellende werking van het marktmechanisme centraal. Deze economen, met als een van de meest prominente vertegenwoordigers de Nobelprijswinnaar (1976) Milton Friedman, pleiten voor een minimale rol van de overheid in de economie. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Friedman, Milton onderdeel monetaristen onderdeel vaste geldgroeiregel

chipcard : financiële zaken - Engels: Bankpasje voorzien van geheugenchip. Zie ook: onderdeel bankpasje

Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) : groei en conjunctuur - Het CNV behoort met de FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging) tot de belangrijkste werknemersorganisaties van Nederland. (Schöndorff c.s.)

chronologisch beginsel / prioriteitsbeginsel : financiële zaken consumenten en producenten - bij samenloop van twee (of meer) verzekeringen die hetzelfde object verzekeren gaat de oudste verzekering voor.

circulatiebank : financiële zaken, groei en conjunctuur, internationaal - ~ is een andere gebruikelijke naam voor de centrale bank, omdat deze bank de enige bank is die de bevoegdheid heeft om bankbiljetten in omloop te brengen. Zie ook: onderdeel centrale bank

claim : financiële zaken - Engels: lett: eis, een recht dat iets opgeeist wordt. In de economie o.a.: 1. Bij verzekeringen wordt de verzekeraar aangesproken om de geleden schade te gaan vergoeden. 2. Bij faillissement wordt door schuldeisers een ~ bij de curator ingediend om (een deel van) de schuld terug te vorderen. 3. Kooprecht voor bestaande aandeelhouders om bij nieuwe emissie in te kunnen tekenen op nieuwe aandelen.

classificatie / klasse : internationale integratie en handel - systematische indeling van waren en diensten, meestal volgens het classificatiesysteem van Nice, waarbij de waren in 34 klassen en de diensten in 11 klassen zijn ingedeeld.

clearing : financiële zaken - Engels: administratieve verwerking van betaalopdrachten tussen twee of meer financiële instellingen die leidt tot de vaststelling van openstaande saldo's (nettovorderingen op of nettoverplichtingen aan) tussen deze instellingen. (bron: DNB).

clearing member Eng.: clearing member : financiële zaken - Engels: persoon (of instelling) die zorgt voor de afwikkeling en de garantie van optietransacties.

clickfondsen : financiële zaken - Een clickfonds biedt beveiliging tegen koersdalingen door de behaalde koerswinst op van te voren vastgestelde koersniveaus vast te klikken. Wanneer de waarde van de belegging na een click weer terugloopt heeft de belegger daar geen last van. Clickfondsen zijn in 1997 door de Generale Bank in Nederland geïntroduceerd. Intussen hebben ook andere banken en verzekeraars ze op de markt gebracht. De beveiliging komt tot stand door een combinatie met putopties. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel put-optie

Club van Rome Eng.: Club of Rome : groei en conjunctuur - In de jaren zeventig is de publieke opinie wakker geschud door de publicaties van de Club van Rome, een groep industriëlen en geleerden, die aandacht vroeg voor de begrensdheid van het natuurlijk milieu. Zij stelden vragen als: Hoe lang kan de productiegroei doorgaan? Wanneer zijn bepaalde noodzakelijke grondstoffen en energiebronnen uitgeput? Wanneer heeft de wereldbevolking het natuurlijk milieu zo beschadigd, dat het leven op deze planeet gevaar gaat lopen? In 1972 veroorzaakte het 'Rapport van de Club van Rome, De grenzen aan de Groei' een wereldwijde heftige discussie en het plaatste het milieuvraagstuk boven aan de agenda. De uitkomsten van het onderzoek waren, dat de grenzen aan de groei op deze planeet binnen de komende honderd jaar bereikt zouden worden, wanneer de bevolkingsgroei, de industrialisatie, de vervuiling, de voedselproductie en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen in hetzelfde tempo zouden doorgaan. Latere verfijning van het onderzoek leidde tot de voorspelling dat er geen algemene ineenstorting van het wereldsysteem hoefde te worden verwacht. Maar wel zullen zich in verschillende gebieden op verschillende tijdstippen noodsituaties voordoen. In feite pleitte het eerste rapport al voor het tot stand brengen van een duurzame ontwikkeling, een term die pas in 1987 in het Brundtland-rapport 'Our common future' wordt gebruikt. Om een duurzame wereld te realiseren moeten het grondstoffengebruik en de bevolkingsexplosie worden beteugeld. (Schöndorff c.s.).

