Typ hierboven uw zoekterm of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Economisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

anticyclisch (overheids) beleid : algemeen overheid - Begrotingsbeleid waarbij de overheid tracht de conjuncturele golfbewegingen van de economie af te remmen. Zij doet dit door in perioden van stagnatie de vraag te stimuleren door eigen bestedingen, subsidies (in 2009-10 nog de slooppremie voor oude auto's) of lastenverlichting. In perioden van oververhitting kan de economie afgeremd worden door lastenverzwaring. (in de praktijk blijkt zelf minder besteden moeiliujk te realiseren als ~). De theorie van ~ wordt afgezwakt doordat het in de praktijk erg moeilijk blijkt het precieze moment van een impuls te bepalen. Ook werken maatregelen via de belastingen erg vertragend. Hierdoor kan ~ in de werkelijkheid al snel procyclisch uitpakken.
Tevens wijzen economen erop dat ~ reeds ingebouwd zit door de automatische stabilisatoren. Zie ook: nadere verklaring automatische stabilisatoren

anti-dumpingsargument : internationale economische betrekkingen / integratie - Protectionistische maatregel, waarbij het een exporteur wordt verboden producten te verkopen tegen een veel lagere prijs dan in het land van oorsprong. De exporteur doet dit om de prijs in het thuisland hoog te houden, maar tevens van een overtollige voorraad af te komen. De ~ geldt om de thuismarkt te beschermen, in het bijzonder de eigen producenten worden beschermd tegen de grote buitenlandse ondernemingen.Het argument dat hierbij gebruikt wordt, is dat de (Westerse) markt van primair belang is voor de dumpende exporteur. Soms is zijn inschatting verkeerd geweest en heeft hij een overtollige voorraad. Deze wordt als een soort restproduct verkocht, maar niet op de thuismarkt, want dit zou de prijs in de toekomst schaden. De verkoop geschiedt daarom vaak in een derde wereldland, en vaak onder de kostprijs. (het is immers een restproduct). Concurrentie wordt daarom als oneerlijk gezien.

antispeculatiebeding : groei en conjunctuur, markten en prijzen - Voorwaarde, meestal gebruikt bij de aankoop door de bewoner van een huurhuis van een woningstichting. De huurder krijgt het recht om de woning te kopen, maar mag dit niet doen met het oogmerk om het meteen door te verkopen (speculatiemotief).
Om dit te voorkomen wordt een ~ opgesteld. De construcite wordt ook wel toegepast bij de aankoop van nieuw gebouwde woningen.

antitrust Eng.: antitrust : markten en prijzen - Mededingingswetgeving in de VS. De antitrust-wetgeving ontstond in de Verenigde Staten met de Sherman-antitrust Act(1890; act = wet), en richt zich op het reguleren van een gezonde concrurrentie, en tegen monopolies en onderlinge (prijs-)afspraken binnen bedrijfstakken (oligopolies). De Clayton Antitrust Act van 1914. Beide wetten verbieden fusies en overnames die de concurrentie belemmeren, alsook monopolistische gedragingen of kartelafspraken. Zie ook: nadere verklaring mededingingsbeleid

antitrust zaken : markten en prijzen - gerechtelijke zaken die gericht zijn tegen kartelvorming, met name op basis van Europese regelgeving.

AOW (België) / Arbeidsongevallenwet : algemeen Overheid - De Belgische wet die betrekking heeft op alles betreffende het arbeidsongeval in de private sector. Ze trad in werking op 1 januari 1972. Deze wet werd nadien herhaaldelijk gewijzigd. In de wet worden schadeloosstellingen, verzekeringen, aansprakelijkheid, toezicht en strafbepalingen geregeld. Tevens zijn extra bepalingen opgenomen voor zeelieden en professionele sporters.

