Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

bovenwettelijke uitkeringen : algemeen overheid - De wettelijke uitkering bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid bedraagt in beginsel 70 procent van het laatstverdiende dagloon; bij het arbeidsvoorwaardenoverleg bedongen aanvullingen hierop worden aangeduid als bovenwettelijke uitkeringen. (Schöndorff c.s.).

boxenstelsel : financiële zaken, overheid - fiscaal stelsel waarbij het totale belastbare inkomen in de Inkomstenbelasting in de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 verdeeld is over 3 groepen (boxen). Ieder inkomens- of vermogensbestanddeel kan slechts in een van de boxen belast worden:
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning, zoals loon, uitkering en eigenwoningforfait.
Box 2: aanmerkelijk belanghouders voor de winst en voordelen genoten uit het aanmerkelijk belang.
Box 3: saldo van de positieve en negatieve vermogenselementen, zoals spaartegoeden voorzover dit saldo boven een bepaald drempelbedrag komt.

boxhopping : financiële zaken - Engels: profiteren van de tariefverschillen tussen de 'boxen' bij het doen van aangifte inkomstenbelasting. Veelal zal men proberen inkomsten te laten belasten in box 3 en kosten af te trekken in boxen 1 of 2.

boycot : internationaal - Engels: uitsluiting van het sociaal verkeer of van het handelsverkeer.

branche : algemeen - sector.

branchevervaging : consumenten en producenten markten en prijzen - Verschijnsel dat ondernemingen hun assortiment steeds meer verbreden. We zien dit bijv. in de detailhandel waar de bakker melkproducten verkoopt en de groetenwinkel brood (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel parallellisatie

brandverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering tegen (directe) schade door brand, veroorzaakt door o.a. blikseminslag, eigen vuur, onachtzaamheid of schuld, alsmede de schade als gevolg van de brandbestrijding en bereddering tijdens de brand (bijv. schade door bluswater).

break-even-point Eng.: break-even-point : consumenten en producenten - Engels: De verkochte hoeveelheid waarbij de totale kosten juist gelijk zijn aan de totale opbrengsten; voorbij dit punt wordt winst gemaakt. Bijv.: Stel dat een uitgever een boek op de markt gaat brengen voor een vaste prijs van € 25. De variabele kosten per boek bedragen € 15, dus de marge per boek is € 10. Hij weet dat de constante kosten die in de beschouwde planperiode - zeg een jaar - op dat boek drukken €100.000 bedragen. Hij kan nu uitrekenen hoeveel boeken hij moet maken en verkopen om 'uit z'n constante kosten' te raken. Boven dat aantal levert ieder volgend boek een winst van €10. In formule: Bij het BEP geldt: TO = TK = TCK + TVK 	De De 'break-even' oplage die hij moet verkopen is 10.000 stuks. Elk boek dat hij verkoopt boven de 10.000 stuks levert hem winst op.

break-up value : financiële zaken - Engels: waarde van een samengestelde onderneming indien deze in afzonderlijke (deel)transacties kan worden verkocht. ~ speelt met name een rol bij liquidatie. Voor een enkelvoudige onderneming wordt hiermee bedoeld de opbrengst van alle activa indien deze afzonderlijk worden verkocht minus het bedrag dat benodigd is om alle schulden af te lossen.

breedte-investeringen : groei en conjunctuur - ~ zijn investeringen in machines die dezelfde productiviteit hebben als de bestaande machines. De verhouding tussen kapitaal en arbeid blijft gelijk. Zie ook: onderdeel investering tegenstelling diepte-investering

brengschuld : financiële zaken consumenten en producenten - schuld die moet worden voldaan aan de woonplaats van de schuldeiser dan wel, indien de verbintenis is ontstaan bij de uitoefening van bedrijfs- of beroepsbezigheden van de schuldeiser, de plaats van vestiging waar die bezigheden worden uitgeoefend.

bronheffing : algemeen overheid - Heffing van een belasting śaan de bron∆, d.w.z. inhouding van belasting op het moment dat bepaalde inkomsten (loon, rente, dividend) betaalbaar worden gesteld (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel voorheffing onderdeel loonbelasting onderdeel dividendbelasting onderdeel bevrijdende voorheffing

bruteren : algemeen overheid - Het omrekenen van nettobedragen tot brutobedragen, bijv. het bruteren van een overeengekomen nettoloon om rekening te houden met op het gebruteerde bedrag in te houden loonbelasting en sociale premies (Schöndorff c.s.).

