Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

autarkie Eng.: autarchy : internationaal - De drang van een land of regio om in de eigen behoeften te kunnen voorzien.
Dit geldt in de economie, het begrip ~ wordt ook daarbuiten gebruikt, op individueel niveau.
De mate van economische onafhankelijkheid hangt af van de beschikbbaarheid van diverse grondstoffen en andere productiefactoren. Met name de geografische uitgestrektheid is daarbij van belang. De Verenigde Staten en Europa zijn enigszins autarkisch, ook het voormalig Oostblok handelde relatief zeer weinig met het Westen. De mate van autarkie wordt afgemeten aan de invoerquote: de waarde van de import ten opzichte van het binnenlands product. Zie ook: onderdeel invoerquote

auto van de zaak Eng.: company car : financiële zaken, overheid - auto die de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt. Wie een ~ heeft en daarmee ook privé rijdt, moet voor dat privé-gebruik bijna altijd een bedrag bij zijn belastbaar inkomen optellen. Deze bijtelling is een percentage van de nieuwwaarde van de auto. Is een auto ouder is dan 15 jaar, dan is de bijtelling een percentage van de waarde van de auto in het economische verkeer. (bron: belastingdienst)

automatische incasso Eng.: automatic collection : financiële zaken - Betalingswijze waarbij de klant de leverancier heeft gemachtigd het verschuldigde bedrag van zijn bankrekening af te laten boeken.
Een afgeschreven bedrag kan daarna nog wel, op verzoek, binnen een bepaalde tijd worden teruggeboekt, zgn gestorneerd. De machtiging moet meestal schriftelijk, want nl met handtekening, worden ingetrokken.

automatische inflatiecorrectie Eng.: automatic inflation adjustment : algemeen overheid - hiervan is sprake als de bedragen en tarieven van de inkomensheffing (lengte tariefschijven en de heffingskortingen) jaarlijks aangepast worden aan de inflatie.
Op deze manier zal de gemiddelde belastingdruk niet stijgen als de inkomenstijging even groot is als de inflatie. De ~ ligt in de wet besloten.

automatische prijscompensatie Eng.: automatic indexation : algemeen overheid - Bepaling in cao's van de jaren 70 en 80 dat de (bruto)lonen tweemaal per jaar aangepast zouden worden aan de inflatie. Zo wordt automatisch de koopkracht van de lonen op peil gehouden, zonder te vaak nieuwe onderhandleingen daarover te starten. In de jaren zeventig was de regeling vrij gebruikelijk, maar o.a. met het Akkoord van Wassenaar (loonmatiging) is de ~ overboord gezet.

automatische stabilisatoren : groei en conjunctuur - Via de overheidsbemoeienissen worden vanzalef de ergste schommelingen in de conjunctuurgolven afgevlakt.
Door diverse oorzaken deint de economische groei wat op en neer, de zgn. conjunctuurgolven. Consumenten en Producenten passen hun gedrag aan, waardoor deze golven nog extra versterkt worden. Zo gaan beiden bij economische neergang minder besteden (consumeren cq. investeren), en precies dit leidt weer tot nieuwe ec neergang.
Enkele 'vaste' regelingen van de overheid werken in dat geval als een stabilisator: (werkloosheids-)uitkeringen houden de koopkracht op peil; berperkt ontslagrecht werkt ook stabiel omdat het ontslaggolven indamt, meer inkomensafhankelijke toeslagen zullen worden verstrekt , en de progressie van de inkomstenbelasting zorgt dat de lagere inkomens met minder gemiddelde belastingdruk te maken krijgen.
De veelgevraagde reactie bij economische neergang, nl lastenverlichting en extra overheidsuitgaven, zitten door deze regelingen al automatisch in het systeem opgesloten. Zie ook: nadere verklaring conjunctuurgolven