AOW-spaarfonds : algemeen overheid - Soort fictieve spaarpot waar de rijksoverheid sinds 1997 jaarlijks stortingen in doet, maar deze gelden ook meteen weer terugleent omdat het fonds belegt in de vorm van staatsobligaties.
Zo rond 2020 moet de spaarpot gevuld zijn met zo'n 300 miljard euro, om de daarna oplopende vergrijzing het hoofd te bieden. Na die datum worden nl de totale aow-uitgaven groter dan de inkomsten van aow-premies. De spaarpot van het ~ bevat dan louter staatsobligaties, dus werkelijke gelden kunnen pas gerealiseerd worden als de leningen afgelost worden. Zie ook: niet gelijk aan omslagstelsel

AOW-uitkering : financiële zaken, overheid - volkspensioenuitkering die iedere Nederlander krijgt vanaf een leeftijd van 65 jaar, op basis van de Algemene Ouderdoms Wet. De financiering van de AOW vindt plaats via het omslagstelsel.
De hoogte van de AOW-uitkering ligt (2011) op €743,60 per persoon voor samenwonenden en €1067,47 voor alleenstaanden.

appreciatie : internationaal - Een waardestijging van de ene munt ten opzichte van een andere.
Wordt gebruikt bij prijsveranderingen in een systeem met flexibele wisselkoersen. De koersen bewegen op en neer door verschillen in vraag van en aanbod naar de munt. Bij relatief veel vraag stijgt de munt, is het aanbod groter dan de vraag dan zullen de aanbieders hun prijs laten zakken.
Ook bij een systeem met beperkt zwevende koersen spreekt men van van appreciatie of depreciatie, nl als de wijziging nog tussen de interventiegrenzen plaatsvindt. Bij een aanpassing van deze interventiegenzen spreekt men van revaluatie of devaluatie. Zie ook: tegenstelling depreciatie onderdeel devaluatie onderdeel revaluatie

arbeid Eng.: labour : algemeen - Eén van de oorspronkelijke productiefactoren, geleverd door mensen. Het betreft zowel lichamelijke als geestelijke arbeid, gericht op het voortbrengen van goederen en het verwerven van inkomen. De vergoeding voor de productiefactor arbeid is loon. Zie ook: onderdeel productiefactor arbeid onderdeel loon

arbeider Eng.: labourer : algemeen - iemand die behoort tot de klasse van arbeiders.

arbeiderszelfbestuur : algemeen - Socialistisch principe waarbij eigendom en directie van een organisatie (meestal een fabriek) in handen komt van de arbeiders. Vooral op dit moment in Argentinië een actueel punt. De bezettingen van fabrieken ontstaan meestal als reactie op dreigende sluiting door de eigenaar. De fabriek zelf draaiende houden is voor de arbeiders vaak de enige oplossing om nog in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

arbeidsaanbod Eng.: supply of labour : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - Het totaal van arbeid dat wordt aangeboden door de beroepsbevolking. Meestal wordt in personen of arbeidsjaren gemeten, het eerste is groter omdat daar iedere persoon als 1 meetelt; in arbeidsjaren worden bijv 2 halve banen geteld als 1 arbeidsjaar.
Let op: het aanbod van werk wordt geleverd door de beroepsbevolking; de vraag naar werk komt van de bedrijven.
In formulevorm geldt: Het arbeidssaanbod = de participatiegraad x de beroepsgeschikte bevolking. Zie ook: nadere verklaring participatiegraad beroepsgeschikte bevolking

arbeidsaftrek / arbeidskorting : algemeen overheid - De arbeidskorting (-aftrek is een verouderde term) is de korting op de verschuldigde inkomstenbelasting voor iedereen die werkt. Inkomsten waarover arbeidskorting wordt berekend, zijn bijvoorbeeld: loon, ziektewet, fooien, inkomen uit ondernemingen. De ~ loopt op in % van het inkomen tot € 1489, en nog meer voor mensen boven de 58 jaar.
De ~ is één van de instrumenten om een 'armoedeval' te voorkomen. (Het fenomeen dat men netto minder overhoudt als men vanuit een uitkering werk aanvaardt). Zie ook: onderdeel heffingskorting armoedeval

arbeidsbescherming : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - grondrecht m.b.t. de rechtspositie van werknemers en medezeggenschap.