bruto binnenlands product (BBP) : groei en conjunctuur - De optelling (over de periode van een jaar) van de toegevoegde waarden van bedrijven en overheid. Anders gezegd: de totale waarde van alle binnen het beschouwde land in een jaar geproduceerde goederen en diensten. Het BBP wordt veel gebruikt om de totale omvang van een economie aan te geven en om verschillende economieën met elkaar te vergelijken. Het netto binnenlands product is gelijk aan het BBP minus de afschrijvingen (Schöndorff c.s.). Uit het Bruto Binnenlands Product is het Bruto Nationaal Product te berekenen door bijtelling van het saldo van ontvangen en betaalde primaire inkomens van en aan het buitenland. Zie ook: niet gelijk aan Bruto Nationaal Product onderdeel Nationale Rekeningen

bruto collectieve uitgavenquote : financiële zaken markten en prijzen - totaal van de collectieve uitgaven (Rijk, overige publiekrechtelijke lichamen en sociale fondsen) in procenten van het bruto binnenlands product. (bron: DNB)

bruto investeringen : groei en conjunctuur, consumenten en producenten - Zijn alle kapitaalgoederen, die door de productiehuishouding in een jaar zijn aangekocht. De aankopen door een producent zijn per definitie investeringen. Zie ook: tegenstelling netto-investeringen van de bedrijven onderdeel investeren

bruto nationaal product (BNP) Eng.: Gros National Income : groei en conjunctuur - De waarde van alle door Nederlandse productiefactoren in een jaar geproduceerd goederen en diensten. Is gelijk aan het bruto binnenlands product plus het saldo uit het buitenland ontvangen primaire inkomens. (Schöndorff c.s.). Zie ook: niet gelijk aan Bruto Binnenlands Product onderdeel Nationale Rekeningen onderdeel primaire inkomensrekening onderdeel netto nationaal product (NNP)

bruto staatsschuld : collectieve sector / economische orde en politiek - Bruto: het totaal van de uitstaande geldelijke leningen (vaste en vlottende schuld) ten laste van de Staat.

bruto toegevoegde waarde : markten en prijzen - Is de marktwaarde van de productie (= omzet) minus de kosten van de grond- en hulpstoffen en de diensten van derden. Zie ook: tegenstelling netto toegevoegde waarde onderdeel toegevoegde waarde

bruto-afwikkelingssysteem : financiële zaken markten en prijzen - systeem waarbij de afwikkeling van transacties voortvloeiend uit het betalings- of effectenverkeer op individuele basis ('post voor post') plaats vindt, dwz. zonder saldering van debiteringen en crediteringen. (bron: DNB)

brutoloon Eng.: gros wage : algemeen overheid - Tussen werkgever en werknemer bij het arbeidsvoorwaarden°overleg overeengekomen contractloon voordat daarop loonbelasting en sociale premies zijn ingehouden (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling netto loon

brutomarge / operationele marge : groei en conjunctuur, markten en prijzen - bedrijfsresultaat als percentage van de omzet. (bron: beleggingsplein.nl)

bruto-nettotraject : algemeen overheid - Specificatie van het verband (verschil) tussen brutoloon en nettoloon (Schöndorff c.s.).

bruto-obligo : financiële zaken markten en prijzen - omvang van het landenrisico, gemeten naar de vorderingen op het desbetreffende land uit netto-kapitaalbelangen, afgegeven garanties en vorderingen op buitenlandse vestigingen van banken uit het desbetreffende land. (bron: DNB)

bruto-schuldquote : financiële zaken markten en prijzen - totaal van de uitstaande leningen (vlottend en vast) van de totale overheid. (bron: DNB)

budget Eng.: budget : financiële zaken, consumenten en producenten, overheid - Taakstellende begroting.

budgetmechanisme Eng.: budgetmechanism : algemeen, markten en prijzen - Beslissingen over de allocatie van de productiemiddelen kunnen behalve via het marktmechanisme ook op meer centraal niveau worden genomen. Dan gaat het om een vrij beperkte groep beslissers, die hun besluiten vastleggen in een begroting of budget. In dat geval hebben we met het budgetmechanisme te maken. Er zijn twee varianten: het bureaucratisch budgetmechanisme en het democratisch budgetmechanisme. Bij het bureaucratisch budgetmechanisme of kortweg het planmechanisme worden op centraal niveau bijna alle beslissingen vastgelegd in een plan, dat dan wordt opgelegd aan de mensen die volgens dat plan moeten handelen. Er bestaat een gezagsverhouding van meerderen tegenover minderen. Het bureaucratisch budgetmechanisme wordt aangetroffen binnen onderwijsinstellingen, binnen ondernemingen, in ambtelijke organisaties zoals een departement, en ook in een land als geheel. De meeste landen die hun allocatieproblemen via een bureaucratisch budgetmechanisme probeerden op te lossen zijn daar inmiddels van afgestapt. Het democratisch budgetmechanisme komen we tegen waar het beleid wordt voorgelegd aan de kiezers; bij dat beleid hoort een begroting. Bij meerderheid van stemmen wordt over die begroting besloten. Het democratisch budgetmechanisme wordt aangetroffen in democratisch georganiseerde ondernemingen, in gemeenteraden en bij regering en parlement in Den Haag. Evenals het marktmechanisme kent het budgetmechanisme tekortkomingen. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel overheidsfalen tegenstelling marktmechanisme onderdeel socialisme onderdeel economische orde