automatisering Eng.: automation : algemeen, groei en conjunctuur - De vervanging van menselijke arbeid én denken door machines of computers.
Kenmerkend is dat er ook menselijk denken/redeneren en informatieverwerken vervangen wordt, anders spreekt men van mechaniseren. Denk daarbij aan de wereld om u heen: de koffieautomaat, de snoepautomaat, de kaartjesautomaat. In alle gevallen wordt ook de informatie, bijv van de precieze keuze, verwerkt, én er worden fysieke handelingen gepleegd. Zie ook: tegenstelling mechaniseren

autonoom Eng.: autonomous : algemeen, groei en conjunctuur - Onafhankelijk.
Zo kan een regio enige mate van autonomie hebben in bestuur. In de economie komen we dit begrip verder tegen in het macro-economisch model. In de vergelijking C = cY + Co is deconsumptie voor een deel afhankelijk van het inkomen (cY), en voor een deel autonoom (Co).

autonoom arbeidsrecht / zelfregulering : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - het arbeidsrecht dat door werkgevers en werknemers wordt geschapen, zonder tussenkomst van de wetgever. Bijv. CAO-recht in het bijzonder igv. afspraken over onderwerpen die niet in de wet zijn geregeld.

aval Eng.: surety : financiële zaken - garantie. Zekerheid die een derde persoon (bijv een bank) op de betaling van een cheque geeft. In geval de lener in gebreke blijft, stelt de derde partij zich garant voor betaling. ~ wordt op het waardepapier aangetekend als volgt: goed voor ~. Zie ook: onderdeel avalgever

avalgever Eng.: surety guarantor : financiële zaken - persoon die zekerheid biedt dat een cheque zal worden betaald of die borg staat dat de cheque zal worden betaald. Zie ook: onderdeel aval

avondhandel Eng.: evening dealings : financiële zaken - Niet-officiële handel in internationale waarden, die plaatsvindt nadat de handel op de effectenbeurs officieel is gesloten.

Azië-crisis ; Aziatische financiële crisis : internationaal - Diepe financiële en later ook economische crisis in Zuid-Oost Azië, begonnen in Thailand 1997.
Door hoge rentestanden vloeide veel buitenlands kapitaal naar deze landen, Thailand, maar ook Maleisië, Zuid-Korea, Singapore, Indonesië en de Filipijnen kenden mede daardoor een sterke economische groei, van meer dan 10 % per jaar.(BNP). Maar al die buitenlandse investeringsgelden leidden ook tot een (te) hoge tekorten op de lopende rekening. Omdat de regeringen vasthielden aan een vaste wisselkoers met de dollar, leidde dit tot hoge valutarisico's. Vermogensstromen kunnen, in tegenstelling tot meer vaste goederen, snel van richting veranderen, en buitenlandse investeerders haakten massaal af toen het klimaat wat tegen begon te zitten.
Toen in de VS de economie aantrok, begon ook de dollar begon te stijgen. De VS verhoogde tevens de rente om hun ec. groei wat af te remmen. De gevolgen voor Azie: de VS werden aantrekkelijker als investeringsland, en de eigen export daalde door de hoge munt (die gekoppeld was aan de dollar) Nadat de Thaise regering de koppeling van de baht aan de dollar losgelaten had, en de baht devalueerde, spatte de zeepbel uiteen. crony kapitalisme

b`ta : financiële markten - Mate van correlatie met een marktindex
Bij een b`ta van 1 houdt het fonds gelijke tred met de marktindex, bij een b`ta groter dan 1 zijn de bewegingen heftiger, en bij < 1 geringer. Voorbeeld: de marktindex (bijv AEX) stijgt 1 %, een fonds met een b`ta van 1,8 stijgt die dag 1,8 %. Zie ook: onderdeel volatiliteit

baar geld Eng.: cash money : financiële zaken - bankbiljetten en munten die vrij overdraagbaar zijn en waarmee dus in de winkel betaald kan worden.

baatbelasting : financiële zaken - gemeentelijke belasting ter zake in die gemeente gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door gemeentelijke voorzieningen.