arbeidsbesparende technische ontwikkeling : groei en conjunctuur - Ontwikkeling waardoor met minder arbeid (maar vaak met meer machines) dezelfde productie behaald kan worden.
Wanneer hiervoor geïnvesteerd moet worden in nieuwe machines spreekt men van een diepteinvestering, de arbeidsproductiviteit stijgt. Zie ook: arbeidsproductiviteit

arbeidsbureau : internationale integratie en handel - verouderde term, tegenwoordig onderdeel van het CWI. Het ~ is een instelling die zich bezig houdt met registratie van werkzoekenden en bemiddelt bij het zoeken naar een baan. Om als werkloze in aanmerking te komen voor een uitkering dient men bij een arbeidsbureau ingeschreven te staan. Omdat dit zoeken naar een baan en ontvangen van een uitkering gekoppeld zijn, is ook de overheidsdienst gecombineerd in het Centrum voor Werk en Inkomen, CWI. Zie ook: nadere verklaring CWI

arbeidscoëfficiënt : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - De hoeveelheid arbeid die nodig is voor één eenheid product.
In formule: L/ X waarbij L = Labour en X = output. Soms komt men ook tegen N / X (N = ingezette arbeid).
. De ~ is gelijk aan de reciproke van de arbeidsproductiviteit. (dwz de ~ = 1/apt).

arbeidsdeling / arbeidsverdeling : algemeen - Het opslitsen van taken, zodanig dat arbeiders zich verder specialiseren en beter worden in één bepaalde taak, waardoor de productiviteit en efficiency omhoog gaat. Zie ook: nadere verklaring arbeidsverdeling

arbeidsduurverkorting (ADV) Eng.: reduction in working hours : algemeen, groei en conjunctuur - Vermindering van de tijd dat werknemers werken. Dit kan zijn in de vorm van minder jaren per arbeidzaam leven werken (werknemer gaat voor zijn 65e met prepensioen). Of dat men dagen per jaar werkt (naast vakantiedagen ook een 12 of 24-tal adv-dagen), of minder uren per week (een 36-of 38 urige werkweek) of een combinatie hiervan.
De ADV, destijds ATV met de T van tijd, is in 1982 gecreëerd als uitkomst in het akkoord van Wassenaar. Doel was om hetzelfde werk, gemeten in arbeidsuren, uit te voeren met meer mensen. Immers, 10 % ADV maakt dat er voor die vrijgekomen 10 % uren nieuwe vacatures komen, of op zijn minst een deel van die 10 %.
Bijv: 9 man x 40 uur = 10 man x 36 uur, nl beide 360 manuren.
Critici wijzen erop dat in de praktijk ADV stuit op organisatorische problemen, en dat sommige segmenten van de arbeidsmarkt juist een tekort aan personeel kennen. De langetermijneffecten van ADV zijn echter nooit te meten, maar klinken logisch. Bovendien wordt, doordat werknemers meer vrije tijd krijgen, door ADV de arbeidsproductiviteit verhoogd. Immers: als bij 10 % ADV geen 10 % banen gecreëerd worden, stijgt bij gelijkblijvende productie de apt. Zie ook: nadere verklaring bedrijfstijd nadere verklaring arbeidsproductiviteit

arbeidsethos : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - is de opvatting dat men pas een volwaardig lid van de samenleving is als men betaald werk heeft.

arbeidsinkomensquote (AIQ) : algemeen groei, en conjunctuur - Het percentage van het nationaal inkomen dat toevalt als beloning van de productiefactor arbeid.
De AIQ berekent men door de lonen plus een toegerekend loon van zelfstandigen, wat eigenlijk ook als looninkomsten kan worden gezien, te delen door de (bruto) toegevoegde waarde in een economie. (lees: bbp).
De AIQ wordt gezien als een belangrijke indicator van de economie. Als de AIQ stijgt, blijft er voor het bedrijfsleven winst over, waardoor de investeringsbereidheid zal afnemen. Dit is op haar beurt weer slecht voor de banengroei. Zie ook: nadere verklaring categoriale inkomensverdeling loonsom

arbeidsintensief Eng.: labour-intensive : algemeen - wanneer bij het produceren relatief veel arbeid wordt gebruikt. De productiefactor arbeid overheerst.