coöperatie : consumenten en producenten - Economische samenwerking in de vorm van een coöperatieve vereniging. Zijn de letters UA (uitgesloten aansprakelijkheid) aan de naam van de vereniging toegevoegd dan zijn de leden niet aansprakelijk voor de verbintenissen die de vereniging aangaat. Is dit wel zo, dan zijn de letters WA (wettelijk aansprakelijk) toegevoegd. (Schöndorff c.s.)

coöperatie / coöpereren / gecoöpereerd : producentengedrag - bij notariële akte opgerichte vereniging dat tot doel heeft in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens met hen gesloten overeenkomsten;
samenwerking(sverband).

coöptatie / coöpteren / gecoöpteerd : producentengedrag - de commissarissen van een structuurvennootschap worden door de raad van commissarissen benoemd.

coördinatiemechanisme : collectieve sector / economische orde en politiek - houdt de manier in hoe het allocatieprobleem in een economisch systeem wordt opgelost. Er zijn drie coördinatiemechanismen, namelijk: het prijs- en marktmechanisme, het budgetmechanisme en het planmechanisme.

Coase-theorema : algemeen, overheid - Leerstuk ontwikkeld door de Amerikaanse econoom Coase zegt dat een doelmatige allocatie via vrije onderhandelingen kan worden bereikt, mits onderhandelende partijen geen transactiekosten hoeven te maken in de vorm van tijd en geld die zijn gemoeid met de onderhandelingen. Eén van de uitkomsten van dit theorema is dat de overheid tekortkomingen van het prijsmechanisme niet hoeft te corrigeren, mits de transactiekosten nul zijn. In werkelijkheid is zelden aan deze voorwaarde voldaan. Dat kan overheidsingrijpen gewenst maken. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel transactiekosten

Cobb-Douglas-productiefunctie : consumentengedrag - is een in de economische wetenschap populaire productiefunctie, die het verband beschrijft tussen de productie en de aangewende hoeveelheden arbeid en kapitaal. Ook de technische ontwikkeling kan in deze functie verwerkt worden. De Cobb-Douglas-productiefunctie luidt: q= gamma(A tot de macht alpha)(K tot de macht b`ta). Helaas is het in HTML-code nog moeilijk werken met formules en symbolen!. Hierin stellen voor: gamma de technische ontwikkeling , A eenheden arbeid, alpha de productie elasticiteit van arbeid, K de eenheden kapitaal en b`ta de productie elasticiteit van kapitaal. Wanneer alpha en b`ta samen één zijn, is de productiefunctie homogeen lineair. Er is dan sprake van constant returns to scale. Bij de productiefunctie van Cobb-Douglas gaat men hier van uit.

collar : financiële zaken - Engels: bescherming van een onderliggende waarde, bijv een aandeel,met behulp van een combinatie van twee optiecontracten: een putoptie en een geschreven calloptie. Met de putoptie wordt het neerwaartse risico afgekocht, met de geschreven (verkochte) calloptie wordt dit gefinancierd. Het onderliggende aandeel wordt zo tegen zware koersdalingen beschermd (immers, dan oefent men de putoptie uit). Doel: meer zekerheid voor de belegger. Een vergelijkbare constructie is ook denkbaar om het risico van een renteverandering te dekken: aankoop van een cap en een floor. Zie ook: onderdeel cap onderdeel floor onderdeel renteswap onderdeel renterisico

collectief goed : algemeen overheid - Goederen die niet splitsbaar zijn in voor de markt verhandelbare eenheden en waarbij het gebruik door de een niet ten koste gaat van het gebruik door de ander; voorbeelden van collectieve goederen zijn zeeweringen en de nationale defensie. (Schöndorff c.s.). De productie van collectieve goederen vindt daarom plaats via het budgetmechanisme.