badwill : financiële zaken - Engels: de tegenhanger van het bekendere goodwill. Van ~ is sprake wanneer de waarde van het bedrijf, zijnde het totaal van de aandelen, minder is dan de som van alle activa, verminderd met de schulden. Zie ook: tegenstelling goodwill

baisse : financiële zaken - Frans: Achteruitgang van de economische bedrijvigheid. Op de financiële markten: een periode van dalende koersen. Engels: bear-market. Zie ook: onderdeel laagconjunctuur tegenstelling hausse

baissepositie Eng.: baisse-position : financiële zaken - Positie waarin een belegger een koersdaling verwacht. Hij bezit putopties, of heeft aandelen verkocht met levering op termijn, of enige andere constructie, waarbij zijn positie verbetert bij een koersdaling. Zie ook: tegenstelling hausse positie, long positie onderdeel short positie

balans Eng.: balance sheet : financiële zaken - Een overzicht op één moment in de tijd van bezittingen en vorderingen aan de ene kant (de activa) en eigen vermogen en schulden aan de andere kant (passiva).
De activa laat zien waar vermogen in gestopt zit, de passiva toont waar ditzelfde vermogen vandaan komt. Links en rechts zijn derhalve per definitie aan elkaar gelijk.
Op de balans kan men snel een aantal zaken aflezen ten aanzien van de levensvatbaarheid van de organisatie, zoals de solvabiliteit.
Het eigen vermogen bestaat uit het in het verleden ingebrachte vermogen, plus de opgebouwde niet-uitgekeerde winsten. 	balans 	balans onderdeel resultatenrekening solvabiliteit

balansbeheer Eng.: balance sheet management : groei en conjunctuur, markten en prijzen - strategisch beheer van de activa en passiva van een onderneming ten aanzien van rente- en valutarisico, liquiditeit en solvabiliteit. (bron: beleggingsplein.nl)

balanssanering : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Het 'gezonder maken' van een weinig solvabele balans
Dit kan door omzetting van vreemd vermogen (schulden) in risicodragend vermogen;. door afboekingen van schulden, verkoop van activa of het buiten de balans brengen van activa en/of passiva (off balance sheet financieringen), schuldsanering of het aantrekken van nieuw risicodragend vermogen, teneinde de balansverhoudingen van een vennootschap te verbeteren.

balansverkorting : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Zaken, zowel activa als passiva, buiten de balans houden, met name met als doel de financiële verhoudingen op de balans beter te maken.
Het niet opnemen op de balans kan bijv door zaken onder te brengen in dochterondernemingen, of door activiteiten, en dus ook de nodige activa of passiva, te laten utvoeren door derden.

bancaire liquiditeiten : financiële zaken markten en prijzen - dagelijks door kredietinstellingen bij het eurosysteem aangehouden reserves. (bron: DNB)

bandbreedte : internationaal - 1. bij valutahandel: Het verschil tussen de hoogste en laagste koers van een munt in een systeem rond een spilkoers.
De munt mag enigszins zweven rond de spilkoers, pas bij een te hoge afwijking, buiten de 'interventiegrenzen' wordt door Centrale Bank(en) ingegrepen.
2. Bij hypotheken: Rente met bandbreedte is een tussenvorm tussen vaste en variabele rente. Bij rente met bandbreedte zet u de rente vast op een afgesproken contractrente, met daarbij een bepaalde bandbreedte. Stijgt of daalt de rente iets, maar binnen de bandbreedte, dan gebeurt er niets. Stijgt of daalt de rente meer dan deze bandbreedte, dan krijgt u te maken met een rentestijging of daling. Zie ook: onderdeel spilkoers onderdeel pariteit onderdeel Europees Monetair Stelsel (EMS)

bank Eng.: bank : geld, geldschepping - een onderneming of instelling die haar bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen.
De laatste jaren heeft er branchevervaging plaatsgevonden. Zo hebben banken hun takenpakket uitgebreid richting verzekeringen, reizen, etc. Men onderscheidt primaire (geldscheppende) en secundaire banken, maar dit onderscheid is ook steeds meer aan het vervagen. In Nederland is het woord "bank" beschermd. Dit betekent dat een instelling zich alleen bank mag noemen als De Nederlandsche Bank daarvoor toestemming heeft verleend.