arbeidsjaar : groei en conjunctuur - Het totaal aantal arbeidsuren van een voltijd baan in één jaar. Men spreekt van een werktijdfactor van 1. Het aantal uren van een ~ is per cao geregeld, en kan per bedrijfstak verschillen. De term wordt gebruikt in relatie met deeltijdwerk, waarbij de werktijdfactor kleiner dan 1 is. Zie ook: deeltijdbanen

arbeidskorting : financiële zaken, overheid - Korting op de verschuldigde inkomstenbelasting voor iedereen die werkt. Inkomsten waarover arbeidskorting wordt berekend, zijn bijvoorbeeld: loon, ziektewet, fooien, inkomen uit ondernemingen. De ~ loopt op in % van het inkomen tot € 1489, en nog meer voor mensen boven de 58 jaar.
De ~ is één van de instrumenten om een 'armoedeval' te voorkomen. (Het fenomeen dat men netto minder overhoudt als men vanuit een uitkering werk aanvaardt).

arbeidskostenforfait : financiële zaken - Een vast bedrag voor geschatte beroepskosten, die in mindering mogen worden gebracht op het belastbaar inkomen. Een forfaitair bedrag wil zeggen dat niet de werkelijke kosten bijgehouden hoeven te worden, maar dat de fiscus één bedrag vaststelt. De mogelijkheden voor aftrek zijn in Nederland enorm beperktsinds de invoering van het boxenstelsel. Wel zijn studiekosten aftrekbaar (voor het (toekomstige) beroep? ) de kosten zoals lesgeld en studieboeken zijn aftrekbaar.

arbeidsmarkt Eng.: labour market : groei en conjunctuur - Het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid.
Net als de markt voor goederen is er ook op deze dienstenmarkt een vraag (naar arbeidskrachten), een aanbod (van arbeiders) en een prijs die tot stand komt (het loon). In de introductielessen van de economie wordt de arbeidsmarkt als één geheel gezien, waarin beginselen worden uitgelegd. Bijvoorbeeld: als de economie groeit, verschuift de vraaglijn naar rechtsboven, waardoor een hoger loon tot stand komt.
In de latere fasen worden verschillende deelmarkten onderscheiden, zowel geografisch als naar beroepsgroepen. Zo kan er in één deelmarkt een tekort zijn en in deeen andere een overschot. Een (arbeids/deel)markt is gespannen of krap wanneer er weinig aanbod is. Bestaande vacatures kunnen dan moeilijk worden vervuld, de lonen hebben de neiging tot stijging. Omgekeerd is een arbeidsmarkt ruim als er veel aanbod is van personeel, en maar weinig vraag. De arbeidsmarkt kenmerkt zich echter door starre lonen, lonen die zich niet aanpassen dor het bestaan van (cao-)contracten. De (nominale) lonen dalen niet, met werkloosheid als gevolg.

arbeidsmarktbeleid : groei en conjunctuur, overheid - Onderdeel van de economische politiek gericht op beïnvloeding van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw koerste de overheid op het kompas van conjunctuurstimulerende maatregelen. Tal van werkgelegenheidsprogramma∆s werden ingevoerd. Relatief laat groeide het besef dat de werkloosheid ook structurele oorzaken had en samenhing met te hoge loonkosten. In 1982 legt het akkoord van Wassenaar de basis voor hetgeen later het poldermodel ging heten. Werkgevers- en werknemersorganisaties komen meerjarige loonmatiging overeen in ruil voor arbeidsduurverkorting. Met ingang van de jaren negentig staat vooral de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de belangstelling. Daarbij is het beleid gericht op het vergroten van het verschil tussen arbeidsbeloning en uitkering; het achterblijven van het wettelijk minimumloon bij de gemiddeld verdiende lonen; het afschaffen van de algemeen verbindendverklaring van cao∆s; het invoeren van meer financiële prikkels in het socialezekerheidsstelsel om herintreding te bevorderen; het veranderen van de regelgeving op het gebied van arbeidstijden, ontslagrecht en arbeidsomstandigheden. Tegenover dit beleid waarbij de marktwerking wordt bevorderd en de overheid terugtreedt, is een beleid denkbaar waarbij de overheid bewust ingrijpt om de werkgelegenheid te bevorderen en de werkloosheid te bestrijden. Waar het accent ligt, is afhankelijk van de politieke signatuur van kabinet en volksvertegenwoordiging. Het ingrijpen richt zich dan op de bestrijding van conjuncturele werkloosheid en structurele werkloosheid. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Akkoord van Wassenaar onderdeel poldermodel onderdeel conjuncturele werkloosheid onderdeel structurele werkloosheid