collectief merk / collectieve merken : internationale integratie en handel - merkteken dat ertoe strekt kwaliteiten van waren of diensten afkomstig van verschillende ondernemingen te waarborgen. Ondernemers mogen het ~ slechts gebruiken als zij aan de gestelde eisen van de merkhouder voldoen. Bijv. Wolmerk en Keurslager zijn ~.

collectief ontslag : groei en conjunctuur, algemeen - beëindiging van de dienstbetrekking van tenminste twintig werknemers, werkzaam in een werkgebied, binnen een termijn van drie maanden.

collectieve aanbodfunctie : producentengedrag - laat zien welke hoeveelheden van een bepaald goed alle aanbieders van dat goed tezamen van plan zijn bij uiteen lopende prijzen te verkopen. Zie ook: onderdeel de ceteris paribus voorwaarden van een collectieve aanbodfunctie

Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) : groei en conjunctuur - Afspraak tussen werknemers- en werkgeversorganisaties over lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die de overheid ook bindend kan verklaren voor ongeorganiseerde werkgevers en werknemers. De CAO kan ook worden afgesloten tussen een grote onderneming en werknemersorganisaties, bijv. de Philips-CAO. De CAO vormt de basis voor de individuele arbeidsovereenkomsten die de onderneming met haar werknemers sluit. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel algemeen verbindend verklaren van CAO's

Collectieve garantieregeling (CGR) : financiële zaken markten en prijzen - regeling die klanten van banken met een vergunning van de Nederlandsche Bank beschermt. De ~ is van toepassing op tegoeden op betaal- en spaarrekeningen en op door de bank op naam gestelde schuldbewijzen (bijv. bank- en spaarbrieven), en depots van effecten, alsmede rente-, valuta-, en aandelenswaps of soortgelijke overeenkomsten. Per kredietinstelling biedt de ~ iedere crediteur en iedere belegger dekking tot een bedrag van &euro 20.000;
vorm van bescherming van crediteuren van en beleggers bij onder bedrijfseconomisch toezicht staande banken die naar het oordeel van DNB niet meer in staat zijn om aan hun verplichtingen te voldoen. De ~ biedt een dekking van maximaal € 20.000 per crediteur en 20.000 euro per belegger. Niet alle crediteuren en beleggers profiteren van de dekking die door de regeling wordt geboden. Uitzonderingen zijn onder meer vorderingen van banken, institutionele beleggers en (middel)grote bedrijven. (bron: DNB).

collectieve goederen : algemeen - goederen die naar hun aard niet te splitsen zijn in individueel leverbare eenheden. De gebruiker kan er dan ook geen prijs per eenheid voor betalen en daarom worden ze uit de algemene middelen van de overheid gefinancierd. (bron: nrc.nl)

collectieve lasten : algemeen overheid - De totale ontvangsten uit hoofde van belastingen en sociale premies, vermeerderd met bepaalde niet-belasting¡ontvangsten; tot deze laatste categorie worden gerekend de binnenlands aardgasbaten, milieuheffingen en betalingen in verband met overheidsvoorzieningen waarvan het gebruik verplicht is. (Schöndorff c.s.).