Bank of England (BoE) : financiële zaken - Centrale bank van Groot Brittannië.

Bank voor Internationale Betalingen (BIB) Eng.: Bank for International Settlements (BIS) : financiële zaken, internationaal - Internationale bank die onder meer het betalingsverkeer verzorgt tussen nationale centrale banken. Deze is de oudste nu nog werkzame internationale financiële organisatie. De organisatie werd in 1930 opgericht om de Duitse herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog mogelijk te maken. Na de Tweede wereldoorlog werd de organisatie een belangrijk internationaal overlegorgaan. Deze in Bazel gevestigde instelling fungeert als 'bank der banken': centrale banken brengen een deel van hun officiële reserves onder bij de ~, die deze weer herbelegt. Voor centrale banken in liquiditeitsnood kan de ~ steunkredieten organiseren. Voorts bevordert zij door regelmatig informeel overleg de samenwerking tussen centrale banken. Er zijn 45 centrale banken lid van de ~ waaronder die van de G10, van bijna alle Europese landen en van een aantal zogenoemde 'emerging markets' (bron: DNB).

bankbiljetten : financiële zaken - Door een (centrale) bank uitgegeven papiergeld. Het eerste bankbiljet werd in 1661 door Bank van Stockholm in Zweden in omloop gebracht. Een ~ is in beginsel een bewijs van vordering (aan toonder, dus vrij overdraagbaar) op de uitgevende bank. Een bank gaf schuldpapier uit zodat de mensen niet meer met goud over straat hoefden. Zie ook: onderdeel chartaal geld

bankgarantie : groei en conjunctuur, consumenten en producenten - een contract waarin een bank garant staat voor de betaling van de ene partij aan de ander.
Als twee partijen met elkaar zaken doen, maar er een periode zit tussen het betalen van het factuurbedrag en het leveren van de goederen, dan kan van de partij die als laatste moet leveren een bankgarantie verlangd worden. Indien deze partij in gebreke blijft, heeft de partij die als eerst wél betaalde een zekerheid van een betrouwbare partner in de bank. De ~ komt men dan ook met name tegen in internationale handel met onbekende en onzekere partners.
Overigens zal de bank de vordering op haar beurt weer, evt. via de curator (proberen te) verhalen op de leverancier.

bankgeheim : - verplichting van een bank om gegevens van zijn klanten vertrouwelijk te behandelen. Het ~ is in Nederland niet specifiek wettelijk geregeld, de gewone regels van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van toepassing

bankhypotheek : pand en hypotheek - een hypothecaire zekerheid waarbij het recht van hypotheek blijft bestaan ook indien de debiteur geen schuld meer heeft aan de bank. Het voordeel van de vorm van hypotheek is dat afgeloste bedragen in overleg met de bank opnieuw opgenomen kunnen worden zonder dat men opnieuw naar de notaris moet.

bankpasje : financiële zaken - Plastic kaartje, waarop de gegevens van de rekeninghouder zijn vermeld (voorzien van een geheime pincode). Nodig bij onder meer bij ępinnenĘ en het opnemen van bankbiljetten uit een geldautomaat. Het kaartje is door de ingebouwde geheugenchip ook geschikt als chipcard of chipper. Pinpassen kunnen daarnaast ook worden gebruikt als bijv. telefoonkaart. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel chipcard

bankrecht : financiële zaken markten en prijzen - rechtsgebied uit boek 2 Burgerlijk Wetboek, Wet Toezicht Kredietwezen, fiscale en Europese regelgeving; vooral m.b.t. de verplichtingen van en het toezicht op kredietinstellingen, zoals Staalbankiers, door de Europese of Nationale Centrale Bank.

bankverzekeren Eng.: bancassurance : financiële zaken - Verkoop van verzekeringen via de bank.
(in belgië komt men de term meer tegen) . De invloed van ~ neemt af doordat bij een aantal organisaties de bank- en verzekertak weer in twee aparte organisaties worden ondergebracht. Zie ook: onderdeel verzekeringsbankieren