arbeidsmarktparticipatie : groei en conjunctuur - De mate waarin mensen deelnemen (participeren) in het arbeidsproces. De beroepsbevolking als percentage van de totale beroepsgeschikte bevolking. (= iedereen tussen de 15 en 65 jaar). De ~ is met name toegenomen omdat steeds meer vrouwen deelnemen in het (betaalde) arbeidsproces. 	De tabel laat een internationaal vergeleken lage maar stijgende participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt zien. 	De tabel laat een internationaal vergeleken lage maar stijgende participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt zien. - Zie ook: beroepsgeschikte bevolking

arbeidsmobiliteit Eng.: mobility of labour : groei en conjunctuur - De mate waarin mensen zich kunnen bewegen op de arbeidsmarkt. Bereidheid en mogelijkheden om te veranderen van baan, van werkgever en zlefs van woonplaats zijn hierbij factoren. De arbeidsmobiliteit is in het algemeen het hoogst onder jongeren en hoogopgeleiden. Eenmaal gesettled, met een eigen huis, en een werkende partner, neemt de ~ vooral qua regio sterk af. Verder is in Europa de ~ minder dan in de VS, mede door de taalverschillen.
Verhoging van de ~ is één van de maatregelen ter voorkoming van structurele werkloosheid. Zie ook: nadere verklaring structurele werkloosheid

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) : algemeen overheid - Nederlandse wet voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen.
Het doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.
Verschillende groeperingen binnen een bedrijf hebben hiertoe hun verantwoordelijkheden. Werkgevers moeten de risico's van het werk in kaart brengen, verbeteringen voorstellen en het gevoerde beleid evalueren volgens de RIE-procedure (ook wel RI&E: risico-inventarisatie & -evaluatie. Zij moeten voorlichting en instructies geven over deze risico's en over de maatregelen die daartegen genomen zijn.
Werknemers moeten de veiligheidsinstructies opvolgen en beschikbaar gestelde beschermingsmiddelen gebruiken.
De OR moet instemmen met het arbobeleid, en met de keuze van de arbodienst.
De arbodienst helpt de ondernemer bij het opstellen en uitvoeren van een goed arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid. De wettelijke arboverplichtingen vereisen een specifieke deskundigheid waar de werkgever meestal niet over beschikt. De arbodienst adviseert daarom en neemt taken van de werkgever over.
De Arbowet is een zogenaamde raamwet of kaderwet. Hierin staan de algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures. De Arbowet geeft aan wat u moet regelen, niet hoe u dat moet doen. De arbowet betreft omstandigheden als fysieke arbeid, rust, eentonige arbeid, geluid, frisse lucht etc. 	WULBZ	WULBZ

arbeidsongeschikt : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - Wegens langdurige ziekte niet in staat zijn om zijn beroep of bedrijf uit te oefenen. Als ~ kunt u in aanmerking komen voor een uitkeringen krachtens de WIA, (de wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), de opvolger van de WAO.(wet arbeidsongeschiktheid).

arbeidsongeschiktheidsverzekering : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering die overwegend zelfstandigen afsluiten tegen inkomensverlies wegens arbeidsongeschiktheid. Voor werkenden in loondienst is er de WIA.

arbeidsovereenkomst (AO) Eng.: employment contract : algemeen - Looncontract.
Overeenkomst (schriftelijk, maar ook de mondelinge is rechtsgeldig) tussen een werkgever en werknemer, waarin onder andere het aantal uren, de begin- en eventuele einddatum van de overeenkomst staan, en bepalingen omtrent het loon en eventuele bonussen. Voor secundaire arbeidsvoorwaarden wordt in het contract meestal verwezen naar een cao-boekje.