collectieve lastendruk : algemeen overheid - De collectieve lasten uitgedrukt als een percentage van het bruto binnenlands product. (Schöndorff c.s.);
totaal van belasting- en premieontvangsten vermeerderd met enkele niet-belastingontvangsten in procenten van het bruto binnenlands product. (bron: DNB)

collectieve sector : algemeen overheid - Het totaal van de centrale overheid (voornamelijk het Rijk), de sociale fondsen en de lagere overheden. 	collectieve sector 	collectieve sector - Zie ook: tegenstelling particuliere sector

collectieve uitgaven : algemeen overheid - Uitgaven van de overheid en van de organisaties die de sociale verzekeringen uitvoeren. 	collectieve uitgaven 	collectieve uitgaven

collectieve vraagfunctie : consumentengedrag - geeft het verband tussen de prijs van een goed en de daarbij gevraagde hoeveelheid door alle consumenten. (Het is de optelling van alle individuele vraagfuncties voor een bepaald goed)

collectieve-uitgavenquote : algemeen overheid - Het quotiënt van de collectieve uitgaven en het nationaal inkomen (in procenten). (Schöndorff c.s.).

College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) : consumentengedrag - toezichthouder op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen, zoals met name de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet politieregisters, en de Wet Gemeentelijke Basis Administratie.

College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) : algemeen overheid - rechtscollege dat beslist in geschillen op het gebied van het economisch bestuursrecht en in beroep tegen een besluit of handeling van een bedrijfslichaam; het ~ oordeelt op grond van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie over besluiten en handelingen van de SER en bedrijfslichamen.

collocatie : financiële zaken consumenten en producenten - aanwijzing van de volgorde van schuldeisers.

colportage : consumentengedrag - is het aanbieden van goederen en diensten aan de deur of op straat. Deze verkoopmethode is krachtens de Colportagewet aan strenge regels gebonden. Zie ook: onderdeel Colportagewet

Colportagewet : financiële zaken - Wet van 7 september 1973 houdende bepalingen tot het tegengaan van misbuik bij verkoop van zaken of diensten aan huis (venten). Bijv. kredietcolportage is verboden. Zie ook: onderdeel colportage

colporteur : financiële zaken - Iemand die door middel van persoonlijk bezoek goederen of diensten tracht te verkopen.

combinatiekorting : financiële zaken, overheid - korting voor werkende ouders met kinderen, die werk en zorg combineren. In het kalenderjaar behoort ten minste 6 maanden een kind tot uw huishouden dat bij de aanvang van het kalenderjaar nog geen 12 jaar oud is. Er geldt een inkomenseis. De combinatiekorting geldt voor iedere belastingplichtige die aan bepaalde voorwaarden voldoet. In een huishouden kan dus tweemaal recht op de combinatiekorting bestaan. (bron: Belastingdienst.nl)

commanditaire vennootschap : consumenten en producenten - Ondernemingsvorm waarbij een of meer beherende vennoten met hun gehele vermogen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichtingen van de vennootschap, terwijl de aansprakelijkheid van een of meer commanditaire of stille vennoten zich beperkt tot hun in de vennootschap ingebrachte vermogen. De commanditaire vennootschap moet zijn ingeschreven in het Handelsregister met de namen van de beherende vennoten. (Schöndorff c.s.).

commerciële economie : algemeen, consumenten en producenten - Onderdeel van de economie dat zich toelegt op het ondernemingsbeleid dat direct of indirect in relatie staat tot de beheersing en voorziening van voor de onderneming relevante markten. Daarbij gaat het zowel om de verkoop- als om de inkoopmarkten. Een van de centrale begrippen is de marketing mix (het geheel van marketingactiviteiten), de zogeheten vier PÆs van de marketing: product, prijs, plaats en promotie. (Schöndorff c.s.)

commissaris : financiële zaken, consumenten en producenten - Lid van de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen is een college dat namens de aandeelhouders toezicht houdt op de directie van een naamloze of besloten vennootschap. De Raad is verplicht gesteld voor ondernemingen met honderd of meer werknemers en een eigen vermogen van tenminste 10 miljoen. (Schöndorff c.s.).