Bankwet : geld, bankwezen - wet waarin de taken van De Nederlandsche Bank zijn vastgelegd.
tot 1998 had DNB o.a. de volgende taken had: de waarde van de gulden zoveel mogelijk te stabiliseren, het verzorgen van de chartale geldhoeveelheid (bankbiljetten) en het bevorderen van het girale geldverkeer (zowel nationaal als internationaal), het toezicht uitoefenen op alle in Nederland gevestigde banken, het optreden als bankier van de staat en van de particuliere banken. Sinds 1998 door de Europese Monetaire Unie is de bankwet herzien, en kan Nederland niet meer zelfstandig geld in omloop brengen. Sindsdien ook is DNB een onafhankelijk orgaan.

Banque de France : financiële zaken - Centrale bank van Frankrijk.

barter / barter trade : algemeen - Engels: ruilhandel, producten worden rechtstreeks tegen andere producten geruild. Barter trade kan bijv. worden toegepast als een land over minder kredietwaardige valuta beschikt. Komt op kleinere schaal meer voor, bijv de auto van iemand lenen, en deze als dank even wassen. Ook: twee voetbalclubs besluiten twee spelers tegen elkaar te ruilen, aangezien ze geen geld in kas hebben een speler via een transfer aan te trekken. Zie ook: onderdeel convertibele valuta

basic balance : internationaal - Engels: saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans wordt gecompenseerd door het (tegengestelde) saldo van het structurele kapitaalverkeer van de kapitaalbalans (Schöndorff c.s.). Dit wordt ook wel fundamenteel evenwicht genoemd. Als gevolg van het incidentele kapitaalverkeer is er bij basic balance sprake van een saldo op de goud en deviezenbalans ter grootte van het incidentele kapitaalverkeer. Wanneer het saldo op de goud en deviezenbalans nihil is spreekt men van materieel evenwicht.

basis herfinanciering ; basisherfinancieringsfaciliteit : groei en conjunctuur internationaal - Beleningscapaciteit van particuliere banken bij de (ECB) om wekelijks geld op te kunnen nemen. De banken, die dus geld uitlenen aan het publiek, herfinancieren dit bij de ECB. Deze kredieten hebben een looptijd van twee weken. De rente die berekend wordt is de refirente, of reporente of de basisherfinancieringsrente.

basisaftrek : algemeen overheid - (verouderd) Premie voor de lijfrente kon men tot 2003 aftrekken van de belasting. Door Gerrit Zalm in 2005 afgeschaft.

basisherfinancieringstransacties : groei en conjunctuur internationaal - ~ vormen de belangrijkste openmarkttransacties van het ESCB en vervullen een sleutelrol bij het sturen van de geldmarktrente, het beheersen van de liquiditeitsverhoudingen in de markt en het afgeven van signalen omtrent de koers van het monetaire beleid. (bron: DNB)

basishypotheek : pand en hypotheek - hypotheek die onder standaardcondities en tegen basisrente wordt verstrekt. De meeste geldverstrekkers gaan tot 70 à 75% van de executiewaarde, sommige tot 90%. (bron: huizenveiling.nl)

basisinkomen : algemeen overheid - Voorgestelde, maar nog nooit gerealiseerde, vorm van minimuminkomen, dat de verscheidenheid aan inkomens en uitkeringen zou moeten vereenvoudigen.
Het ~ zou in de plaats moeten komen van o.a. AOW, bijstand of WIA-uitkeringen, en bedoeld zijn voor iederen ingezetene, ongeacht of deze inkomen of vermogen heeft, en kan of wil werken.
Het ~ werd gesteund door D66 en de PPR (een van de bloedgroepen van Groenlinks). De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleitte in 1985 de invoering van een gedeeltelijk basisinkomen. In feite geldt de AOW als een basisinkomen voor ouderen. nl ook ongeacht werk of vermogen. Ook de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars komt dicht in de buurt van een basisinkomen, maar dan voor een specifieke beroepsgroep.