arbeidsparticipatie : arbeidsmarkt - Geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking (ouder dan 15, en jonger dan 65) deelneemt aan het arbeidsproces. in formulevorm, ook wel de participatiegraad of deelnemingspercentage genoemd, ziet dat er als volgt uit:
beroepsbevolking / beroepsgeschikte bevolking. Dit levert een getal tusen de 0 en 1, in Nederland ongeveer 0,75, oftwel 75 %.
Daarbij is het de vraag of de werklozen wel of niet in de beroepsbevolking meegenomen dienen te worden. Om in de economie geen politieke keuzes te hoeven maken maakt men beide mogelijk: in de netto arbeidsparticipatie neemt men de werklozen niet mee; in de bruto participatie doet men dit wel.
Voor de bepaling of iemand werkt (of werk zoekt) of niet geldt als grens: 12 uur per week werken, of werk zoeken (en direct beschikbaar zijn) voor 12 uur per week. Zie ook: nadere verklaring participatiegraad deelnemingspercentage

arbeidsplaatsenovereenkomst : groei en conjunctuur - Werknemersorganisaties trachten in het overleg met werkgevers(organisaties) tot afspraken te komen over de werkgelegenheid in een bedrijf of bedrijfstak. Een weinig gelukkig streven omdat uiteindelijk de werkgelegenheid wordt bepaald door marktkrachten, zoals de vraag naar het product en de ontwikkeling van de techniek, waaraan de werkgever zich niet kan onttrekken. (Schöndorff c.s.).

arbeidsproductiviteit Eng.: labour productivity : algemeen, groei en conjunctuur - (Macro): de totale productie (in miljarden euro∆s per jaar) gedeeld door de ingezette hoeveelheid arbeidskrachten (in miljoenen personen). (Schöndorff c.s.)

arbeidsschaarste / arbeidstekort : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - tekort aan de productiefactor arbeid in verhouding tot de productiefactor kapitaal. Er is dan sprake van een overspannen arbeidsmarkt.

arbeidsverdeling Eng.: division of labour : algemeen - Het onderverdelen van de arbeidshandelingen in deelhandelingen, waardoor de arbeidsproductiviteit wordt vergroot. Van de 18e eeuwse Britse econoom Adam Smith is het beroemde voorbeeld van de speldenfabriek. Als elke arbeider een volledige speld zou moeten maken zou hij daar geruime tijd mee bezig zijn. Door nu arbeidsverdeling toe te passen kan elke arbeider zich toeleggen op een bepaald onderdeel van het productieproces. Deze specialisatie stelt hem in staat zich op dat onderdeel te bekwamen waardoor hij een grotere productiviteit vertoont. Het resultaat is dat binnen een gegeven tijdsduur veel meer spelden kunnen worden geproduceerd dan zonder arbeidsverdeling. Ook tussen landen kan arbeidsverdeling plaats vinden. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel comparatieve kostenvoordelen

arbeidsvoorwaarden Eng.: terms of employment : algemeen - bijzondere bepalingen van een arbeidsovereenkomst, meestal neergelegd in een CAO.

arbeidsvoorwaardenoverleg Eng.: negotiating terms of employment : groei en conjunctuur - Overleg tussen werkgever(sorganisaties) en werknemer(sorganisaties) over de arbeidsvoorwaarden. Daarbij valt onderscheid te maken tussen primaire arbeidsvoorwaarden (basisloon, vakantiegeld, overwerkvergoeding en zo verder), secundaire arbeidsvoorwaarden (aanvullend pensioen, scholing) en tertiaire arbeidsvoorwaarden (bijv. afspraken om meer werknemers uit minderheidsgroepen in dienst te nemen). Voor ongeveer drie kwart van de werknemers geldt een collectieve arbeidsovereenkomst; in deze gevallen wordt periodiek over de arbeidsvoorwaarden overlegd door vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en de vakorganisaties (Schöndorff c.s.)

arbeidswaardeleer : algemeen - Karl Marx ging er van uit dat arbeid de bron van alle waarde is. De hoeveelheid maatschappelijk doelmatige arbeid bepaalt de waarde van een product. In feite heeft Marx de relatieve arbeidswaardeleer van de klassieke economen (David Ricardo) verabsoluteerd. De Klassieken vergeleken de waarde van goederen met elkaar aan de hand van de erin verwerkte hoeveelheid arbeid. Marx beschouwde de arbeid als het enige productiemiddel dat waarde kan creëren. (Schöndorff c.s.). Zie ook: onderdeel Marx, Karl onderdeel Ricardo, David

arbitrage Eng.: arbitration : financiële zaken - Het gebruik maken van gelijktijdige prijsverschillen op verschillende markten. Stel dat de dollar op een gegeven ogenblik in New York € 1,03 doet en in Amsterdam € 1,02, dan koopt de arbitragant dollars in Amsterdam en verkoopt ze direct in New York. Hij maakt daarbij een koerswinst en draagt tegelijkertijd bij aan het verkleinen of zelfs wegvallen van het oorspronkelijke koersverschil. Vanzelfsprekend hoeft arbitrage zich niet tot de valutamarkt te beperken. (Schöndorff c.s.) Zie ook: onderdeel koopkrachtpariteitstheorie