budgetonderzoek : consumenten en producenten groei en conjunctuur - Onderzoek hoe gezinnen hun (huishoud)geld besteden. In Nederland verricht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Budgetonderzoek wordt onder andere gehouden voor de berekening van de zogeheten consumenten prijsindex (CPI). Met behulp van het uit budgetonderzoeken verkregen beeld van de bestedingsgewoonten van gezinnen kan een gewogen gemiddelde worden berekend van de prijsveranderingen die zich in een bepaalde periode hebben voorgedaan. De aandelen van de verschillende bestedingsgroepen in het totaal van de bestedingen worden daarbij als gewichten gebruikt. (Schöndorff c.s.).

buffervoorraden : internationaal - Grondstofvoorraden die kunnen worden gebruikt om vraag en aanbod op de wereldmarkt voor grondstoffen zo te beïnvloeden dat prijsfluctuaties worden beperkt. (Schöndorff c.s.).

buitengewone baten en lasten : groei en conjunctuur, markten en prijzen - incidentele opbrengsten of kosten, die niet tot de gewone bedrijfsuitoefening worden gerekend. Bijv. winst of verlies bij afstoting van een bedrijfsonderdeel of reservering voor verwachte kosten van reorganisatie of productaansprakelijkheid. (bron: beleggingsplein.nl)

Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - besluit van 5 oktober 1945, houdende regels terzake de beëindiging van arbeidsverhoudingen.

buitengewoon verlof : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - verlof anders dan vakantiedagen; in bijzondere gevallen hebben werknemers recht op ~. Vaak staan in de CAO de gevallen waarin een werknemer een beroep kan doen op ~ met of zonder behoud van salaris.

buitentarief : internationale economische betrekkingen / integratie - invoertarief voor producten uit landen die niet lid zijn van het vrijhandelsgebied.

buitenwaarde : internationaal - Waarde van een valuta uitgedrukt in buitenlandse valuta (ook wel: wisselkoers). (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling binnenwaarde onderdeel monetaire politiek

bullet-lening Eng.: bullet-loan : financiële zaken - Obligatielening waarbij het geleende bedrag in één keer wordt afgelost op een vooraf bepaald tijdstip.

bullish : financiële zaken - Engels: Bull–-achtig. Een markt vertoont hoofdzakelijk Bull–achtige elementen. (heeft tendens tot stijgen).

bull-market : financiële zaken - Engels: een (met name financiële) markt waarin de prijzen voornamelijk stijgen. Zie ook: tegenstelling bear-market

Bundesbank (BUBA) : internationaal - Duits: Centrale bank van Duitsland.

Bundesbank (BUBA) : internationaal - centrale bank van Duitsland.

bureau voor de Industriéle eigendom (BIE) / (voorheen) Octrooiraad : groei en conjunctuur, markten en prijzen - door de overheid opgerichte dienst die hoofdzakelijk belast is met administratieve taken die door of krachtens de Benelux-Merkenwet aan de nationale diensten van de Benelux-landen zijn opgedragen (R.W. Holzhauer).

bureaucratisering : internationale integratie en handel - betekent een (vaak een onnodige) toename van de regelgeving.

business to business (B2B) : financiële zaken - Engels: B–to–B of B2B. Een organisatie die als afnemers weer andere bedrijven heeft (en geen consumenten). Dit betekent een fundamenteel andere aanpak van verkoop en marketing, en daarmee ook van positionering van het product, kwaliteit, etc.

business to consumer (B2C) : financiële zaken - Engels: Een organisatie die als afnemers consumenten heeft. B2C. Als tegenhanger van Business to Business.

buy-out : consumenten en producenten - Een dochtermaatschappij wordt gekocht van de moedermaatschappij. Gebeurt dit door de zittende directie dan is sprake van een śmanagement buy-out∆ (MBO). Bij een śleveraged buy-out∆ (LBO) wordt mede gebruik gemaakt van vreemd vermogen, waardoor via de hefboomwerking (śleverage∆) de winstgevendheid van de transactie wordt vergroot. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel management buy-out onderdeel leveraged buy-out onderdeel hefboomwerking

Cac40 : financiële zaken - Franse beursindex. Andere Franse beursindices zijn de Midcac en de SB250. (Schöndorff c.s.).