basisinnovatie : groei en conjunctuur - Uitvinding van nieuwe materialen, ontdekking van nieuwe technieken, die als basis dienen voor verdere toepassingen in specifieke producten.
Zo leidt de uitvinding van de chip pas veel later tot allerlei nieuwe toepassingen die ook voor het grote publiek beschikbaar komen. Volgens de econoom Schumpeter leidden basisinnovaties tot een fundamentle groei, en daardoor tot een lange conjuncturele golfbeweging.

basisjaar ; basisperiode : overheid, financiële zaken - De uitgangswaarde bij de berekening van indexcijfers. Een waarde (grootheid) wordt in het basisjaar op 100 gesteld. Het indexcijfer berekent men door de waarde van het betreffende jaar te delen door de waarde van het basisjaar (en dat maal 100). Via dit indexcijfer voor het betreffende jaar is de stijging of daling ten opzichte van het basisjaar in procenten snel af te lezen.
Wanneer de situatie te zeer veranderd is, kan men een nieuw basisjaar kiezen. Men spreekt van verlegging van het basisjaar. Zie ook: nadere verklaring indexcijfers

basisperiode : groei en conjunctuur - Grondslag bij de berekening van indexcijfers. De prijzen in het basisjaar worden op 100 gesteld. Bij de berekening van de consumenten prijsindex (cpi) door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt het basisjaar elke vijf jaar verlegd in verband met veranderende koopgewoonten van het publiek (Schöndorff c.s.).

basispunt : financiële zaken - Een honderdste deel van een procentpunt.
Omdat men anders spreken moet in termen van "0,03 procent" heeft men jargon aangepast, en spreekt men eenvoudiger van 3 basispunten. De termen ~ (en procentpunt) worden gehanteerd wanneer men spreekt over een grootheid die op zichzelf al in procenten wordt uitgedrukt, zoals bijv de rente. Een stijging van 3% naar 4% kan dan immers geen 1 % meer worden genoemd. Men spreekt dan van 1 procentpunt, of 100 basispunten. Zie ook: nadere verklaring procentpunt

basisrente : pand en hypotheek - de marktrente van dat moment die een bepaalde bank in rekening brengt voor nieuw af te sluiten hypotheken. Meestal tot 70 à 75% van de executiewaarde. Op de basisrente kan een opslag komen als vergoeding voor extra risico dat de geldverstrekker loopt. Bepalend voor de hoogte van de toeslag is de verhouding tussen de lening en de executiewaarde. (bron: huizenveiling.nl)

baten-lastenstelsel : algemeen overheid - Rekenwijze waarmee een begroting opgestled wordt. Kosten voor investeringen die langer dan één jaar meegaan, worden over verschillende jaren - en dus begrotingen- uitgesmeerd. Zie ook: tegenstelling kasstelsel

Bazels Comité voor het Bankentoezicht ; Basel Committee for Banking Supervision : financiële zaken markten en prijzen - Overlegcomité voor samenwerking op toezicht van banken. Een van de bekendste uitkomsten is Bazel II: de standaard die voorschrijft hoeveel kapitaal banken aan moeten houden ten opzichte van het risico dat zij lopen.
In 1974 opgericht door de G10 centrale banken na ernstige verstoringen in wereldwijde financiële markten. In het Comité zijn de centrale banken en/of toezichthouders van de financieel gezien grootste landen (o.a. ook Nederland en België) verenigd. De doelstelling van het Comité is om de samenwerking tussen toezichthouders te vergroten en de kwaliteit van het bancaire toezicht te versterken. Het Bazelse Comité heeft slechts een adviserende rol: de landen zelf moeten de regels doorvoeren.

bear-market : financiële zaken - Engels: markt met neergaande koersbeweging. Zie ook: tegenstelling bull-market

beding van delcredere : - schriftelijk beding in de agentuurovereenkomst dat beoogt de beloning van de handelsagent afhankelijk te maken van het betalingsgedrag van de door hem benaderde afnemers.