Commissaris voor de noteringen : financiële zaken - Functionaris van Amsterdam Exchanges die erop toeziet dat de handel op de beurs volgens de beursvoorschriften verloopt. Hij kan bijv. reeds gedane transacties ongedaan maken. (Schöndorff c.s.)

commissie : financiële zaken - transactiekosten bij aan- en verkoop van effecten.

Commissie Peters : consumenten en producenten - Corporate governance. Zie ook: onderdeel Corporate Governance

commissie Tabaksblat : groei en conjunctuur, markten en prijzen - door het Ministerie van Financiën benoemde commissie onder leiding van voormalig Unilever topman Tabaksblat, belast met het formuleren van voorstellen om het bestuur van ondernemingen te verbeteren en te moderniseren. Dit is noodzakelijk om het vertrouwen in bestuurders en commissarissen bij beleggers en het algemene publiek te vergroten. De door de ~ geformuleerde Code of Corporate Governance is in maart 2004 door de regering aangewezen als gedragscode voor beursvennootschappen.

commissionair Eng.: broker : financiële zaken - Iemand die onder eigen naam voor rekening van derden of voor zichzelf handelt in effecten en daarvoor een officiële vergunning heeft (Schöndorff c.s.).

Committee on Payment and Settlement Systems : financiëe zaken, markten - Engels: in G10-verband opererend comité dat zich onder meer bezig houdt met de ontwikkeling van standaarden voor systemen voor het betalingsverkeer en de afwikkeling van effecten. (bron: DNB)

committeren / gecommitteerd : groei en conjunctuur, markten en prijzen - van een volmacht voorzien; gevolmachtigd, lasthebbend.

communisme Eng.: communism : algemeen - Politiek-economisch staatssysteem waarbij de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom zijn van de arbeidersklasse. Het ~ is vnl. gebaseerd op de werken van Karl Marx (1818 - 1883), in het bijzonder 'Het Kapitaal'. onderdeel socialisme

comparatieve kostenvoordelen Eng.: comparative cost advantages : internationaal - De theorie van de comparatieve (of relatieve) kostenverschillen is ontwikkeld door de Britse econoom David Ricardo (1772-1823). Met behulp van een cijfervoorbeeld dat uitgaat van twee landen die elk twee goederen produceren kan deze theorie worden toegelicht. Tabel 1 laat zien hoeveel eenheden arbeid Europa en Japan elk nodig hebben om een eenheid voedsel of een eenheid kleding te produceren. Aangenomen wordt dat voor beide producties uitsluitend arbeid nodig is. De ruilverhouding in elk van beide landen is gebaseerd op de hoeveelheid arbeid die voor de producten moet worden ingezet. Uit tabel 1 blijkt dat Japan zowel voedsel als kleding efficiënter kan voortbrengen dan Europa. Op het eerste gezicht heeft Japan er niets bij te winnen om handel te drijven met Europa. Maar nader onderzoek leert dat zowel Europa als Japan beter af zijn als zij zich specialiseren op een van de twee producten en overgaan tot onderlinge handel. Het maken van een eenheid voedsel is in Europa twee keer zo duur als het maken van een eenheid kleding. De prijs van een eenheid voedsel is daarom twee kleding. In Japan is het voortbrengen van voedsel vier keer zo duur als het maken van kleding. Daar is de prijs van een eenheid voedsel vier kleding. Voor Japanse consumenten zou het daarom interessant zijn hun voedsel niet in Japan, maar in Europa te kopen voor een prijs van minder dan vier kleding. De Europese voedselproducent ontvangt per eenheid voedsel een prijs van twee kleding. Voor hem is het aantrekkelijk zijn voedsel in Japan af te zetten tegen een prijs van meer dan twee kleding. Voor het andere product, kleding, geldt de omgekeerde redenering. Europese consumenten moeten in Europa een halve eenheid voedsel neertellen voor een eenheid kleding. In Japan kost een eenheid kleding ze maar een kwart eenheid voedsel. Zij willen kleding uit Japan importeren. En daartoe zijn Japanse producenten maar al te graag bereid. Op de Japanse markt ontvangen ze immers maar een kwart voedsel per eenheid kleding. Stel dat beide landen overgaan tot specialisatie en onderlinge handel en dat de onderlinge ruilverhouding wordt: 3 kleding voo1 voedsel. Tabel 2 laat zien hoe de situatie is als Europa zich volledig toelegt op het maken van voedsel en Japan zich helemaal specialiseert in het voortbrengen van kleding. Europa heeft voor het maken van een eenheid voedsel 50 uur arbeid nodig. Die eenheid voedsel kan met Japan worden geruild tegen drie eenheden kleding. Om te kunnen beschikken over een eenheid kleding heeft Europa dus voortaan maa16,7 uur arbeid nodig (50/3) en niet 25 uur, zoals in de uitgangssituatie. Europa kan dus voortaan beschikken over goedkopere kleding. En ook voor Japan brengt de ruil voordelen. Met 10 uur arbeid kan een eenheid kleding worden voortgebracht. Drie eenheden kleding leveren in de ruil met Europa een eenheid voedsel op. Kortom: met 30 uur arbeid kan Japan beschikken over een eenheid voedsel (was 40 uur). In Japan is het voedsel goedkoper geworden. Zo blijkt dat ook als een van de handelspartners over de hele lijn minder efficiënt is, internationale handel toch voordelig kan zijn voor alle betrokkenen. Voorwaarde is wel dat de kostenverhouding in beide landen verschillend is. Er moet sprake zijn van een comparatief kostenverschil. In het gebruikte voorbeeld was dit het geval. De productie van voedsel kostte in Europa twee keer zoveel als de productie van kleding. In Japan vier keer zoveel. 	Tabel 1 Aantal eenheden arbeid dat nodig is om een eenheid voedstel of kleding te produceren zonder internationale handel	Tabel 1 Aantal eenheden arbeid dat nodig is om een eenheid voedstel of kleding te produceren zonder internationale handel - Zie ook: onderdeel arbeidsverdeling