Cairnes groep : internationaal - Groep van een aantal landbouwstaten (o.m. de Verenigde Staten, Canada, Nieuw Zeeland en Australië) dat zich sterk maakt voor de vrije afzet van hun agrarische productie op de wereldmarkt. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Europese landbouwpolitiek

calculatiekartel : producentengedrag - is een samenwerkingsvorm tussen oligopolisten hoe men de (kost)prijs berekend. Dit is in veel gevallen een alternatief voor het prijskartel. Zie eventueel ook andere kartelvormen.

call-geldlening : financiële zaken - Daggeldlening.

call-lening : financiële zaken - Engels: lening van call-geld.

cap : financiële zaken - Overeenkomst tussen een ondernemer of een belegger en de bank met het doel de kwade kans van een renteverandering af te dekken. Een cap beperkt het risico van een rentestijging bij een lening met een variabele rente. Als de rente stijgt boven het afgesproken niveau, dan krijgt de koper van de cap dit verschil vergoed van zijn tegenpartij (meestal een bank). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel renterisico tegenstelling floor onderdeel renteswap

capaciteitseffect van investeringen : groei en conjunctuur - Het effect dat investeringen de productiecapaciteit van een economie vergroten door een uitbreiding van de voorraad vaste kapitaalgoederen. Daarnaast hebben investeringen een bestedingseffect. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling bestedingseffect

cargadoor / scheepsmakelaar : groei en conjunctuur, internationaal - persoon die tegen betaling zorgt dat schepen worden gelost en geladen. De ~ treedt op als makelaar in schepen en scheepsvrachten.

carry back : financiële zaken - Engels: voor de vennootschapsbelasting verrekenen van de verliezen in een bepaald jaar met winst uit voorgaande jaren. Zie ook: tegenstelling carry forward

carry forward : financiële zaken - Engels: voor de vennootschapsbelasting verrekenen van verliezen in een bepaald jaar met winsten uit de komende jaren. Zie ook: tegenstelling carry back

cascoverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering van de romp van een motorrijtuig of een schip.

cascowoning : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - De dragende constructie wordt opgeleverd. De koper zorgt bijv. zelf voor installaties, de afwerking van wanden en vloeren, de keukeninrichting, enz (bron: huizenveiling.nl)

cash dividend : financiële zaken - Engels: dividend in de vorm van (contant) geld. In de praktijk betekent dit een bijschrijving van een tegoed op de rekening van de aandeelhouder. Zie ook: tegenstelling stockdividend

cashflow : financiële zaken, consumenten en producenten - Engels: Som van de winst plus de afschrijvingen. Deze laatsten zijn een reservering om versleten machines, gebouwen, enzovoort te zijner tijd te kunnen vervangen. Omdat de waardedaling vaak moeilijk te bepalen is, vormt de ~ een minder subjectief beeld van de resultaten van de onderneming. Ten tijde van financiële moeilijkheden geeft de ~ weer of een organisatie nog in staat is voldoende liquide te blijven om in ieder geval de lopende uitgaven nog te bekostigen. Zie ook: onderdeel staat van herkomst en besteding van middelen

cashless society : financiële zaken - Engels: lett: samenleving zonder cashgeld (munten en bankbiljetten). Door het toenemend gebruik van pinnen, de chipknip en de creditcard om betalingen te doen, is de rol van munten en bankbiljetten sterk afgenomen.

categorale bonden : groei en conjunctuur - Werknemersorganisaties, die vaak niet bij een van de drie grote vakcentrales zijn aangesloten en waar vooral middelbaar en hoger personeel lid van is. In de loop van de jaren zestig ontstonden uit de categorale bonden van hoger personeel organisaties die hun krachten bundelden in een vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel. (Schöndorff c.s.).

categoriale inkomensverdeling : algemeen overheid - De macro-economische verdeling van het nationale inkomen over de productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur in de vorm van arbeidsinkomen, rente, winst en pacht. (Schöndorff c.s.). Zie ook: tegenstelling personele inkomensverdeling onderdeel inkomensverdeling

CEN Workshop Agreement (CWA) : overheid, internationaal - document van de Comité Européen de Normalisation (CEN) met daarin adviezen en voorstellen voor Europese standaardisatie. (bron: OPTA)