bedrijf / bedrijven : groei en conjunctuur, markten en prijzen - organisatie, onderneming, gericht op het uitoefenen van commerciële activiteiten. Indien winst niet het oogmerk is, spreekt men eerder van organisatie.

bedrijfsafvalstoffen : algemeen, overheid - afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.

bedrijfsbeëindiging : groei en conjunctuur, markten en prijzen - ontbinding van het bedrijf of opheffing van de bedrijfsactiviteiten. Bijv. door liquidatie, fusie of faillissement.

bedrijfschap : consumenten en producenten, groei en conjunctuur - Een belangenvereniging voor een bepaalde branche. Het is een wettelijke organisatie (krachtens de wet PBO) van ondernemingen die dezelfde maatschappelijke functie hebben. Wanneer een bedrijfschap is ingesteld moet (volgens die wet) ieder bedrijf dat in die bedrijfstak werkzaam is daar lid van zijn, en zich houden aan de regels. De bevoegdheden betreffen sociale, economische en ook technische zaken. Zie ook: onderdeel productschap

bedrijfseconomisch toezicht : financiële zaken - Eén van de hoofdtaken van DNB is het houden van toezicht op de Nederlandse particuliere banken. Zo gelden er strenge regels, voor de liquiditeit en solvabiliteit van deze banken, en is de controle hierop scherp. Ook de kwaliteit van betaalsystemen wordt beoordeeld. Met de opkomst van electronic banking moesten de regels ten aanzien van het toezicht ingrijpend worden gewijzigd.

bedrijfsgebonden vermogen : groei en conjunctuur, markten en prijzen - totaal van immateriële vaste activa, voorraden en niet rentedragende vorderingen, verminderd met alle vlottende passiva exclusief de daaronder opgenomen schulden aan kredietinstellingen en lening-, belasting- en dividendschulden. (bron: beleggingsplein.nl)

bedrijfsinventaris / inventaris : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Latijn: inventaris = 'wat men aantreft'. Allerlei roerende zaken van een bedrijf, die niet onder een specifieke post op de balans zijn opgenomen. Onder de inventaris valleen meestal zaken als kantoorinrichting, vloerbedekking, wandbekleding, meubilair, etalagemateriaal, magazijnstellingen e.d. Eenduidigheid is er niet: Een keuken kan bij de één onder inventaris opgenomen zijn, bij bijv een restaurant kan deze als afzonderlijke post op de balans staan. Typerend voor de inventaris is dat de post geen reële waarde vertegenwoordigt als deze bij executie verkocht dient te worden.

bedrijfskolom : consumenten en producenten, markten en prijzen - Laat de schakels zien die een product doorloopt van grondstoffenproducent tot en met detailhandel. De finale afnemer (consument) maakt geen deel uit van de bedrijfskolom. Hij/zij voegt immers geen waarde meer toe. Door integratie, differentiatie, parallellisatie en specialisatie kan de bedrijfskolom in lengte of breedte veranderen. 	bedrijfskolom 	bedrijfskolom - Zie ook: onderdeel integratie onderdeel differentiatie onderdeel parallellisatie onderdeel specialisatie

bedrijfsleven : consumenten en producenten - Verzamelnaam voor alle bedrijfsmatige, particuliere, op commercie en winst nastrevende organisaties. Meestal afgezet tegen 'de overhied' als tegenhanger. Bijv: iemand ambieert een baan bij 'de overheid' of in 'het bedrijfsleven'.

bedrijfsmatig : groei en conjunctuur, markten en prijzen - in het kader van de uitoefening van het bedrijf; niet privé of particulier.

bedrijfsoptimum : producentengedrag - Het punt waarbij de productieomvang zodanig is dat de gemiddelde totale kosten minimaal zijn. Let op: Dit is dus niet het punt waar het meeste winst gemaakt wordt, er wordt nu alleen naar de kostenzijde gekeken. Op langere termijn zal bij voldoende concurrentie, als gevolg van nieuwe toetreders en uitbreiding van bestaande marktpartijen, de marktprijs dalen tot deze GTK. De te behalen winsten op zo'n markt dalen tot het minimum. Op dat moment raakt de individuele afzetcurve de GTK-curve in het minimum, dus bij het bedrijfsoptimum.