compensatie : markten en prijzen - Een vorm van milieubeleid waarbij mensen die schade hebben geleden door milieuoverlast schadeloos worden gesteld. (Schöndorff c.s.).

compensatiehandel : internationaal - is een afspraak dat het exporterend land de verplichting heeft om een bepaald bedrag in het importerend land te besteden.

competitie / mededinging : producentengedrag - concurrentie tussen bedrijven.

complementaire goederen : markten en prijzen - Goederen die elkaar aanvullen, zoals shag en vloeitjes, auto's en benzine, schoenen en schoenpoets. Wordt van het eerste goed meer gekocht dan zal ook de vraag naar het complement stijgen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel substituten onderdeel kruiselingse prijselasticiteit

complementaire productiefactoren : consumenten en producenten - zijn onderling niet vervangbaar. Bij een bepaalde productieomvang behoort een vaste combinatie van arbeid en kapitaal. De isoquanten vormen een rechthoekig stelsel, zodat de isokostenlijn (ongeacht de prijzen van de productiefactoren) een bepaalde isoquant altijd in het hoekpunt raakt.

compliance costs : algemeen overheid - Engels: de kosten die gemaakt moeten worden om te voldoen aan door de overheid gestelde regels. Bijv. het inhuren van een accountant om te voldoen aan regels voor de jaarrekening.

comptabele : algemeen overheid - soort ambtelijk controller; ambtenaar verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening van baten en lasten van het afgelopen jaar.

comptabiliteit : algemeen overheid - geheel van regelingen m.b.t. het beheer van begrotingen, kas- en betalingsverkeer en bankrekeningen.

Comptabiliteitswet (Cw) : algemeen overheid - Geeft regels voor het financieel beheer van de rijksoverheid, met name inzake de begrotingsprocedure, voor opzet en inrichting van de rijksbegroting en controle door de Algemene Rekenkamer (Schöndorff c.s.).