Centraal Akkoord : groei en conjunctuur - Een afspraak tussen werkgevers, vakbeweging en de overheid over de loonontwikkeling en andere arbeidsvoorwaarden. Het eerste Centraal Akkoord kwam tot stand in 1971. Het Akkoord van 1982 (het zogenoemde Akkoord van Wassenaar) was van groot belang voor de economische ontwikkeling van Nederland in de jaren negentig. Deze overeenkomst wordt beschouwd als de grondslag voor het latere poldermodel. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Akkoord van Wassenaar

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) : algemeen, markten en prijzen - Het CBS houdt zich bezig met de verzameling, bewerking en verspreiding van statistische gegevens. De missie van het CBS kan worden samengevat als het samenstellen en publiceren van onbetwiste statistische beschrijvingen van de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. (Schöndorff c.s.).

Centraal Economisch Plan (CEP) : groei en conjunctuur, overheid - Jaarlijks in april verschijnende publicatie van het Centraal Planbureau (CPB). Het CEP bevat onder meer een korte-termijn voorspelling van de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Het CEP vormt een nadere uitwerking van een andere uitgave van het Planbureau, de Macro Economische Verkenning (MEV) die jaarlijks op de derde dinsdag van september, tegelijk met de Miljoenennota, het licht ziet. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Macro Economische Verkenning (MEV) onderdeel Centraal Plan Bureau (CPB)

Centraal Economische Commissie (CEC) : algemeen overheid - Bestaat uit topambtenaren van ministeries uit de sociaal economische driehoek, de directeur van het Centraal Planbureau en de president van De Nederlandsche Bank. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel sociaal economische driehoek

centraal geleide economie : algemeen - Economie waarin de beslissingen over het gebruik van de beschikbare productiefactoren niet worden overgelaten aan het marktmechanisme, maar worden genomen door een vrij beperkte groep beslissers die hun besluiten vastleggen in een dwingend plan. Vandaar dat vaak ook de term planeconomie wordt gebruikt (Schöndorff c.s.). De voormalige Sovjet-Unie had van deze vorm de meeste kenmerken met door het politbureau bepaalde meerjarenplannen. Zie ook: tegenstelling marktmechanisme niet gelijk aan planeconomie onderdeel georiënteerde markteconomie tegenstelling vrije ruilverkeershuishouding

Centraal Planbureau (CPB) : groei en conjunctuur - Adviesorgaan dat voor de Regering en anderen (bijv. politieke partijen) onder meer de ontwikkeling van de economische situatie in ons land tracht te voorspellen. Twee bekende jaarlijkse publicaties van het CPB zijn de Macro Economische Verkenning (MEV) en het Centraal Economisch Plan (CEP). (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Macro Economische Verkenning (MEV) onderdeel Centraal Economisch Plan (CEP)

centrale bank Eng.: Central Bank : financiële zaken, groei en conjunctuur, internationaal - Deze bank is onder meer verantwoordelijk voor het bewaken van de binnenwaarde (koopkracht) en/of buitenwaarde (wisselkoers) van de valuta. Voornaamste instrument hiervoor is het wijzigen van de korte rente. Voor de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) ligt de verantwoordelijkheid voor de monetaire politiek bij de Europese Centrale Bank (ECB). In Nederland wordt het in Frankfurt (vestigingsplaats van de ECB) vastgestelde beleid uitgevoerd door onze nationale centrale bank, De Nederlandsche Bank. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel circulatie bank

centrale financiering : financiële zaken, overheid - financiering door de rijksoverheid door een bestaande belasting te verhogen of ruimte vrij te maken door andere uitgaven te verlagen.

centrale tegenpartij : financiële zaken markten en prijzen - de 'tegenpartij' van elke transactie afgesloten op een gereguleerde beurs. De ~ neemt het tegenpartijrisico over (juridisch gezien door schuldvernieuwing), waardoor het onderlinge kredietrisico van marktpartijen wordt beperkt. (bron: beleggingsplein.nl)

Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) : groei en conjunctuur - Het centrum voor werk en inkomen, vervangt het vroegere Arbeidsbureau. Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) is het eerste trefpunt voor werkzoekenden en werkgevers. Werkgevers kunnen bij CWI terecht voor personeelsbemiddeling en informatie over de arbeidsmarkt. Werkzoekenden kunnen bij CWI terecht voor het vinden van werk of het aanvragen van een WW- of bijstandsuitkering. Daarnaast verleent CWI ontslagvergunningen en tewerkstellingsvergunningen, `n geeft arbeidsrechtelijke informatie. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel UWV