bedrijfsovername : markten en prijzen, groei en conjunctuur - Overname (aan-en verkoop) van de aandelen van een bedrijf, waardoor eigendom in andere handen overgaat.
Het kan gaan om overname door kinderen bij pensioenering, maar ook om overname door het management (of door personeel). Ook kan een bedrijf overgenomen worden door een grotere speler (bedrijf) op dezelfde markt. In dat geval ligt het in het verlengde van een fusie.

bedrijfsresultaat : financiële zaken - De (netto)omzet van een onderneming minus de bedrijfskosten.
Andere termen voor ~ zijn de bedrijfswinst (maar door van resultaat te spreken krijgt men geen verwarring wanneer dit resultaat negatief is - er is dan immers geen winst); of het exploitatieresultaat. Met deze laatste term wordt een onderscheid gemaakt van het resultaat op de reguliere bedrijfsactiviteiten ten opzichte van een (mogelijke) winst door de verkoop van bijv een bedrijfsonderdeel - de buitengewone baten. Zie ook: nadere verklaring netto omzet

bedrijfstak : consumenten en producenten - Verzamelnaam voor een groep van bedrijven die een gelijksoortige functie hebben in het voortbrengingsproces van een bepaald product of dienst.
Men kan dit zo breed of eng definiëren als men zelf noodzakelijk acht, meestal wordt nl gesproken over concurrentie ofwel samenwerking binnen een ~.
Het CBS werkt voor het weergeven van cijfers met de volgende 10 bedrijfstakken: Landbouw, bosbouw & visserij; de Delfstoffenwinning; de Industrie; Energie- en waterleidingbedrijven; de Bouwnijverheid; Handel, horeca en reparatie; Vervoer, opslag en communicatie; Financiële en zakelijke dienstverlening; Overheid; Zorg en overige dienstverlening.

bedrijfstijd : consumenten en producenten - Het aantal uren dat een bedrijf per week geopend/werkzaam is. In vroeger tijden, en nog steeds in vele kleinere industrieën en met name dienstverlenende bedrijven (winkels), is de bedrijfstijd vergelijkbaar met de werktijd van haar personeel. Omdat in dat geval machines e.d. veelal ongebruikt staan, is men ertoe overgegaan om door de invoering van ploegendiensten e bedrijfstijd te verlengen. Eerst naar een tweeploegendienst, later ook naar drie of zelfs vijfploegendienst, in welk geval ook in de weekeinden continu doorgewerkt kan worden. Een afweging tussen stilstand van dure machines, tegenover extra personeelskosten moet gemaakt worden. (personeelskosten in de nachtelijke uren en in weekeinden liggen hoger). Kleine zelfstandige winkeliers kennen nog vaak een 1-op-1 relatie werktijd-bedrijfstijd. Het is met name daarom dat zij opzien tegen verlenging van de bedrijfstijd door bijv. koopzondagen.

bedrijfsvereniging : nationaal inkomen, werkgelegenheid - vereniging die is opgericht door werkgevers en werknemersorganisaties uit een bepaalde bedrijfstak en belast is met de uitvoering van sociale verzekeringswetten, bijv. WW of WAO. Bijv. de ~ GAK.

bedrijfsvoering Eng.: corporate governance : consumenten en producenten - In 1997 zijn in ons land terzake aanbevelingen gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance, naar zijn voorzitter J. Peters in de wandeling de Commissie Peters genoemd. Deze commissie heeft veertig aanbevelingen gedaan over adequaat ondernemingsbestuur, effectiever toezicht op bedrijfsdirecties en grotere openheid. Centraal staat de vergroting van de zeggenschap van de aandeelhouders. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Commissie Peters onderdeel beschermingsconstructies