Arbitragewet Eng.: arbitral law : algemeen, overheid - wettelijke regeling inzake arbitrage die is opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Arbo-dienst : groei en conjunctuur overheid - Arbo-diensten worden ingeschakeld bij controle nadat een werknemer zich heeft ziekgemeld, om het herstel van zieke werknemers te bevorderen en de arbeidsomstandigheden in bedrijven te verbeteren (preventie) (Schöndorff c.s.).

Arbo-wet : arbeidsmarkt / productie / inkomensverdeling - Wet van 18 maart 1999, houdende bepalingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden (Arbeidsomstandighedenwet 1998).

argumenten voor protectionisme : internationaal - Betreft meestal de bescherming van eigen industrie en werkgelegenheid tegen buitenlandse concurrentie, anti-dumpingsargument en het opvoedingsargument.

armoede Eng.: poverty : algemeen - Hiervan is niet zonder meer een overal geldende definitie te geven. Wordt armoede gelijk gesteld aan een (te) laag inkomen dan is duidelijk dat dit begrip van land tot land verschilt. In Nederland besteden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) aandacht aan methoden om de omvang van armoede in kaart te brengen. Drie armoedegrenzen staan daarbij centraal: de beleidsmatige grens, de lage-inkomensgrens en de inkomensgrens van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. Jaarlijks verschijnt een Armoedemonitor die een zo volledig en actueel mogelijk beeld van armoede in ons land schetst. (Schöndorff c.s.)

armoedegrens Eng.: poverty line : algemeen - Inkomensniveau waaronder men als 'arm' wordt beschouwd.
Armoede is een relatief begrip. Zo is er absolute armoede, indien er een gebrek aan voedsel, drinkwater, een dak boven het hoofd of medicijnen is. Van relatieve armoede is sprake wanneer men duidelijk onder de geldende normen van een bepaald land zit. De OESO-armoedegrens ligt bijv op 50 procent van het gemiddeld verdiende inkomen. Een derde invalshoek is het in Nederland geldende 'sociaal minimum', door de overheid vastgesteld op 70 % van het minimumloon. De drie genoemde criteria zijn objectieve maatstaven om te bepalen of een individu of huishouden arm is. Daarnaast bestaat een subjectief armoedebegrip, minder economisch maar meer maatschappijfilosofisch.

armoedeval Eng.: poverty trap : algemeen overheid - Impasse die optreedt wanneer mensen met een uitkering er in inkomen niet of nauwelijks op vooruitgaan, of zelfs op achteruit gaan, als zij een betaalde baan aannemen.
Mensen met een zeer laag inkomen of een uitkering profiteren vaak van diverse toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Te denken valt aan huurtoeslag en enkele gemeentelijke tegemoetkomingen, kortingen op bibliotheek, gemeentebelastingen en sportclubs, etc. Door een baan te aanvaarden gaat men er in inkomen op vooruit, maar wordt men ook met extra kosten geconfronteerd, zoals reiskosten en kinderopvang. Een aantal toeslagen en regelingen kunnen wegvallen of in hoogte verminderen. Hierdoor kan het netto inkomenseffect zeer gering zijn.
De situatie is moeilijk te sturen omdat de uitkeringen landelijk geregeld zijn, maar veel subsidies en regelingen op gemeentelijk niveau toegekend worden.
Overigens kent het begrip ~ een ruimere context, ook los van de uitkeringenproblematiek, en ook op internationaal niveau: Een armoedeval treedt op als mensen uit een relatieve armoede nauwelijks kansen krijgen hun economische te situatie te verbeteren. Te denken valt aan kinderen uit sloppenwijken.

artikel IV-consultaties : financiële zaken markten en prijzen - in de regel een jaarlijks onderzoek van de staf van het IMF naar de macro-economische situatie in landen aangesloten bij het IMF. De rapporten van de staf worden besproken door de Raad van Bewindvoerders van het IMF. (bron: DNB)

artikel-12 gemeente : algemeen overheid - Gemeente die door het Rijk onder curatele is gesteld, vanwege een structureel slechte financiële situatie. Deze gemeenten krijgen van de rijksoverheid extra steun, maar worden daarbij wel onder een streng financieel toezicht geplaatst.

Asean Free Trade Area (AFTA) : internationaal - Engels: ASEAN Free Trade Area. Vrijhandelsgebied in Zuid–Oost Azië. In 1992 door zes landen gesticht, en in de jaren daarna uitgegroeid tot tien landen. (Brunei, Indonesië,Maleisië,Philippijnen, Singapore, Thailand, Vietnam, Laos, Myanmar, Cambodja.). In een vrijhandelszone heffen de deelnemende landen geen invoerrechten op elkaars producten. Het doel is het bevorderen van de onderlinge handel. Op producten van buiten deze zone gelden overigens per land de eigen tarieven. zie ook: douane–unie, economische unie.

asset conversion : financiële zaken - Engels: omzetting van activa. De omzetting van activa die niet vrijgesteld zijn van belastingheffing in activa die dat wel zijn.

asset management : financiële zaken - Engels: professionele beheer van vermogens van particulieren en instituten gericht op het realiseren van een optimaal beleggingsresultaat. (bron: beleggingsplein.nl). A process that oversees the cradle-to-grave status of key plant-floor machinery. It involves the acquisition of such equipment, along with their use, function and ultimate disposal, in order to maximize their potential performance and longevity.Professional services and activities aimed at maximising the value and return of the fund's real estate assets, by identifying measures enabling strategic asset management.

asset stripping : financiële zaken - Engels: na een overname geheel of gedeeltelijk ontmantelen van de overgenomen onderneming, waarbij bedrijfsonderdelen (bijv. dochterbedrijven, deelnemingen) worden verkocht. Sommige overnames worden op deze wijze gefinancierd. Oorspronkelijk had de term betrekking op overtollige (vaste) activa (de assets) die na een overname van een vennootschap werden verkocht.

associé / geassocieerde : producentengedrag - vennoot; compagnon.

Association of South East Asian Nations (Asean) : internationaal - Op 8 Augustus 1967 in Bangkok, Thailand opgerichte organisatie die economische samenwerking en stabiliteit in de regio nastreeft.
Vijf landen waren betrokken bij de oprichting: Indonesië, Malaysië, Philippines, Singapore and Thailand. later kwamen daar bij Brunei Darussalam (op 8 Januari 1984), Vietnam(95), Lao PDR en Myanmar (97) en Cambodja (1999).

assurantie / assureren / geassureerd : financiële zaken consumenten en producenten - verzekering, overeenkomst waarbij de verzekeraar er zich toe verbindt om tegen betaling van premies de verzekerde schadeloos te stellen in geval het verzekerde risico optreedt.

assurantiebeding : pand en hypotheek - beding in de (oude) hypotheekakten, inhoudende dat als het onderpand te niet gaat, de verzekeringsuitkering rechtstreeks aan de geldverstrekker wordt uitgekeerd. Die uitkering wordt eerst (en uitsluitend) gebruikt om de restschuld van de hypotheek af te lossen.

a-symmetrisch oligopolie : producentengedrag - is de marktvorm van het oligopolie waar een van de aanbieders het machtigst is. De andere oligopolisten zijn veel kleiner en zullen met de concurrentie vooral met de beleid van de grootste rekening houden, die vaak als prijsleider fungeert.

at arm's length : financiële zaken - Engels: bedrijven die met elkaar verbonden zijn (bijv. moeder- en dochterondernemingen) moeten elkaar zakelijke prijzen berekenen bij transacties; met de ~ wordt voorkomen dat transacties met onzakelijke verrekenprijzen tussen verbonden ondernemingen van invloed zijn op de fiscale winstberekening.

audit : financiële zaken - Engels: Controleonderzoek van een onderdeel van de organisatie. Te denken valt aan de kwaliteitsaudit, de managementaudit, een financiële audit. Een audit kan geschieden door een extern bureau (vaak onafhankelijk) of intern.